Aanschrijving nr. 3 dd. 08.04.1992

AANSCHRIJVING 92/003

Aanschrijving nr. 3 dd. 08.04.1992


Belasting over de toegevoegde waarde
K.B. van 17 maart 1992


Bijlage : 1

Het Belgisch Staatsblad van 19 maart 1992 heeft het koninklijk besluit van 17 maart 1992 gepubliceerd tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven en het koninklijk besluit van 10 november 1980 tot invoering van een speciale taks op luxe-produkten.

De tekst van dit besluit gaat hierbij.

Namens de Minister :

Voor de Directeur-generaal,

F. QUAGHEBEUR.

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 19 maart 1992

17 maart 1992.- Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven en het koninklijk besluit van 10 november 1980 tot invoering van een speciale taks op luxe-produkten.

Boudewijn, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna zullen wezen,
Onze Groet.
Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid op artikel 37, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1977 en 23 juli 1981 en bij het koninklijk besluit nr. 9 van 15 februari 1982;

Gelet op de wet van 28 december 1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen, inzonderheid op artikel 44;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, inzonderheid op artikel 1, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 november 1982, op tabel A, rubriek X, laatste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1990, rubriek XIV, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 oktober 1977, 19 juli 1978, 29 september 1980 en 12 maart 1982, rubriek XVI, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 september 1980 en 25 april 1990, rubriek XVIII, rubriek XXV, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 november 1977 en 19 april 1978, rubriek XXVI, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 januari 1975, 16 november 1982 en 29 december 1983, rubriek XXXI, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 juli 1986, en rubriek XXXII, cijfer 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1990, op tabel B, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 november 1982 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 december 1983, 18 juli 1986 en 25 april 1990, en op tabel C, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1977, 27 juni 1980, 26 september 1980, 10 november 1980, 19 juni 1981, 29 juli 1981, 16 november 1982, 20 december 1989 en 25 april 1990;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 november 1980 tot invoering van een speciale taks op luxe-produkten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1981;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat de wijzigingen van de B.T.W.-tarieven voor bepaalde goederen en diensten in werking treden op 1 april 1992 en het derhalve noodzakelijk is de ondernemingen zo vlug mogelijk van de tariefwijziging op de hoogte te brengen om hen toe te laten hun boekhoudsysteem tijdig aan dit nieuwe tarief aan te passen;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. Artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 november 1982, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"De belasting over de toegevoegde waarde wordt geheven :

1° tegen het tarief van 6 pct. voor de goederen en diensten aangewezen in tabel A van de bijlage bij dit besluit;

2° tegen het tarief van 12 pct. voor de goederen en diensten aangewezen in tabel B van de bijlage bij dit besluit;

3° tegen het tarief van 19,5 pct. voor alle andere goederen en diensten bedoeld in het Wetboek.".

Art. 2. In tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in rubriek X, laatste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1990, worden de woorden ", en de produkten bedoeld in rubriek X van tabel C" geschrapt;

B) rubriek XIV, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 oktober 1977, 19 juli 1978, 29 september 1980 en 12 maart 1982, wordt opgeheven;

C) rubriek XVI, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 september 1980 en 25 april 1990, wordt opgeheven;

D) rubriek XVIII wordt opgeheven;

E) rubriek XXV, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 november 1977 en 19 april 1978, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"XXV. Vervoer.

Personenvervoer, alsmede vervoer van niet geregistreerde bagage en van dieren welke de reizigers vergezellen.";

F) rubriek XXVI, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 januari 1975, 16 november 1982 en 29 december 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"XXVI. Onderhoud en herstelling.

Onderhouds- en herstellingswerken aan de goederen bedoeld in de rubrieken I tot XXIII inbegrepen.";

G) in rubriek XXXI, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 juli 1986, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) § 1, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in § 3 worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld :";

b) § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :

"§ 2. Worden aangemerkt als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen omschreven in § 3, met betrekking tot de woningen daadwerkelijk gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, gehandicapten, leerlingen, studenten en minderjarigen, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren :

1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;

2° instellingen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, gehandicapten huisvesten die vanwege de bevoegde overheid een tegemoetkoming genieten van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten of van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap;

3° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;

4° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand.";

c) er wordt in de plaats van § 3 die § 4 wordt, een nieuwe § 3 ingevoegd, luidend als volgt :

"§ 3. Worden beoogd :

1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden en het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;

2° het geheel of ten dele afbreken van een uit zijn aard onroerend goed;

3° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;

4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 3° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw :

a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;

b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;

c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;

d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;

e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;

f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;

5° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 3° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;

6° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van goederen bedoeld in 4° en 5° hierboven;

7° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.";

H) rubriek XXXII, cijfer 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"2. De diensten die gewoonlijk door begrafenisondernemers worden verstrekt in de normale uitoefening van hun beroepswerkzaamheid, met uitzondering van :

a) het verschaffen van spijzen of dranken om ter plaatse te worden verbruikt;

b) de diensten verstrekt door kelners, diensters en alle andere personen die tussenkomen bij het verschaffen van spijzen of dranken aan de verbruikers in omstandigheden die het verbruik ter plaatse mogelijk maken;

c) de diensten met betrekking tot de levering met plaatsing van grafkelders of -monumenten.".

Art 3. Tabel B van de bijlage bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 november 1982 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 december 1983, 18 juli 1986 en 25 april 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"Tabel B

Goederen en diensten onderworpen aan het tarief van 12 pct.

I. Tabak.

1. Ruwe en niet tot verbruik bereide tabak; afvallen van tabak.

2. Tabaksfabrikaten (sigaretten, sigaren, cigarillo's, rooktabak, pruimtabak en snuif); tabakspoeder; tabak, die geperst of gesausd is, voor het vervaardigen van snuif; tabak, geaglomereerd tot vellen.

II. Meststoffen op basis van secundaire elementen.

1. Kalkmeststoffen.

2. Andere meststoffen op basis van calcium en/of magnesium.

III. Fytofarmacie.

De produkten van de fytofarmacie.

IV. Luiers.

Wegwerpbroekluiers en -inlegluiers met een absorptievermogen van meer dan 400 ml voor de volwassen personen die lijden aan incontinentie.

V. Insulinespuiten.

Steriele hypodermatische wegwerpspuiten bestemd voor de inspuiting van insuline-oplossingen, waarop de daartoe nodige schaalverdeling in internationale insuline-eenheden is aangebracht.

VI. Margarine.

Margarine.

VII. Banden en binnenbanden.

Banden en binnenbanden voor wielen van landbouwmachines en -tractors, met uitsluiting van banden of binnenbanden voor bosbouwtractors en motoculteurs.

VIII. Betaaltelevisie.

De diensten verstrekt door radio- en televisie-organisaties die het de kijkers en luisteraars mogelijk maken de programma's verdeeld door deze organisaties te decoderen.

IX. Sociale huisvesting.

Het verlaagd tarief van 12 pct. is van toepassing op :

A) de leveringen van nagenoemde in artikel 9, § 3, van het Wetboek bedoelde gebouwen bestemd voor de sociale huisvesting :

a) privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting, en die door hen worden bestemd om als sociale woningen te worden verhuurd

b) woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, gehandicapten, leerlingen en studenten, minderjarigen en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren :

1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;

2° instellingen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, gehandicapten huisvesten en die vanwege de bevoegde overheid een tegemoetkoming genieten van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten of van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap;

3° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;

4° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand;

B) werk in onroerende staat en andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 2° tot 7°, van tabel A, met betrekking tot de onder A genoemde privé-woningen en woningcomplexen mits die worden verstrekt en gefactureerd door een persoon die op het tijdstip van het sluiten van het aannemingscontract geregistreerd is als zelfstandig aannemer overeenkomstig artikel 299bis van het Wetboek der inkomstenbelastingen aan de onder A genoemde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen.".

Art. 4. Tabel C van de bijlage bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1977, 27 juni 1980, 26 september 1980, 10 november 1980, 19 juni 1981, 29 juli 1981, 16 november 1982, 20 december 1989 en 25 april 1990, wordt opgeheven.

Art 5. Het koninklijk besluit van 10 november 1980 tot invoering van een speciale taks op luxe-produkten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1981, wordt opgeheven.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 april 1992.

Art. 7. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 maart 1992

Boudewijn

Van Koningswege :

De Minister van Financiën,

Ph. MAYSTADT