Circulaire nr. Ci.RH.81/488.797 dd. 28.04.1999

Bull. nr. 793, pag. 1517

BELASTINGONTDUIKING
Bestrijding van de belastingontduiking.

GEHEEL VAN GOEDEREN
Overdracht van een geheel van goederen.

INVORDERING
Aansprakelijkheid van de overnemer van een geheel van goederen.
Inning van de belasting.


Grondige bespreking van artikel 50 van de W. 22.12.1998 houdende fiscale en andere bepalingen.

Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.

I. INLEIDING

1. De artikelen 6 en 8 tot 12 van het KB 12.12.1996 houdende maatregelen inzake strijd tegen de fiscale fraude en met het oog op een betere inning van belasting, hadden tot doel een volledig nieuw stelsel uit te bouwen dat erin bestond de frauduleuze praktijk te bestrijden waarbij het onvermogen werd georganiseerd. Het moest enerzijds beletten dat de natuurlijke of rechtspersoon zijn handelszaak zou overdragen zonder zijn vervallen schulden te betalen en anderzijds de door bepaalde belastingschuldenaars georganiseerde fraude verhinderen die, eenmaal in het nauw gebracht, de overdracht van hun handelszaak bespoedigen wanneer zij van een ingestelde fiscale controle op de hoogte zijn gebracht.

Het stelsel draaide rond twee assen. Om de Administratie der directe belastingen omtrent dergelijke overeenkomsten in te lichten, werd in de eerste plaats een registratieplicht ingesteld bij overeenkomsten die de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheden inhouden. In de tweede plaats werd in het WIB 92 een artikel 442bis ingevoegd dat een mechanisme instelde dat aan de ontvanger de mogelijkheid bood de invordering van de door de overdrager verschuldigde belasting te waarborgen.

Het was immers zo dat krachtens die bepaling :

1. de overdracht slechts tegenstelbaar was aan de Administratie der directe belastingen na afloop van de tweede maand die volgde op die waarin de akte tot overdracht werd geregistreerd;

2. de overnemer hoofdelijk aansprakelijk kon worden gesteld voor de betaling van de belastingen verschuldigd door de overdrager bij de afloop van de voormelde periode;

3. de uitgestelde tegenstelbaarheid en de hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer geen toepassing vonden indien de overdrager bij de bevoegde ontvanger geen certificaat bekwam dat samen met de overeenkomst van overdracht werd geregistreerd;

4. de betrokken ontvanger de aflevering van het certificaat weigerde indien de overdrager fiscale schulden had of indien de aanvraag werd ingediend na de aankondiging van een fiscale controle.

De eerste analyses door de rechtsleer van de desbetreffende maatregel en twee jaar praktijk hebben een aantal lacunes aan het licht gebracht.

In hoofdzaak werd vastgesteld dat, door de verwijzing in artikel 19, 1° lid, 7° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten naar artikel 11 van het BTW-Wetboek, het toepassingsgebied van deze bepaling ruimer of enger was naargelang de overdracht gebeurde door middel van een authentiek of een onderhandse akte.

Bovendien werden de overdrachten, verwezenlijkt in het kader van de procedures van faillissement en gerechtelijk akkoord of inzake fusies, splitsingen en opslorpingen van vennootschappen, niet door de reglementering uitgesloten, niettegenstaande de doelstellingen van de wetgever duidelijk vreemd blijven aan deze situaties.

Tenslotte is gebleken dat de registratieplicht van overdrachten meer problemen veroorzaakt dan oplost.

Artikel 50 van de wet van 22.12.1998 houdende fiscale en andere bepalingen (BS 15.01.1999), heeft tot doel deze onvolmaaktheden te verhelpen door artikel 442bis te herzien.

De voornaamste wijzigingen die aan het stelsel werden aangebracht, kunnen als volgt worden samengevat :

1. het toepassingsgebied van artikel 442bis, WIB 92, is opnieuw gedefinieerd door verwijzing naar het begrip "een geheel van goederen, samengesteld uit onder meer elementen die het behoud van de cliëntèle mogelijk maken, die voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels-, of landbouwbedrijf worden aangewend";

2. de uitbreiding van de maatregel tot overdrachten in vruchtgebruik en tot de vestiging van een vruchtgebruik op de sub 1 bedoelde goederen;

3. de registratieplicht is vervangen door een kennisgeving aan de bevoegde ontvanger;

4. het uitgewerkte mechanisme is niet van toepassing op overdrachten die zijn verwezenlijkt door een curator, een commissaris inzake opschorting, of in het geval van fusie, splitsing, inbreng van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfstak verricht overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.

Il. WETTEKSTEN

Artikel 442bis, WIB 92 (artikel 50, W 22.12.1998).

§ 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 433 tot 440, is de overdracht in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen, samengesteld uit onder meer elementen die het behoud van de cliëntèle mogelijk maken, die voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels- of landbouwbedrijf worden aangewend, evenals de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde goederen, niet tegenstelbaar aan, de ontvangers van de belastingen dan na verloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte tot overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager.

