Circulaire nr. Ci.D.19/452.701 dd. 24.09.1993

Bull. nr. 732, pag. 3082

AANVRAAG OM EEN VOORAFGAAND AKKOORD
Beslissing.
Procedure.

COMMISSIE
Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden.

COMMISSIE VOOR VOORAFGAANDE FISCALE AKKOORDEN
Werking.

RULING
Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden.


Commentaar op art. 35, W 20.7.1991 houdende begrotingsbepalingen, art. 1, F, W 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen, art. 36, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen en art. 19, W 28.12.1992 die een art. 345, WIB 92 hebben ingevoegd en gewijzigd.

AAN ALLE AMBTENAREN VAN DE NIVEAUS 1 EN 2.

1.
Deze circulaire bevat in bijlage de commentaar op art. 35, W 20.7.1991 houdende begrotingsbepalingen (V 2122) en op art. 1, F, W 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen (V 2143) die art. 250bis, WIB resp. hebben ingevoerd en gewijzigd; voorts is dat artikel, dat art. 345, WIB 92 is geworden, achtereenvolgens gewijzigd door art. 36, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2185) en door art. 19, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212).

2.
De bijlage is opgesteld in de vorm van een administratieve commentaar op art. 345, WIB 92. Zij zal eerlang in de COM.IB 92 worden opgenomen.

Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,


G. DELVAUX.


Vestiging en invordering Art. 345, WIB 92 I. Wetteksten A. Historiek 1 B. Huidige tekst 3 II. Algemeen 7 III. Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden 8 A. Samenstelling en zetel 8 B. Opdracht en bevoegdheid 8 C. Voorzitterschap 9 IV. Aanvragen om een voorafgaand akkoord 9 A. Aanvraagprocedure 9 B. Beslissing over de aanvraag 10 C. Termijn voor de beslissing 10 1. Algemeen 10 2. Verlegging van de aanvangsdatum van de termijn 11 3. Maximale termijn 11 4. Voorbeelden 11 5. Ontstentenis van antwoord 11 D. Waarde van de beslissing 12 1. Beginsel 12 2. Gevallen waarin de administratie niet gebonden is door akkoord 12 3. Gevallen waarin de administratie ophoudt gebonden te zijn door het akkoord 12 V. Publikatie en opvolging van de gegeven akkoorden 13 VI. Inwerkingtreding en bekrachtiging 14

Art.345, WIB 92
I. WETTEKSTEN

A. HISTORIEK

345/0
Art. 35, W 20.7.1991 houdende begrotingsbepalingen (V 2122 - Bull. 709) heeft in WIB een als volgt luidend art. 250bis ingevoegd :

"Art. 250bis. - § 1. Een voorafgaand schriftelijk akkoord wordt door de administratie der directe belastingen gegeven omtrent het feit dat :



een verrichting als vermeld in de artikelen 114, derde en zesde lid, of 250 wel degelijk beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard;
een voordeel verleend in de omstandigheden als vermeld in artikel 24 niet abnormaal of goedgunstig is;
een betaling als vermeld in artikel 46 wel degelijk beantwoorden aan een werkelijke oprechte verrichting en dat zij de normale grenzen niet overschrijdt.
§ 2. Het in § 1 bedoelde akkoord is aan de administratie der directe belastingen tegenstelbaar en bindt haar voor de toekomst, wanneer één van de hierboven vermelde verrichtingen haar ter goeder trouw werden voorgelegd voor de verwezenlijking ervan.



§3. De administratie is niet gebonden door dit akkoord :
  • indien blijkt dat de verrichtingen onvolledig of onjuist werden beschreven door de belastingplichtige;
  • indien ze niet werden verwezenlijkt op de wijze omschreven door de belastingplichtige.


De administratie houdt op gebonden te zijn door dit akkoord, wanneer gevolgen van de verrichtingen gewijzigd zijn door één of meerdere andere daarop volgende verrichtingen waaruit blijkt dat de verrichtingen waarover het akkoord werd gegeven niet meer voldoen aan de in § 1 gestelde voorwaarden.

§ 4. De koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de toepassingsregels van dit besluit.

De koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten".

345/1
ART. 1, F, W 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen (V 2143 - Bull. 712), heeft art. 250bis, § 1, WIB aangevuld met een 4°, luidend als volgt :

"4° een inkomen van aandelen of delen of van belegde kapitalen beantwoordt aan de in artikel 111, § 2, gestelde voorwaarden van aftrek".

