Aanschrijving nr. 4 dd. 22.02.1995

AANSCHRIJVING 95/004

Aanschrijving nr. 4 dd. 22.02.1995.


BTW-Revue nr. 113, blz. 425

Deze aanschrijving werd met ingang van 01.05.2004 vervangen door de aanschrijving nr. 16 dd. 23.03.2004.
Register voor verkoop bestemde tweedehandse voertuigen

INHOUDSTAFEL - Voorwerp van de aanschrijving. nr. 1-2 - Reglementaire bepalingen. nr. 3 - Belastingplichtigen die het register moeten houden. nr. 4-5 - Beoogde vervoermiddelen. nr. 6-7 - Inschrijving in het register. nr. 8-12 - Tijdstip waarop het vervoermiddel moet worden ingeschreven. nr. 13 - Vermeldingen die het register moet bevatten. nr. 14-15 - Specifiek karakter van het register. nr. 16-17 Combinatie van registers. - Vorm van het register nr. 18-20 - Formaliteiten nr. 21-22 - Het houden van het register op geautomatiseerde wijze. nr. 23 - Sancties. nr. 24 - Inwerkingtreding. nr. 25 - Bijlage. Voorwerp van de aanschrijving. 1. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 november 1994, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 december 1994, wijzigt artikel 28 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Meer bepaald wordt in dit artikel 28 een § 2 ingelast dat aan belastingplichtigen die gewoonlijk tweedehandse vervoermiddelen leveren, oplegt een register te houden ter inventarisering van de vervoermiddelen die met dat doel in hun onderneming binnenkomen.

2. Deze aanschrijving vermeldt en becommentarieert de nieuwe bepalingen opgenomen in artikel 28, § 2, van voormeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.

Reglementaire bepalingen.

3. Elke belastingplichtige die gewoonlijk vervoermiddelen levert, moet een register houden waarin hij, voor ieder voertuig dat hij bestemt voor de verkoop of waarvoor hij belast is met de verkoop, ander dan een nieuw vervoermiddel als bedoeld in artikel 8bis, § 2, 2°, van het Wetboek en dan een vervoermiddel onderworpen aan de in artikel 58, § 4, van het Wetboek bedoelde regeling, inschrijft :

1° op het tijdstip van het binnenkomen van het voertuig in zijn onderneming, de datum, het chassisnummer, het merk, het model en, indien het voertuig erover beschikt, de nummerplaat, alsmede, naargelang van het geval, een verwijzing naar de aankoopfactuur, naar het in artikel 7 of in artikel 10 bedoeld stuk of nog, de naam en het adres van zijn last- of opdrachtgever;

2° op het tijdstip van de levering van het voertuig, de datum van de levering alsook een verwijzing naar de factuur of naar het als zodanig geldend stuk dat hij uitreikt, of naar het in artikel 6 bedoeld stuk dat hij ontvangt (art. 28, § 2, van het kon. besl. nr. 1 van 29/12/1992).

Belastingplichtigen die het register moeten houden.

4. Elke belastingplichtige die gewoonlijk tweedehandse vervoermiddelen levert, moet het in nr. 1 hiervoor bedoelde register houden. Het gaat bijgevolg om belastingplichtigen die gewoonlijk dergelijke vervoermiddelen verwerven met het oog op de wederverkoop ervan en/of die optreden als tussenpersoon bij de verkoop van dergelijke voertuigen die hen te dien einde zijn toevertrouwd.

5. De belastingplichtigen die voertuigen verkopen die door hen gebruikt werden voor het verrichten van belastbare handelingen, zijn bijgevolg niet onderworpen aan voormelde verplichting. Dit is inzonderheid het geval voor belastingplichtigen die een vloot van vervoermiddelen exploiteren - zoals taxibedrijven of verhuurders van vervoermiddelen - en die deze, na gebruik, wederverkopen als tweedehandse wagens. Deze belastingplichtigen moeten nochtans het register houden wanneer zij, naast voormelde activiteit, gewoonlijk tweedehandse vervoermiddelen aankopen met het uitsluitende doel deze weder te verkopen.

