Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 van 18.02.1993

CIRC 18.02.93/3
Bull. nr. 726, pag. 787
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Roerend inkomen facultatief aan te geven

INKOOP VAN EIGEN AANDELEN
Dividend

LIQUIDATIEBONUS
Dividend

ROEREND INKOMEN
Roerend inkomen facultatief aan te geven
6e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Commentaar op art. 34, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (vrijstelling van aangifteplicht voor bepaalde dividenden).
INHOUDSTAFEL I. WETTEKSTEN V/1 en 2 II. DRAAGWIJDTE V/3 tot 6 III. INWERKINGTREDING V/7
I. WETTEKSTEN
W. 28.07.1992
Art. 34
V/1
Art.
313, WIB 92 is aangepast als volgt :
In het eerste lid, 1°, worden tussen de woorden "de inkomsten" en "waarop" de woorden "andere dan de in de artikelen 186, 187 en 209 vermelde dividenden" ingevoegd.
V/2
Artikel 313, WIB 92 luidt thans :
"Rijksinwoners zijn niet gehouden in hun aangifte in de personenbelasting de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en de in artikel 90, 4° tot 6° vermelde diverse inkomsten te vermelden, met uitzondering van :
1° de inkomsten andere dan de in de artikelen 186, 187 en 209 vermelde dividenden waarop overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen geen roerende voorheffing is gekweten;
2° de in artikel 21, 5° en 6° vermelde inkomsten in zover zij meer bedragen dan respectievelijk 50.000 en 5.000 frank en de roerende voorheffing niet geheven is op dit meerdere.
De roerende voorheffing op de aldus niet aangegeven inkomsten wordt noch met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald."
II. DRAAGWIJDTE
V/3
Vóór de coördinatie van het WIB 92 luidde art. 220bis, WIB (thans art. 313, WIB 92) als volgt :
"De aan de personenbelasting onderworpen belastingplichtigen zijn niet gehouden in hun jaarlijkse aangifte in die belasting, te vermelden :
a) de in artikel 11, 1° tot 3° en 7°, bedoelde inkomsten met uitsluiting van die bedoeld in artikel 93, § 1, 1°bis, a tot c en 1°ter, a;
b) de in de artikelen 11, 4°, en 67, 5°, bedoelde inkomsten van buitenlandse oorsprong die langs een in België gevestigde tussenpersoon zijn geïnd of verkregen.
Voor degenen die van die mogelijkheid gebruik maken is de roerende voorheffing definitief door de Schatkist verworven.
Voor degenen die van die mogelijkheid geen gebruik maken wordt de belasting met betrekking tot de vrij aangegeven inkomsten vastgesteld zoals bepaald in artikel 93, § 1, 5°, tenzij de aldus vastgestelde belasting vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten hoger is dan die welke volgt uit de toepassing van de artikelen 77 tot 91 op het geheel van de belastbare inkomsten."
V/4
Tevens werden vóór de coördinatie van het WIB 92 de inkomsten verkregen wegens inkoop van eigen aandelen door de vennootschap die ze heeft uitgegeven en liquidatieboni, overeenkomstig de uitdrukkelijke bepaling van art. 19, 2° WIB niet beschouwd als inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen. Bovendien stelde art. 169, eerste lid, 2°, WIB voormelde inkomsten vrij van RV. In die omstandigheid moest de belastingplichtige de liquidatieboni of "surplussen" verkregen bij de inkoop van eigen aandelen niet aangeven in de personenbelasting.
V/5
Bij de coördinatie van het WIB 92 met betrekking tot het art. 220bis, WIB is evenwel een vergissing begaan die tot gevolg kon hebben dat belastingplichtigen bedoelde inkomsten zouden moeten aangeven in de personenbelasting. Die inhoudelijke wijziging is nu rechtgezet door art. 34, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen.
V/6
Aldus zijn de belastingplichtigen, zoals voorheen, er niet toe gehouden in hun aangifte in de PB het gedeelte van dividenden te vermelden die voortkomen van :
  • de inkoop van eigen aandelen door de emitterende vennootschap;
  • liquidatieboni.
III. INWERKINGTREDING
V/7
Deze bepaling treedt in werking met ingang van het aanslagjaar 1992.