Circulaire nr. 9/2016 dd. 11.10.2016

Circulaire nr. 9/2016 dd. 11.10.2016

Hervorming statuut hypotheekbewaarder

Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie

Operationele expertise en ondersteuning

Juridische Expertise

Dossier nr. L 274

Bijlagen: 6

Titel 3, hoofdstuk 1, “Hervorming van het statuut van de hypotheekbewaarders” van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen

INLEIDING

In het Belgisch Staatsblad van 10 oktober 2016 werd het koninklijk besluit van 26 september 2016 tot vaststelling van de datum van vervroegde inwerkingtreding van titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen en tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het personeel belast met de bewaring van de hypotheken bekendgemaakt.

Dit koninklijk besluit regelt in zijn artikel 35 ook de inwerkingtreding van titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen. Deze wet werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2015.

Een uittreksel uit voormelde wet, bevattende titel 3, hoofdstuk 1, is opgenomen als bijlage 1 en is beschikbaar op www.fisconetplus.be. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen van de hypotheekwet is opgenomen als bijlage 2.

Een uittreksel uit het koninklijk besluit van 26 september 2016, bevattende het voormeld artikel 35 is opgenomen als bijlage 3.

COMMENTAAR(1)

Titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen betreft de hervorming van het statuut van de hypotheekbewaarders.


(1) De wijzigingen van de diverse bepalingen betreffende het personeel belast met de bewaring van de hypotheken die vervat zijn in het voormeld koninklijk besluit van 26 september 2016 worden in deze circulaire niet toegelicht.

De hypotheekbewaarders worden bij artikel 95 van deze wet geïntegreerd in de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie die o.a. tot opdracht heeft het tot stand brengen van een geïntegreerd documentatiesysteem betreffende onroerende goederen.

Dit artikel 95 voegt in de hypotheekwet een nieuw artikel 145 in luidend als volgt:

Art. 145. De openbare dienst van de openbaarmaking van akten en stukken in een hypotheekkantoor wordt verzekerd door daartoe binnen de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën aangewezen ambtenaren.".

Tevens wordt bij artikel 98, 1° van deze wet, de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen opgeheven.

Ingevolge de huidige wetswijzigingen zijn de hypotheekbewaarders niet langer openbare ambtenaren bij het vervullen van de openbare dienst van de openbaarmaking van akten en stukken in een hypotheekkantoor, maar worden zij in de uitoefening van deze dienstook gewone ambtenaren van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.

Het blijven bestaan van de hypotheekbewaarder als openbaar ambtenaar - met beperkte bevoegdheden maar onafhankelijk van de administratie - was immers een hinderpaal voor de totstandkoming van een geïntegreerd documentatiesysteem met uitwisseling van gegevens door en onder de verantwoordelijkheid van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie(2).


(2) Memorie van toelichting, Parl.St., Kamer 2015-2016, nr.54K1505/001, blz. 52.

In het kader van deze hervorming neemt de FOD Financiën ook de resterende contractuele bedienden van de hypotheekbewaarders over alsook de financiële verplichtingen van de hypotheekbewaarders ten aanzien van hun gepensioneerde contractuele bedienden en rechthebbenden op een financiële tussenkomst uit hoofde van hun overleden contractuele bedienden (zie art. 97 van de wet)(3).


(3) Deze personeelsaspecten worden in deze circulaire niet nader toegelicht.

Deze hervorming betreft ook de bewaarder van de scheepshypotheken(4).


(4) Memorie van toelichting, Parl.St., Kamer 2015-2016, nr. 54K1505/001, blz. 53.

Deze hervorming heeft gevolgen op de volgende punten, welke hierna worden besproken:

  • De hypotheekbewaarder is niet langer onafhankelijk bij het vervullen van de openbare dienst van de hypothecaire publiciteit, doch is zoals elke andere ambtenaar onderworpen aan zijn hiërarchie.
  • De aansprakelijkheid van de hypotheekbewaarder wijzigt.
  • Voor het vervullen van de hypothecaire formaliteiten en het afleveren van de afschriften en getuigschriften is niet langer een loon doch wel een retributie verschuldigd.
  • De vaststelling van de zetel, de ambtsgebieden en bevoegdheden van de hypotheekkantoren.

1. De hypotheekbewaarder is niet langer onafhankelijk bij het vervullen van de openbare dienst van de hypothecaire publiciteit, doch is zoals elke andere ambtenaar onderworpen aan zijn hiërarchie

De hypotheekbewaarder is, als gewoon ambtenaar, niet langer onafhankelijk bij het vervullen van de openbare dienst van de hypothecaire publiciteit, doch is zoals elke andere ambtenaar onderworpen aan zijn hiërarchie.

Deze zal er, via circulaires, instructies en andere administratieve beslissingen, op toezien dat de wetgeving op het vervullen van de hypothecaire formaliteiten en het afleveren van afschriften en inlichtingen in het gehele land op dezelfde wijze wordt toegepast.

De hypotheekbewaarder valt thans ook onder de gewone tuchtregeling geldend voor alle ambtenaren(5).


(5) Memorie van toelichting, Parl.St., Kamer 2015-2016, nr. 54K1505/001, blz. 53.

De voorheen in de artikelen 133 en 134 van de hypotheekwet voorziene straf van afzetting en de boetes wegens overtreding van de artikelen 123 tot 134 van de hypotheekwet werden geschrapt (zie de artikelen 91 en 92 van de wet).

De hypotheekbewaarder dient vóór zijn ambtsinstelling evenmin nog de eed af te leggen zoals voorzien bij artikel 4 van voormelde wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799). Ook de andere bijzondere bepalingen van deze wet in verband met de leeftijdsgrens, het interim, de plaatsvervanging in geval van afwezigheid of verhindering van de hypotheekbewaarder werden opgeheven.

2. De aansprakelijkheid van de hypotheekbewaarder wijzigt

De wijziging van het statuut van de hypotheekbewaarder laat de bestaande aansprakelijkheidsgronden met betrekking tot het verzorgen van de hypothecaire publiciteit onverkort, doch heeft enkel invloed op de door derden aan te spreken persoon.

Daar de hypotheekbewaarders gewone ambtenaren worden bij het vervullen van de openbare dienst van de hypothecaire publiciteit, zijn zij, zoals alle andere ambtenaren, onderworpen aan de wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen. Deze wet voorziet dat de Staat tegenover derden aansprakelijkis voor de schade berokkend door haar personeelsleden bij de uitoefening van hun dienst (art. 3 van de wet van 10 februari 2003). De hypotheekbewaarders zullen, zoals alle andere ambtenaren, enkel persoonlijk aansprakelijk zijn voor hun bedrog en hun zware fout of herhaalde lichte fouten (art. 2 van de wet van 10 februari 2003).

Dit geldt voor alle aansprakelijkheidsgronden met betrekking tot het verzorgen van de hypothecaire publiciteit, en dus ook voor deze opgenomen in andere wetgevingen dan de hypotheekwet, zoals:

  • artikel 1434 van het Gerechtelijk Wetboek(6)
  • artikel 1570 van het Gerechtelijk Wetboek(7)
  • artikel 464/33 van het Wetboek van Strafvordering(8)

(6) Art. 1434 Ger.W.: “De overschrijving wordt door de hypotheekbewaarder, op straffe van schadevergoeding, gedaan uiterlijk binnen acht dagen na de afgifte van het beslagexploot. Als dagtekening van de overschrijving geldt evenwel de dag van afgifte van het exploot.
Kan de hypotheekbewaarder de overschrijving van het beslagexploot niet verrichten op het ogenblik dat zij wordt gevorderd, dan vermeldt hij op de originele exploten die hem worden gelaten de dag en het uur waarop zij hem worden overhandigd”.

(7) Art 1570 Ger.W.: “De overschrijving wordt door de hypotheekbewaarder, op straffe van schadevergoeding, gedaan uiterlijk binnen acht dagen na de afgifte van het beslagexploot. Als dagtekening van de overschrijving geldt evenwel de dag van afgifte van het exploot.
Kan de hypotheekbewaarder de overschrijving van het beslagexploot niet verrichten op het ogenblik dat zij wordt gevorderd, dan vermeldt hij op de originele exploten die hem worden gelaten de dag en het uur waarop ze hem worden overhandigd. In geval van samenloop wordt het eerst aangeboden exploot alleen overgeschreven.
(…)”.

(8) Art 464/33 § 3 Sv.: “Binnen vierentwintig uur na de handeling van het beslag biedt de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst het proces-verbaal van inbeslagneming ter overschrijving aan op het hypotheekkantoor van de plaats waar de goederen gelegen zijn.De overschrijving wordt door de hypotheekbewaarder, op straffe van schadevergoeding, gedaan uiterlijk binnen acht dagen na de afgifte van het voormelde proces-verbaal van inbeslagneming. Als dagtekening van de overschrijving geldt evenwel de dag van afgifte van het proces-verbaal.
Als de hypotheekbewaarder de overschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming niet kan verrichten op het ogenblik dat zij wordt gevorderd, dan vermeldt hij op de originele processen-verbaal die bij hem worden achtergelaten de dag en het uur waarop zij hem werden overhandigd.”

De bepalingen van de hypotheekwet die betrekking hadden op de bijzondere persoonlijke verantwoordelijkheid van de hypotheekbewaarder werden op dat vlak aangepast (zie art. 35, 128, 130, 132, 133 en 134 van de hypotheekwet). Ook het opschrift van hoofdstuk IX werd dienovereenkomstig aangepast[gewijzigd bij art. 87 t.e.m. 93 van de wet van 18 december 2015]).

