01.01.1995 - Omzendbrief D.I. 500.7 - D.L. 1/4415
DOUANE (Wetgeving)
UITBREIDING VAN DE EUROPESE UNIE | D.I. 500.7 |
D.L. 1/4415 |
Brussel, 1 januari 1995.
- Op 1 januari 1995 treden Finland, Oostenrijk en Zweden toe tot de Europese Unie. Wegens het feit dat de bepalingen van de toetredingsakte (1) welke deze landen hebben onderschreven, slechts rechtsgeldigheid zullen verwerven op het ogenblik dat deze akte door de bevoegde autoriteiten (nationale parlementen) van alle lan- den (zowel nieuwe als huidige lidstaten) zal zijn geratificeerd, zal de officiële toetredingsdatum slechts kort voor de toetreding bekend zijn.
-
Bij de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de Europese Unie worden de Europese Verdragen (EGKS-Verdrag, EG-Verdrag, Euratom-Verdrag en EU-Verdrag) evenals de op deze verdragen gebaseerde juridische akten (zoals bijvoorbeeld het communautair basis- en toepassingswetboek) bindend voor de nieuwe lidstaten, dat wil zeggen dat zij de communautaire wetgeving welke voortvloeit uit de hogergenoemde verdragen en die op bepaalde punten wordt gewijzigd of aangevuld door de Toetredingsakte moeten toepassen.
(1) Gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Ge- meenschappen van 29 augustus 1994, nr. C 241.
Bon O.S.D. nr. 533/94
- De Toetredingsakte schrijft bepaalde overgangsmaatre- gelen voor om de overgang te vergemakkelijken zowel voor het handelsverkeer tussen de oude en de nieuwe lidstaten als tussen de nieuwe lidstaten onderling en tussen de nieuwe lidstaten en derde landen.
- Inzake douanewetgeving worden praktisch alle huidige communautaire voorschriften van toepassing in de nieuwe lidstaten. Dit houdt o.m. in dat met ingang van de datum van toetreding het principe van het vrije verkeer van goederen binnen het verruimde douanegebied van de Gemeenschap eveneens zal gelden voor goe- deren die in het vrij verkeer zijn of waren in een nieuwe lidstaat (bijvoorbeeld Oostenrijkse goederen die uit Oostenrijk werden ver- zonden vóór de toetredingsdatum en zich in een Belgisch douane- entrepot bevinden op het ogenblik van de toetreding).
- Deze omzendbrief heeft vooraf een informatief karakter. De administratieve instructies ter zake zullen daar waar nodig te ge- paste tijde worden aangepast.
Teneinde het personeel en de gebruikers in de gelegenheid te stellen tijdig kennis te nemen van bepaalde overgangsmaatregelen, die voortvloeien uit de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de Europese Unie wordt hierna aan de hand van een aantal voorbeelden een overzicht gegeven van verschillende situaties welke zich kunnen voordoen.
Voor wat de overgangsmaatregelen inzake landbouwgoederen betreft wordt verwezen naar de omzendbrief van 1 januari 1995 nr.
D.T. 7884 (D.I. 684.0 – Overgangsmaatregelen inzake de toetreding van Finland, Oostenrijk en Zweden tot de Europese Unie).
A. Voorschriften bij vervoer met toepassing van de procedure inzake gemeenschappelijk douanevervoer
- Voor goederen verzonden uit de nieuwe lidstaten onder ge- leide van T2-, T2ES-, T2PT- of T1-documenten (toepassing van de procedure inzake gemeenschappelijk douanevervoer), geldig- gemaakt op uiterlijk 31 december 1994 en vanaf 1 januari 1995
aangebracht op een (Belgisch) douanekantoor (douanekantoor van bestemming) met het oog op de aangifte ten verbruik, dienen de klassieke invoerformaliteiten te worden toegepast (zie §§ 100 en volgende van de instructie Enig Document) met dien verstande dat door het betrokken douanekantoor eveneens vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend indien door de desbetreffende aangever kan worden aangetoond dat de goederen in de nieuwe lidstaat van waaruit zij werden verzonden (vóór 1 januari 1995) in het vrije verkeer waren.