§ 2. De overnemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden verschuldigd door de overdrager na verloop van de in § 1 vermelde termijn, tot beloop van het bedrag dat reeds door hem is gestort of verstrekt, of van een bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend vóór de afloop van de voornoemde termijn.

§ 3. De § § 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de overdrager bij de akte van overdracht een certificaat voegt dat uitsluitend met dit doel is opgemaakt door de in § 1 bedoelde ontvanger van de belastingen binnen dertig dagen die de kennisgeving van de overeenkomst voorafgaan.

De uitreiking van dit certificaat is afhankelijk van een door de overdrager ingediende aanvraag in tweevoud bij de bevoegde ontvanger van belastingen van de woonplaats of maatschappelijke zetel van de overdrager.

Het certificaat wordt geweigerd door de ontvanger indien op de dag van de aanvraag een aanslag ten laste van de overdrager werd gevestigd die een zekere en vaststaande schuld vormt of indien de aanvraag is ingediend na de aankondiging van of tijdens een belastingonderzoek of na het verzenden van een vraag om inlichtingen met betrekking tot zijn belastingtoestand.

Het certificaat wordt ofwel uitgereikt ofwel geweigerd binnen een termijn van dertig dagen na de indiening van de vraag van de overdrager.

§ 4. Niet onderworpen aan de bepalingen van dit artikel zijn de overdrachten die worden uitgevoerd door een curator, een commissaris inzake opschorting of in geval van fusie, splitsing, inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid verricht overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde, wetten op de handelsvennootschappen.

§ 5. De in dit artikel bedoelde aanvraag en het in dit artikel bedoelde certificaat worden opgemaakt overeenkomstig de door de Minister van Financiën vastgestelde modellen.

III. BESPREKING

A. Toepassingsgebied

3. De bepalingen van artikel 442bis zijn van toepassing op de overdracht, in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen, samengesteld uit onder meer elementen die het behoud van de cliënteel mogelijk maken, die worden aangewend voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels- of landbouwbedrijf, alsmede op de vestiging van een vruchtgebruik op deze goederen (1).

(1) Voor een goed begrip van de wettekst en de circulaire, moet worden opgemerkt dat de noties "overdracht", "overdrager" en "overnemer" gebruikt in artikel 442bis, § 2 tot 4, eveneens de begrippen "vestiging van een vruchtgebruik", "vestiger van een vruchtgebruik" en "genieter van een vruchtgebruik" dekken. Deze begrippen werden immers niet opgenomen in de voormelde paragrafen.

Worden beoogd, de vestiging van een vruchtgebruik en alle overdrachten, in eigendom of in vruchtgebruik, onder levenden, ten bezwarende titel of gratis, wat ook de rechtsvorm weze (verkoop, gift, inbreng in vennootschap), met uitzondering van de verdeling (Parl. St., Kamer, 1997-1998, 1608/6, p. 5).

De wetgever heeft dus beslist om af te stappen van de complexe begrippen zoals "algemeenheid van goederen" en "tak van werkzaamheid" door te verwijzen naar een definitie die eenzelfde inhoud dekt en toch meer duidelijkheid wil brengen.

Bij wijze van voorbeeld kunnen worden beschouwd als elementen die het behoud van de cliëntèle mogelijk maken : het uithangbord, het recht op de huurceel, de aanwezige voorraad, de geïnformatiseerde bestanden, het klantenbestand, de octrooien, de merken, het recht om de naam van de firma te voeren, .

Daarentegen zijn de cliënteel, begrepen als abstract geheel, alsmede de schuldvorderingen en schulden, niet onmisbaar voor de industriële, handels- of landbouwproductie en voor het behoud van de cIiënteeI. Ze vormen slechts accessoria van het exploitatiefonds (Parl. St., o.c., p. 5).

Behalve simulatie van de partijen, worden uit de toepassing van deze bepaling gesloten :

1. de overdracht van aandelen en andere representatieve delen van het maatschappelijk kapitaal, zelfs indien deze bestaat uit een overdracht van een controleparticipatie;

2. de overdracht van alleenstaande elementen, die onvoldoende zijn om een autonome exploitatie uit te maken.

De bepaling is echter van toepassing wanneer, bij één en dezelfde verrichting, de elementen van een ondernemingsfonds worden overgelaten door middel van afzonderlijke contracten.

B. Uitgestelde tegenstelbaarheid van de overdracht

4. De overdrachten zijn slechts tegenstelbaar aan de Administratie der directe belastingen na afloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager.

De kennisgeving is het vertrekpunt van de termijn. Bij gebrek aan kennisgeving, kan de termijn niet beginnen te lopen.

Voorbeeld : indien het afschrift van de akte op het kantoor werd neergelegd op 30.4.1999 of indien de poststempel eenzelfde datum vermeldt, heeft de kennisgeving plaats tijdens de maand april, zodat de termijn op 31.5.1999 verstrijkt.