Daar de hypotheekbewaarder niet langer een bijzondere persoonlijke aansprakelijkheid draagt met betrekking tot het verzorgen van de hypothecaire publiciteit dient hij ter zake geen borg meer te stellen zoals voorzien bij de artikelen 5 e.v. van voormelde wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799).

Bij overgangsmaatregel wordt deze borgstelling, voorzien bij artikel 8 van dewet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799), nog voor tien jaar na de inwerkingtreding van de wet behouden voor de vroegere hypotheekbewaarders-openbaar ambtenaar (art. 99, § 1 van de wet van 18 december 2015). Ook het artikel 9 van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) blijft nog gedurende tien jaar van toepassing voor wat betreft het domicilie waar de vervolgingen tegen de hypotheekbewaarder-openbaar ambtenaar ook na de beëindiging van zijn functie kunnen worden ingesteld (art. 99, § 2 van de wet van 18 december 2015).

Verder blijft de hypotheekbewaarder rekenplichtige en, voor dit aspect, dus onderworpen aan de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat.

3. Voor het vervullen van de hypothecaire formaliteiten en het afleveren van de afschriften en getuigschriften is niet langer een loon doch wel een retributie verschuldigd

Het nieuwe artikel 146 van de hypotheekwet bepaalt dat:

Voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften is een retributie verschuldigd aan de Staat.
De Koning bepaalt het tarief van deze retributies en de nadere regels inzake toepassing ervan
.".

Deze retributie vervangt het vroegere stelsel van hypothecaire lonen, geregeld bij het koninklijk besluit van 18 september 1962 tot vaststelling van de lonen der hypotheekbewaarders(9).


(9) Indien in andere wetteksten de bewoordingen “hypothecaire lonen” nog voorkomen, dienen deze gelezen te worden als “hypothecaire retributies”.

Bij het koninklijk besluit van 14 september 2016 tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften werden deze retributies bepaald. Dit besluit werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 oktober 2016.

De tekst van dit koninklijk besluit (hierna “KB hypothecaire retributies” genoemd) is opgenomen als bijlage 4 en is beschikbaar op www.fisconetplus.be.

Het tarief van deze retributies stemt overeen met de hypothecaire lonen die sinds 1 januari 2015 van toepassing zijn op basis van het koninklijk besluit van 18 september 1962 tot vaststelling van de lonen der hypotheekbewaarders.

Voor de gebruiker van het hypothecair systeem blijft het te betalen bedrag dus ongewijzigd, enkel de aard van de te betalen som wijzigt.

Voor de verzending van de stukken wordt slechts één tarief voorzien, overeenstemmend met het vroeger loon en de verzendingskosten voor verzending bij gewone brief (art. 1, 21° en art. 3, 12° KB hypothecaire retributies). Er wordt afgestapt van de mogelijkheid tot terugzending bij aangetekend schrijven.

Ook de driejaarlijkse indexering (art. 4 KB hypothecaire retributies) en de voorafgaande betaling blijven behouden (art. 5 KB hypothecaire retributies).

Deze retributies, die rechtstreeks toekomen aan de Staat, moeten uitsluitend worden betaald op de rekening van het hypotheekkantoor.

De retributie, en dus niet langer het loon, is verschuldigd:

  • voor de hypothecaire formaliteiten die worden vervuld vanaf de inwerkingtreding van de wet.
    Scharnierpunt hierbij is de datum waarop de hypotheekbewaarder de stukken neerlegt in zijn register van neerlegging (art. 124, 1° Hyp.W.) en aldus de formaliteit vervult. Het ogenblik waarop de stukken en het relaas van deze formaliteit aan de aanbieder worden (terug)bezorgd doet niet ter zake.
  • voor de aflevering van afschriften en getuigschriften die worden afgeleverd vanaf de inwerkingtreding van de wet.
    Scharnierpunt hierbij is het ogenblik waarop de hypotheekbewaarder de gevraagde afschriften en getuigschriften aflevert. De datum van de aanvraag tot aflevering van afschriften en getuigschriften doet niet ter zake.

De vroegere hypothecaire lonen waren onder meer een vergoeding voor de bijzondere persoonlijke aansprakelijkheid van de hypotheekbewaarder. Het is dan ook het ogenblik waarop de verantwoordelijkheid wordt genomen dat als scharnierpunt wordt weerhouden.

Het koninklijk besluit van 18 september 1962 tot vaststelling van de lonen der hypotheekbewaarders wordt opgeheven (art. 6, § 1 KB hypothecaire retributies). Bij overgangsmaatregel blijven de artikelen 7bis tot 11bis ervan nog van kracht voor de voorafneming op de hypothecaire lonen ten bate van de Schatkist die nog moet worden uitgevoerd na de inwerkingtreding van het nieuwe retributiebesluit (art. 6, § 2 KB hypothecaire retributies).

4. De vaststelling van de zetel, de ambtsgebieden en bevoegdheden van de hypotheekkantoren

De zetel, de ambtsgebieden en de bevoegdheden van de hypotheekkantoren werden geregeld bij het koninklijk besluit van 20 mei 1964 tot vaststelling van de zetel, alsmede van het ambtsgebied en de bevoegdheden van de hypotheekkantoren.

Dit besluit werd getroffen ter uitvoering van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799). Door de opheffing van deze wet, de rechtsgrond van het koninklijk besluit van 20 mei 1964, is dit koninklijk besluit stilzwijgend opgeheven.

De zetel, het ambtsgebied en de bevoegdheden van de hypotheekkantoren, die thans gewone entiteiten van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie worden, wordt nu net als voor alle andere kantoren en diensten bepaald bij een besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën.

Het besluit van 13 september 2016 tot wijziging van het besluit van 18 december 2014 van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten regelt ook de zetel, het ambtsgebied en de bevoegdheden van de hypotheekkantoren. Dit besluit werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 oktober 2016.

De tekst van dit besluit van de Voorzitter van het Directiecomité is opgenomen als bijlage 5. De geconsolideerde tekst van het voormelde besluit van 18 december 2014 van de Voorzitter van het Directiecomité en zijn bijlage, zijn opgenomen als bijlage 6 en zijn beschikbaar op www.fisconetplus.be.

Dit besluit wijzigt niets aan het aantal hypotheekkantoren, noch aan hun ambtsgebieden en bevoegdheden. Enkel de naam en de zetel van het hypotheekkantoor Brugge 2 wordt gewijzigd in Oostende en de naam van het hypotheekkantoor Brugge 1 in Brugge.

Opheffingen

De wet voorziet in artikel 98 in de opheffing van volgende teksten:

1° de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, gewijzigd bij de wet van 16 december 1851, het koninklijk besluit van 15 mei 1939, de wet van 9 augustus 1963, het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en de programmawet van 24 december 2002;

artikel 16 van de wet van 24 december 1906, houdende de rijksmiddelenbegroting voor het jaar 1907;

3° de wet van 10 juni 1922 betreffende het loon van de hypotheekbewaarders;

4° het decreet van 18-27 mei 1791 tot de organisatie van de registratierechten en andere ermee aanverwante rechten;

5° de wet van 6 messidor jaar VII (24 juni 1799) betreffende de hypothecaire inschrijvingen lastens openbare rekenplichtigen, enz.;

6° het advies van de Raad van State van 25 februari 1808 over de toepassing van de artikelen 2098 en 2121 van het Burgerlijk wetboek en van de wet van 5 september 1807 aan de Schatkist.

INWERKINGTREDING

Titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen is op 1 november 2016 vervroegd in werking getreden, gelet op het artikel 35 van het koninklijk besluit van 26 september 2016 tot vaststelling van de datum van vervroegde inwerkingtreding van titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen en tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het personeel belast met de bewaring van de hypotheken en zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad op 10 oktober 2016.

Op dezelfde datum zijn tevens in werking getreden:

- het koninklijk besluit van 14 september 2016 tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften (zie art. 7 KB hypothecaire retributies)

- het besluit van 13 september 2016 tot wijziging van het besluit van 18 december 2014 van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten (zie art. 14 van dit besluit).

Namens de minister:

André DE BRUYNE
Adviseur-generaal


BIJLAGE 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 28 december 2015

18 DECEMBER 2015. – Wet houdende fiscale en diverse bepalingen

(…)

TITEL 3. - Diverse bepalingen

HOOFDSTUK 1. – Hervorming van het statuut van de hypotheekbewaarders

Afdeling 1. - Hervorming van het statuut

Art. 87. In artikel 35 van de wet van 16 december 1851 tot herziening van het hypothecair stelsel, de inleidende zin van het eerste lid wordt vervangen als volgt:

"Op straffe van vergoeding van alle schade jegens derden moet er, op het ogenblik van de overschrijving ambtshalve in het register een inschrijving worden gedaan.".

Art. 88. In het opschrift van hoofdstuk IX van dezelfde wet worden de woorden "van de bewaarders" opgeheven.

Art. 89. Artikel 128 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:

"Art. 128. In geen geval mag, op straffe van schadevergoeding aan de partijen, verzuimd worden om, in de registers, de overschrijvingen te doen van akten die aan deze formaliteit zijn onderworpen, en de inschrijvingen die op het hypotheekkantoor zijn gevorderd.