345/2
Het KB 10.4.1992 tot coördinatie van wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen (V 2175 - Bull. 719) heeft het art. 250bis, WIB omgevormd tot art. 345, WIB 92 dat als volgt luidt :

"§ 1. Een voorafgaand schriftelijk akkoord wordt door de administratie der directe belastingen gegeven omtrent het feit :



een verrichting als vermeld in de artikelen 206, derde en zesde lid, of 344 wel degelijk aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard;
een voordeel verleend in de omstandigheden als vermeld in artikel 26 niet abnormaal of goedgunstig is;
een betaling als vermeld in artikel 54 wel degelijk beantwoordt aan een werkelijke en oprechte verrichting en dat zij de normale grenzen niet overschrijdt;
dividenden beantwoorden aan de voorwaarden van aftrek als vermeld in artikel 203.
§ 2. Het in § bedoelde akkoord is aan de administratie der directe belastingen tegenstelbaar en bindt haar voor de toekomst, wanneer één van de hierboven vermelde verrichtingen haar te goeder trouw werden voorgelegd voor de verwezenlijking van ervan.



§3. De administratie is niet gebonden door dit akkoord :
  • indien blijkt dat de verrichtingen onvolledig of onjuist werden beschreven door de belastingplichtige;
  • indien ze niet werden verwezenlijkt op de wijze omschreven door de belastingplichtige.


De administratie houdt op gebonden te zijn door dit akkoord, wanneer de gevolgen van de verrichtingen gewijzigd zijn door één of meer andere daarop volgende verrichtingen waaruit blijkt dat de verrichtingen waarover het akkoord werd gegeven niet meer voldoen aan de in § 1 gestelde voorwaarden.

§ 4. de koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de toepassingsregels van dit artikel.

De koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten".

345/3
Art. 36, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2185 - Bull. 719) heeft in art. 345, § 1, 1°, WIB 92 de woorden "in de artikelen 206, derde en zesde lid, of 344" vervangen door de woorden " in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 206, derde en zesde lid, of 344".

345/4
Art. 19, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725) heeft art. 345, § 1, WIB 92, gewijzigd bij art. 36, W 28.7.1992, met een als volgt luidend lid aangevuld :

" Ontstentenis van antwoord vanwege de Administratie der directe belastingen binnen een door de Koning gestelde termijn, wordt gelijkgesteld met een voorafgaand akkoord".

B. HUIDIGE TEKST

345/5
De gecoördineerde tekst van art. 345, WIB 92 luidt als volgt (voor de inwerkingtreding van art. 16, W 22.7.1993) :

"§ 1. Een voorafgaand schriftelijk akkoord wordt door de administratie der directe belastingen omtrent het feit dat :



een verrichting als vermeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 206, derde en zesde lid, of 344 wel degelijk beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard;
een voordeel verleend in de omstandigheden als vermeld in artikel 26 niet abnormaal of goedgunstig is;
een betaling als vermeld in artikel 54 wel degelijk beantwoordt aan een werkelijke en oprechte verrichting en dat zij de normale grenzen niet overschrijdt;
dividenden beantwoorden aan de voorwaarden van aftrek als vermeld in artikel 203.
Ontstentenis van antwoord vanwege de Administratie der directe belastingen binnen een door de Koning gestelde termijn, wordt gelijkgesteld met een voorafgaand akkoord.

§ 2. Het in § 1 bedoelde akkoord is aan de administratie der directe belastingen tegenstelbaar en bindt haar voor de toekomst, wanneer één van de hierboven vermelde verrichtingen haar te goeder trouw werden voorgelegd voor de verwezenlijking ervan.



§3. De administratie is niet gebonden door dit akkoord :
  • indien blijkt dat de verrichtingen onvolledig of onjuist werden beschreven door de belastingplichtige;
  • indien ze niet werden verwezenlijkt op de wijze omschreven door de belastingplichtige.


De administratie houdt op gebonden te zijn door dit akkoord, wanneer de gevolgen van de verrichtingen gewijzigd zijn door één of meer andere daarop volgende verrichtingen waaruit blijkt dat de verrichtingen waarover het akkoord werd gegeven niet meer voldoen aan de in § 1 gestelde voorwaarden.

De koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten".

345/6
Ter uitvoering van art. 345, WIB 92 werd op 9.11.1992 navolgend KB tot oprichting van een commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden getroffen (V 2207 - Bull. 723) :

" Artikel 1. § 1. Binnen de Administratie der directe belastingen wordt een "Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden" opgericht die over de aanvragen om een voorafgaand akkoord beslist conform artikel 345 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

De zetel van de commissie is gevestigd in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.

