Circulaire nr. Ci.RH.421/450.943 van 18.07.1994

CIRC 18.07.94/1
Bull. nr. 741, pag. 1826
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1993
Inschrijving op of aankoop van aandelen of delen.
Reconversievennootschap.

FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Inschrijving op of aankoop van aandelen of delen.

FISCALE STIMULI
Inschrijving op of aankoop van aandelen of delen.

RECONVERSIEVENNOOTSCHAP
Algemene commentaar.

ROERENDE VOORHEFFING
Aanslagvoet van de roerende voorheffing.
Inkomen van aandelen of delen.

VENNOOTSCHAPSBELASTING
Belastbare grondslag in de vennootschapsbelasting.
Vrijstelling van de vennootschapsbelasting.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire verstrekt commentaar op de wijzigingen die door de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V. 2212, Bull. 725) en door de W 22.7.1993 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2253, Bull. 731) aan het KB 15 van 9.3.1982 werden aangebracht.
Bovendien bespreekt zij de wijziging die door de voormelde W 22.7.1993 werd aangebracht aan het regime van de oneigenlijke reconversievennootschappen.
II. KB 15
A. Wetteksten
2. Art. 40, W 28.12.1992 heeft in het KB 15 de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in artikel 2, § 2, eerste lid, worden de woorden "niet meer bedragen dan 8 %" vervangen door de woorden "niet meer bedragen dan 5 %".