Er ontstaat eveneens een recht op schadevergoeding bij het niet vermelden, in de getuigschriften, van een of meer van de bestaande overschrijvingen of inschrijvingen, tenzij de vergissing voortkomt uit de ontoereikendheid van aanduidingen in de aanvraag tot het bekomen van het getuigschrift, die de aanvrager ten laste kan worden gelegd.".

Art. 90. In artikel 130 van dezelfde wet worden de woorden "de bewaarders de overschrijvingen of inschrijvingen, of de afgifte van getuigschriften weigeren of vertragen, " vervangen door de woorden "de overschrijvingen of inschrijvingen, of de afgifte van getuigschriften worden geweigerd of vertraagd, ".

Art. 91. In artikel 132 van dezelfde wet worden de woorden ", op straffe van geldboete van vijftig frank tot duizend frank voor de eerste overtreding. In geval van herhaling is de geldboete dubbel en kan zelfs, indien de omstandigheden het medebrengen, afzetting worden uitgesproken, een en ander onverminderd schadevergoeding aan de partijen, welke vergoeding aan de partijen, welke vergoeding vóór de geldboete zal worden betaald" opgeheven.

Art. 92. In artikel 133 van dezelfde wet worden de woorden ", op straffe, ten laste van de bewaarder, van geldboete van vijfhonderd frank tot tweeduizend frank en een schadevergoeding aan de partijen, welke vergoeding eveneens vóór de geldboete zal worden betaald" opgeheven.

Art. 93. In artikel 134 van dezelfde wet worden de woorden ", op zijn kosten herstellen, " vervangen door de woorden", herstellen zonder dat van de belanghebbende partijen een retributie wordt gevorderd, ".

Art. 94. Dezelfde wet wordt aangevuld met een hoofdstuk XIII, dat de artikelen 145 en 146 omvat, met als opschrift:

"Hoofdstuk XIII. De organisatie van de hypotheekbewaring".

Art. 95. In hoofdstuk XIII van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 84, wordt een artikel 145 ingevoegd, luidende:

"Art. 145. De openbare dienst van de openbaarmaking van akten en stukken in een hypotheekkantoor wordt verzekerd door daartoe binnen de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën aangewezen ambtenaren.".

Art. 96. In hoofdstuk XIII van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 84, wordt een artikel 146 ingevoegd, luidende:

"Art. 146. Voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften is een retributie verschuldigd aan de Staat.

De Koning bepaalt het tarief van deze retributies en de nadere regels inzake toepassing ervan.".

Art. 97. De contractuele bedienden van de hypotheekbewaarders worden overgenomen door de Federale Overheidsdienst Financiën met behoud van al hun rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de wet, een reglementair besluit of hun arbeidsovereenkomst.

De federale overheidsdienst Financiën neemt tevens de financiële verplichtingen van de hypotheekbewaarders over ten aanzien van hun gepensioneerde contractuele bedienden en rechthebbenden op een financiële tussenkomst uit hoofde van hun overleden contractuele bedienden.

De Koning wordt gemachtigd om de nadere regels te bepalen volgens dewelke bepalingen die gelden voor het bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, kunnen worden toegepast op de personeelsleden bedoeld in de vorige leden.

Afdeling 2. - Opheffingsbepaling

Art. 98. Worden opgeheven:

1° de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, gewijzigd bij de wet van 16 december 1851, het koninklijk besluit van 15 mei 1939, de wet van 9 augustus 1963, het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en de programmawet van 24 december 2002;

artikel 16 van de wet van 24 december 1906, houdende de rijksmiddelenbegroting voor het jaar 1907;

3° de wet van 10 juni 1922 betreffende het loon van de hypotheekbewaarders;

4° het decreet van 18-27 mei 1791 tot de organisatie van de registratierechten en andere ermee aanverwante rechten;

5° de wet van 6 messidor jaar VII (24 juni 1799) betreffende de hypothecaire inschrijvingen lastens openbare rekenplichtigen, enz.;

6° het advies van de Raad van State van 25 februari 1808 over de toepassing van de artikelen 2098 en 2121 van het Burgerlijk wetboek en van de wet van 5 september 1807 aan de Schatkist.

Afdeling 3. - Overgangsbepaling

Art. 99. § 1. Het artikel 8 van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, blijft nog gedurende tien jaar van toepassing voor wat betreft de gelding van de borgtocht na de beëindiging van de functie.

§ 2. Het artikel 9 van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, blijft nog gedurende tien jaar van toepassing voor wat betreft het domicilie waar de vervolgingen tegen de hypotheekbewaarder ook na de beëindiging van zijn functie kunnen worden ingesteld.

Afdeling 4. - Inwerkingtreding

Art. 100. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2017.

De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.


BIJLAGE 2

Geconsolideerde tekst van gewijzigde artikelen van de hypotheekwet van 16 december 1851(10)


(10) De wijzigingen worden vet gedrukt.

Art. 35. Op straffe van vergoeding van alle schade jegens derden moet er, op het ogenblik van de overschrijving ambtshalve in het register een inschrijving worden gedaan.

1° Van de schuldvorderingen die voortvloeien uit de akte van eigendomsoverdracht;

2° Van iedere opleg of vergoeding van de overwaarde, die voortvloeit uit de akte van ruiling.

Deze inschrijving omvat de som die als schadevergoeding voor het geval van uitwinning bedongen is;

3° Van de geldelijke lasten en de andere begrote prestaties die voortvloeien uit de akte van schenking;

4° Van iedere opleg en vergoeding van de overwaarde, die voortvloeit uit de akte van verdeling of van veiling.

Deze inschrijving vermeldt de bedingen betreffende de vrijwaring wegens uitwinning, indien zodanige bedingen zijn gemaakt.

Hoofdstuk IX. Openbaarheid van de registers en verantwoordelijkheid [...]

Art. 128. In geen geval mag, op straffe van schadevergoeding aan de partijen, verzuimd worden om, in de registers, de overschrijvingen te doen van akten die aan deze formaliteit zijn onderworpen, en de inschrijvingen die op het hypotheekkantoor zijn gevorderd.

Er ontstaat eveneens een recht op schadevergoeding bij het niet vermelden, in de getuigschriften, van een of meer van de bestaande overschrijvingen of inschrijvingen, tenzij de vergissing voortkomt uit de ontoereikendheid van aanduidingen in de aanvraag tot het bekomen van het getuigschrift, die de aanvrager ten laste kan worden gelegd.

Art. 130. In geen geval mogen de overschrijvingen of inschrijvingen, of de afgifte van getuigschriften worden geweigerd of vertraagd, op straffe van schadevergoeding aan de partijen; te dien einde worden, op aanvraag van de verzoekers, dadelijk processen-verbaal van de weigeringen of vertragingen opgemaakt, hetzij door een vrederechter, hetzij door een (gerechtsdeurwaarder) of een notaris.

Art. 132. De hypotheekbewaarders zijn gehouden zich in de uitoefening van hun ambt naar alle bepalingen van dit hoofdstuk te gedragen […].

Art. 133. De vermeldingen van neerleggingen, de inschrijvingen en de overschrijvingen worden achter elkaar in de registers gedaan, zonder enig wit vak of enige tussenregel […].

Art. 134. De bewaarder kan de vergissingen die hij mocht hebben begaan, herstellen zonder dat van de belanghebbende partijen een retributie wordt gevorderd, door in zijn registers een overschrijving van de akten en borderellen te doen, maar alleen op de lopende dag, en voorafgegaan door een nota waarin de eerste overschrijving vermeld wordt.

Hoofdstuk XIII. De organisatie van de hypotheekbewaring

Art. 145. De openbare dienst van de openbaarmaking van akten en stukken in een hypotheekkantoor wordt verzekerd door daartoe binnen de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën aangewezen ambtenaren.

Art. 146. Voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften is een retributie verschuldigd aan de Staat.

De Koning bepaalt het tarief van deze retributies en de nadere regels inzake toepassing ervan.


BIJLAGE 3

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 10 oktober 2016

26 SEPTEMBER 2016. - Koninklijk besluit tot vaststelling van dedatum van vervroegde inwerkingtreding van titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen en tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het personeel belast met de bewaring van de hypotheken

(…)

Art. 35. Op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen ter rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad treden in werking:

1° titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen;

2° dit besluit, met uitzondering van artikel 32 dat uitwerking heeft met ingang van 1 mei 2014.

(…)


BIJLAGE 4

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 10 oktober 2016

14 SEPTEMBER 2016.- Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 146 van de hypotheekwet van 16 december 1851 zoals ingevoegd bij artikel 96 van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 september 1962 tot vaststelling van de lonen der hypotheekbewaarders;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 maart 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 17 juni 2016;

Gelet op advies 59.701/2/V van de Raad van State, gegeven op 10 augustus 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Op de voordracht van de Minister van Financiën,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij:

Artikel 1. Dehypothecaire openbaarmaking geeft aanleiding tot het betalen van volgenderetributies:

1° voor het registreren van de aanvragen van de hypothecaire formaliteiten, per vak van het register van neerlegging: 2,25 EUR;

2° voor de erkenning van de neerlegging van stukken, wanneer zij afgegeven wordt overeenkomstig artikel 126 van de hypotheekwet van 16 december 1851, per nummer van het register van neerlegging: 17,19 EUR;

3° voor elke inschrijving, oorspronkelijke of vernieuwde, van hypotheekrecht of voorrecht:

a) per bladzijde van het borderel overeenstemmend met een bladzijde van het formaat A4 of een gedeelte ervan: 6,94 EUR;

b) naargelang het bedrag, in hoofdsom en bijhorigheden, van de sommen waarvoor de inschrijving genomen of vernieuwd wordt:

- 25.000 EUR niet overtreft: 69,31 EUR;

- 25.000 EUR overtreft: 69,31 EUR verhoogd met 24,26 EUR per volledige of onvolledige schijf van 25.000 EUR boven de eerste.