Het vorenbedoelde bewijs van vrije verkeer moet worden geleverd door de voorlegging van documenten EUR 1, EUR 2 of elk ander bewijsmiddel zoals bijvoorbeeld andere certificaten van oor- sprong of inklaringsdocumenten van de toetredende lidstaat waaruit blijkt dat aldaar uit derde landen ingevoerde goederen vóór 1 janu- ari 1995) in dat land in het vrije verkeer zijn gebracht.
- De bestaande akten van borgtocht inzake gemeenschappe- lijke/communautair douanevervoer zullen in overleg met de aange- ver en zijn borg aan de nieuwe situatie worden aangepast.
Zulks betekent enerzijds dat de in cijfer 1 van de akte van borgtocht inzake communautair douanevervoer vermelde opsom- ming van de lidstaten van de EG moet worden aangevuld met de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en anderzijds dat in cijfer 1 van de akte van borgtocht in- zake gemeenschappelijk douanevervoer de opsomming van de lan- den die behoren tot de EG moet worden uitgebreid met de drie vorenvermelde landen en dat die landen moeten worden geschrapt in de daarop volgende opsomming van de EVA-landen.
De certificaten van borgtocht inzake communautair douane- vervoer (TC 31) mogen tot uitputting van voorraad en uiterlijk tot 31 december 1996 verder worden gebruikt mits aanpassing van de bewoordingen aan de nieuwe situatie. De woorden “Oostenrijk, Finland en Zweden mogen bijgevolg worden geschrapt. Die aanpas- sing zal door de ontvanger van het kantoor van zekerheidstelling met een communautaire stempel worden gewaarmerkt.
De instructie “Borgtochten” (D.I. 860) zal eerlang worden aangepast.
B. Bepalingen in verband met douane- en BTW-entrepots
- Goederen ingevoerd uit de nieuwe lidstaten en in een douane-entrepot opgeslagen vóór 1 januari 1995, kunnen vanaf die datum uit het entrepot worden uitgeslagen voor het vrije verkeer, zonder betaling van rechten bij invoer op voorwaarde dat bij de aangifte ten verbruik het bewijs wordt overgelegd dat de goederen bij vertrek uit de nieuwe lidstaten in het vrije verkeer waren (zie cijfer 6, tweede lid), en met voldoening van de BTW- en de eventuele accijnsverplichtingen bij invoer.
- Bij uitslag van goederen uit een douane-entrepot ter bestemming van de nieuwe lidstaten, gelden vanaf 1 januari 1995 dezelfde regels als bij uitslag ter bestemming van de andere lidstaten.
- Goederen uit de nieuwe lidstaten die in een BTW-entrepot zijn opgeslagen vóór 1 januari 1995, kunnen in dat entrepot opge- slagen blijven, tot zij ten verbruik worden aangegeven, met vol- doening van de BTW- en de eventuele accijnsverplichtingen bij in- voer.
C. Bepalingen in verband met de regeling actieve veredeling - Schorsingssysteem
- Goederen ingevoerd uit de nieuwe lidstaten en onder de regeling actieve veredeling – schorsingssysteem geplaatst vóór 1 januari 1995 met aangifte EU 5 met een geldigheidsduur die ver- strijkt na 31 december 1994, kunnen na die datum ten verbruik worden aangegeven zonder betaling van rechten bij invoer, op voor- waarde dat bij de aangifte ten verbruik het bewijs wordt overgelegd dat de goederen bij vertrek uit de nieuwe lidstaten in het vrije ver- keer waren (zie cijfer 6, tweede lid). Die regel is toepasselijk zowel bij een individuele inverbruikstelling als bij de globale inverbruik- stelling naar aanleiding van de zuiveringsafrekening. Bij die inver- bruikstellingen moeten de BTW- en de eventuele accijnsverplich- tingen bij invoer worden nageleefd.
