Circulaire nr. AOIF 23/2004 (Ci.RH.241/560.386) dd. 28.04.2004
CIRC 23/2004
Circulaire nr. AOIF 23/2004 (Ci.RH.241/560.386) dd. 28.04.2004
BEROEPSINKOMEN
Bezoldiging
Voordeel van alle aard
BEROEPSKOSTEN
Verantwoording van de beroepskosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
BEZOLDIGING
Tussenkomst van de werkgever in een PC-privéplan
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Kosteloze beschikking over een internetaansluiting
Kosteloze beschikking over een PC
VRIJGESTELD INKOMEN
Tussenkomst van de werkgever in een PC-privéplan
Deze circulaire werd geannuleerd en vervangen door de circulaire AOIF 6/2005 (Ci.RH.241/560.386 - E.T.106.106) dd. 09.02.2005
Aan alle ambtenaren.
INHOUDSTAFEL
I. INLEIDING
1. Er werden nieuwe fiscale bepalingen uitgewerkt met als doel nieuwe informaticatechnologieën en het vormen van informaticanetwerken te stimuleren.
Het betreft, enerzijds, de vrijstelling onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen van de tussenkomst van de werkgever ten voordele van de werknemer die bepaalde computeronderdelen aankoopt in het kader van een PC-privé-plan en, anderzijds, de vaststelling van het voordeel van alle aard dat ontstaat bij de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie voor privé-doeleinden uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid.
2. De programmawet (I) van 24 december 2002, voegt bij artikel 396, een artikel 38, 1 ste lid, 17°, WIB 92 [Artikel 38, §1, 1ste lid, 17°, WIB 92 ingevolge 76, 1° van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (BS van 15 mei 2003 - Ed. 2 en Erratum in BS van 26 mei 2003, blz. 28.892).] in, waarbij een belastingvrijstelling wordt ingevoerd voor de werknemers die in het kader van een door de werkgever georganiseerd plan (PC-privé-plan) een geheel van een PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software aankopen.
Die belastingvrijstelling is in hoofde van de werknemers van toepassing op de tussenkomst die de werkgever doet in de aankoopprijs van die computerelementen.
3. Het koninklijk besluit van 25 maart 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 :
4. Programmawet van 24 december 2002 (BS van 31 december 2002, eerste editie)
Titel VI. - Financiën
Hoofdstuk 6. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Afdeling I. - PC privé
Art. 396. Artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 6 augustus 1993, 6 juli 1994 en 21 december 1994, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, bij de wetten van 8 augustus 1997, 8 juni 1998 en 7 april 1999, bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en bij de wet van 10 augustus 2001, wordt aangevuld als volgt :
(zijn vrijgesteld) :
"17° in zover zij niet meer bedragen dan 1.250,00 EUR per aanbod, de tussenkomsten van de werkgever ten beloop van maximum 60 % van de aankoopprijs (exclusief BTW) die door de werknemers wordt betaald voor de aankoop van een geheel van pc, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software in het kader van een door de werkgever georganiseerd plan, zonder dat die werkgever op enig ogenblik zelf eigenaar van de voormelde elementen mag zijn.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad de voorwaarden waaraan die vrijstelling moet voldoen."
Art. 397. Artikel 396 treedt in werking op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Koninklijk besluit van 25 maart 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 (BS van 4 april 2003)
5.1 Artikel 1. Artikel 18, § 3, KB/WIB 92, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 18 februari 1994, 7 maart 1995, 5 april 1995, 6 maart 1996, 17 maart 1997, 2 mei 1997, 12 juni 1997, 2 juni 1998, 7 december 1998, 21 april 1999, 25 april 2000, 20 juli 2000, 16 maart 2001, 13 juli 2001 en 8 maart 2002, wordt aangevuld met een punt 10 dat luidt als volgt :
"10. Persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde PC of internetaansluiting :
Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op :
"Afdeling VIII. PC-privé-plannen
(Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 38, eerste lid, 17°)
Artikel 19. Opdat de tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan in aanmerking kan komen voor de vrijstelling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, 17°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1. het aanbod van de werkgever waarmee hij zich ertoe verbindt om tussen te komen in de aankoopprijs van een geheel van PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software, wordt beschreven in het PC-privé-plan;
2. de voorwaarden die in het plan zijn opgenomen moeten dezelfde zijn voor alle werknemers;
3. de minimumvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen zijn de volgende :
5.4 Art. 4. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
III. VRIJSTELLING PC-PRIVE-PLAN
A. Bedoelde belastingplichtigen
6. Worden hier bedoeld, de werknemers die in het kader van een PC-privé-plan een computerinstallatie aankopen.
Het betreft werknemers in de zin van art. 30, 1°, WIB 92.
De bedrijfsleiders worden dus uitgesloten, zelfs al zijn ze met een arbeidsovereenkomst aangeworven.