Omwille van de belangrijkheid van de datum van kennisgeving is het wenselijk de overdrager aan te raden om in zijn eigen belang, niettegenstaande de afwezigheid van enige wettelijke verplichting terzake, de overdracht bij een ter post aangetekende verzending ter kennis te brengen.

In elk geval zullen de ontvangers de kennisgevingen in een bijzonder brievenregister inschrijven (cfr nr 21 ).

Zolang de termijn niet verstreken is, kan de ontvanger ten aanzien van de overgedragen goederen alle bewarende maatregelen of maatregelen van tenuitvoerlegging nemen die hij nodig acht om de rechten van de Schatkist te bewaren of uit te oefenen. De vervolgingen en bewarende maatregelen worden ingesteld of genomen tegen de overdrager op de overgedragen goederen, niettegenstaande de overdracht.

C. HoofdeIijke aansprakelijkheid van de overnemer

1. Principe

5. De overnemer kan hoofdelijk worden aangesproken voor de fiscale schulden die de overdrager verschuldigd is bij de afloop van de maand die volgt op die waarin de overeenkomst van overdracht ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of maatschappelijke zetel van de overdrager.

Onder fiscale schulden worden verstaan, de inkomstenbelastingen (PB, Ven.B, BNI), de voorheffingen (OV, RV, BV), de belastingverhogingen en administratieve boeten die er betrekking op hebben, de gelijkgestelde belastingen en de provinciale belastingen die vervallen zijn in hoofde van de overdrager.

De belastingen die het voorwerp uitmaken van een betwisting moeten ook in aanmerking worden genomen, zelfs indien het overeenkomstig artikel 410, WIB 92 vastgestelde onmiddellijk verschuldigd gedeelte nihil bedraagt of betaald is.

2. Beperkingen

6. De hoofdeIijke aansprakelijkheid van de overnemer is evenwel onderworpen aan een dubbele beperking.

Aan de ene kant is ze beperkt :

1. in geval van inbreng in vennootschap, tot het bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn ontvangen;

2. in de andere gevallen, tot het bedrag dat overeenstemt met de prijs van de overdracht.

Aan de andere kant is ze beperkt tot het gedeelte van die bedragen dat door de overnemer reeds is gestort of verstrekt voor de afloop van de voornoemde termijn van één maand.

3. Vervolgingen

7. Tegen de overnemer worden vervolgingen ingesteld krachtens de kohieren die uitvoerbaar zijn verklaard tegen de overdrager.

De Schatkist heeft geen voorrecht en geen wettelijke hypotheek op de goederen van de overnemer die hoofdelijk aansprakelijk is met de overdrager (voor de motivering, zie Handl. Inv., Deel V - Titel X, nr 1266).

D. Certificaat

1. Aanvraag

8. Het certificaat moet worden aangevraagd door de overdrager of door zijn uitdrukkelijk daartoe gemachtigde vertegenwoordiger. Deze laatste moet houder zijn van een volmacht tenzij hij advocaat, notaris of gerechtsdeurwaarder is.

De aanvraag moet worden ingediend bij de ontvanger der directe belastingen van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager op de datum van de aanvraag.

Voor de natuurlijke personen is de bevoegde ontvanger degene die is aangewezen voor de inning van de PB; voor de rechtspersonen is het de ontvanger die is aangewezen voor de inning van de Ven.B. Bij ontstentenis van woonplaats of maatschappelijke zetel in België, is de ontvanger die is aangewezen voor de inning van de BNI bevoegd.

De aanvraag van het certificaat moet in dubbel exemplaar worden ingediend overeenkomstig het door de Minister van Financiën vast te stellen model. In afwachting, heeft de Administratie der directe belastingen een modelaanvraag opgesteld (formulier 442bis.1, waarvan een voorlopig exemplaar als bijlage 1 bij deze circulaire is gevoegd), die ter beschikking staat van de belangstellenden.

2. Weigering van het certificaat

a) Termijn

9. De bevoegde ontvanger moet beslissen binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag. De ontvanger deelt aan de aanvrager mee welke omstandigheid aan de oorzaak van de weigering ligt.

b) Voorwaarden

10. De bevoegde ontvanger levert geen certificaat af indien op de dag van de aanvraag een aanslag ten laste van de overdrager werd gevestigd die een zekere en vaststaande schuld vormt of indien de aanvraag is ingediend na de aankondiging of in de loop van een fiscale controle of na de verzending van een vraag om inlichtingen met betrekking tot zijn fiscale toestand.

1° De overdrager heeft fiscale schulden

11. Enkel de inkomstenbelastingen (PB, Ven.B, BNI), de voorheffingen (OV, RV, BV), de belastingverhogingen en administratieve boeten die er betrekking op hebben, de gelijkgestelde belastingen en de provinciale belastingen die een zekere en vaststaande schuld vormen in hoofde van de aanvrager, mogen in aanmerking worden genomen (cfr nr 21).