Beoogde vervoermiddelen.

6. Zijn beoogd door de nieuwe verplichting tot inschrijving, de motorvoertuigen andere dan de nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek (vervoermiddelen waarvan de levering plaatsvindt binnen de zes maanden na de eerste ingebruikneming of die niet meer dan 6.000 kilometer hebben afgelegd of die, als het landbouwtractoren betreft, niet meer dan 600 uren gebruikt werden) en andere dan de vervoermiddelen onderworpen aan de regeling bedoeld in artikel 58, § 4, van voormeld Wetboek (toepassing van de regeling van marge - z. aanschrijving nr. 2, van 2 januari 1995). Er moet overigens worden aangestipt dat deze laatste voertuigen alleszins moeten worden ingeschreven in een door bedoelde regeling van de belastingheffing voorzien register (z. aanschr. nr. 2 van 2 januari 1995, nrs. 77 tot 79).

In dit opzicht moet, wanneer een aanvankelijk in laatstgenoemd register ingeschreven vervoermiddel achteraf onder de normale belastingregeling valt zonder de onderneming te verlaten, het voertuig worden ingeschreven in het in nr. 1 hiervoor beoogde register.

7. De voor het nieuwe register bedoelde vervoermiddelen zijn bijgevolg de tweedehandse motorvoertuigen die onderworpen zijn aan de reglementering op de inschrijving van voertuigen, ongeacht of ze toebehoren aan de belastingplichtige of aan een derde : personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, autobussen of autocars, vrachtwagens, lichte vrachtwagens, tractoren, landbouwtractoren, motorfietsen. De maatregel heeft daarentegen geen betrekking op de aanhangwagens van voormelde vervoermiddelen, net zo min als op kampeerwagens, bromfietsen en fietsen.

Inschrijvingen in het register.

8. De in nrs. 6 en 7 hiervoor omschreven tweedehandse vervoermiddelen die in de onderneming van de belastingplichtige zijn binnengekomen (z. nrs. 4 en 5 hiervoor), moeten worden ingeschreven in het in nr. 1 beoogde register.

9. Als "vervoermiddelen binnengekomen in de onderneming" moeten de vervoermiddelen worden beschouwd die in de inrichting van de belastingplichtige worden binnengebracht of geplaatst (garage, parking, toonzaal, loods, werkplaats of andere plaatsen waar de bedoelde vervoermiddelen worden ondergebracht) met het oog op de verkoop door de belastingplichtige of door zijn bemiddeling, hetzij als zodanig hetzij in de vorm van onderdelen en zelfs wanneer hij deze onderdelen recupereert voor het verrichten van werken aan andere vervoermiddelen.

10. De andere voertuigen die zich om andere redenen binnen de onderneming bevinden (bv. vervoermiddelen gebruikt door een personeelslid, een tussenpersoon, een leverancier), moeten bijgevolg niet ingeschreven worden in het in nr. 1 hiervoor bedoelde register.

11. Men mag evenwel niet uit het oog verliezen dat de voertuigen die in de onderneming zijn binnengekomen om er werken te ondergaan, andere dan het wassen, vóór de aanvang van het werk moeten ingeschreven worden in het register der werken bedoeld in artikel 28, § 1, van voormeld koninklijk besluit nr. 1.

12. Overigens zal de Administratie geen kritiek uitoefenen op de inschrijving in het in nr. 1 beoogde register van alle vervoermiddelen, nieuwe vervoermiddelen inbegrepen, die in de onderneming zijn binnengebracht met het oog op de verkoop door de belastingplichtige of door zijn bemiddeling.

Tijdstip waarop het vervoermiddel moet worden ingeschreven.

13. Het vervoermiddel moet onmiddellijk bij het binnenkomen in de onderneming worden ingeschreven in het in nr. 1 beoogde register (z. nr. 9 hiervoor).

Vermeldingen die het register moet bevatten.