Het onder b) bedoelde bedrag omvat het totaal van de schuldvorderingen, huidige of gebeurlijke, prijzen, opleggelden, uitkeringen, geldelijke lasten en andere prestaties in geld, die het voorwerp van de inschrijving uitmaken, met uitsluiting van de bij artikel 87 van de hypotheekwet van 16 december 1851 bedoelde drie jaren interest en met uitsluiting van de prestaties in natura en van de verplichtingen om iets te doen die niet in kapitaal werden geraamd in de akten, en, bij ontstentenis van akten, in de borderellen. Het wordt bepaald per formaliteit zonder rekening te houden met de pluraliteit van hypotheekrechten en van schuldvorderingen, noch met het aantal van de schuldeisers, medebelanghebbenden of niet, noch met het aantal van de verdeelde of onverdeelde eigenaars.

De prestaties bestaande uit een rente of een pensioen, die niet in kapitaal werden geraamd in de akten of borderellen, worden geschat als volgt:

- gaan de prestaties over een lijfrente of een levenslang pensioen, dan wordt de retributie vereffend op het jaarlijks bedrag van de uitkering vermenigvuldigd met het getal dat in onderstaande tabel is opgegeven en afhankelijk is van de leeftijd van de beneficiant op de dag van de akte:

GetalLeeftijd
1820 jaar of minder;
17meer dan 20 jaar en niet meer dan 30 jaar;
16meer dan 30 jaar en niet meer dan 40 jaar;
14meer dan 40 jaar en niet meer dan 50 jaar;
13meer dan 50 jaar en niet meer dan 55 jaar;
11meer dan 55 jaar en niet meer dan 60 jaar;
9,5meer dan 60 jaar en niet meer dan 65 jaar;
8meer dan 65 jaar en niet meer dan 70 jaar;
6meer dan 70 jaar en niet meer dan 75 jaar;
4meer dan 75 jaar en niet meer dan 80 jaar;
2meer dan 80 jaar.

- gaan de prestaties over een altijddurende rente, dan wordt de retributie vereffend op het twintigvoudig jaarlijks bedrag van de rente.

Bovenstaande bepalingen zijn toepasselijk op de inschrijving die genomen wordt, krachtens artikel 39 van de hypotheekwet van 16 december 1851, tot behoud van het recht om de afscheiding van de erfboedels te vragen.

De onder letter b) bepaalde retributie wordt met de helft verhoogd wanneer de inschrijving van ambtswege wordt genomen of vernieuwd;

4° voor elke andere melding dan de doorhaling, die door middel van borderellen wordt gevorderd en die in de rand van een inschrijving gedaan wordt: 34,38 EUR;

5° voor elke verandering van woonplaats die, onder de handtekening van de betrokkene, in de rand van een inschrijving vastgesteld wordt: 8,60 EUR;

6° voor elke overschrijving, per bladzijde van de akte overeenstemmend met een bladzijde van het formaat A4 of een gedeelte ervan: 14,84 EUR.

Geen retributie wordt aangerekend voor alle stukken die krachtens een wettelijke bepaling zonder aanbieding ervan geacht worden tegelijk met de akten te zijn overgeschreven;

7° voor elke melding die in de rand van een overschrijving gedaan wordt: 34,38 EUR;

8° voor elke akte waarbij een weigering van overschrijving wordt vastgesteld wegens het bestaan van een voorafgaand beslag: 34,38 EUR;

9° voor de doorhaling van de inschrijvingen, met inbegrip van de afgifte van het certificaat van doorhaling:

a) wanneer de doorhaling totaal is: naargelang het bedrag van de sommen die dienen tot het vaststellen van de gegradueerde retributie voor de inschrijving:

- 25.000 EUR niet overtreft: 120,60 EUR;

- 25.000 EUR overtreft: 120,60 EUR, verhoogd met 24,26 EUR per volledige of onvolledige schijf van 25.000 EUR boven de eerste;

b) wanneer zij gedeeltelijk is wat de sommen betreft: de onder a) bepaalde retributie berekend op het totaal bedrag van de sommen ten belope waarvan zij gedaan wordt;

c) wanneer zij gedeeltelijk is wat de bezwaarde goederen betreft, al dan niet met vermindering van het bedrag van de inschrijving:

- de onder a) bepaalde retributie berekend op het totaal bedrag van de door de inschrijving gewaarborgde sommen op het vrijgemaakt goed;

- wanneer de vermindering het gevolg is van de behoorlijk overgeschreven vervreemding van bezwaarde goederen, wordt de berekeningsgrondslag van de retributie, op voorlegging van de bewijsstukken, beperkt tot de in de akte van vervreemding aangegeven waarde of prijs;

- wanneer de gedeeltelijke doorhaling wat de bezwaarde goederen betreft, gebeurt in het kader van een onteigening ten algemene nutte, is er 34,38 EUR verschuldigd, op voorlegging van een attest uitgaande van de onteigenende macht.

De grondslag voor de berekening van de retributie mag in geen geval meer bedragen dan het totaal bedrag van de oorspronkelijk door de inschrijving gewaarborgde sommen, verminderd met de bedragen die reeds aanleiding hebben gegeven tot de heffing van de gegradueerde retributie bij vorige doorhalingen.

De voor een doorhaling verschuldigde retributie mag niet minder bedragen dan 34,38 EUR.

Voor de berekening van de retributie wordt elke inschrijving afzonderlijk beschouwd zonder rekening te houden met de omstandigheid dat dezelfde schuldvordering gewaarborgd is door verscheidene inschrijvingen waarvan gelijktijdig opheffing gegeven wordt.

In al de gevallen waarin de tussenkomst van de ingeschreven hypothecaire schuldeisers door de wet geëist wordt om tot de gehele doorhaling van een van ambtswege genomen inschrijving te komen, is de bewaarder gerechtigd uit hoofde van de nodige opzoekingen de onder 15°, letter a), bepaalde retributie te eisen indien de nodige inlichtingen hem, na aanvraag, niet door de verzoeker verstrekt worden;

10° voor de doorhaling van de randmeldingen met inbegrip van de afgifte van het certificaat van doorhaling: 34,38 EUR per melding;

Indien door één en dezelfde akte opheffing wordt gegeven van de inschrijving en van de randmeldingen die er betrekking op hebben, is er niets verschuldigd uit hoofde van de doorhaling van deze laatste;

11° voor de doorhaling van de overschrijvingen van dwangbevelen en van inbeslagnemingen of van de overschrijvingen van vonnissen, beschikkingen en akten bedoeld door artikel 1253ter/5, eerste lid, 4° en vierde lid van het Gerechtelijk Wetboek of van de overschrijvingen van verklaringen van niet vatbaarheid voor beslag, met inbegrip van de afgifte van het certificaat van doorhaling: 34,38 EUR per overschrijving;

12° voor elk duplicaat van certificaat van doorhaling: 17,19 EUR per betrokken formaliteit;

13° voor de vergeleken afschriften van neergelegde of overgeschreven akten: 2,07 EUR per bladzijde, zonder dat de retributie minder dan 34,38 EUR per afschrift mag bedragen;

14° voor elk duplicaat van kwijtschrift: 17,19 EUR;

15° voor de hypothecaire certificaten of lastenstaten:

a) wegens opzoekingen: 6,88 EUR per persoon vermeld in de vordering;

b) voor elke bij uittreksel op het certificaat of op de lastenstaat vermelde inschrijving of overschrijving: 3,44 EUR indien op vordering, het uittreksel door een integraal afschrift vervangen wordt, is de onder 13° voorziene retributie verschuldigd;

Geen andere retributie dan die bepaald onder a) is verschuldigd voor het certificaat van niet-inschrijving of van niet-overschrijving.

De vrijstelling van het opnemen van zekere formaliteiten sluit, wat die formaliteiten betreft, de heffing van de retributie per uittreksel uit indien hun aanwijzing de datum, het boekdeel en het nummer, hetzij de referte eraan vermeldt;

c) voor elke melding ter aanvulling van een inschrijving of overschrijving: 2,42 EUR;

d) het totaal bedrag van de krachtens a) tot c) bepaalde retributies mag, per certificaat of per lastenstaat, niet minder bedragen dan 34,38 EUR;

16° voor de raadpleging ter plaatse van eenformaliteitsregister, voor zover die raadpleging door de bewaarder toegelaten wordt om de openbare ambtenaren het vervullen van hun plichten te vergemakkelijken: 5,16 EUR per geraadpleegd register;

Wordt de nauwkeurige aanduiding van het boekdeel en van het nummer door de belanghebbende niet verstrekt, dan is er daarenboven verschuldigd voor de opzoekingen in de bescheiden: 6,88 EUR;

17° voor de raadpleging, door de bewaarder, van akten, volmachten, lastenkohieren of alle andere documenten, die vroeger op de hypotheekbewaring overgeschreven of neergelegd werden en waarnaar de belanghebbenden verwijzen, hetzij in een aan de formaliteit van de overschrijving of van de inschrijving onderworpen akte, hetzij in een akte van handlichting: 6,88 EUR per geraadpleegde akte;

18° voor het onderzoek door de bewaarder, door middel van zijn persoonlijke documentatie, naar de bekwaamheid en de hoedanigheid van de personen die namens vennootschappen meewerken aan akten van opheffing: 3,44 EUR per vennootschap;

19° voor het archiveren van plannen in de hypothecaire documentatie: 17,19 EUR per oppervlakte overeenstemmend met een formaat A4 of deel ervan, met een minimum van 34,38 EUR en een maximum van 343,76 EUR per akte;

20° voor het opzoeken van de voorgaande eigenaars om een vordering van lastenstaat aan te vullen, voor zover de bewaarder erin toestemt die opzoekingen te doen:

a) per geraadpleegde titel, met inbegrip van de titel van de in de vordering vermelde laatste eigenaars: 2,07 EUR;

b) per naam of ander identificatiegegeven dat op het verzoek wordt bijgevoegd, of dat wordt vervolledigd of verbeterd: 0,70 EUR;

21° voor de verzending van stukken, per verzonden stuk 1,86 EUR.