Om de aflevering van het certificaat te weigeren, volstaat het dat de aanslag is gevestigd (d.w.z. ingekohierd) op de dag van de aanvraag. Het heeft in dat opzicht weinig belang dat de aanslag nog niet vervallen is.

De aflevering van het certificaat wordt geweigerd in de volgende gevallen.

(1) Afbetalingsplan

De aanslagen waarvoor een afbetalingsplan is toegestaan, moeten in aanmerking worden genomen om de aflevering van het certificaat te weigeren.

(2) Betwiste belastingen

De belastingen die het voorwerp uitmaken van een betwisting, zijn te aanzien als zekere en vaststaande schulden en moeten dan ook in aanmerking worden genomen, zelfs indien het overeenkomstig artikel 410, WIB 92 onmiddellijk verschuldigd gedeelte nihil bedraagt of betaald is. Er dient immers te worden vermeden dat een bezwaarschrift wordt ingediend met als enig doel een certificaat te bekomen.

2° De overdrager dient zijn aanvraag in na de aankondiging of in de loop van een fiscale controle of na de verzending van een vraag om inlichtingen met betrekking tot zijn fiscale toestand

12. De aflevering van het certificaat wordt geweigerd indien, op de dag van de aanvraag,

1. de overdrager in kennis is gesteld of het voorwerp uitmaakt van een controle ter plaatse van zijn boeken en bescheiden (art. 315 en 31 5bis, WIB 92);

2. de overdrager mondeling of schriftelijk werd verzocht om inlichtingen te verstrekken omtrent zijn fiscale toestand (art. 316, WIB 92);

3. de overdrager, volgens de voorgeschreven bepalingen, het voorwerp uitmaakt van een bankonderzoek (art. 318, 20 lid, WIB 92);

4. de overdrager werd verzocht om vrije toegang te verlenen tot de beroepslokalen, werkplaatsen en terreinen waar (vermoedelijk) werkzaamheden verricht worden (art. 319, WIB 92);

5. een vraag om inlichtingen omtrent de fiscale toestand van de overdrager werd toegezonden aan één of meerdere derden (art. 322, 1° lid tot 323bis, WIB 92) of aan één of meerdere diensten, inrichtingen of openbare instellingen (art. 327, § 1, WIB 92) of aan één of meerdere landen waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belastingen heeft gesloten;

6. een onderzoeksprocedure of procedure van getuigenverhoor werd geopend in het raam van de verificatie van de fiscale toestand van de overdrager (art. 322, 2° lid, 325 en 326, WIB 92);

7. de overdrager een bericht van wijziging (art. 346, WIB 92) of van aanslag van ambtswege heeft ontvangen (art. 351, WIB 92).

De fiscale controle eindigt :

  • hetzij, op de dag dat de dienstchef van de bevoegde taxatiedienst, hierna controleur genoemd, afziet van het controleonderzoek bij gebrek aan de nodige overtuigende elementen;
  • hetzij, op de dag van de uitvoerbaarverklaring van de aanslag, gevestigd naar aanleiding van de fiscale controle.


3. Afleveren van het certificaat

a) Termijn

13. De bevoegde ontvanger moet het certificaat afleveren binnen een termijn van dertig dagen na de indiening van de aanvraag.

b) Voorwaarden

14. Het certificaat wordt afgeleverd indien, op de dag van de aanvraag, ten laste van de overdrager geen aanslag werd gevestigd die een zekere en vaststaande schuld vormt en indien deze laatste op dezelfde datum niet het voorwerp uitmaakt van een fiscaal controleonderzoek.

c) Geldigheidsduur van het certificaat

15. Het certificaat dat de ontvanger aflevert is dertig dagen geldig. Nadien is het certificaat vervallen en kan de kennisgeving van de akte geenszins de nadelige gevolgen beletten die verbonden zijn aan de uitgestelde tegenstelbaarheid van de akte en aan de hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer.

E. Bijzondere gevallen

1. Faillissement en gerechtelijk akkoord

16. Vermits de wetgeving inzake faillissement en gerechtelijk akkoord bijzondere beschermregels voor derden instelt, is de wetgever van oordeel dat deze regels voldoende waarborgen bieden aan de Staat als schuldeiser en derhalve zijn de overdrachten verwezenlijkt door een curator van het faillissement of door een commissaris inzake opschorting uit het toepassingsgebied van de wet gesloten.

2. Fusie, splitsing, inbreng van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfstak

17. Wegens zelfde motieven zijn eveneens uitgesloten uit de toepassing van de maatregel, de fusies, splitsingen en andere analoge verrichtingen, gereglementeerd door de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.