14. Bij het binnenkomen van het vervoermiddel in de onderneming moet het register worden aangevuld met :



a)de datum van het binnenkomen;
b)het merk, het model, het chassisnummer en, indien het voertuig erover beschikt, de nummerplaat;
c)naargelang van het geval :
  • een verwijzing naar de door de belastingplichtige ontvangen aankoopfactuur van het vervoermiddel of een verwijzing naar de door de koper opgestelde afrekening die de factuur vervangt overeenkomstig artikel 6 van voormeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992; het betreft hier het nummer dat - door de belastingplichtige gehouden tot de inschrijving in het register - bij de inschrijving in het boek voor inkomende facturen ( aankoopboek) is toegekend aan de factuur of de hierboven bedoelde afrekening; deze verwijzing kan uiteraard slechts ten vroegste worden ingeschreven op het tijdstip van de ontvangst van de factuur of van de afrekening door deze belastingplichtige;
  • een verwijzing naar het stuk dat moet worden uitgereikt aan de belastingplichtige voor de vervoermiddelen die hem werden toegezonden in het kader van een verkoop op proef, een zending op zicht of in consignatie (z. art. 7 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992); het betreft hier eveneens een verwijzing naar het nummer toegekend door de belastingplichtige die het stuk ontvangt;
  • een verwijzing naar het stuk dat de belastingplichtige op de dag zelf moet opmaken, wanneer het vervoermiddel hem werd geleverd door een niet-belastingplichtige of door een belastingplichtige van wie de handelingen zijn vrijgesteld krachtens artikel 44 van het Wetboek en die geen recht op aftrek heeft (z. art. 10 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992); het betreft het nummer dat bij de inschrijving in het boek voor inkomende facturen (aankoopboek) werd toegekend aan voormeld stuk.
15. Anderzijds moet, wanneer het vervoermiddel de onderneming verlaat, het register worden aangevuld met :



a)de datum van de levering van het vervoermiddel door de belastingplichtige, of door zijn lastgever wanneer de belastingplichtige zijn tussenkomst heeft verleend bij de verkoop van het vervoermiddel;
b)een verwijzing naar de uitgaande factuur uitgereikt door de belastingplichtige voor de verkoop van het vervoermiddel of voor zijn tussenkomst bij de verkoop van het vervoermiddel, of een verwijzing naar het als zodanig geldend stuk of nog, naar de afrekening opgemaakt door de klant overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992; het betreft het nummer dat bij de inschrijving in het boek voor uitgaande facturen (verkoopboek) aan voormelde stukken werd toegekend. Indien geen uitgaande factuur of geen van bovengenoemde documenten werd uitgereikt, dient dit te worden vermeld in het register. Dit geval zal zich inzonderheid voordoen wanneer het voertuig is ontmanteld om de onderdelen te gebruiken of wanneer het voertuig dat door een derde ter beschikking van de belastingplichtige werd gesteld met het oog op de verkoop, door eerstgenoemde wordt teruggenomen.
Specifiek karakter van het register. Combinatie van registers.

16. De in nr. 4 hiervoor beoogde belastingplichtige moet, in principe, een register houden per exploitatiezetel, specifiek voor de vervoermiddelen die daarin moeten worden genoteerd overeenkomstig de nieuwe maatregel die het voorwerp uitmaakt van deze aanschrijving.

Tijdens de uren dat de inrichting toegankelijk is voor de klanten, moet het in gebruik zijnde register zich in de beroepslokalen bevinden. De belastingplichtige moet dit register, zonder verplaatsing, ter inzage voorleggen op ieder verzoek, niet alleen van de ambtenaren en beambten van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, maar ook van de ambtenaren en beambten van de Administratie der douane en accijnzen en van de Administratie der directe belastingen (K.B. nr. 1 van 29 december 1992, art. 28, § 4).

17.De Administratie zal geen kritiek uitoefenen wanneer de belastingplichtige die over verschillende zetels beschikt, om organisatorische redenen slechts één register houdt. In dit geval zal het register voor ieder voertuig het adres van de plaats vermelden waar het voertuig is gestald. Deze vermelding kan worden vervangen door een code voor zover de betekenis van deze code op ieder verzoek van de administratie wordt medegedeeld. Genoemde code zal tezamen worden opgenomen met de vermelding van de datum van het binnenkomen van het voertuig (z. nr. 14, a).