Geen retributie is verschuldigd voor de verzending van stukken naar een dienst van de federale staat, van de gewesten of de gemeenschappen;

22° voor elk document meegedeeld per telefax of als ingescande bijlage bij een e-mail: 5,16 EURper verzending, onverminderd de voor de afgifte ervan bepaalde retributie.

Art. 2. De hypotheekbewaarders zijn ertoe gehouden de getuigschriften, afschriften en uittreksels bedoeld in artikel 127 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en in artikel 45 van de wet van 21 augustus 1879 houdende boek II van het Wetboek van koophandel (Zeevaart en binnenvaart) te verstrekken in de volgorde van de ontvangst van de aanvragen.

De dringend gevraagde getuigschriften, afschriften en uittreksels genieten nochtans voorrang. Voor zover ze afgeleverd worden binnen de vier dagen, de sluitingsdagen voor de kantoren niet meegerekend, geven ze aanleiding tot de heffing van een bijkomende retributie die gelijk is aan de helft van de bij artikel 1,

15°, vastgestelde retributies.

De in voorgaand lid voorziene bijkomende retributie wordt eveneens geheven op de getuigschriften, afschriften en uittreksels waarvan, op aanvraag van de verzoeker, de overhandiging voor het geheel of voor een deel werd voorafgegaan, door officieuze inlichtingen verstrekt binnen de voormelde termijn van vier dagen.

Art. 3. In afwijking van artikel 1, zijn de aan de bewaarder der scheepshypotheken verschuldigde retributies als volgt vastgesteld:

1° voor elke in het register der zeeschepen of in het register van teboekstelling der binnenschepen gedane formaliteit : 34,38 EUR;

De retributie is eisbaar door het feit van de neerlegging wanneer de inschrijving vertraagd wordt door het gebrek aan registratie of teboekstelling;

2° voor elke in het rompbevrachtingsregister gedane formaliteit: 34,38 EUR

3° voor de inschrijving van een zeeschip in het rompbevrachtingsregister: 1.386,10 EUR, te vermenigvuldigen met het aantal jaren van de rompbevrachtingsduur; indien de romp-bevrachtingsduur een deel van een jaar bevat, wordt dit deel voor een volledig jaar aangezien;

4° voor elk afschrift of uittreksel van een onder 1° of 2° bedoeld register, per vermelde formaliteit: 5,16 EUR, zonder dat de retributie minder dan 34,38 EURmag bedragen;

5° voor elk certificaat van doorhaling van teboekstelling, van registratie of van inschrijving in het rompbevrachtingsregister: 34,38 EUR

6° voor elk ontkennend certificaat: 34,38 EUR;

7° voor de vergeleken afschriften van de in het archief van de bewaring neergelegde bescheiden: 2,07 EURper bladzijde, zonder dat de retributie minder dan 34,38 EUR per afschrift mag bedragen;

8° voor elk duplicaat van kwijtschrift: 3,44 EUR;

9° voor de raadpleging ter plaatse van een register voor zover dit door de bewaarder toegelaten wordt: 6,88 EUR per geraadpleegde registratie, teboekstelling of inschrijving in het rompbevrachtingsregister;

10° voor de inschrijving en, desgevallend, voor de vernieuwing van inschrijving van de akten houdende een bij artikel 8 van de wet van 21 augustus 1879 houdende boek II van het Wetboek van Koophandel (Zeevaart en binnenvaart) bedoelde overeenkomst: 70 cent per 1.000 EUR of breuk van 1.000 EUR, zonder dat de retributie minder mag bedragen dan 34,38 EUR;

Een vijfde van deze retributie is verschuldigd voor de doorhaling van hypothecaire inschrijvingen, zonder dat deze verminderde retributie minder mag bedragen dan de in het eerste lid bepaalde minimumretributie;

De in het eerste en tweede lid bepaalde retributie wordt vereffend op het bedrag van de sommen uitgedrukt of te schatten als zijnde de prijs of de waarde van de schepen of boten of op het bedrag van het in te schrijven of te niet te doen zakelijk recht, met uitsluiting van de drie jaren interest bedoeld in artikel 87 van de hypotheekwet van 16 december 1851. Ze is slechts éénmaal verschuldigd ongeacht het aantal schepen of boten die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken;

Geen andere retributie dan de in het eerste lid vermelde minimumretributie is verschuldigd voor de inschrijving van akten van overdracht van hypotheek;

11° voor het onderzoek door de bewaarder, door middel van zijn persoonlijke documentatie, naar de bekwaamheid en de hoedanigheid van de personen die in naam van vennootschappen in de akten van opheffing tussenkomen: 3,44 EUR per vennootschap;

12° voor de verzending van stukken, per verzonden stuk 1,86 EUR;

Geen retributie is verschuldigd voor de verzending van stukken naar een dienst van de federale staat, van de gewesten of de gemeenschappen;

13° voor elk document meegedeeld per telefax of als ingescande bijlage bij een e-mail: 5,16 EUR per verzending, onverminderd de voor de aflevering ervan bepaalde retributie.

Art. 4. De retributies vastgesteld bij dit besluit worden vanaf 1 januari 2018 om de drie jaar aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen door de volgende formule: basisretributie vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer.

De basisretributies zijn deze vastgesteld bij de artikelen 1 en 3.

Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand november voorafgaand aan elke aanpassing van de retributies.

Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand november 2014.

Het resultaat verkregen ingevolge de indexering wordt afgerond op de hogere cent.

Behelst het totaal van de in eenzelfde kwijtschrift of in eenzelfde formaliteitsrelaas op te geven retributies een gedeelte van een cent, dan wordt dat totaal tot de hogere cent afgerond. Het bedrag van de afronding wordt als retributie beschouwd.

Art. 5. De hypothecaire formaliteiten worden slechts verricht en de inlichtingen worden pas verstrekt na voorafgaande betaling van een bedrag dat door de bewaarder voldoende geacht wordt om de verschuldigde rechten en de vermoedelijk opeisbare retributies te dekken.

In afwijking van wat voorafgaat wordt de retributie in debet geboekt, wanneer de hypotheekbewaarder de inschrijving van een wettelijke hypotheek van ambtswege vernieuwt, en vordert hij ze nadien in ten laste van de schuldenaar.

De bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, betreffende de verjaring en de vervolgingen, zijn toepasselijk inzake voormelde retributies.

Art. 6. § 1. Het koninklijk besluit van 18 september 1962 tot vaststelling van de lonen der hypotheekbewaarders, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 februari 1967, 7 maart 1967, 4 februari 1972, 17 augustus 1973, 29 augustus 1975, 22 december 1982, 11 augustus 1986, 4 april 1996, 4 maart 1998, 13 juli 2001, 17 mei 2007 en 25 april 2014 wordt opgeheven.

§ 2. In afwijking van § 1 blijven de artikelen 7bis tot 11bis van het koninklijk besluit van 18 september 1962 van kracht voor de voorafneming op de hypothecaire lonen ten bate van de Schatkist die nog moet worden uitgevoerd na de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 7. Dit besluit treedt in werking de dag waarop titel 3, hoofdstuk 1 van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen in werking treedt.

Art. 8. De minister die bevoegd is voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 september 2016.

FILIP

Van Koningswege:

De Minister van Financiën,

J. VAN OVERTVELDT


BIJLAGE 5

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 10 oktober 2016

13 SEPTEMBER 2016. – Besluit tot wijziging van het besluit van 18 december 2014 van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten.

De Voorzitter van het Directiecomité,

Gelet op de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen en tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het personeel belast met de bewaring van de hypotheken, titel 3, hoofdstuk 1;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 2010 betreffende de oprichting van diensten in de schoot van de Federale Overheidsdienst Financiën, de vaststelling van hun zetel en van hun materiële en territoriale bevoegdheid;

Gelet op het ministerieel besluit van 23 april 2010 waarbij delegatie wordt verleend aan de Voorzitter van het Directiecomité met betrekking tot de oprichting van diensten, de vaststelling van hun zetel en van hun materiële en territoriale bevoegdheid;

Gelet op het besluit van 18 december 2014 van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten, gewijzigd bij het besluit van de Voorzitter van 24 december 2015;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 augustus 2016;

Overwegende dat de voormelde wet van 18 december 2015, de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de inrichting van de bewaring der hypotheken opheft;

Overwegende dat door de opheffing van de wet van 21 ventôse jaar VII ook het koninklijk besluit van 20 mei 1964 tot vaststelling van de zetel, alsmede van het ambtsgebied en de bevoegdheden van de hypotheekkantoren dat uitvoering verleent aan deze wet, impliciet wordt opgeheven;

Overwegende dat ingevolge het wegvallen van de rechtsgrond van de huidige organisatiestructuur van de hypotheekkantoren, deze kantoren als zuiver administratieve diensten dienen te worden opgenomenin de Administratie Rechtszekerheid,

Besluit:

Artikel 1. In artikel 1, 2° van het besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën van 18 december 2014 tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° de tekst van het derde streepje wordt vervangen als volgt:

"de dienst van de openbaarmaking van de akten en stukken en de bewaring van de hypotheken (hypotheekwet van 16 december 1851);"

2° de tekst van het vijfde streepje wordt aangevuld met:

"tot uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft;".

