Circulaire nr. Ci.RH.243/474.372 dd. 06.08.1996

CIRC 06.08.96/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/474.372 dd. 06.08.1996


Bull. nr. 764, pag. 1907

BEROEPSKOSTEN
Apotheker.
Geneesheer.
Persoonlijke sociale bijdragen.
Tandarts.


Afschrift van onderstaande vertaling van brief wordt aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2 tot kennisgeving toegezonden.

De aandacht wordt in het bijzonder gevestigd op de in het laatste lid van die brief verstrekte verduidelijking.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,


V. KINDT.


MINISTERIE VAN FINANCIEN Brussel, 11.03.1996 ---------------------------------------- De Vice-Eerste Minister Minister van Financiën en van Buitenlandse Handel ---------------------------------------- Directie II/3 Voorzorgskas voor Geneesheren, Ci.RH.243/474.372 Tandartsen en Apothekers, VZW --------------------------------------- t.a.v. mevrouw HERMOSA, Ref. : MC/DP/F 117374. Algemeen Directeur Uw brieven van 29.6 en 4.10.1 995. De Jamblinne de Meuxplein 4 Uw ref. : RMHIKD/95-257. ---------------------------------------- 1040 BRUSSEL ONDERWERP : Inkomstenbelastingen. Personenbelasting ---------------------------------------- Geachte Mevrouw,

Ik heb de eer U hierna de resultaten mede te delen van het onderzoek dat werd ingesteld met betrekking tot de in uw bovenvermelde brieven uiteengezette problematiek.

Vooreerst wil ik uw aandacht vestigen op het feit dat de parlementaire vraag nr. 630 dd. 8.7.1 993 van de heer LANGENDRIES waarnaar U verwijst, uitgaat van de hypothese dat geen enkele tariefovereenkomst tussen de verzekeringsinstellingen en de zorgenverstrekkers is gesloten.

Wat nu specifiek het jaar 1993 betreft, heeft de Minister van Sociale Zaken evenwel gebruik gemaakt van de haar destijds door artikel 34bis, § 2, 5de lid, 2°, van de wet van 9.8.1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering geboden mogelijkheid tot het sluiten van een individueel akkoord, zoals blijkt uit het Document van 18.12.1992 dat op grond van de voormelde wetsbepaling werd genomen en dat in het Belgisch Staatsblad van 22.12.1992, op blz. 27155, werd gepubliceerd.

De geneesheren die hun weigering tot toetreding niet schriftelijk ter kennis hebben gebracht binnen dertig dagen na de bekendmaking van dat document in het Belgisch Staatsblad, worden geacht te zijn toegetreden (cf. artikel 34bis, § 2, 5de lid, 2°, 2de alinea, van de voornoemde wet van 9.8.1963).

Voor die geneesheren bedroeg het RIZIV-aandeel voor het jaar 1993 60.753 F (cf. KB 28.4.1994 - BS 11.5.1994 - zie ook circ. 2.3.1995, Ci.RH.243/420.633, Bull. 748, blz. 1036).

De andere geneesheren, d.w.z. die welke voor datzelfde jaar 1993 hun weigering tot toetreding schriftelijk kenbaar hebben gemaakt en bijgevolg geen enkele tussenkomst van het RIZIV hebben ontvangen, mogen slechts de enkele bijdrage, hetzij maximum 60.753 F, als beroepskost aftrekken.

Met de meeste hoogachting,

Philippe MAYSTADT.