Bovendien zijn de belastingplichtigen die de door de §§ 1 en 2 van artikel 28 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 opgelegde registers moeten houden, gemachtigd om een globaal register te houden voor zover dit alle door deze bepalingen opgelegde vermeldingen bevat (art. 28, § 3, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Laatstgenoemde faciliteit kan echter niet worden toegepast wanneer de belastingplichtige slechts een enkel register als bedoeld in het voorgaande lid houdt voor de verkoop van tweedehandse voertuigen.

Vorm van het register.

18. Het register moet bestaan uit bladen die door alle middelen samengevoegd zijn (innaaien, nieten, ...). Het mag niet door losse bladen worden vervangen (z. nochtans nr. 23).

19. Er wordt geen bijzondere vorm opgelegd. Het volstaat dat het register op zodanige wijze opgesteld wordt dat alle in nr. 14 hiervoor opgesomde vermeldingen er op voorkomen. Bij wijze van voorbeeld is in bijlage een model van een register opgenomen.

20. Het register moet niet worden vervaardigd door een drukker erkend door de Administratie voor het vervaardigen van bepaalde andere documenten bestemd voor BTW-doeleinden.

Formaliteiten.

21. Het register moet worden genummerd. Dit wil zeggen dat al de bladen of al de bladzijden een nieuw nummer moeten dragen. Die nummering kan gedaan worden ter gelegenheid van het drukken van de indeling van het register, of daarna, onder andere met de hand.

22. Voor elk gebruik, moet het register worden voorgelegd aan het BTW-controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert om geviseerd en geparafeerd te worden.

De formule van het visum mag worden gedrukt maar moet worden aangevuld met het aantal bladzijden of bladen van het register en de aanduiding van de belastingplichtige. Ze wordt gevolgd door de stempelafdruk van het controlekantoor.

De paraaf zal eenvoudig bestaan in het aanbrengen van die stempelafdruk op iedere bladzijde.

Anderzijds is het aangewezen dat ieder register, vooraleer genummerd te worden (z. nr. 21 hiervoor), geïdentificeerd wordt door een volgnummer uit een ononderbroken reeks. Wanneer de belastingplichtige per exploitatiezetel een register houdt (z. nr. 16 hiervoor), moet het register, per exploitatiezetel, op dezelfde wijze worden genummerd als hiervoor beschreven. In dit geval vermeldt het register ook het adres van de exploitatiezetel waar het wordt gebruikt.

Het houden van het register op geautomatiseerde wijze.

23. De belastingplichtige is gemachtigd om het in nr. 1 hiervoor bedoelde register te houden op een geautomatiseerde wijze wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :

a) minstens eenmaal per week worden drie listings gedrukt die de datum en een volgnummer uit een ononderbroken reeks dragen.

De eerste listing heeft betrekking op de in de nrs. 6 en 7 hiervoor beoogde vervoermiddelen die sinds het opstellen van de vorige listing in de inrichting zijn binnengekomen. Deze listing moet uiteraard de in nr. 14 opgenomen vermeldingen bevatten.

De tweede listing betreft voormelde voertuigen die sinds het opstellen van de vorige listing de onderneming hebben verlaten. Deze listing bevat de in de nrs. 14 en 15 opgenomen vermeldingen betreffende de voertuigen die de onderneming hebben verlaten.