Art. 2. In de Nederlandse tekst van artikel 4, eerste lid van hetzelfde besluit wordt na de ", " het woord "is" vervangen door het woord "zijn".

Art. 3. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in de Nederlandse tekst van het eerste lid wordt na het woord "diensten" het woord "die" ingevoegd;

2° het tweede, het derde en het vierde lid worden geschrapt.

Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5bis ingevoegd waarvan de tekst luidt als volgt:

"Art. 5bis. Binnen elke Antenne Rechtszekerheid bestaat er een hypotheekkantoor.

Het hypotheekkantoor is belast met:

1° het vervullen van de hypothecaire formaliteiten die door de wet zijn voorzien;

2° het afleveren van inlichtingen uit de hypothecaire documentatie;

3° het heffen van het hypotheekrecht;

4° het heffen van het recht op geschriften zoals bedoeld bij artikel 10 van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen;

5° in voorkomend geval en bij wijze van overgangsmaatregel, het vervullen van de formaliteiten die voortvloeien uit de wetgeving op het in pand geven van de handelszaak, volgens de bevoegdheidsverdeling vastgesteld in de tabel in bijlage 1 bij dit besluit, en dit tot uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft.".

Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5ter ingevoegd, waarvan de tekst luidt als volgt:

"Art. 5ter. § 1. In geval het ambtsgebied van een hypotheekkantoor wordt gewijzigd, rust het verrichten van de doorhalingen en de meldingen betreffende de formaliteiten die werden vervuld op dit kantoor met betrekking tot de onroerende goederen gelegen in het afgestane ambtsgebied:

1° betreffende de periode tot 31 december 2000, op het vóór de wijziging bevoegde kantoor en, ingeval van latere afschaffing van dat kantoor, op het daartoe aangeduide kantoor;

2° vanaf 1 januari 2001, op het kantoor dat ingevolge de wijziging of de opeenvolgende wijzigingen bevoegd is geworden voor het overgedragen ambtsgebied.

§ 2. In geval het ambtsgebied van een hypotheekkantoor wordt gewijzigd, rust de aflevering van de inlichtingen, getuigschriften, staten en andere documenten met betrekking tot de onroerende goederen gelegen in het afgestane ambtsgebied:

1° betreffende de periode tot 31 december 2000, op het kantoor dat ingevolge de wijziging van het ambtsgebied bevoegd is geworden, indien de betrokken kantoren gevestigd zijn in dezelfde lokaliteit;

2° betreffende de periode tot 31 december 2000, op het vóór deze wijziging van ambtsgebied bevoegde kantoor, indien de betrokken kantoren gevestigd zijn in een verschillende lokaliteit en, in geval van latere afschaffing van dat kantoor, op het daartoe aangeduide kantoor;

3° vanaf 1 januari 2001, op het kantoor dat ingevolge de wijziging of de opeenvolgende wijzigingen van ambtsgebied bevoegd is geworden voor het overgedragen ambtsgebied.".

Art. 6. In artikel 6, eerste lid van hetzelfde besluit worden na het woord "opgericht" de woorden "met hetzelfde ambtsgebied en zetel als de antenne waarvan het deel uitmaakt" geschrapt.

Art. 7. In artikel 7, § 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid worden na het woord "opgericht" de woorden "waarvan het ambtsgebied overeenstemt met respectievelijk dit van de Antennes Rechtszekerheid Antwerpen 1, 2 en 3, en van de Antennes Rechtszekerheid Gent 1 en 2" geschrapt;

2° het tweede lid wordt geschrapt.

Art. 8. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende tekst:

"Binnen het Centrum Rechtszekerheid Antwerpen is het vierde hypotheekkantoor Antwerpen bevoegd voor de bewaring van de hypotheken op zee- en binnenschepen, het houden van het register van de zeeschepen en van het Belgisch rompbevrachtingsregister, alsook voor de teboekstelling van binnenschepen."

Art. 9.In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid worden na het woord "opgericht" de woorden "met hetzelfde ambtsgebied en zetel als de Antenne waarvan zij deel uitmaken" geschrapt.

2° paragraaf 4 wordt geschrapt.

Art. 10. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in § 1, eerste lid, worden na het woord "opgericht" de woorden "waarvan het ambtsgebied overeenstemt met dit van de Antennes Rechtszekerheid Brussel 1, 2, 3 en 5" geschrapt;

2° in § 1 wordt het tweede lid geschrapt;

3° in § 3 wordt na het negende streepje een streepje ingevoegd waarvan de tekst luidt als volgt:

"- de ontvangst van de beroepsverklaring voorgeschreven door artikel 631 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en de controle van het statuut van de beroepspersonen in geval deze geen domicilie, maatschappelijke zetel of zetel van verrichtingen heeft in België en voor zover de verrichtingen onderworpen zijn aan een regionaal registratierecht waarvoor de federale staat de dienst van de belastingen verzekert;".

Art. 11. In artikel 12, § 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° na het woord "opgericht" worden de woorden "waarvan het ambtsgebied overeenstemt met respectievelijk dit van de Antennes Rechtszekerheid Charleroi 1 en 2 en van de Antennes Rechtszekerheid Luik 1, 2 en 3" geschrapt;

2° het tweede lid wordt geschrapt.

Art. 12. In hetzelfde besluit wordt bijlage 1 vervangen door de bijlage gevoegd bij dit besluit.

Art. 13. Dit besluit treedt in werking op datum van de inwerkingtreding van titel 3, hoofdstuk 1, van de wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen en tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het personeel belast met de bewaring van de hypotheken.

Brussel, 13 september 2016.

H. D’HONDT


BIJLAGE 6

Geconsolideerde tekst van het besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën van 18 december 2014 tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten(11)


(11) De wijzigingen worden vet gedrukt. De tabel bij het besluit werd volledig vervangen.

(…)

Artikel 1. Binnen de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie is de Administratie Rechtszekerheid belast met:

1° de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, het Wetboek der successierechten, uitgezonderd Boek IIbis, het Wetboek diverse rechten en taksen, uitgezonderd Boek II, en van hun uitvoeringsbesluiten. Uitzondering hierop vormen de taken waarmee de Administratie Opmetingen en Waarderingen of de Administratie informatieverzameling en –uitwisseling zijn belast.

Zij verzekert, voor elk gewest, slechts de dienst van de belastingen beoogd in artikel 3, eerste lid, 4°, 6°, 7° en 8° van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, voor zover deze dienst niet werd overgenomen door het betrokken gewest;

2° de uitvoering van de wetgeving met betrekking tot het aanleggen, de bijwerking en de bewaring van de documentatie betreffende het patrimonium, zowel wat de roerende en onroerende bestanddelen betreft, hieronder begrepen:

- het bijhouden van de opeenvolgende zakenrechtelijke eigendomstoestanden van in België gelegen onroerende goederen, ook als onderdeel van de kadastrale documentatie;

- het aanleggen en het bijhouden van een gegevensbestand van de geregistreerde huurcontracten;

- de dienst van de openbaarmaking van de akten en stukken en de bewaring van de hypotheken (hypotheekwet van 16 december 1851);

- de dienst van de bewaring van het Nationaal Pandregister (wet van 11 juli 2013);

- de formaliteiten met betrekking tot het in pand geven van handelszaken (wet van 25 oktober 1919) tot uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft;

- de openbaarheid met betrekking tot de zakelijke rechten op zeeschepen en de formaliteiten met betrekking tot de hypotheek op zeeschepen (boek II, titel I, hoofdstuk II tot IV van het Wetboek van Koophandel);

3° het afleveren van attesten van erfopvolging (art. 1240bis B.W.);

4° de vestiging en invordering van de belasting van niet-inwoners op meerwaarden op onroerende goederen (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 301 en het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hoofdstuk III, afdeling 7, artikel 177);

5° de inning van de bedrijfsvoorheffing op de meerwaarden gerealiseerd op onroerende inkomsten door niet-verblijfhouders in het kader van hun beroepswerkzaamheid (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 412bis en het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hoofdstuk III, afdeling 13bis, artikel 210bis en 210ter);

6° de inning en de eventuele teruggave van de rechten met betrekking tot de rechtspleging voor de Raad van State (artikelen 71 en 72 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State);

7° […]

Art. 2. De Administratie Rechtszekerheid bevat, op het niveau van de administrateur, de volgende diensten:

1° het Secretariaat van de administrateur;

2° de Dienst Strategische en Operationele ondersteuning;

3° de Dienst Juridische expertise en fiscaliteit.