Belangrijke opmerking

Onder "inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid verricht overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen" wordt de verrichting verstaan, verwezenlijkt in het raam van de artikelen 174/56 tot 174/61 en 174/63 van de voornoemde wetten (Parl. St., o.c., p. 6). Deze bijzondere wijze van overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfstak, ingesteld door de wet van 13.4.1995 tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, laat zich ruimschoots leiden door de beginselen en de procedures betreffende de fusies en splitsingen en heeft een optiestelsel ingesteld dat van toepassing is op de overdrachten ten bezwarende titel of gratis, gedaan door een natuurlijke of rechtspersoon. Overeenkomstig artikel 174/64 kunnen de partijen de overdracht bedoeld in de artikelen 174/53 en 174/54, onderwerpen aan de regeling omschreven in de artikelen 174/56 tot 174/61 of 174/63. Enkel in dat geval heeft de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid van rechtswege tot gevolg dat het geheel van de activa en de passiva die er deel van uitmaken, wordt overgedragen aan de verkrijgende vennootschap. Deze optie moet uitdrukkelijk worden vermeld in het voorstel van overdracht opgesteld overeenkomstig artikel 174/56, alsook in de akte van overdracht neergelegd overeenkomstig artikel 174/59. Dat voorstel en die akte worden in notariële vorm opgemaakt. Hieruit volgt dat, wanneer in de aan de ontvanger ter kennis gebrachte akte niet uitdrukkelijk wordt verwezen naar de hiervoor vermelde bepalingen, de inbreng in vennootschap van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfstak in beginsel onderworpen blijft aan de bepalingen van artikel 442bis, WIB 92.

3. Vereffening van handelsvennootschappen

18. Daarentegen is het stelsel van artikel 442bis, WIB 92 integraal van toepassing wanneer de overdracht verwezenlijkt is door de vereffenaar van een handelsvennootschap.

De ontvangers passen de hierna weergegeven praktische richtlijnen toe, zowel voor de aflevering van de certificaten als voor het nemen van waarborgmaatregelen en het instellen van vervolgingen ten aanzien van de overdrager en de overnemer.

De toestand van samenloop vormt een beletsel om individuele uitvoeringsmaatregelen te treffen als de vereffening deficitair is (Handl.Inv., Deel XI, Titel VII, nrs 246.1 tot 246.6). Toch worden de rechten van de andere schuldeisers niet geschaad wanneer de ontvangers zich beroepen op de uitgestelde tegenstelbaarheid van de akte, daar het voordeel ervan alleen aan hen is voorbehouden.

F. Toepassing van de wet in de tijd

19. De bepalingen van het nieuwe artikel 442bis, WIB 92 zijn in werking getreden op 1.4.1999.

De bepalingen zijn van toepassing op alle bedoelde overeenkomsten die gesloten zijn vanaf die datum.

A contrario, blijven de bepalingen van het oude artikel 442bis, WIB 92 van toepassing op overeenkomsten die gesloten zijn vóór 1.4.1999, zelfs indien de overeenkomst werd aangegaan onder een opschortende voorwaarde die pas na die datum zou worden gerealiseerd.

IV. PRAKTISCHE RICHTLIJNEN

A. Algemeen

20. De ontvanger der directe belastingen kan op verschillende tijdstippen ingelicht worden.

1.Telkens de ontvanger een aanvraag tot het bekomen van een certificaat ontvangt, wordt hij ingelicht over een voornemen tot overdracht. Deze informatie ontvangt hij evenwel niet systematisch. Er bestaat immers geen enkele verplichting voor de overdrager om dergelijke aanvraag in te dienen.

2. Telkens de ontvanger een met het origineel eensluidend afschrift van de akte tot overdracht ontvangt, wordt hij ingelicht over de verwezenlijking van een overdracht.

3. De ontvanger kan verder ook toevallig (bvb. via de controleur, bij de ontvangst van een antwoord op een vraag om inlichtingen, bij de analyse van de neergelegde jaarlijkse balansen, door een mededeling van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder, .) worden ingelicht over het sluiten van een overeenkomst bedoeld in artikel 442bis, WIB 92, wanneer de operatie niet aan de bevoegde ontvanger ter kennis wordt gebracht door de contractpartijen.

B. Ontvangst van de aanvragen tot het bekomen van een certificaat

1. Taken uit te voeren door de ontvangers

21. leder ontvangkantoor moet een bijzonder brievenregister openen om er de stukken in te schrijven die verband houden met de toepassing van artikel 442bis, WIB 92.

Bij de ontvangst van een aanvraag in dubbel exemplaar tot het bekomen van een certificaat, zal de ontvanger :


1. de aanvraag inschrijven in het bijzondere brievenregister;


2. nagaan of de aanvraag hem betreft (cfr nr 8). Is dat niet het geval, dan moet hij de aanvraag onmiddellijk toezenden aan de bevoegde ontvanger en hem middels een bij het document gevoegde brief ofwel in detail mededelen welke aanslagen lastens de overdrager op zijn kantoor gevestigd zijn ofwel hem mededelen dat er op zijn kantoor geen aanslagen lastens de overdrager werden ingekohierd;

3. een farde openen om een dossier samen te stellen waarin alle documenten worden gerangschikt die verband houden met de zaak. Op deze farde wordt het volgnummer vermeld dat aan de aanvraag is toegekend alsook alle andere nuttige referten. De farde kan worden gerangschikt in het invorderingsdossier dat is geopend op naam van de overdrager;