artikel 2, § 3, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"§ 3. In afwijking van § 2 wordt de termijn van vijf boekjaren verlengd met zoveel boekjaren als er nodig zijn opdat de totale vrijstelling die de betrokken vennootschap zou kunnen verkrijgen indien ze tijdens ieder boekjaar op de maximale vrijstelling aanspraak zou kunnen maken, overeenstemt met 130 % of met 117 % van het in aanmerking komende kapitaal, naargelang de verrichting plaats had in 1982 of in 1983, indien de vennootschap zich tegenover de inschrijvers verbindt de belastingbesparing die uit de aandelen of deelbewijzen uitgekeerde inkomsten en zij die verbintenis nakomt. In voorkomend geval wordt de vrijstelling tijdens het laatste boekjaar op passende wijze beperkt.
Voor vennootschappen die zelf geen belasting besparen op de aan hun nieuwe aandelen of deelbewijzen uitgekeerde inkomsten, is de vrijstelling evenzeer van toepassing voor de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde verlengde vrijstellingstermijn, voor zover zij zich verbinden het eventueel aanvullend inkomen dat voortvloeit uit de vrijstelling die de vennootschappen, in de oprichting of kapitaalverhoging waaraan zij rechtstreeks of onrechtstreeks hebben deelgenomen, in voorkomend geval hebben verkregen, door te geven aan de nieuwe aandelen of deelbewijzen en dat werkelijk ook doen; die doorgeving is slechts verplicht als de betrokken vennootschappen inkomsten uitkeren aan de aandelen of deelbewijzen van belegde kapitalen.
De verbintenis die de vennootschap aangaat tegenover de inschrijvers om de belastingbesparing over te dragen of om het aanvullende inkomen door te geven, moet formeel worden uitgedrukt in de prospectus van uitgifte van de nieuwe aandelen of deelbewijzen of in de akte van kapitaalverhoging, naargelang er al dan niet publiek beroep wordt gedaan op de geldbeleggers.
Behoudens andersluidende beslissing ten gevolge van een akte die onderworpen is aan de voorschriften betreffende de openbaarmaking, heeft de in de prospectus van uitgifte van de nieuwe aandelen of deelbewijzen of in de akte van oprichting of van kapitaalverhoging formeel uitgedrukte verbintenis ambtshalve betrekking op de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde vrijstellingstermijn die het in § 2, derde lid, vermelde vrijstellingstijdperk verlengt".
3.
Artikel 42, W 28.12.1992 luidt daarnaast als volgt :
"Artikel 40 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1994.
Elke wijziging die vanaf 4 augustus 1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van dit artikel."
4. Vervolgens heeft art. 86, W 22.7.1993, m.b.t. de toepassing van KB 15 het volgende bepaald :
"In afwijking van de artikelen 40, 1° en 42 van de wet van 28 december 1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen wordt het in artikel 2, § 2, eerste lid van het koninklijk besluit nr. 15 van 9 maart 1982 tot aanmoediging van de inschrijving op of de aankoop van aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid in Belgische vennootschappen, vermelde tarief van 5 % teruggebracht tot 0 voor het boekjaar, verbonden aan het aanslagjaar 1994.
Elke wijziging die vanaf 8 april 1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van dit artikel".
B. Algemeen
5. Vooreerst wordt er aan herinnerd dat KB 15 vóór de W 28.12.1992 reeds meermaals werd gewijzigd. Ter zake kan verwezen worden naar de circ. 30.6.1992, Ci.RH.421/439.707, Bull. 719 (hierna : circ. 30.6.1992) waarin deze wijzigingen grondig werden besproken.
6. Ingevolge de wijzigingen die door art. 40, W 28.12.1992 aan het KB 15 zijn aangebracht, werd :
  • enerzijds het in art. 2, § 2, eerste lid, KB 15, bedoelde vrijstellingspercentage van 8 %, vanaf aj. 1994 teruggebracht tot 5 %;
  • anderzijds de vrijstellingsperiode met zoveel boekjaren verlengd als er nodig zijn opdat de totale vrijstelling die de betrokken vennootschap in principe maximaal zou kunnen verkrijgen overeenstemt met 130 of 117 % van het in aanmerking komende kapitaal, naargelang de verrichting in 1982 of in 1983 plaatshad.
7. Art. 86, W 22.7.1993 heeft evenwel uitsluitend voor het aj. 1994 voormeld vrijstellingspercentage teruggebracht van 5 % tot 0 %.
De gevolgen van de voormelde wijzigingen op het vlak van de Ven.B en de RV worden hierna besproken.
C. Vrijstellingspercentages en -termijnen
8. Uit de samenlezing van de hoger vermelde wetsbepalingen volgt in feite dat het vrijstellingspercentage voor het aj. 1994 tot 0 % werd teruggebracht en dat het vanaf aj. 1995 5 % bedraagt.
