Circulaire nr. Ci.RH.243/363.062 dd. 17.07.1987

CIRC 17.07.87/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/363.062 dd. 17.07.1987


Bull. nr. 664, pag. 1767

VOORDELEN VAN ALLE AARD
Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet.
Sociale voordelen aan het personeel.
Voordelen anders dan in geld behaald.


Commentaar op de art. 25, 40 en 41, § 3, Herstelwet 31.07.1984.

I. ALGEMEEN

1. De Wetgever heeft de belastingvrijstelling afgeschaft voor het voordeel genoten, door een werknemer die van zijn werkgever een hypothecaire lening tegen gunstvoorwaarden heeft verkregen om uitsluitend voor zijn persoonlijk gebruik (of voor dat van zijn gezinsleden) een eerste woning te verwerven (of te verbouwen).

2. Om voor de betrokken werknemers de zware gevolgen van een totale en onmiddellijke afschaffing van de vrijstelling te vermijden heeft de Wetgever een aangepast overgangsstelsel uitgevoerd.

II. OVERZICHT VAN DE WETTELIJKE BEPALINGEN

3. Die bepalingen zijn het onderwerp van de art. 35, 40 en 41, § 3, Herstelwet 31.07.1984 (V. 1732 - B. 632); de tekst van de nieuwe bepalingen die vanaf het aj. 1985 van toepassing zijn (cf. art. 41, § 1, W. 31.07.1984) komt voor in bijlage.

Zij kunnen als volgt worden samengevat :

  • de belastingplichtigen die een leningscontract hebben gesloten vanaf 01.06.1984, kunnen generlei aanspraak meer maken op vrijstelling voor de voordelen waarover het gaat;
  • de belastingplichtigen die vóór 01.06.1984 een leningscontract hebben gesloten, blijven de vrijstelling genieten, maar enkel in de mate dat de voordelen die verband houden met een aanvankelijk leningsbedrag van ten hoogste 2.500.000 F voor het aj. 1985, 2.000.000 F voor het aj. 1986 en 1.500.000 F voor de ajn. 1987 en volgende. Anderzijds zal het eventueel vast te stellen voordeel van alle aard, in verband met het verschil tussen 3.000.000 F en één van de voormelde bedragen, moeten worden berekend op basis van een referentierentevoet van ten hoogste 9,5 pct.


III. REGLEMENTAIRE BEPALINGEN

4. Deze bepalingen zijn vervat in het KB 20.12.1984 (V. 1750 - B. 636) tot wijziging, op het stuk van de forfaitaire raming van de anders dan in geld behaalde voordelen van alle aard, van het KB/WIB (zijnde art. 9quater en bijlage VI).

Deze bepalingen stellen voornamelijk de referentierentevoeten vast en kunnen schematisch worden voorgesteld als volgt :

a) Algemene regel

5. Het voordeel wordt berekend tegen een pct. gelijk aan het verschil tussen, eensdeels, de jaarlijkse referentierentevoet vastgesteld voor het type van in beschouwing genomen lening (*), en, anderdeels, de door de werkgever aan de ontlener toegestane rentevoet. Met de verlaging(en) van die rentevoet wegens kinderlast moet geen rekening worden gehouden.

(*) Art. 9quater, § 3, 1, b, KB/WIB

b) Uitzonderingen

6. Voor de hypothecaire leningen die zijn gesloten van 01.01.1981 tot 31.05.1984, is de referentierentevoet waarvan sprake is onder nr. 3 vastgesteld op 9,5 pct. voor de schijf die overeenstemt met het verschil tussen eensdeels 3.000.000 F en anderdeels het aanvangsbedrag ten belope waarvan het voordeel vrijgesteld blijft.

Dit laatste bedrag is vastgesteld op :

  • 2.500.000 F voor het aj. 1985;
  • 2.000.000 F voor het aj. 1986;
  • 1.500.000 F voor de aj. 1987 en volgende.


Wat de hypothecaire leningen betreft die zijn gesloten vanaf 01.06..1984, is de op voormeld verschil toepasselijke referentierentevoet vastgesteld :

  • op 8,5 pct. wanneer de terugbetaling ervan gewaarborgd is door een gemengde levensverzekering;
  • op 9,5 pct. in de andere gevallen.


c) Nieuwe reglementaire bepalingen



7.Inmiddels werden de sub 4 bedoelde bepalingen :
  • door de KB's van 19.02.1986 (V. 1826 - B. 649) en van 05.02.1987 (V. 1888 - B. 660) aangevuld o.a. wat de hypothecaire leningen betreft die tijdens de jaren 1985 en 1986 zijn aangegaan;
  • door laatstbedoelde KB, met ingang van het aanslagjaar 1987 gewijzigd, wat o.a. de referentierentevoeten betreft die in aanmerking moeten worden genomen i.v.m. hypothecaire leningen, aangegaan tijdens de jaren 1980 tot 1985.


Met deze reglementaire bepalingen, die in een afzonderlijke circulaire zullen worden gecommentarieerd, is rekening gehouden bij het uitwerken van de voorbeelden sub 9 tot 11.

IV. BESTUURDERS EN WERKENDE VENNOTEN

8. De hierboven omschreven regels mogen ook worden toegepast op hypothecaire leningen die onder dezelfde voorwaarden worden toegestaan aan bestuurders en vennoten van vennootschappen.