§ 2. De commissie is samengesteld uit vier effectieve leden en vier plaatsvervangende leden, benoemd door de Minister van Financiën en gekozen uit de ambtenaren van het Hoofdbestuur der directe belastingen.

De effectieve en plaatsvervangende leden worden voor vijf jaar benoemd; hun mandaat is hernieuwbaar.

Het mandaat van een lid eindigt van rechtswege indien de betrokkene geen deel uitmaakt van het Hoofdbestuur der directe belastingen.

De commissie wordt voorgezeten door een ambtenaar benoemd door de Minister van Financiën en gekozen uit de vier effectieve leden.

Bij afwezigheid van de voorzitter, wordt de commissie voorgezeten door het aanwezige effectieve lid met de hoogste graad of, bij gelijke graad, met de hoogste graadanciënniteit.

§ 3. De aanvraag om een voorafgaand akkoord wordt gericht aan de voorzitter van de commissie; ze moet gemotiveerd en ondertekend zijn.

De commissie kan de aanvrager verzoeken stukken voor te leggen of inlichtingen te verstrekken die zij noodzakelijk acht om over de aanvraag te beslissen.

De commissie kan de aanvrager horen op eigen initiatief of op vraag van deze laatste.

De commissie kan één van haar leden belasten met de uitvoering van de onderzoeksmaatregelen bedoeld in het tweede en het derde lid.

§ 4. De commissie houdt pas geldig zitting indien ten minste drie leden aanwezig zijn.

De beslissingen van de commissie worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

De beslissing van de commissie moet gemotiveerd worden en ter kennis gebracht worden van de aanvrager.

§ 5. De commissie moet beslissen binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop de aanvraag bij haar is toegekomen.

In afwijking van het eerste lid, vangt de termijn van drie maanden pas aan op :



de datum van ontvangst van de laatste stukken of inlichtingen, ingeval van toepassing van § 3, tweede lid;
de datum van de laatste hoorzitting, ingeval van toepassing van § 3, derde lid;
de meest recente datum, ingeval van toepassing van § 3, tweede en derde lid.
In geen geval mag de aldus verlengde termijn meer bedragen dan zes maanden.

§ 6. Alle briefwisseling tussen de commissie en aanvrager geschiedt bij een ter post aangetekend schrijven.

§ 7. Voor de toepassing van § 3 kan de aanvrager zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een daartoe behoorlijk gemachtigde raadsman of door een advocaat.

Art. 2. De artikelen 34, 3° en 35, van de wet van 20 juli 1991, artikel 1, F, van de wet van 23 oktober 1991, artikel 7, in zover het een nieuw artikel 46, § 1, tweede lid, 2°, in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 invoegt, en artikel 36 van de wet van 28 juli 1992, evenals dit besluit treden in werking de eerste dag van de tweede maand volgend op die waarin dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Art. 3. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit".

II. ALGEMEEN

345/7
De wettelijke mogelijkheid voor de belastingplichtige om een voorafgaand schriftelijk akkoord te vragen over de fiscale gevolgen van een verrichting die hij wil opzetten, werd gelijktijdig ingevoerd met de wijziging door art. 34, 3°, W 20.7.1991 van art. 114, WIB (thans art. 206, WIB 92) volgens hetwelk de fiscale aftrek van sommige na een belastingvrije opslorping of inbreng van takken van werkzaamheid of van algemeenheid van goederen nog verhaalbare beroepsverliezen kan worden geweigerd indien de verrichtingen niet beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard (zie II/624 van de 31° afl., Fiscale bepalingen 1989, Ci.D.19/416.334 - Ven.B).

345/8
Om de rechtszekerheid van de belastingplichtige te waarborgen, werd aan die bepaling door middel van art. 250bis, WIB (thans art. 345, WIB 92) de mogelijkheid gekoppeld tot een voorafgaand akkoord met de belastingadministratie omtrent het feit of een verrichting vermeld in het bedoelde art. 114, WIB (thans art. 206, WIB 92) wel degelijk beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard.

345/9
Tijdens de parlementaire debatten werd de toepassing van die mogelijkheid uitgebreid tot de verrichtingen bedoeld in de art. 250, 24 en 46, WIB (thans de art. 344, 26 en 54, WIB 92).

