Circulaire nr. Ci.RH.51/522.325 dd. 30.08.1999
CIRC 30.08.99/1
Circulaire nr. Ci.RH.51/522.325 dd. 30.08.1999
Bull. nr. 797, pag. 3092
AANGIFTE IN DE RPB
Aangifteformulier.
Aanslagjaar 1999.
RECHTSPERSONENBELASTING
Belastbaar in de RPB.
Wijzigingen van de aangifte in de RPB van het aj. 1999.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de voornaamste wijzigingen die aan het aangifteformulier 276.5 (RPB) voor het aj. 1999 zijn aangebracht.
II. AANGIFTE 276.5
2. De aangifte in de RPB en de desbetreffende toelichting hebben de volgende wijzigingen ondergaan.
A. Toelichting rubriek "Onderworpen belastingplichtigen"
3. Aanvulling van het 1ste lid, b), 2°, ingevolge art. 17, W 22.12.1998 houdende fiscale en andere bepalingen (V 2648 - Bull. 791), dat art. 180, 2°, WIB 92, heeft vervangen, waardoor wordt bekrachtigd dat de Naamloze Vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen (ontstaan uit de vroegere Naamloze Vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel) met ingang van het aj. 1996 eveneens aan de RPB is onderworpen.
4. Aanvulling van het 1ste lid, c), 7°, ingevolge art. 18, W 22.12.1998, dat art. 181, 7°, WIB 92, heeft vervangen, waardoor erkende instellingen die het behoud of de zorg voor monumenten en landschappen ten doel hebben, waarvan het invloedsgebied het gehele land, één van de gewesten of de Duitstalige Gemeenschap bestrijkt, met ingang van het aj. 1998 aan de RPB zijn onderworpen.
B. Vak II, B en bijhorende toelichting
5. Aanpassing van de subrubriek "B. Meerwaarden op gebouwde onroerende goederen of op sommige zakelijke rechten met betrekking tot zulke goederen", waardoor in voorkomend geval het saldo van de tijdens het jaar 1997 geleden en nog te compenseren verliezen op de vervreemding van dergelijke goederen of rechten dient te worden vermeld (art. 103, § 3, WIB 92).
C. Vakken III en IV en bijhorende toelichting
6. Ingevolge :
D. Vak VI, B en bijhorende toelichting
7. Het nieuwe vak VI ("Forfaitaire belasting en buitengewone aanslag van elektriciteitsproducenten") wordt uitgesplitst in de subrubrieken "A. Forfaitaire belasting" en "B. Buitengewone belasting".
8. Invoeging ingevolge art. 12, W 15.1.1999 houdende budgettaire en diverse bepalingen (V 2654 - Bull. 792).
9. Hierdoor zijn, voor het aj. 1999, de in art. 34, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalinen bedoelde elektriciteitsproducenten, bovenop de in het art 35 van voormelde wet, bedoelde bijzondere aanslag, een buitengewone aanslag verschuldigd van 1.500 miljoen BEF. Voor de berekening van het gedeelte van de buitengewone aanslag dat per elektriciteitsproducent moet worden geheven, is het art. 35, § 2, van dezelfde wet van toepassing.
10. De aandacht wordt erop gevestigd dat geen aanvullende crisisbijdrage van 3 opcentiemen wordt gevestigd op de in vak VI, B bedoelde buitengewone aanslag verschuldigd door elektriciteitsproducenten.
Circulaire nr. Ci.RH.51/522.325 dd. 30.08.1999
Bull. nr. 797, pag. 3092
AANGIFTE IN DE RPB
Aangifteformulier.
Aanslagjaar 1999.
RECHTSPERSONENBELASTING
Belastbaar in de RPB.
Wijzigingen van de aangifte in de RPB van het aj. 1999.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de voornaamste wijzigingen die aan het aangifteformulier 276.5 (RPB) voor het aj. 1999 zijn aangebracht.
II. AANGIFTE 276.5
2. De aangifte in de RPB en de desbetreffende toelichting hebben de volgende wijzigingen ondergaan.
A. Toelichting rubriek "Onderworpen belastingplichtigen"
3. Aanvulling van het 1ste lid, b), 2°, ingevolge art. 17, W 22.12.1998 houdende fiscale en andere bepalingen (V 2648 - Bull. 791), dat art. 180, 2°, WIB 92, heeft vervangen, waardoor wordt bekrachtigd dat de Naamloze Vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen (ontstaan uit de vroegere Naamloze Vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel) met ingang van het aj. 1996 eveneens aan de RPB is onderworpen.
4. Aanvulling van het 1ste lid, c), 7°, ingevolge art. 18, W 22.12.1998, dat art. 181, 7°, WIB 92, heeft vervangen, waardoor erkende instellingen die het behoud of de zorg voor monumenten en landschappen ten doel hebben, waarvan het invloedsgebied het gehele land, één van de gewesten of de Duitstalige Gemeenschap bestrijkt, met ingang van het aj. 1998 aan de RPB zijn onderworpen.
B. Vak II, B en bijhorende toelichting
5. Aanpassing van de subrubriek "B. Meerwaarden op gebouwde onroerende goederen of op sommige zakelijke rechten met betrekking tot zulke goederen", waardoor in voorkomend geval het saldo van de tijdens het jaar 1997 geleden en nog te compenseren verliezen op de vervreemding van dergelijke goederen of rechten dient te worden vermeld (art. 103, § 3, WIB 92).
C. Vakken III en IV en bijhorende toelichting
6. Ingevolge :
- enerzijds het arrest van het Arbitragehof nr 136/98 van 16.12.1998 (BS 6.1.1999) dat de volgende artikelen heeft vernietigd:
- de art. 31 en 34, KB 20.12.1996 houdende diverse fiscale maatregelen, met toepassing van de art. 2, § 1 en 3, § 1, 2° en 3°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (V 2484 - Bull. 769);
- art. 2, 1°, W 13.6.1997 tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, en de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (V 2511 - Bull. 774), in zoverre die bepaling de bekrachtiging inhoudt van de art. 31 en 34, KB 20.12.1996 houdende diverse fiscale maatregelen;
- en anderzijds de art. 23, 24, 45, § 3 en 48, § 1, W 4.5.1999 houdende diverse fiscale bepalingen (V 2703 - Bull. 796);
D. Vak VI, B en bijhorende toelichting
7. Het nieuwe vak VI ("Forfaitaire belasting en buitengewone aanslag van elektriciteitsproducenten") wordt uitgesplitst in de subrubrieken "A. Forfaitaire belasting" en "B. Buitengewone belasting".
8. Invoeging ingevolge art. 12, W 15.1.1999 houdende budgettaire en diverse bepalingen (V 2654 - Bull. 792).
9. Hierdoor zijn, voor het aj. 1999, de in art. 34, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalinen bedoelde elektriciteitsproducenten, bovenop de in het art 35 van voormelde wet, bedoelde bijzondere aanslag, een buitengewone aanslag verschuldigd van 1.500 miljoen BEF. Voor de berekening van het gedeelte van de buitengewone aanslag dat per elektriciteitsproducent moet worden geheven, is het art. 35, § 2, van dezelfde wet van toepassing.
10. De aandacht wordt erop gevestigd dat geen aanvullende crisisbijdrage van 3 opcentiemen wordt gevestigd op de in vak VI, B bedoelde buitengewone aanslag verschuldigd door elektriciteitsproducenten.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
Bron: FisconetPlus