4. onmiddellijk één exemplaar van de aanvraag toezenden aan de bevoegde controleur samen met een formulier 442bis.2 (een exemplaar van het formulier is als bijlage 2 bij deze circulaire gevoegd). Met dit formulier nodigt de ontvanger de controleur uit om hem binnen vijftien werkdagen mede te delen of de aanvraag is ingediend na de aankondiging of in de loop van een fiscale controle of na de verzending van een vraag cm inlichtingen betreffende de fiscale toestand van de overdrager;

5. na consultatie van het geautomatiseerde schuldenbestand (scherm IC242 : posten 180 B en memofiches inbegrepen) en van de fiches 174. 1, aan alle betrokken collega's een kopie van de aanvraag toezenden onder briefomslag 331 C - "DRINGEND", samen met het formulier 442bis.3 (waarvan een exemplaar als bijlage 3 bij deze circulaire is gevoegd). De ontvanger wijst zijn collega's op de uiterste datum waarop de beslissing moet worden genomen om al of niet een certificaat af te leveren.

De vermelding "Art. 433 tot 442" op de omslag moet worden vervangen door "Art. 442bis".

Elke aldus verwittigde ontvanger gaat onmiddellijk na of de overdrager op zijn kantoor nog schulden heeft en, zo ja, zendt hij aan de bevoegde ontvanger (onder briefomslag 331 C - "DRINGEND") een lijst van de aanslagen die op naam van de overdrager werden ingekohierd;

6. desgevallend doen overgaan tot de dringende inkohiering inzake RV, BV en de gelijkgestelde belastingen. Elke in punt 5, in fine bedoelde ontvanger, handelt zo.

Wat de aflevering van het certificaat betreft, heeft het weinig zin om na de aanvraag dringend in te kohieren, vermits de ontvanger de aflevering van een certificaat niet kan weigeren omwille van schulden die op de dag van de aanvraag nog niet zijn ingekohierd.

De dringende inkohiering kan daarentegen wel nuttig zijn indien de aflevering van het certificaat wordt geweigerd omwille van het bestaan van een andere aanslag die in hoofde van de aanvrager een zekere en vaststaande schuld vormt of omwille van een fiscale controle. In deze hypothese laat de dringende inkohiering immers toe dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer wordt uitgebreid tot de nieuwe aanslag. In dat geval eist de ontvanger, met toepassing van artikel 413, 21 lid, WIB 92, dat de aanslagen onverwijld in hun geheel worden vereffend.

Niettegenstaande de aflevering van een certificaat, kunnen de aanslagen die na de aanvraag van het certificaat werden ingekohierd, nog aanleiding geven tot maatregelen van tenuitvoerlegging. Deze maatregelen kunnen betrekking hebben op de overdrachtsprijs of op de over te dragen handelszaak vóór het sluiten van de overeenkomst. Derhalve kan het steeds nuttig zijn om, vooral inzake BV, RV of de gelijkgestelde belastingen, over te gaan tot de dringende inkohiering.

Inzake BV, vergeet de ontvanger niet om de nodige gegevens in het scherm "BVINK" in te brengen, zodra het door het documentatiecentrum- bedrijfsvoorheffing opgestelde kohier op het kantoor wordt ontvangen.

Desgevallend, nodigt de ontvanger, door middel van een formulier 442bis.2, de controleur uit om inzake inkomstenbelastingen over te gaan tot de dringende inkohiering;

7. een lijst opstellen van alle zekere en vaststaande schulden die de overdrager op zijn kantoor verschuldigd is;

8. erover waken code 50 ("functie ICBER") in te brengen bij de op zijn kantoor openstaande ICPC-aanslagen.

2. Taken te vervullen door de taxatiediensten

a) Consultatie van het fiscaal dossier van de aanvrager

22. Zodra hij het exemplaar van de aanvraag van een certificaat ontvangt dat de ontvanger hem heeft toegezonden, onderzoekt de controleur het fiscaal dossier van de overdrager en gaat na of er redenen tot weigering bestaan, zoals bedoeld in randnummer 12.

Indien zulks het geval is, verwittigt de controleur onmiddellijk de ontvanger door het passend ingevulde formulier 442bis.2 terug te zenden, onder omslag 331 C "DRINGEND", waarbij kopieën van de rechtvaardigingsstukken zijn gevoegd (bericht in verband met een controle ter plaatse, vraag om inlichtingen, bericht van wijziging, bericht van aanslag van ambtswege, .).

b) Onderzoek van het aanslagdossier van de aanvrager en dringende inkohieringen


23. Cf. mutatis mutandis Com.IB 434/23 tot 434/42.


Om de doeltreffendheid van de besproken maatregel te verzekeren, gaat de controleur op verzoek van de ontvanger over tot de dringende inkohiering binnen de termijn van niet-tegenstelbaarheid van de overdracht.