De laatste listing betreft de in de nrs. 6 en 7 hiervoor beoogde voertuigen die zich daarentegen nog steeds in de onderneming bevinden. Deze listing bevat de in nr. 14 opgenomen vermeldingen;



b)deze listings moeten worden bewaard overeenkomstig de bepalingen van artikel 60, § 1, van het BTW-Wetboek;
c)ingeval van controle moeten de gegevens die nog niet op een listing zijn voorgekomen, onmiddellijk op papier worden afgedrukt in een leesbare en verstaanbare vorm; de bepalingen van artikel 61, § 1, tweede lid, van voormeld Wetboek zijn volledig van toepassing;
d)indien door de in nr. 4 hiervoor bedoelde belastingplichtige geen factuur wordt uitgereikt voor een voertuig dat de onderneming heeft verlaten, moet daarvan steeds melding worden gemaakt op de listing. Deze vermelding mag worden vervangen door een code, op voorwaarde dat de sleutel van deze code op ieder verzoek van de administratie wordt voorgelegd;
e)de belastingplichtige moet vooraf, bij ter post aangetekende brief, de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder hij ressorteert in kennis stellen van zijn voornemen om het register op geïnformatiseerde wijze te houden; indien binnen de maand geen tegenbericht van de hoofdcontroleur wordt ontvangen, mag de belastingplichtige gebruik maken van deze procedure;
f)elke overtreding van de onder de letters a tot e uiteengezette voorwaarden, geeft aanleiding tot de onmiddellijke intrekking van deze vergunning.
Sancties.

24. De overtredingen op de in deze aanschrijving uiteengezette bepalingen worden bestraft met een geldboete van 1.000 tot 100.000 frank per overtreding. Het bedrag van deze boete is vastgesteld overeenkomstig de schaal opgenomen in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.

Inwerkingtreding.

25. De nieuwe maatregel treedt in principe in werking op 1 december 1994, zoals voorzien in artikel 34 van voormeld koninklijk besluit van 22 november 1994. De materiële organisatie die deze maatregel van de betrokken belastingplichtigen vraagt, heeft er nochtans toe geleid dat de effectieve toepassing van de in deze aanschrijving uiteengezette reglementering wordt verschoven naar 1 april 1995.

Voor de periode van 1 december 1994 tot 31 maart 1995 zal bijgevolg geen boete worden opgelegd wegens overtreding van voornoemde bepalingen.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
J. DECUYPER
Bijlage : REGISTER VAN DE VOOR VERKOOP BESTEMDE TWEEDEHANDSE VERVOERMIDDELEN. (Art. 28, § 2 - Koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992). + -----------------------------------------------------------------------+ ¦ Benaming : .......................................................... ¦ ¦ ¦ ¦ Adres : ............................................................. ¦ ¦ ..................................................................... ¦ ¦ ¦ ¦ BTW-nr. : ........................................................... ¦ ¦ ¦ +-----------------------------------------------------------------------+ Dit register heeft als nr. ............................................. Visum van de BTW-controle +-----------------------------------------------------------------------+ ¦ Blad nr. ... ¦ ¦-----------------------------------------------------------------------¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦In geval ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦van depot-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦mandaat ¦ ¦ ¦ ¦ 1 ¦ 2 ¦ 3 ¦ 4 ¦ 5 ¦ 6 ¦ ¦ 9 ¦ 10 ¦ ¦------+-------+-------+-------+-------+-------+----------+-------+-----¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ 7 ¦ 8 ¦ ¦ ¦ ¦------+-------+-------+-------+-------+-------+----+-----+-------+-----¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦------+-------+-------+-------+-------+-------+----+-----+-------+-----¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦------+-------+-------+-------+-------+-------+----+-----+-------+-----¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦------+-------+-------+-------+-------+-------+----+-----+-------+-----¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦------+-------+-------+-------+-------+-------+----+-----+-------+-----¦ .. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦------+-------+-------+-------+-------+-------+----+-----+-------+-----¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦------+-------+-------+-------+-------+-------+----+-----+-------+-----¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +-----------------------------------------------------------------------+ 1 : Datum binnenkomen vervoermiddel 2 : Merk 3 : Model 4 : Chassisnr. 5 : Nummerplaat (in voorkomend geval) 6 : Aankoopfacturen of andere stukken Nr. Boek inkomende facturen 7 : Naam en voornaam van de opdrachtgever 8 : Adres van de opdrachtgever 9 : Datum levering 10 : Nr. Boek uitgaande facturen