Art. 3. Bij de Administratie Rechtszekerheid worden de volgende diensten opgericht:

1° tien Centra Rechtszekerheid;

2° achtenveertig Antennes Rechtszekerheid die afhangen van deze Centra Rechtszekerheid.

De benaming, de territoriale bevoegdheid en de zetel van deze centra en antennes, alsmede van de diensten die deel uitmaken van deze antennes, zijn bepaald in de tabel in bijlage 1 van dit besluit.

Art. 4. Een Centrum Rechtszekerheid is op regionaal niveau direct of indirect belast met alle bevoegdheden die krachtens dit besluit, een wettelijk of reglementaire bepaling, zijn toevertrouwd aan de Administratie Rechtszekerheid.

Een Centrum Rechtszekerheid is met betrekking tot de Antennes Rechtszekerheid die er van afhangen, belast met:

- de hoge leiding;

- de juridische en procedurele ondersteuning;

- het toezicht op de boekhouding en het rekenplichtig beheer in de zin van de wet op de comptabiliteit van de federale Staat.

Het verzekert de ondersteuning, het management, de coördinatie en de controle op de organisatie en op de werking van de Antennes Rechtszekerheid die er van afhangen.

Tevens is het belast met de controle en het toezicht op de griffies van hoven en rechtbanken wat betreft de heffing van de griffierechten.

Art. 5. Een Antenne Rechtszekerheid is belast met het management, de coördinatie en de controle op de organisatie en op de werking van de diensten die er deel van uitmaken.

[…]

[…]

[…]

Art. 5bis. Binnen elke Antenne Rechtszekerheid bestaat er een hypotheekkantoor.

Het hypotheekkantoor is belast met:

1° het vervullen van de hypothecaire formaliteiten die door de wet zijn voorzien;

2° het afleveren van inlichtingen uit de hypothecaire documentatie;

3° het heffen van het hypotheekrecht;

4° het heffen van het recht op geschriften zoals bedoeld bij artikel 10 van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen;

5° in voorkomend geval en bij wijze van overgangsmaatregel, het vervullen van de formaliteiten die voortvloeien uit de wetgeving op het in pand geven van de handelszaak, volgens de bevoegdheidsverdeling vastgesteld in de tabel in bijlage 1 bij dit besluit, en dit tot uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft.

Art. 5ter. §1. In geval het ambtsgebied van een hypotheekkantoor wordt gewijzigd, rust het verrichten van de doorhalingen en de meldingen betreffende de formaliteiten die werden vervuld op dit kantoor met betrekking tot de onroerende goederen gelegen in het afgestane ambtsgebied:

1° betreffende de periode tot 31 december 2000, op het vóór de wijziging bevoegde kantoor en, ingeval van latere afschaffing van dat kantoor, op het daartoe aangeduide kantoor;

2° vanaf 1 januari 2001, op het kantoor dat ingevolge de wijziging of de opeenvolgende wijzigingen bevoegd is geworden voor het overgedragen ambtsgebied.

§2. In geval het ambtsgebied van een hypotheekkantoor wordt gewijzigd, rust de aflevering van de inlichtingen, getuigschriften, staten en andere documenten met betrekking tot de onroerende goederen gelegen in het afgestane ambtsgebied:

1° betreffende de periode tot 31 december 2000, op het kantoor dat ingevolge de wijziging van het ambtsgebied bevoegd is geworden, indien de betrokken kantoren gevestigd zijn in dezelfde lokaliteit;

2° betreffende de periode tot 31 december 2000, op het vóór deze wijziging van ambtsgebied bevoegde kantoor, indien de betrokken kantoren gevestigd zijn in een verschillende lokaliteit en, in geval van latere afschaffing van dat kantoor, op het daartoe aangeduide kantoor;

3° vanaf 1 januari 2001, op het kantoor dat ingevolge de wijziging of de opeenvolgende wijzigingen van ambtsgebied bevoegd is geworden voor het overgedragen ambtsgebied.

Art. 6. Binnen de Antennes Rechtszekerheid gevestigd in het Vlaamse Gewest wordt een “Registratiekantoor” opgericht […].

Het Registratiekantoor is belast met:

- de registratie van de notariële, administratieve, onderhandse en in het buitenland verleden akten, alsmede van de gerechtelijke akten en van de exploten en processen-verbaal van gerechtsdeurwaarders;

- de registratie van de akten bedoeld in art. 39, 7° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- de registratie van de verklaringen bedoeld in artikel 31 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- de heffing van het federaal registratierecht op deze akten en verklaringen;

- de heffing van het regionaal registratierecht op deze akten en verklaringen voor rekening van het gewest waarvoor de dienst van de belastingen wordt verzekerd;

- de heffing van het registratierecht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit en op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen;

- het viseren van de repertoria van de notarissen en gerechtsdeurwaarders met standplaats gevestigd in zijn ambtsgebied;

- de heffing van het recht op geschriften op de akten vermeld in deze repertoria;

- de heffing van de griffierechten;

- de heffing van de jaarlijkse taks tot vergoeding van de successierechten;

- de behandeling van aanvragen tot teruggave met betrekking tot deze heffingen;

- het verstrekken van inlichtingen in uitvoering van de bepalingen van Hoofdstuk XVII van Titel I van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- het verstrekken van inlichtingen in uitvoering van de bepalingen van Hoofdstuk XVII van het Wetboek der successierechten;

- het afleveren van attesten van erfopvolging;

- de ontvangst van de kennisgevingen inzake openbare verkopen van lichamelijke roerende goederen;

- de ontvangst van de beroepsverklaring voorgeschreven door artikel 631 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en de controle van het statuut van de beroepspersonen met domicilie of maatschappelijke zetel in het ambtsgebied, voor de verrichtingen onderworpen aan een regionaal registratierecht waarvoor de federale Staat de dienst van de belastingen verzekert.

Art. 7. Bijzondere bepalingen met betrekking tot de Centra Rechtszekerheid Antwerpen en Gent

§ 1. Binnen het Centrum Rechtszekerheid Antwerpen en het Centrum Rechtszekerheid Gent wordt een “Bijzonder Registratiekantoor” opgericht […].

[…]

§ 2. De Bijzondere Registratiekantoren Antwerpen en Gent zijn belast met:

- de registratie van de gerechtelijke akten en van de exploten en processen-verbaal van gerechtsdeurwaarders;

- de registratie van de onderhandse en in het buitenland verleden akten andere dan de akten houdende vestiging, overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, behoudens toepassing van artikel 39, 3° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- de heffing van het federaal registratierecht op deze akten;

- de heffing van het regionaal registratierecht op deze akten voor rekening van het gewest waarvoor de dienst van de belastingen wordt verzekerd;

- het viseren van de repertoria van de gerechtsdeurwaarders met standplaats gevestigd in zijn ambtsgebied;

- de heffing van het recht op geschriften op de akten vermeld in deze repertoria;

- het verstrekken van inlichtingen in uitvoering van de bepalingen van Hoofdstuk XVII van Titel I van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

§ 3. De Registratiekantoren Antwerpen 1, 2 en 3, en Gent 1 en 2, worden van deze bevoegdheden ontheven.

Art. 8. Binnen het Centrum Rechtszekerheid Antwerpen is het vierde hypotheekkantoor Antwerpen bevoegd voor de bewaring van de hypotheken op zee- en binnenschepen, het houden van het register van de zeeschepen en van het Belgisch rompbevrachtingsregister, alsook voor de teboekstelling van binnenschepen.

Art. 9. Binnen de Antennes Rechtszekerheid gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in het Waalse Gewest worden een “Registratiekantoor authentieke akten”, een “Registratiekantoor diversen” en een “Successiekantoor” opgericht […].

§ 1. Het Registratiekantoor authentieke akten is belast met:

- de registratie van de notariële en de administratieve akten;

- de heffing van het federaal registratierecht op deze akten;

- de heffing van het regionaal registratierecht op deze akten voor rekening van het gewest waarvoor de dienst van de belastingen wordt verzekerd;

- het viseren van de repertoria van de notarissen met standplaats gevestigd in zijn ambtsgebied;

- de heffing van het recht op geschriften op de akten vermeld in deze repertoria.

§ 2. Het Registratiekantoor diversen is belast met:

- de registratie van de gerechtelijke akten en van de exploten en processen-verbaal van gerechtsdeurwaarders;

- de registratie van de onderhandse en de in het buitenland verleden akten, behoudens toepassing van artikel 39, 3° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- de registratie van de akten bedoeld in art. 39, 7° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- de registratie van de verklaringen bedoeld in artikel 31 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- de heffing van het federaal registratierecht op deze akten en verklaringen;

- de heffing van het regionaal registratierecht op deze akten en verklaringen voor rekening van het gewest waarvoor de dienst van de belastingen wordt verzekerd;

- de controle en de naheffing van de registratierechten met betrekking tot akten, geschriften en verklaringen geregistreerd aan een verminderd tarief of kosteloos door het Registratiekantoor authentieke akten van de antenne, wat betreft de initieel te vervullen voorwaarden;

- de controle en de naheffing van de registratierechten met betrekking tot de onroerende goederen gelegen in het ambtsgebied, wat betreft:

a) de aan deze goederen gekoppelde voorwaarden tot behoud van het initieel toegekende fiscaal voordeel;

b) de in aanmerking te nemen minimum belastbare grondslag met de medewerking van de Administratie Opmetingen en Waarderingen;

- de heffing van het registratierecht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit en op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen;

- het viseren van de repertoria van de gerechtsdeurwaarders met standplaats gevestigd in zijn ambtsgebied;

- de heffing van het recht op geschriften op de akten vermeld in deze repertoria;

- de heffing van de griffierechten;

- de heffing van de jaarlijkse taks tot vergoeding van de successierechten;

- de behandeling van aanvragen tot teruggave met betrekking tot deze heffingen en de heffingen verricht door het Registratiekantoor authentieke akten van de antenne;

- het verstrekken van inlichtingen in uitvoering van de bepalingen van Hoofdstuk XVII van Titel I van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- het verstrekken van afschriften van of uittreksels uit de aangiften inzake de taks tot vergoeding van de successierechten;

- de ontvangst van de kennisgevingen inzake openbare verkopen van lichamelijke roerende goederen;

- de ontvangst van de beroepsverklaring voorgeschreven door artikel 631 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en de controle van het statuut van de beroepspersonen met domicilie of maatschappelijke zetel in het ambtsgebied, voor de verrichtingen onderworpen aan een regionaal registratierecht waarvoor de federale Staat de dienst van de belastingen verzekert.