3. Vervolgingen en bewarende maatregelen

24. De ontvangers die door de indiening van een aanvraag tot het bekomen van een certificaat op de hoogte zijn gebracht van een overdracht en die vaststellen dat de aanvrager op hun kantoor schulden heeft, onderzoeken of er bewarende maatregelen of maatregelen van ten uitvoerlegging moeten worden genomen teneinde de rechten van de Schatkist te vrijwaren.

Zo nodig, zorgen zij ervoor onrechtstreekse vervolgingen in te stellen tegen de overdrager :

  • hetzij door de betekening van een bewarend beslag onder derden in handen van de overnemer wanneer het gaat om betwiste aanslagen waarvoor het onmiddellijk verschuldigde gedeelte is betaald of op nihil is vastgesteld;
  • hetzij door aan de overnemer een notificatie 247.7 toe te zenden voor alle andere verschuldigde aanslagen van de overdrager.


4. Beslissing om de aflevering van een certificaat te weigeren

25. De beslissing om de aflevering van het certificaat te weigeren moet schriftelijk ter kennis van de aanvrager worden gebracht binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag. De beslissing moet de wettelijke basis (art. 442bis, § 3, 3e lid, WIB 92) vermelden en de feitelijke omstandigheden die de ontvanger tot zijn beslissing hebben genoopt (bestaan van zekere en vaststaande schulden van de aanvrager bestaan van een fiscale controle procedure die is aangevat tegen de aanvrager).

5.Beslissing tot aflevering van het certificaat

26. De ontvanger gebruikt het formulier 442bis.4 (in afwachting van het door de Minister van Financiën vastgestelde model, is een voorlopige versie van het formulier als bijlage 4 bij deze circulaire gevoegd) om het gevraagde certificaat af te leveren.

C. Ontvangst van de afschriften van de akten. Taken uit te voeren door de ontvangers

1. De ter kennis gebrachte akte is vergezeld van een certificaat

27. Men zal zich herinneren dat de overdracht in dat geval gebeurt zonder dat de overnemer de nadelige gevolgen moet ondergaan die zijn verbonden aan de uitgestelde tegenstelbaarheid van de overdracht en aan de beperkte hoofdelijke aansprakelijkheid.

De taak van de ontvanger is dus in dat geval beperkt tot het nakijken of er sinds de aflevering van het certificaat geen dringende inkohieringen zijn gebeurd (cfr nr 21.6) teneinde, zo nodig, de onverwijlde vereffening van deze schulden te eisen en een notificatie 247.7 toe te zenden aan de overnemer (of aan de overnemer een bewarend beslag onder derden te laten betekenen indien de aanslagen betwist zijn).

2. De ter kennisgebrachte akte is niet vergezeld van een certificaat

a) Samenstellen van het dossier

28. Bij de ontvangst van de afschriften van de akten zonder certificaat, gaat de ontvanger na of voor de operatie een aanvraag tot het bekomen van een certificaat is ingediend die werd afgewezen.

Zo ja, moet het dossier dat is aangelegd bij de behandeling van de aanvraag, worden aangevuld in het licht van de nieuwe elementen die zich hebben voorgedaan sinds de beslissing om de afgifte van het certificaat te weigeren.

Desgevallend, licht de ontvanger elke betrokken collega en de bevoegde controleur (cfr nr 21.4 en 5) in omtrent het bestaan van de overdracht en de termijn van niet-tegenstelbaarheid.

Zo neen,

1. opent de ontvanger een farde om een dossier aan te leggen waarin alle documenten in verband met de zaak zullen worden geklasseerd. Deze farde kan worden gevoegd in het invorderingsdossier dat is geopend op naam van de overdrager;

2. licht de ontvanger de bevoegde controleur onmiddellijk in over het bestaan van de overdracht door middel van een bulletin en nodigt hij hem uit om het dossier van de overdrager bij voorrang te onderzoeken en om eventueel tot de nodige dringende inkohieringen over te gaan. De ontvanger vermeldt eveneens de termijn van niet-tegenstelbaarheid van de overdracht;

3. licht de ontvanger, na consultatie van het geautomatiseerde schuldenbestand (scherm IC242 : posten 180 B en memofiches inbegrepen) en van de fiches 174.1, al zijn betrokken collega's in over het bestaan van de overdracht en de termijn van niet-tegenstelbaarheid;

4. stelt de ontvanger een lijst op van de vervallen schulden van de overdrager en, indien uit de bijzondere omstandigheden van de zaak blijkt dat de rechten van de Schatkist in gevaar zijn, eist hij, met toepassing van artikel 413, 21 lid, WIB 92, dat de nog niet vervallen aanslagen onverwijld in hun geheel worden vereffend;

5. waakt de ontvanger erover dat code 50 ("functie ICBER") wordt ingebracht bij de openstaande ICPC-aanslagen van zijn kantoor.

b) In te stellen vervolgingen en te nemen bewarende maatregelen

29. Wanneer de ontvangers die aldus zijn ingelicht over het bestaan van de overdracht, vaststellen dat de overdrager schulden heeft op hun kantoor, nemen zij alle nodige bewarende en invorderingsmaatregelen die de wet hen toelaat te nemen.