- Wanneer niet-communautaire goederen die niet herkom- stig zijn uit het vrije verkeer in de nieuwe lidstaten onder de regeling actieve veredeling-schorsingssysteem zijn geplaatst, vanaf 1 janu- ari 1995 worden geleverd voor het vrije verkeer in de nieuwe lid- staten, dan zal die levering moeten worden behandeld zoals alle leveringen voor het vrije verkeer in de lidstaten (de rechten bij invoer en de compenserende interesten zullen dus verschuldigd zijn; de BTW- en de eventuele accijnsverplichtingen bij invoer zullen moeten worden nageleefd).
D. Bepalingen in verband met de regeling actieve veredeling- terugbetalingssysteem
- De levering van veredelingsproducten voor het vrije ver- keer in de nieuwe lidstaten, zal vanaf 1 januari 1995 geen aanleiding meer geven tot terugbetaling van de rechten bij invoer.
E. Bepalingen in verband met de regeling passieve veredeling
- Goederen die vanuit het vrije verkeer zijn uitgevoerd naar de nieuwe lidstaten vóór 1 januari 1995 onder de regeling passieve veredeling, en die vóór die datum nog niet zijn teruggekeerd, kunnen niet meer worden wederingevoerd met toepassing van die regeling. Zij zullen immers kunnen terugkeren volgens de procedure van het intra-communautaire handelsverkeer.
Indien de terugzending uit de nieuwe lidstaten in aangevan- gen vóór 1 januari 1995 en de goederen in het land toekomen vanaf die datum, dan is daarop de algemene overgangsmaatregel van toe- passing (zie § 6, eerste lid).
F. Bepalingen in verband met de regeling tijdelijke invoer
- Indien goederen werden ingevoerd uit de nieuwe lidstaten en deze vóór 1 januari 1995 onder de regeling tijdelijke invoer wer- den geplaatst met een document EU5 of een carnet ATA waarvan de toegestane verblijfsduur (eventueel na verlenging) verstrijkt na 31 december 1994, moet de regeling verder volgens de normaal gel- dende procedure worden aangezuiverd (dus ook indien de goederen bijvoorbeeld terugkeren naar één van de nieuwe lidstaten) (1).
Dit principe geldt eveneens indien de aanzuivering van de regeling laattijdig geschiedt na 31 december 1994.
Indien de goederen, ter aanzuivering van de regeling, ten verbruik worden aangegeven dienen naast de andere verschuldigde invoerbelastingen eveneens de rechten bij invoer te worden voldaan, behalve indien het bewijs wordt geleverd dat de goederen bij vertrek uit de nieuwe lidstaten in het vrije verkeer waren (zie cijfer 6, tweede lid).
Indien de rechten bij invoer verschuldigd zijn, dienen ook de compenserende interesten te worden gevorderd.
Na de inverbruikstelling van de goederen kunnen deze, in voorkomend geval, volgens de procedure van het intra-commu- nautaire handelsverkeer naar om het even welke lidstaat worden ver- zonden (de nieuwe lidstaten inbegrepen).
- Voor de goederen die met ingang van 1 januari 1995 wor- den verzonden uit de nieuwe lidstaten om tijdelijk te worden “inge- voerd” in één of meer andere lidstaten dienen geen douane- formaliteiten meer te worden vervuld.
(1) Hetzelfde principe geldt als mutatis mutandis eveneens voor de doorvoer met gebruikmaking van een carnet ATA.