De wetten van 23.10.1991 en van 28.7.1992 hebben het toepassingsgebied verder uitgebreid tot art. 111, § 2, WIB (art. 203, WIB 92) en art. 46, U 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

345/10
Volgens de Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp dat de W 20.7.1991 is geworden, heeft het gebruik van het begrip "rechtmatige behoeften van financiële of economische aard" niet tot gevolg dat de fiscus zich zal bemoeien met economische of strategische keuzen van de ondernemingen of zich zal opdringen tot opzichter over de gegrondheid van hun economische beslissingen (Parl.st., Kamer, zitting 1990-1991, nr. 1641/1, blz. 19). Het is enkel de bedoeling de juridische constructies aan te pakken die, hoewel niet gesimuleerd en dus op zich geoorloofd, een abnormaal karakter vertonen en zijn opgezet met als duidelijk doel de belasting te ontlopen (ibidem, blz. 20).

De juridische nieuwigheid die door de mogelijkheid van een voorafgaand akkoord wordt ingevoerd betekent bovendien geen beletsel voor de in het WIB vermelde verhaalmiddelen ingeval van betwisting van de gevestigde belasting (ibidem, blz. 20).

Om over de aanvragen om een voorafgaand akkoord te beslissen is een "Commissie voor voorafgaand fiscale akkoorden" opgericht.

III. COMMISSIE VOOR VOORAFGAANDE FISCALE AKKOORDEN

A. SAMENSTELLING EN ZETEL

345/11
De Commissie voor Voorafgaande Fiscale Akkoorden (CVFA) is samengesteld uit vier effectieve leden en vier plaatsvervangende leden, benoemd door de Minister van Financiën en gekozen uit de ambtenaren van het Hoofdbestuur der directe belastingen.

De eerste effectieve en plaatsvervangende leden van de commissie werden door de Minister ven Financiën benoemd bij MB 16.11.1992 (BS 25.11.1992), gewijzigd bij MB 7.4.1993 (BS 4.5.1993).

Die leden zijn benoemd voor een periode van vijf jaar. Hun mandaat is hernieuwbaar.

Wanneer een lid geen deel meer uitmaakt van het Hoofdbestuur der directe belastingen eindigt zijn mandaat van rechtswege.

De zetel van de commissie is gevestigd in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, op het navolgende adres : Rijksadministratief Centrum, Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 32, 1010 Brussel.

B. OPDRACHT EN BEVOEGDHEID

345/12
De commissie beslist over de aanvragen om een voorafgaand akkoord.

Krachtens art. 345, § 1, WIB 92 kan een dergelijk akkoord worden gegeven omtrent het feit dat :



de hiernavermelde verrichtingen beantwoorden aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard :
a)de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen als bedoeld in art. 46, § 1, 1e lid, 2°, WIB 92 en dit met het oog op de tijdelijke vrijstelling van de ter gelegenheid van de verrichting verkregen stopzettingsmeerwaarden;
b)de voormelde inbrengen, alsmede de gevallen van fusie, splitsing of ontbinding zonder verdeling van vermogen als bedoeld in art. 211, § 1, WIB 92 en dit met het oog op de aftrek van vorige beroepsverliezen (art. 206, derde lid, WIB 92);
c)de overdracht door verkoop, cessie of inbreng van sommige roerende goederen of rechten of van geldsommen aan bepaalde buitenlandse belastingplichtigen en dit met het oog op hun tegenstelbaarheid aan de administratie (art. 344, WIB 92);
een voordeel dat door een in België gevestigde onderneming wordt verleend in omstandigheden bedoeld in art. 26, WIB 92, niet abnormaal of goedgunstig is;
een betaling of toekenning van interest, retributies of bezoldigingen voor prestaties of diensten aan bepaalde buitenlands belastingplichtigen beantwoordt aan een werkelijke en oprechte verrichting en dat zij de normale grenzen niet overschrijdt, zodat de uitgaven als beroepskosten kunnen worden aangemerkt (art. 54, WIB 92);
de dividenden beantwoorden aan de voorwaarden die in art. 203, WIB 92, zijn gesteld om als definitief belaste inkomsten te worden afgetrokken.
C. VOORZITTERSCHAP

345/13
De commissie wordt voorgezeten door een ambtenaar die wordt benoemd door de Koning en die wordt gekozen uit de vier effectieve leden.

Bij afwezigheid van de voorzitter, wordt de Commissie voorgezeten door het aanwezige effectieve lid met de hoogste graad of, bij gelijke graad, met de hoogste graadanciënniteit.

