Circulaire nr. Ci.RH.243/563.402 (AOIF 32/2004) d.d. 03.08.2004

BEROEPSKOSTEN
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

PENSIOENFONDS
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds


Belastingstelsel van de bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en van sommige pensioenen en renten of als zodanig geldende kapitalen :

  • vaststelling van het wettelijk rustpensioen waarmee rekening gehouden moet worden voor de berekening van de beperking van de totale maximumtoekenning bij leven die gevestigd kan worden d.m.v. bijdragen die aftrekbaar zijn als beroepskosten;
  • indexering van de lopende renten.
Bedragen van toepassing voor het jaar 2003.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C.

INLEIDING
1. Deze circulaire geeft, voor het jaar 2003, de bedragen die van toepassing zijn inzake de beperking van de toekenningen bij leven die kunnen verzekerd worden door middel van bijdragen welke overeenkomstig art. 59, WIB 92 als beroepskosten aftrekbaar zijn.

GRENS VAN DE BRUTOBEZOLDIGINGEN - WETTELIJK RUSTPENSIOEN
A. Werknemers
2. De in nr. 59/40 en 59/Bijlage/1, Com.IB 92, beoogde grens van de brutobezoldigingen die in aanmerking komen voor de vaststelling van het wettelijk rustpensioen, bedraagt voor het jaar 2003 40.898,30 EUR.

B. Bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn
3. Gelet op de in 2003 gewijzigde berekeningsmodaliteiten met betrekking tot de vaststelling van het inkomstenbedrag dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de sociale bijdragen, wordt het nr. 195/12, 2 e lid, Com.IB 92 als volgt gewijzigd :

  • 2e streepje :
" - mag, voor de jaren voorafgaand aan het jaar 2003, het wettelijk rustpensioen van de bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn, worden geraamd op 25 % van het eventueel voor de vaststelling van dat pensioen begrensde inkomen, zonder dat het resultaat lager mag zijn dan het jaarlijks vast te stellen minimumpensioen;"

  • 3e streepje :
" - mag, voor de jaren 2003 en volgende, het wettelijk rustpensioen van de bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn, worden geraamd op 25 % van hun bruto-inkomen, zonder dat het resultaat lager of hoger mag zijn dan respectievelijk het jaarlijks vast te stellen minimum- of maximumpensioen."

4. Voor het jaar 2003 bedraagt het wettelijk minimumpensioen 7.051,22 EUR; het maximumpensioen is vastgesteld op 12.724,82 EUR.

INDEXERING VAN DE LOPENDE RENTEN
5. Met betrekking tot de in nr. 59/Bijlage/2, Com.IB 92, uiteengezette berekening van het maximumbedrag van de indexering, gelden voor het jaar 2003 de volgende bedragen (zie ook de nrs. 59/67 en 68, Com.IB 92) :

1° beperking van het aanvangsbedrag van de lopende jaarrente : 60.648,84 EUR voor renten die in 2003 ingegaan zijn;

2° indexeringscoëfficiënten met betrekking tot de voor het jaar 2003 verschuldigde renten :

Renten ingegaan inIndexeringscoëfficiënt
1985 of vroeger
1986, 1987 of 1988
1989
1990
1991
1992
1993
1994
1995 of 1996
1997
1998 of 1999
2000
2001
2002
2003
0,4282
0,3728
0,3459
0,3195
0,2682
0,2190
0,1951
0,1717
0,1487
0,1262
0,1041
0,0824
0,0612
0,0404
0,02

3° toe te voegen bedrag (m.b.t. vóór 1992 ingegane renten) : 2.990,86 EUR, voor renten betaald in 2003.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,

G. DELSOIR