Terzelfdertijd wordt de vrijstellingstermijn (voorheen 12 of 11 boekjaren, eventueel te verlengen) opnieuw aangepast. In tegenstelling met vroegere aanpassingen (zie circ. 30.6.1992) wordt de aanpassing thans niet bewerkstelligd door een verdere verlenging van de termijnen (en aanpassing van percentages) afhankelijk van het aj. waarin de vrijstellingsperiode een aanvang nam, maar wordt de vrijstellingstermijn met zoveel boekjaren verlengd als er nodig zijn opdat de totale vrijstelling die een vennootschap kan verkrijgen indien ze tijdens elk boekjaar aanspraak zou kunnen maken op de maximale vrijstelling, overeenstemt met 130 of 117 % van het in aanmerking komende kapitaal, naargelang de verrichting (oprichting of kapitaalverhoging) in 1982 of 1983 plaatsvond. In voorkomend geval wordt de vrijstelling tijdens het laatste boekjaar op passende wijze beperkt.
Zulks impliceert dat :
  • het globale voordeel dat aan de vennootschappen wordt verleend in alle gevallen wordt beperkt tot maximaal 130 of 117 % van het in aanmerking komende kapitaal;
  • voor de berekening van die maxima moet worden gehandeld alsof voor elk boekjaar van de vrijstellingsperiode de maximale vrijstelling werd verkregen; de effectief toegestane vrijstelling is ter zake zonder belang;
  • voor het laatste boekjaar van de vrijstellingsperiode het vrijstellingspercentage van 5 % zonodig dient te worden beperkt tot het percentage dat nodig is om de maximale vrijstelling van 130 of 117 % te bekomen.
D. Voorbeelden
1.
Vennootschappen die opgericht zijn of hun kapitaal hebben verhoogd in 1982
Voorbeeld 1
9. Een vennootschap, die in 1975 werd opgericht en per kalenderjaar boekhoudt, verhoogde in 1982 (dus meer dan 3 jaar na haar oprichting) haar kapitaal met 10.000.000 F; dat bedrag werd tijdens hetzelfde jaar volledig in geld gestort.
Voor zover de vennootschap aan alle ter zake gestelde voorwaarden heeft voldaan, bedraagt het maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten :
  • 13 % van 10.000.000 F of 1.300.000 F gedurende de aj. 1984 t/m 1990 (7 x 13 % = 91 %);
  • 8 % van 10.000.000 F of 800.000 F gedurende de aj. 1991 t/m 1993 (3 x 8 % = 24 %);
  • 0 % voor het aj. 1994;
  • 5 % van 10.00.000 F of 500.000 F gedurende de aj. 1995 t/m 1997 (3 x 5 % = 15 %).
Het totaal maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten bedraagt aldus 130 % (91 % + 24 % + 0 % + 15 %) van 10.000.000 F.
Voorbeeld 2
10. Een vennootschap die per kalenderjaar boekhoudt en voor de eerste maal haar jaarrekening afsluit op 31.12.1982 werd op 1.4.1982 opgericht met een kapitaal van 5.000.000 F dat onmiddellijk in geld werd gestort. De vennootschap heeft gekozen voor de vrijstelling vanaf het tweede boekjaar volgend op dat van de oprichting.
Het maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten bedraagt :
  • 13 % van 5.000.000 F of 650.000 F gedurende de aj. 1985 t/m 1990 (6 x 13 % = 78 %);
  • 8 % van 5.000.000 F of 400.000 F gedurende de aj. 1991 t/m 1993 (3 x 8 % = 24 %);
  • 0 % voor het aj. 1994;
  • 5 % van 5.000.000 F of 250.000 F gedurende elk van de aj. 1995 t/m 1999 (5 x 5 % = 25 %);
  • 3 % van 5.000.000 of 150.000 F voor het aj. 2000.
Het totaal maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten bedraagt aldus 130 % (78 % + 24 % + 0 % + 25 % + 3 %) van 5.000.000 F.
2.
Vennootschappen die zijn opgericht of hun kapitaal hebben verhoogd in 1983
Voorbeeld 1
11. Een vennootschap die per kalenderjaar boekhoudt en voor de eerste maal haar jaarrekening afsluit op 31.12.1983 werd op 1.3.1983 opgericht met een kapitaal van 10.000.000 F dat onmiddellijk in geld werd gestort. De vennootschap heeft gekozen voor de vrijstelling vanaf het eerste boekjaar volgend op dat van de oprichting.
In dergelijk geval bedraagt het maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten :
  • 13 % van 10.000.000 F of 1.300.000 F gedurende elk van de aj. 1985 t/m 1990 (6 x 13 % = 78 %);
  • 8 % van 10.000.000 F of 800.000 F gedurende elk van de aj. 1991 t/m 1993 (3 x 8 % = 24 %);
  • 0 % voor het aj. 1994;
  • 5 % van 10.00.000 F of 500.000 F gedurende elk van de aj. 1995 t/m 1997 (3 x 5 % = 15 %).
Het totaal maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten bedraagt aldus 117 % (78 % + 24 % + 0 % + 15 %) van 10.000.000 F.
Voorbeeld 2
12. Een vennootschap opgericht in 1981 die per kalenderjaar boekhoudt heeft in 1983 een kapitaalverhoging van 10.000.000 F doorgevoerd die onmiddellijk in geld werd gestort. De vennootschap heeft gekozen voor de vrijstelling vanaf het derde boekjaar volgend op dat van de kapitaalverhoging.
Het maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten bedraagt in dergelijk geval :
  • 13 % van 10.000.000 F of 1.300.000 F gedurende elk van de aj. 1987 t/m 1990 (4 x 13 % = 52 %);