IV. AANVRAGEN OM EEN VOORAFGAAND AKKOORD

A. AANVRAAGPROCEDURE

345/14
Overeenkomstig de bepalingen van art. 1, § 3, KB 9.11.1992, dient om een voorafgaand akkoord te worden gericht aan de voorzitter van de commissie. Voor het adres van de voorzitter : zie 345/11.

Krachtens § 6 van datzelfde artikel dient die aanvraag te geschieden bij een ter post aangetekend schrijven. De aanvraag moet bovendien gemotiveerd en ondertekend zijn.

345/15
De commissie kan de aanvrager verzoeken stukken voor te leggen of inlichtingen te verstrekken die zij noodzakelijk acht om over de aanvraag te beslissen. Zij kan de aanvrager ook horen, op eigen initiatief of op zijn vraag. De commissie kan deze onderzoeksmaatregelen opdragen aan één van haar leden. Alle briefwisseling met de commissie gebeurt aangetekend.

345/16
De aanvrager kan zich tijdens het volledige verloop van deze procedure laten vertegenwoordigen of bijstaan door een daartoe behoorlijk gemachtigd raadsman of door een advocaat.

B. BESLISSING OVER DE AANVRAAG

345/17
Na onderzoek van de aanvraag en/of van de aanvullende stukken en inlichtingen, of eventueel na de aanvrager te hebben gehoord, beslist de commissie over de aanvraag.

De commissie kan slechts geldig beslissen indien ten minste drie leden aanwezig zijn. De commissie neemt haar beslissing bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

De beslissing van de commissie moet worden gemotiveerd en bij een ter post aangetekend schrijven ter kennis van de aanvrager worden gebracht.

345/18
De beslissing van de commissie kan geen "ruling" contra legem zijn. Zo kan geen voorafgaand fiscaal akkoord worden gegeven omtrent het feit dat dividenden beantwoorden aan de voorwaarden van aftrek als vermeld in art. 203, WIB 92 wanneer het inkomsten betreft die afkomstig zijn van landen of vennootschappen van landen die respectievelijk zijn vermeld in de lijsten I.A en II en in de lijst I.B die de Administratie der directe belastingen heeft bekendgemaakt in het BS 24. 8 1991 (parl.st., Kamer, zitting 1991-1992, nr. 1784/1, blz. 5).

C. TERMIJN VOOR DE BESLISSING

1. Algemeen

345/19
De commissie beschikt in de regel over een termijn van drie maanden om over de aanvraag te beslissen. Die termijn gaat in op de datum waarop de aanvraag bij de (voorzitter van de) commissie is toegekomen.

2. Verlegging van de aanvangsdatum van de termijn

345/20
De aanvangsdatum van de termijn van drie maand valt evenwel samen met :

  • de datum van ontvangst van de laatste stukken of inlichtingen, wanneer de aanvrager werd verzocht stukken voor te leggen of inlichtingen te verstrekken die de commissie noodzakelijk acht om over de aanvraag te beslissen;
  • de datum van de laatste hoorzitting, wanneer de aanvrager werd gehoord;
  • de meest recente datum, ingeval én bijkomende stukken of inlichtingen werden voorgelegd én een of meerdere hoorzittingen plaats hebben gehad.


3. Maximale termijn

345/21
Wanneer de termijn van drie maanden in de in 345/20 vermelde gevallen wordt verlengd door de verschuiving van de aanvangsdatum van die termijn, dan mag die verlengde termijn in geen geval meer bedragen dan zes maanden vanaf de datum waarop de aanvraag bij de commissie is toegekomen.

4. Voorbeelden

345/22

a)Aanvraag toegekomen bij de voorzitter op 7.4.1993. De aanvrager wordt verzocht om bijkomende inlichtingen, die hij verstrekt op 6.5.1993. De commissie moet een beslissing treffen uiterlijk op 5.8.1993 (6.5.1993 + 3 maanden).
b)Zelfde geval, maar de aanvrager wordt bovendien gehoord op 27.7.1993. In dit geval moet de commissie een beslissing over de aanvraag treffen op uiterlijk 6.10.1993 (7.4.1993 + 6 maanden, want 27.7.1993 + 3 maanden overschrijdt de maximale termijn).
5. Ontstentenis

345/23
Wanneer de commissie geen antwoord verstrekt binnen de vermeld termijn van drie maanden, eventueel verlengd tot maximaal zes maanden, wordt die ontstentenis van antwoord gelijkgesteld met een voorafgaand akkoord.