Maatregelen ten aanzien van de overdrager
30. Indien het gaat om een rechtshandeling om niet, nemen de ontvangers bewarende of uitvoeringsmaatregelen ten aanzien van de overgedragen goederen. Indien het gaat om een rechtshandeling onder bezwarende titel, stellen de ontvangers bij voorrang onrechtstreekse vervolgingen in : verzending van een notificatie 247.7 aan de overnemer of betekening van een bewarend beslag onder derden.

Na de ontvangst van de verklaring van derde-houder, onderzoeken de ontvangers of het nodig is om bewarende of uitvoeringsmaatregelen te nemen ten aanzien van de goederen die het voorwerp uitmaken van de overdracht.

Niettegenstaande de inbeslagneming van de overdrachtsprijs middels onrechtstreekse vervolgingen, mogen de ontvangers rechtstreekse vervolgingen instellen op de overgedragen elementen. Beide types van maatregelen worden nochtans slechts gecumuleerd ingeval de overdracht is gebeurd tegen een manifest ondergewaardeerde prijs.



Maatregelen ten aanzien van de overnemer
31. Er wordt aan herinnerd dat de overnemer slechts hoofdelijk kan worden aangesproken ten belope van de bedragen die hij gestort of verstrekt heeft voor de afloop van de termijn gedurende welke de overdracht niet tegenstelbaar is aan de Staat.

Behoudens in geval van bedrieglijke manoeuvres, spreken de ontvangers de overnemer niet hoofdelijk aan indien uit zijn verklaring van derde-houder blijkt dat de als prijs verschuldigde bedragen zijn gestort of moeten worden gestort aan een derde wiens rechten ten volle tegenstelbaar zijn aan de Staat. Hetzelfde geldt wanneer de overnemer de ontvanger meedeelt dat de bedragen bij een notaris of bij een gerechtsdeurwaarder zijn geconsigneerd "voor rekening van wie er recht zal op blijken te hebben". In dat laatste geval wordt een notificatie 247.7 toegezonden aan de derdehouder van de geconsigneerde bedragen.

Indien de belastingen betwist worden en het onmiddellijk verschuldigd gedeelte nihil bedraagt, kan het nuttig zijn om ten aanzien van de overnemer bewarende maatregelen te treffen.

In de hierboven bedoelde gevallen verzoeken de ontvangers, zo nodig, om bijstand van de juridische cel.

In de overige gevallen moeten de ontvangers die de overnemer hoofdelijk willen aanspreken, alvorens tot gedwongen tenuitvoerlegging over te gaan, de overnemer bij ter post aangetekende brief uitnodigen om de fiscale schulden van de overdrager spontaan binnen een termijn van één maand te betalen.

De aangetekende brief moet alle gekende nuttige elementen bevatten zoals :

  • de identiteit van de belastingschuldige (overdrager);
  • de datum van de afsluiting en van de kennisgeving van de overeenkomst;
  • het bedrag waarvoor de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt ingeroepen.


De brief wijst erop dat de ontvanger zich verplicht zal zien de bedragen in kwestie met alle wettelijke middelen in te vorderen bij gebrek aan betaling of aan reactie binnen de termijn van één maand.

Bij gebrek aan spontane betaling, stellen de ontvangers op grond van het kohier op naam van de overdrager een dwangschrift op lastens de hoofdelijke medeschuldenaar.

Buiten de gebruikelijke vermeldingen, moet het dwangschrift volgende elementen bevatten :

  • de datum waarop de aangetekende uitnodiging om te betalen is verzonden;
  • de vermelding dat de betrokkene niet (volledig) aan deze uitnodiging heeft voldaan;
  • de vermelding dat de vervolgingen worden ingesteld op grond van het kohier op naam van de overdrager en van de bepalingen van artikel 442bis, § 2, WIB 92.


De aandacht van de instrumenterende deurwaarder wordt in het bijzonder gevestigd op de omstandigheid dat de voorgaande vermeldingen dwingend moeten worden opgenomen in de tekst van het te betekenen exploot en dat het geen procedure betreft die wordt ingesteld op grond van artikel 164, KB/WIB 92.

D. De ontvanger wordt op toevallige wijze op de hoogte gebracht van het bestaan van een overdracht die hem niet ter kennis is gebracht

32. De ontvanger zat mutatis mutandis de hiervoor onder nrs 28 tot 31 weergegeven richtlijnen toepassen om het dossier samen te stellen en vervolgingsmaatregelen te nemen.

Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat de kennisgeving het vertrekpunt vormt van de termijn van uitgestelde tegenstelbaarheid. Bij gebrek aan kennisgeving, is de termijn niet beginnen te lopen, zodat de overeenkomst niet tegenstelbaar is aan de administratie (cfr nr 4).

NAMENS DE MINISTER
Voor de Directeur-generaal,
De Auditeur-generaal van financiën,


E.BRUNET.