§ 3. Het Successiekantoor is belast met:

- de heffing van het successierecht en van het recht van overgang bij overlijden;

- de behandeling van aanvragen tot teruggave met betrekking tot deze heffingen;

- het afleveren van attesten van erfopvolging;

- het verstrekken van inlichtingen in uitvoering van de bepalingen van Hoofdstuk XVII van het Wetboek der successierechten.

§ 4. […]

Art. 10. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het Centrum Rechtszekerheid Brussel

§ 1. Binnen het Centrum Rechtszekerheid Brussel worden twee bijzondere registratiekantoren opgericht […].

[…]

§ 2. Het “1ste Bijzonder Registratiekantoor Brussel” is belast met:

- de registratie van de exploten en processen-verbaal van gerechtsdeurwaarders;

- de registratie van de onderhandse en in het buitenland verleden akten andere dan de akten houdende vestiging, overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, behoudens toepassing van art. 39, 3° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

- de heffing van het federaal registratierecht op deze akten;

- de heffing van het regionaal registratierecht op deze akten voor rekening van het gewest waarvoor de dienst van de belastingen wordt verzekerd;

- het viseren van de repertoria van de gerechtsdeurwaarders met standplaats gevestigd in zijn ambtsgebied;

- de heffing van het recht op geschriften op de akten vermeld in deze repertoria;

- de behandeling van aanvragen tot teruggave met betrekking tot deze heffingen;

- de ontvangst van de kennisgevingen inzake openbare verkopen van lichamelijke roerende goederen;

- de heffing van het recht op geschriften bedoeld in het Hoofdstuk III – Bankgeschriften van Boek I, Titel II van het Wetboek diverse rechten en taksen, voor het grondgebied van België.

- het verstrekken van inlichtingen in uitvoering van de bepalingen van Hoofdstuk XVII van Titel I van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

§ 3. Het “2de Bijzonder Registratiekantoor Brussel” is belast met:

- de registratie van de gerechtelijke akten;

- de heffing van het federaal registratierecht op deze akten;

- de heffing van het regionaal registratierecht op deze akten voor rekening van het gewest waarvoor de dienst van de belastingen wordt verzekerd;

- de heffing van de griffierechten;

- de inning en de eventuele teruggave van de rechten met betrekking tot de rechtspleging voor de Raad van State (besluit van de Regent van 23 augustus 1948, art. 71 en 72);

- de heffing van het registratierecht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit;

- de heffing van het registratierecht op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen voor de personen gedomicilieerd in het ambtsgebied, alsmede voor de personen zonder gekend domicilie in België;

- de heffing van de registratie- en kanselarijrechten op de open brieven van adeldom en familiewapens voor personen gedomicilieerd in België of in het buitenland;

- de behandeling van aanvragen tot teruggave met betrekking tot deze heffingen;

- de ontvangst van de beroepsverklaring voorgeschreven door artikel 631 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en de controle van het statuut van de beroepspersonen in geval deze geen domicilie, maatschappelijke zetel of zetel van verrichtingen heeft in België en voor zover de verrichtingen onderworpen zijn aan een regionaal registratierecht waarvoor de federale staat de dienst van de belastingen verzekert;

- het verstrekken van inlichtingen in uitvoering van de bepalingen van Hoofdstuk XVII van Titel I van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

§ 3. De Registratiekantoren diversen Brussel 1, 2, 3 en 5 worden van de bevoegdheden opgesomd in de §§ 2 en 3 hiervoor, ontheven.

§ 4. […]

Art. 11. Bijzondere bepalingen met betrekking tot de Antennes Rechtszekerheid Brussel 1, 2, 3 en 5

In afwijking op de territoriale bevoegdheid van de Antenne Rechtszekerheid Brussel 1 wordt de standplaats van de volgende notarissen-titularissen en van hun opvolgers geacht te zijn gelegen binnen het ambtsgebied:

- van de Antenne Rechtszekerheid Brussel 2: Dekegel Daisy, Geradin Marie-Pierre, Guillemyn Carole, Lemmerling Alexis, Marcelis Louis-Philippe, Ockerman Carl, Rousseau Lorette, Snyers d’Attenhoven Gérald, Van den Eynde Pierre, Spruyt Eric, Van Melkebeke Peter;

- van de Antenne Rechtszekerheid Brussel 3: Cleenewerck de Crayencour Dimitri, Francois Cécile, Indekeu Gerard, Joye Stijn, Maquet Sophie;

- van de Antenne Rechtszekerheid Brussel 5: de Clippele Olivier, Derynck Mathieu, Hisette Damien, Michaux Bruno, Roggeman Katrin.

Deze uitzondering geldt ook voor de akten van de geassocieerde notarissen die worden ingeschreven in het repertorium dat door een van de voormelde notarissen-titularis wordt bewaard.

Art. 12. Bijzondere bepalingen met betrekking tot de Centra Rechtszekerheid Namen en Luik

§ 1. Binnen het Centrum Rechtszekerheid Namen en het Centrum Rechtszekerheid Luik wordt een “Bijzonder Registratiekantoor” opgericht […].

[…]

§ 2. De Bijzondere Registratiekantoren Charleroi en Luik zijn belast met:

- de registratie van de gerechtelijke akten en op de exploten en processen-verbaal van gerechtsdeurwaarders;

- de heffing van het federaal registratierecht op deze akten;

- de heffing van het regionaal registratierecht op deze akten voor rekening van het gewest waarvoor de dienst van de belastingen wordt verzekerd;

- de heffing van het registratierecht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit en op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen;

- het viseren van de repertoria van de gerechtsdeurwaarders met standplaats gevestigd in zijn ambtsgebied;

- de heffing van het recht op geschriften op de akten vermeld in deze repertoria;

- de heffing van de griffierechten;

- de heffing van de jaarlijkse taks tot vergoeding van de successierechten;

- de behandeling van aanvragen tot teruggave met betrekking tot deze heffingen;

- het verstrekken van afschriften van of uittreksels uit de aangiften inzake de taks tot vergoeding van de successierechten;

- de ontvangst van de kennisgevingen inzake openbare verkopen van lichamelijke roerende goederen;

- het verstrekken van inlichtingen in uitvoering van de bepalingen van Hoofdstuk XVII van Titel I van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

§ 3. De registratiekantoren diversen die afhangen van de Antennes Rechtszekerheid Charleroi 1 en 2 en van de Antennes Rechtszekerheid Luik 1, 2 en 3, worden van deze bevoegdheden ontheven.

Art. 13. Bijzondere bepalingen met betrekking tot de Antenne Rechtszekerheid Eupen-Malmedy

In afwijking op de territoriale bevoegdheid van de Antenne Rechtszekerheid Eupen-Malmedy maken de gemeenten Malmedy en Weismes geen deel uit van het ambtsgebied van het Registratiekantoor diversen Eupen en van het Successiekantoor Sankt-Vith en wordt het ambtsgebied van deze kantoren beperkt tot het Duitse taalgebied.

De gemeenten Malmedy en Weismes hangen wat deze bevoegdheden betreft af van het Successiekantoor Verviers en van het Registratiekantoor diversen Verviers welke deel uitmaken de Antenne Rechtszekerheid Verviers.

Aan de bevoegdheden van het Registratiekantoor diversen Eupen met betrekking tot de akten geregistreerd op het Kantoor authentieke akten Malmedy wordt evenwel geen afbreuk gedaan.

Art. 14. De volgende diensten worden afgeschaft:

- alle gewestelijke directies van de registratie;

- alle inspecties van de registratie;

- alle registratiekantoren;

- de Directie van de Opsporings- en documentatiediensten van de registratie te Brussel;

- de inspecties van de Opsporings- en documentatiediensten te Brussel, Aalst en Namen;

- de Dienst toezicht op de diensten der griffies en de organisatie ervan te Brussel;

- het Documentatiekantoor Brussel;

- de Algemene Zegelwerkplaats te Brussel;

- de manutentiekantoren te Brussel.

Art. 15. Worden opgeheven:

artikel 2 van het ministerieel besluit van 25 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten;

2° het ministerieel besluit van 30 juni 1985 houdende oprichting van Opsporings- en documentatiediensten van de registratie bij de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen;

3° het besluit van de Voorzitter van het directiecomité van 24 maart 2014 tot reorganisatie van de registratiekantoren van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, uitgezonderd artikel 283.

Tabel – Bijlage 1 bij het besluit van 18 december 2014 van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten


TOP