  • 8 % van 10.000.000 F of 800.000 F gedurende elk van de aj. 1991 t/m 1993 (3 x 8 % = 24 %);
  • 0 % voor het aj. 1994;
  • 5 % van 10.00.000 F of 500.000 F gedurende elk van de aj. 1995 t/m 2002 (8 x 5 % = 40 %);
  • 1 % van 10.000.000 F of 100.000 F voor het aj. 2003.
Het totaal maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten bedraagt aldus 117 % (52 % + 24 % + 0 % + 40 % + 1 %) van 10.000.000 F.
Voorbeeld 3
13. Een vennootschap die per kalenderjaar boekhoudt en voor de eerste maal haar jaarrekening afsluit op 31.12.1984, werd op 1.8.1983 opgericht met een kapitaal van 5.000.000 F dat onmiddellijk in geld werd gestort. De vennootschap heeft gekozen voor de vrijstelling vanaf het derde boekjaar volgend op dat van de oprichting.
Het maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten bedraagt dan :
  • 13 % van 5.000.000 F of 650.000 F gedurende de aj. 1988 t/m 1990 (3 x 13 % = 39 %);
  • 8 % van 5.000.000 F of 400.000 F gedurende de aj. 1991 t/m 1993 (3 x 8 % = 24 %);
  • 0 % voor het aj. 1994;
  • 5 % van 5.000.000 F of 250.000 F gedurende elk van de aj. 1995 t/m 2004 (10 x 5 % = 50 %);
  • 4 % van 5.000.000 of 200.000 F voor het aj. 2005.
Het totaal van het maximaal vrijstelbare bedrag van de uitgekeerde winsten bedraagt dan 117 % (39 % + 24 % + 0 % + 50 % + 4 %) van 5.000.000 F.
E. Verplichtingen
14. Ingevolge art. 2, § 3, laatste lid, KB 15, zoals gewijzigd door art. 40, W 28.12.1992 heeft, behoudens andersluidende beslissingen ten gevolge van een akte die onderworpen is aan de voorschriften betreffende de openbaarmaking, de formeel uitgedrukte verbintenis die de vennootschap tegenover de inschrijvers heeft aangegaan om de belastingbesparing over te dragen of om het aanvullend inkomen door te geven, ambtshalve betrekking op de gehele vrijstellingstermijn als bedoeld in nr. 8, zoals deze er na de laatste wijziging uitziet (zie ook nr. 20, circ. 30.6.1992).
15. Inzake het behoud van de investeringsverplichting kan mutatis mutandis worden verwezen naar nr. 19, circ. 30.6.1992.
F. Roerende voorheffing
16. Op het vlak van de RV werden opnieuw geen wijzigingen doorgevoerd (zie ook nr. 22, circ. 30.6.1992) zodat, luidens art. 269, 2de lid, WIB 92, het tarief van 20 % (20,6 % m.b.t. dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 26.7.1993) slechts kan worden toegepast gedurende de vijf, tien of negen eerste boekjaren waarvoor de dividenden in principe zijn vrijgesteld van personenbelasting krachtens art. 3, § 1, KB 15.
17. In dat verband wordt de aandacht erop gevestigd dat het voormelde tarief van 20 of 20,6 % ook van toepassing is op de dividenden toegekend of betaalbaar gesteld voor het aj. 1994, voor zover het aan dit aj. verbonden boekjaar binnen de voormelde termijn van tien of negen boekjaren valt.
G. Inwerkingtreding
18. De hierboven besproken bepalingen zijn van toepassing met ingang van het aj. 1994.
Elke wijziging die vanaf 4.8.1992, resp. 8.4.1993, aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van art. 40, W 28.12.1992, resp. art. 86, W 22.7.1993.
III. RECONVERSIEVENNOOTSCHAPPEN
A. Wettekst
Art.
87, W 22.7.1993 :
19. Artikel 59 van de herstelwet van 31 juli 1984, gewijzigd bij artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 486 van 31 december 1986, bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 oktober 1988, bij artikel 303 van de wet van 22 december 1989 en bij artikel 18, 2°, van de wet van 28 december 1990, wordt aangevuld met een als volgt luidende § 6 :
"§ 6. In afwijking van § 2, 1°, wordt het tarief van 8 % teruggebracht tot 0 voor het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 1994 en wordt de in § 2, 3°, vermelde periode van vrijstelling met één boekjaar verlengd.
Elke wijziging die vanaf 8 april 1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van het eerste lid".
B. Commentaar
20. M.b.t. de oneigenlijke reconversievennootschappen, die onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen aanspraak kunnen maken op een vrijstelling van Ven.B voor het gedeelte van de uitgekeerde winst dat per boekjaar niet hoger is dan 8 % van het in aanmerking komend kapitaal (zie circ. 30.10.1991, Ci.RH.421/369.893 nrs. 32 e.v. - Bull. 710), wordt de vrijstelling uitsluitend voor het boekjaar verbonden aan het aj. 1994 tot 0 % teruggebracht.
Terzelfdertijd wordt de vrijstellingsperiode als bedoeld in art. 59, § 2, eerste lid, 3°, Herstelwet 31.7.1984 (zie ook nr. 34, circ. 30.10.1991) met één boekjaar verlengd zodat de totaal te verkrijgen vrijstelling in beginsel ongewijzigd blijft.
Verder is elke wijziging die vanaf 8.4.1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking voor de toepassing van voormelde bepalingen.