G. Bepalingen in verband met de regeling terugkerende goederen
- Voor goederen die vóór 1 januari 1995 tijdelijke werden uitgevoerd naar de nieuwe lidstaten onder dekking van een enig document of een carnet ATA, dient bij de wederinvoer ervan na die datum verder de normaal geldende procedure te worden toegepast voor zover de goederen vanuit de betrokken nieuwe lidstaat niet vol- gens de procedure van het intra-communautaire handelsverkeer wer- den verzonden. De douane dient echter inzake het verrichten van de wederinvoer geen onderzoek in te stellen.
Bij vertrek na voormelde datum naar de nieuwe lidstaten dienen voor de beoogde beweging geen douaneformaliteiten meer te worden vervuld.
H. Bepalingen in verband met de regeling douanevrijstellingen
- Bedoeld worden hier de vrijstellingsgevallen inzake rech- ten bij invoer, BTW en eventueel accijnzen welke opgenomen zijn in de Instructie Definitieve Vrijstellingen.
- Voor goederen welke uit de nieuwe lidstaten werden ver- zonden vóór 1 januari 1995 dient bij de invoer ervan na die datum verder de normaal geldende procedure te worden toegepast.
Indien de goederen na die datum werden verzonden dienen er ter zake geen douaneformaliteiten meer te worden vervuld.
I. Bepalingen inzake goederen vervat in de persoonlijke bagage van reizigers
a) Bij invoer
- Op de reizigers welke met ingang van 1 januari 1995 toe- komen uit de nieuwe lidstaten zijn ter zake in principe de bepalingen van toepassing welke gelden voor reizigers komende uit een lidstaat van de EG in de samenstelling van vóór 1 januari 1995.
Indien er door de betrokken reizigers echter nog, met ingang van 1 januari 1995, goederen worden ingevoerd welke vóór die datum in de nieuwe lidstaten werden aangekocht dienen, voor zover de voor invoer uit derde landen geldende vrijstellingsgrenzen worden overschreden, de verschuldigde belastingen te worden geïnd.
In voorkomend geval mag de Belgische douane op het voor de ontheffing van de belasting in de nieuwe lidstaten dienende bescheid dat door de reiziger wordt overgelegd, de te waarmerken vermelding “INGEVOERD IN BELGIE” aanbrengen.
b) Bij uitvoer
- Op reizigers welke met ingang van 1 januari 1995 vertrek- ken naar de nieuwe lidstaten zijn ter zake in principe de bepalingen van toepassing welke gelden voor reizigers vertrekkend naar een lidstaat van de EG in de samenstelling van vóór 1 januari 1995.
Indien er door de betrokken reizigers echter, met ingang van 1 januari 1995, goederen naar de nieuwe lidstaten worden uitgevoerd welke vóór die datum werden aangekocht, kan daarvoor alsnog ontheffing van de BTW worden bekomen.
In dat geval dient echter het tot het bekomen van de onthef- fing gebruikte bescheid (bv. factuur) te worden geviseerd door de douaneautoriteiten van de nieuwe lidstaat van bestemming.
J. Bepalingen in verband met de regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen (Instructie Internationaal Verkeer –
D.I. 572.0)
- Wat de vervoermiddelen uit de nieuwe lidstaten betreft die vóór 1 januari 1995 op grond van hun buitenlandse inschrijving tijdelijk ingevoerd werden zonder document of die onder een ATV-T1 geplaatst zijn, moet de regeling volgens de normaal gelden- de procedure aangezuiverd worden. Indien de vervoermiddelen, ter aanzuivering van de regeling, ten verbruik worden aangegeven, dienen naast de andere verschuldigde invoerbelastingen eveneens de rechten bij invoer en de compenserende interesten te worden
voldaan, behalve indien het bewijs wordt geleverd dat de ver- voermiddelen bij vertrek uit de nieuwe lidstaten daar in het vrije verkeer waren. Het bewijs kan geleverd worden door een van de bewijsstukken vermeld in § 6, tweede lid, of door een inschrijvings- bewijs van een van de nieuwe lidstaten waaruit op ondubbelzinnige wijze blijkt dat het vervoermiddel daar in het vrije verkeer was.