V. VOORBEELDEN



9.Voorbeeld 1.
Op 15.02.1979, heeft een bediende een hypothecaire lening van 3.750.000 F aangegaan bij zijn werkgever om een villa te bouwen die tot woning voor zijn gezin bestemd is. De lening is toegestaan ter uitvoering van sociale maatregelen die van toepassing zijn op het gehele personeel van de onderneming en is gewaarborgd door een gemengde levensverzekering.

Deze lening valt onder het volgende belastingstelsel :

===================================================================== | | Schijf van de lening | Schijf van de lening waarvoor | | Aj. | waarvoor het voordeel | het voordeel belastbaar is | | | is vrijgesteld | (referentierentevoet 8,5 pct. (*)) | |------| -----------------------|------------------------------------| | 1984 | 3.000.000 F | 750.000 F | |------|-----------------------|------------------------------------| | 1985 | 2.500.000 F | 1.250.000 F | |------|-----------------------|------------------------------------| | 1986 | 2.000.000 F | 1.750.000 F | |------|-----------------------|------------------------------------| | 1987 | 1.500.000 F | 2.250.000 F | ===================================================================== (*) Rentevoet vastgesteld door art. 9quater, § 3, 1, b, KB/WIB voor het jaar 1979.

10.Voorbeeld 2.
Op 01.03.1981, heeft een bediende een hypothecaire lening van 3.600.000 F aangegaan bij zijn werkgever, om een eerste woonhuis te bouwen dat tot woning voor zijn gezin bestemd is. De lening is toegestaan ter uitvoering van sociale maatregelen die van toepassing zijn op het gehele personeel van de onderneming en is gewaarborgd door een gemengde levensverzekering.

Deze lening valt onder het volgende belastingstelsel :

====================================================================== | | | Schijven van de lening waarvoor | | | Schijf van | het voordeel belastbaar is | | | de lening waarvoor | ----------------------------------------| | Aj. | het voordeel | met referen- | met referen- | | | is vrijgesteld | tierentevoet | tierentevoet | | | | van 9,5 pct. | van 12 pct. (*) | |------|--------------------|------------------|---------------------| | 1984 | 3.000.000 F | - | 600.000 F | |------|--------------------|------------------|---------------------| | 1985 | 2.500.000 F | 500.000 F | 600.000 F | |------|--------------------|------------------|---------------------| | 1986 | 2.000.000 F | 1.000.000 F | 600.000 F | |------|--------------------|----------------------------------------| | 1987 | 1.500.000 F | met referentierentevoet van 9 pct. (*) | | | |----------------------------------------| | | | 2.100.000 F | ====================================================================== (*) Referentierentevoet voor het jaar 1981 vastgesteld door art. 9quater, § 3, 1, b, KB/WIB

11.Voorbeeld 3.
Op 01.10.1984, heeft een bestuurder een lening van 3.400.000 F aangegaan bij zijn vennootschap om een woonhuis te verwerven dat tot woning voor zijn gezin bestemd is.

De lening is toegekend ter uitvoering van sociale maatregelen die van toepassing zijn op het gehele personeel van de onderneming en is gewaarborgd door een gemengde levensverzekering. De rentevoet bedraagt 6 pct.

Het voordeel wordt als volgt berekend :



a)jaar 1985
  • 3.000.000 F x 2,5 pct. [8,5(*) - 6] = 75.000 F
  • 400.000 F x 4,75 pct. [10,75(*) - 6] = 19.000 F -------- 94.000 F


b) jaar 1986 - 3.400.000 F x 2 pct. [8(*) - 6] = 68.000 F (*) Referentierentevoet voor het jaar 1984 (lening aangegaan vanaf 01.06.1984) vastgesteld door art. 9quater, § 3, 1, b, KB/WIB
Bijlage


Art. 35


Artikel 41, § 2, 4°, van hetzelfde Wetboek ingevoegd door artikel 30 van de wet van 25 juni 1973, en gewijzigd door artikel 26 van de wet van 8 augustus 1980, en door artikel 14 van de wet van 10 februari 1981, worden de woorden "van de artikelen 41, § 2, 4° en § 4" vervangen door de woorden "van de artikelen 41, § 4".

Art. 41


§ 1. De artikelen 34 tot 40 zijn van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1985.



§2. ...
§ 3. In afwijking van § 1, blijven de artikelen 41, § 2, 4°, en 108bis van hetzelfde Wetboek, zoals zij bestonden alvorens te zijn gewijzigd bij de artikelen 35 en 40 van deze wet, van toepassing voor de leningscontracten die zijn gesloten vóór 1 juni 1984; het in artikel 41, § 2, 4°, van hetzelfde Wetboek gestelde bedrag van 3 miljoen F wordt evenwel verminderd tot 2.500.000 F voor het aanslagjaar 1985, tot 2 miljoen F voor het aanslagjaar 1986 en tot 1.500.000 F voor 1987 en volgende aanslagjaren, waarbij de in uitvoering van artikel 32ter van hetzelfde Wetboek bepaalde referentierentevoet met ingang van het aanslagjaar 1985 niet hoger mag zijn dan 9,5 pct. op de schijf die overeenstemt met het verschil tussen het vrijgesteld bedrag en 3.000.000 F.