Circulaire nr. Ci.RH.241/569.802 (AOIF 32/2005) dd. 23.08.2005

CIRC 23.08.05/1

Circulaire nr. Ci.RH.241/569.802 (AOIF 32/2005) dd. 23.08.2005


SOCIAAL VOORDEEL
Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer

VOORDEEL VAN ALLE AARD
Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer
Kosteloze beschikking over een autovoertuig


In het kader van een werkelijk gemeenschappelijk vervoer van werknemers mag onder bepaalde voorwaarden worden afgezien van het belasten van een voordeel van alle aard bij de chauffeur.

Afschrift van de hierna vermelde brief wordt gericht aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C voor kennisgeving en naricht.

Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,

S. QUINTENS

Federale
Overheidsdienst
FINANCIEN
Brussel, 8 april 2005

BELASTINGEN EN INVORDERING

correspondentieadres
North Galaxy - bus 25
Koning Albert II-laan 33, 1030 BRUSSEL
Administratie van de ondernemings- en
inkomensfiscaliteit, sector directe belastingen

Centrale diensten
FEDIS
Mijnheer Patrick DRESSE
Adjunct-adviseur
Sint Bernardusstraat 60
1060 BRUSSEL

uw bericht van
uw kenmerk
ons kenmerk
Ci.RH.241/569.802
bijlage(n)

Inkomstenbelastingen Mijnheer de Adjunct-adviseur,

Met uw brief van 4 maart 2005 stelt u vragen over het belastingstelsel dat van toepassing is bij werknemers in geval van terbeschikkingstelling van bestelwagens, voertuigen voor personenvervoer en dienstvoertuigen.

Het betreft voertuigen die dienstig kunnen zijn voor leveringen, klantenbezoeken of personenvervoer en waarmee de werknemers in bepaalde gevallen op het einde van de dag omwille van praktische en economische redenen (vermindering van de trajecten) naar huis mogen terugkeren.

Deze problematiek maakt reeds het voorwerp uit van een administratieve stellingname die met name in de commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is gepubliceerd wat betreft de bestelwagens en de voertuigen die dienen voor klantenbezoeken en voor rondreizende beroepsactiviteiten waarmee de werknemer op het einde van de dag terug naar huis keert (zie begrip woon-werkverplaatsing, nrs 66/77.2, 10 en 11 en 36/143).

Dergelijke verplaatsingen, afgelegd tussen de woonplaats van de werknemer en de eerste klant of eerste rondreizende opdracht en terug worden inderdaad als beroepsmatig aangemerkt, zodat bij ontstentenis van enig persoonlijk gebruik van het voertuig, geen enkel voordeel van alle aard bij de werknemer moet worden belast.


Aanvullende informatie betreffende deze briefwisseling kan verkregen worden bij:
Centrale Diensten:
Directie I/5B
Marc Billa
Eerste Attaché van Financiën
Tel. 02/336.23.61
.be
Blijft dus nog te verduidelijken : het probleem van de voertuigen bestemd voor het gemeenschappelijk vervoer van werknemers georganiseerd door de werkgever.

Op grond van nr 38/27, 10°, van voormelde commentaar, vormt het voordeel, dat voor de werknemer voortvloeit uit dergelijk vervoer - kosteloos of beneden kostprijs - een niet belastbaar sociaal voordeel.

De vraag stelt zich nog inzake de fiscale gevolgen bij de chauffeur van het voertuig, daar deze laatste immers 's avonds met het voertuig terugkeert naar zijn woonplaats nadat hij de laatste werknemer-passagier heeft afgezet, en, omgekeerd, 's morgens alleen vertrekt van zijn woonplaats voor het ophalen van de eerste passagier. Inderdaad, een strikte interpretatie van de bepalingen opgenomen in nr 9.7 van de administratieve circulaire van 18 juli 2002, Ci.RH.241/550.265 en in nr 2 van het addendum van 13 december 2002 zou bij de chauffeur, die over het voertuig beschikt, leiden tot het belasten van een voordeel van alle aard voor het traject, dat hij alleen heeft afgelegd, zoals dat duidelijk is bepaald in het kader van carpooling georganiseerd door de werkgever (dit met een minimum van 5.000 km).

In het kader van een werkelijk gemeenschappelijk vervoer van werknemers, mag echter om billijkheidsredenen, worden afgezien van het belasten van een voordeel van alle aard bij de chauffeur voor de verplaatsingen die hij alleen heeft afgelegd voor zover de volgende voorwaarden worden vervuld :

  • het gemeenschappelijk vervoer wordt door de werkgever georganiseerd;
  • de werknemer wordt door de werkgever aangeduid om het voertuig te besturen;
  • het voertuig wordt uitsluitend voor het gemeenschappelijk vervoer aangewend (geen enkel persoonlijk gebruik van het voertuig);
  • een reglement benadrukt duidelijk dat het voertuig op geen enkele wijze anders dan in het beroepsmatig kader (boodschappen, week-end, vakanties, enz.) mag gebruikt worden.
Een circulaire zal weldra over dit onderwerp worden gepubliceerd.

Hoogachtend,

IN NAAM VAN DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering,

(w.g.) Stany Quintens
Directeur