- Wat de vervoermiddelen betreft die vóór 1 januari 1995 in België aangekocht werden met vrijstelling van invoerrechten en BTW of van BTW alleen voor personen met gewone verblijfplaats in een van de nieuwe lidstaten en die onder een ATV-T1 of een ATV- T2 geplaatst zijn, moet de regeling volgens de normaal geldende procedure aangezuiverd worden.
- Voor vervoermiddelen die bij de tijdelijke invoer onder een document EU5 geplaatst zijn, zijn de bepalingen van § 15 van toepassing.
K. Bepalingen in verband met de regeling diplomatieke en daarmee gelijkgestelde vrijstellingen
- Bedoeld worden hier de vrijstellingsgevallen inzake rechten bij invoer, BTW en eventueel accijnzen welke opgenomen zijn in de Instructie “Immuniteiten (1993)” (D.I. 511.10).
- Voor goederen die vóór 1 januari 1995 vanuit de nieuwe lidstaten werden verzonden dient overeenkomstig het bepaalde in bovengenoemde instructie op een bevoegde douanekantoor een document 136F ter geldigmaking te worden aangeboden.
- Indien de goederen na die datum werden verzonden valt het verlenen van de vrijstelling onder de bevoegdheid van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen en komt de Administratie der douane en accijnzen niet meer tussen, behalve wanneer het accijnsgoederen of voor inschrijving door de DIV in aanmerking komende rijtuigen voor wegvervoer betreft.
Voor eerstgenoemde soort goederen dient dan gehandeld te worden zoals voorgeschreven in §§ 104 t/m 106 van de Instructie “Immuniteiten (1993)” terwijl voor bedoelde voertuigen §§ 6 en 7 van de omzendbrief nr. D.L. 4/22.410 van 1 juni 1993 van toepas- sing zijn.
L. Bepalingen in verband met de regeling begraafplaatsen voor oorlogsslachtoffers
- Bedoeld worden hier de vrijstellingsgevallen inzake rech- ten bij invoer, BTW en eventueel accijnzen welke opgenomen zijn in de Instructie “Begraafplaatsen voor oorlogsslachtoffers (1994)” (D.I. 519.3).
- Voor goederen die vóór 1 januari 1995 vanuit de nieuwe lidstaten werden verzonden blijft het bepaalde in §§ 4 t/m 15 van de genoemde instructie van toepassing.
Indien de goederen na die datum werden verzonden moet voor het verlenen van de vrijstelling gehandeld worden overeen- komstig de bepalingen van §§ 16 t/m 24 van dezelfde instructie.
M. Bepalingen in verband met leveringen aan SHAPE of aan de in België gelegerde NAVO-strijdkrachten
- Voor goederen die vóór 1 januari 1995 vanuit de nieuwe lidstaten verzonden werden ter bestemming van SHAPE of van in België gelegerde NAVO-strijdkrachten, dient bij de invoer ervan na die datum verder de normaal geldende procedure te worden toe- gepast.
- Indien de goederen na die datum werden verzonden, dienen er terzake geen douaneformaliteiten meer te worden vervuld behalve indien het rijtuigen voor wegvervoer betreft of wanneer het gaat om leveringen van aan accijns en/of landbouwrestituties onder- worpen goederen.
In afwachting van het verschijnen van een omzendbrief waar- in de desbetreffende douaneformaliteiten zullen worden uiteengezet dient in voorkomend geval de Centrale Administratie, dienst van de Diplomatieke Vrijstellingen, gecontacteerd te worden.
N. Bepalingen in verband met controle- en beperkings- maatregelen
- De geldende controle- en beperkingsmaatregelen blijven toepasselijk voor de goederen die uit de nieuwe lidstaten verzonden zijn vóór 1 januari 1995.
Voor de Directeur-generaal : De Eerste Auditeur,
W. BAERT
