Aanschrijving nr. 23 (AFZ/99-1371 - Dos. 192) d.d. 08.10.1999

Successierechten
Vlaams gewest Decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999
Artikel 60bis W. Succ. -
Vermindering van de berekende rechten tot nul

In het Staatsblad van 30 september 1999 werd het decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 bekendgemaakt.

Artikel 10 van dat decreet bepaalt dat de rechten, berekend overeenkomstig artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten, worden verminderd tot nul en dat het behoud van deze vermindering aan dezelfde voorwaarden is onderworpen als omschreven in artikel 60bis e.v. inzake het behoud van de vermindering tot 3%.

Bij deze aanschrijving wordt een eerste commentaar verstrekt bij deze bepaling.

Commentaar.

1) Tekst

De tekst van artikel 10 van het Vlaams decreet van 18 mei 1999 houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 luidt:

"Art. 10. De rechten, berekend overeenkomstig artikel 60bis van het Wetboek der Successierechten, worden verminderd tot nul.

Het behoud van deze vermindering is aan dezelfde voorwaarden onderworpen als omschreven in artikel 60bis e.v. inzake het behoud van de vermindering tot 3 %.".

Artikel 10 van het Vlaams decreet van 18 mei 1999 wijzigt dus het Wetboek der Successierechten, zoals het in het Vlaamse Gewest geldt, niet. Het gaat om een autonome bepaling die de tekst van artikel 60bis W. Succ., zoals die nu geldt in het Vlaamse Gewest, onveranderd laat.

In feite komt die decreettekst erop neer dat de overdrachten door overlijden van familiale ondernemingen of van aandelen in (vorderingen op) familiale vennootschappen die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 60bis W. Succ., voortaan worden vrijgesteld van het successierecht, daar waar ze voorheen een vermindering genoten tot 3 %. In de systematiek van het Wetboek der Successierechten zou het logischer geweest zijn dat de Vlaamse wetgever de bestaande regeling voor die overdrachten met de nodige aanpassingen zou hebben overgebracht naar "Afdeling I - Vrijstellingen" van "Hoofdstuk VII - Vrijstellingen en verminderingen" van Titel I van het Wetboek. Een andere mogelijkheid bestond erin het in artikel 60bis W. Succ. vermelde 3%-tarief te vervangen door het 0%-tarief. De keuze van de Vlaamse wetgever voor de realisatie van de vrijstelling onder de vorm van een autonome bepaling waarbij het aan 3%-tarief berekende recht wordt verminderd tot nul, is blijkbaar ingegeven door de zorg het legistieke werk (zowel decretaal als uitvoerend) tot een minimum te beperken.

Het artikel brengt mee dat indien in de aangifte het uitdrukkelijk verzoek tot toepassing van artikel 60bis W, Succ. voorkomt, en de overige toepassingsvoorwaarden voor de toekenning van het 3%-tarief vervuld zijn, de Administratie ambtshalve de aldus berekende rechten tot nul moet herleiden. Er is daartoe dus geenszins vereist dat in de aangifte om toepassing van artikel 10 van onderhavig decreet wordt verzocht.

Quid indien in de aangifte enkel uitdrukkelijk wordt verzocht om toepassing van artikel 10 van onderhavig decreet? In geval de aangifte voor het overige beantwoordt aan de vormvoorwaarden voor toepassing van artikel 60bis W. Succ. (spontane vermelding in de aangifte, bijgevoegd attest en afzonderlijke rubriek waarin de in aanmerking komende goederen worden vermeld), wordt dat verzoek gelijkgesteld met een uitdrukkelijk verzoek om toepassing van artikel 60bis W. Succ. In alle andere gevallen moet de vormvoorwaarde van een uitdrukkelijk verzoek om toepassing van artikel 60bis W. Succ., geacht worden niet te zijn vervuld.

Krachtens het tweede lid van onderhavig artikel is het behoud van de vermindering tot nul aan dezelfde voorwaarden onderworpen als omschreven in artikel 60bis e.v. inzake het behoud van de vermindering tot 3%. Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting, behalve dat de toevoeging "ev." na "artikel 60bis" in de tekst van dat lid overbodig is, vermits de regels voor het behoud van het voordeel volledig in artikel 60bis zijn opgenomen.

2) Inwerkingtreding

Bij gebreke van een uitdrukkelijke bepaling terzake is het decreet van 18 mei 1999 in werking getreden op 10 oktober 1999, zijnde de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Bij toepassing van artikel 61 van het Wetboek der Successierechten is artikel 10 van dat decreet dus van toepassing op nalatenschappen die sedert 10 oktober 1999 zijn opengevallen.

3) Geen tijdelijke bepaling

Uit het feit dat onderhavig artikel 10 als autonome bepaling voorkomt in een decreet waarvan het opschrift verwijst naar de middelenbegroting van het begrotingsjaar 1999, mag niet worden afgeleid dat de geldingsduur van deze bepaling zou beperkt zijn tot het vermelde begrotingsjaar.

Namens de Minister:
De Adjunct-Administrateur-generaal
van de belastingen,

J.-M.DELPORTE