Circulaire nr. Ci.RH.421/456.043 dd. 14.08.1996

CIRC 14.08.96/1

Circulaire nr. Ci.RH.421/456.043 dd. 14.08.1996


Bull. nr. 764, pag. 1909

ADDENDUM aan circ. 28.04.1995, nr. Ci.RH.421/456.043 (28.04.95/1)
AANSLAGVOET VEN.B.
Vennootschap uitgesloten van de verminderde tarieven.


1. Bepaalde vennootschappen op wie de door het arrest van 14.12.1994 van het Arbitragehof vernietigde wettelijke bepalingen betrekking hebben, kunnen, na het afsluiten van de balans en de goedkeuring van de jaarrekening door de algemene vergadering, nog verbeteringen aan hun boekhouding hebben aangebracht met het oog op het voldoen aan de huidige voorwaarden voor het genieten van de verminderde tarieven inzake Ven.B.



2.Die verbeteringen zijn niet tegenstelbaar aan de administratie.
Inderdaad, de door de algemene vergadering goedgekeurde jaarrekeningen binden in beginsel de vennootschap.

Een nieuwe algemene vergadering kan evenwel, in de goedgekeurde jaarrekeningen, materiële vergissingen en alle posten die ingaan tegen de boekhoudwetgeving verbeteren. Een rechtzetting kan eveneens worden overwogen wanneer de beslissing tot goedkeuring van de jaarrekeningen getroffen is door een of andere vorm van nietigheid welke de beslissing van de algemene vergadering kan aantasten (zie J. KIRKPATRICK en D. GARABEDIAN, nota onder Cass., 12.5.1989, De verbetering van de balans van een naamloze vennootschap in privaat en fiscaal recht, Revue critique de jurisprudence belge, 1992, blz. 317).

Daarentegen kan een nieuwe algemene vergadering niet terugkomen op verworven rechten verleend door een vorige vergadering, zoals het recht op een toegekend dividend aangezien het definitief karakter ervan voortvloeit uit het gemeen recht inzake verplichtingen (ibidem).

In dezelfde gedachtengang kan een nieuwe algemene vergadering evenmin nieuwe rechten verlenen, zoals het recht op aanvullende vergoedingen of tantièmes.

3. Overigens, wordt eraan herinnerd dat in geval van een betwiste belasting enkel de Gew.dir.inv. over een erg ruime beoordelingsmacht beschikt om te beslissen of de bedoelde omstandigheid (vernietiging van art. 6 en 23, §§ 1 en 7, W 22.7.1 993 door het arrest nr 89/94 van 14.12.1994 van het Arbitragehof) een bijzonder geval is dat de toepassing rechtvaardigt van art. 410, 3de lid, WIB 92, ten gunste van de vennootschap die erom verzoekt omwille van het feit dat zij juist wegens die vernietigde maatregel van het genot van het verminderd tarief werd uitgesloten.

H. DE GREEF.
Directeur-generaal.