D. WAARDE VAN BESLISSING



1.Beginsel
345/24
Wanneer de in 345/12 vermelde verrichtingen te goeder trouw voor de verwezenlijking ervan aan de commissie zijn voorgelegd en de commissie omtrent die verrichtingen een akkoord heeft gegeven of wanneer een akkoord moet worden geacht te zijn gegeven wegens ontstentenis van beslissing van de commissie binnen de gestelde termijn, is dat akkoord tegenstelbaar aan de Administratie der directe belastingen.

Zulks betekent dat de administratie met de inhoud van dat akkoord rekening dient te houden bij de regeling van de belastingtoestand van de belastingplichtige voor de verrichting(en) waarover het akkoord is gegeven.



2.Gevallen waarin de administratie niet gebonden is door het akkoord
345/25
De administratie is echter niet gebonden door het akkoord :

  • indien blijkt dat de verrichting onvolledig of onjuist werden beschreven in de aanvraag over een voorafgaand akkoord;
  • indien de verrichtingen niet werden verwezenlijkt op de wijze omschreven door de belastingplichtige




3.Gevallen waarin de administratie ophoudt te zijn gebonden door het akkoord
345/26
Wanneer de commissie over een bepaalde verrichting een voorafgaand akkoord heeft gegeven, houdt de administratie op, in tegenstelling met wat in 345/24 is vermeld, door dat akkoord te zijn gebonden wanneer de gevolgen van de verrichtingen waarover het akkoord is gegeven, gewijzigd zijn door één of meer andere daarop volgende verrichtingen waaruit blijkt dat de aanvankelijke verrichting (waarover het akkoord werd gegeven) niet langer voldoet aan de voorwaarden van 345/12.

345/27
Evenzo houdt de Administratie op door het akkoord te zijn gebonden wanneer ten gevolge van de toepassing van de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting, meer bepaald door het onderling overleg tussen de beide overeenkomstsluitende staten, blijkt dat de besluitvorming op internationaal vlak tussen beide overeenkomstsluitende staten afwijkt van de voorafgaande akkoordbeslissing die wordt genomen op het nationale vlak; in dergelijke geval heeft de besluitvorming op het internationale niveau voorrang op het nationale recht.

V. PUBLIKATIE EN OPVOLGING VAN DE GEGEVEN AKKOORDEN

345/28
De meldenswaardige beslissingen van de commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden worden gepubliceerd in het Bulletin der belastingen.

Om rekening te houden met de bepalingen van art. 337, 1e lid, WIB 92 zullen die publikaties evenwel anoniem zijn.

345/29
De publikatie van de beslissingen strekt ertoe een eenvormige toepassing van de in art. 345, WIB 92 opgesomde bepalingen in de hand te werken. Die beslissingen verbinden de taxatiediensten echter niet t.o.v. andere belastingplichtigen dan degene die het voorafgaand akkoord persoonlijk heeft verkregen van de commissie.

345/30
Van de aanvraag en van de andere gegevens die door de belastingplichtige zijn verstrekt, alsmede van de door de commissie getroffen beslissing wordt een afschrift toegezonden aan de betrokken taxatiedienst.

Wanneer de beslissing gunstig was, onderzoekt de taxatiedienst onder naleving van de toepasselijke procedureregels te gelegener tijd, d.w.z. nadat de verrichting heeft plaatsgehad, of die verrichting volledig en juist werd beschreven in de aanvraag tot akkoord en of ze wel degelijk overeenkomstig werd verwezenlijkt. De taxatiedienst trekt uit dat onderzoek de nodige gevolgen indien blijkt dat art. 345, § 3, WIB 92 van toepassing zou zijn.

In dat verband wordt de bijzondere aandacht gevestigd op het feit dat, wanneer de verrichting niet plaats heeft overeenkomstig de gegevens die aan de commissie werden verstrekt, moet worden onderzocht of met het oog op de rechtzetting van de belastingtoestand van de betrokkene die door die beslissing is beïnvloed, geen toepassing moet worden gemaakt van de aanslagtermijn van vijf jaar vermeld in art. 354, 2e lid, WIB 92.

VI. INWERKINGTREDING EN BEKRACHTIGING

345/31
De bepalingen in verband met de voorafgaande fiscale akkoorden zijn in werking getreden op 1.1.1993.

Het KB 9.11.1992 (zie 345/6) werd bekrachtigd door art. 48, 4°, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725).