B. Computerinstallatie
7. De bedoelde computeronderdelen zijn :
het betreft inzonderheid om :
worden bedoeld :
8. Elk aanbod moet de werknemers in staat stellen om zich een volledige computerinstallatie aan te schaffen en moet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijk plan.
Onder " volledige computerinstallatie" dient men een gebruiksklare computerinstallatie te verstaan. Zij dient het normale gebruik van de PC en van de voor de bedrijfsvoering dienstige software, evenals het surfen op het internet mogelijk te maken.
Zij omvat noodzakelijk :
D. PC-privé-plan
9.1 Het betreft een plan georganiseerd door de werkgever die, als tussenpersoon, voor de nodige contacten en organisatie zorgt die alle werknemers in staat stellen om op een fiscaal gunstige manier een volledige computerinstallatie bij een derde-onderneming aan te kopen dankzij de financiële tussenkomst van de werkgever.
9.2 De werkgever mag optreden als tussenpersoon tussen de werknemers en de leverancier(s) van de computerinstallatie. Hij moet daartoe echter geen contact opnemen met de leverancier van het informatiematerieel en mag zich beperken tot de tussenkomst in de aankoop mits de werknemer een voor eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur voorlegt.
Wanneer de werkgever als tussenpersoon optreedt tussen de werknemers en de leverancier van het informatica-materiaal, kan er in geen geval toepassing worden gemaakt van de artikels 13 en 20 van het BTW-Wetboek. Hieruit volgt dat de factuur die door de leverancier wordt uitgereikt, steeds op naam van de werknemer moet worden opgesteld. De werkgever mag, in voorkomend geval, enkel op deze factuur vermeld worden in de hoedanigheid van gevolmachtigde van bedoelde werknemer.
9.3 Het moet gaan om een tussenkomst van de werkgever in de aankoop van informaticamaterieel. Het is dus uitgesloten dat hiervoor wettelijke of contractuele belastbare bezoldigingen (bv. de eindejaarspremie, indexatie) worden aangewend die door de werknemer zijn verworven, anders zou dit erop neerkomen dat de werknemer de totaliteit van de kosten van het informaticamaterieel draagt.
E. Voorwaarden van het plan
10.1 1. Een eerste voorwaarde is dat het aanbod van de werkgever om tussen te komen in de aankoop van de computerinstallatie, in het plan wordt beschreven.
Er moet dus een geschreven plan zijn dat minstens het volgende vermeldt :
3. Een laatste voorwaarde bepaalt de minimumvereisten waaraan het PC-privé-plan moet voldoen en die voornamelijk tot doel hebben misbruiken te vermijden :
10.3 a) het plan moet een volledige beschrijving geven van de in aanmerking te nemen informaticaproducten zodat elk element van het aanbod kan worden geïdentificeerd. De beschrijving moet niet noodzakelijk alle gegevens met betrekking tot het merk en type van het materieel omvatten, maar moet op een duidelijke manier alle onderdelen, die in het plan worden aangeboden, bevatten;
10.4 b) het plan bepaalt dat de werknemer vrij kan kiezen. Met andere woorden, de werknemer is niet verplicht een gehele PC-configuratie aan te schaffen, maar hij moet zich minstens twee onderdelen van het aanbod van de werkgever aanschaffen.
Op grond van de éénjarigheid van de belastingen moet deze voorwaarde per belastbaar tijdperk worden beoordeeld. Wanneer een werknemer zich in de loop van een bepaald belastbaar tijdperk immers een eerste en enig onderdeel van een bepaald aanbod aanschaft, en zijn werkgever financieel tussenkomt tijdens datzelfde tijdperk, dient deze tussenkomst volledig als een belastbare bezoldiging onderworpen aan de inkomstenbelastingen te worden aangemerkt (behalve wanneer een tweede onderdeel wordt aangeschaft tijdens datzelfde tijdperk) en moet die tussenkomst aan de bedrijfsvoorheffing worden onderworpen.
Wanneer een werknemer echter beslist om twee onderdelen van eenzelfde aanbod aan te kopen op verschillende tijdstippen en zelfs in de loop van verschillende belastbare tijdperken is de voorwaarde vervuld, en wordt elk probleem i.v.m. de verplichting om de bedrijfsvoorheffing in te houden vermeden, indien de werkgever bij de tweede aankoop voor de totaliteit tussenkomst in de aankoop van de twee elementen.
Voorbeeld
Indien de werkgever tussenkomt in de aankoop van de PC op voorlegging van factuur 1, zal op dat moment de voorwaarde niet vervuld zijn en is zijn tussenkomst op dat moment een belastbaar inkomen dat aan de inkomstenbelastingen en aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen is.
In die veronderstelling en daar het tweede onderdeel is aangekocht tijdens hetzelfde belastbare tijdperk als het eerste onderdeel, is de tussenkomst in elk geval vrijgesteld en zal de bedrijfsvoorheffing, eventueel door compensatie, kunnen worden teruggevorderd.
Indien het tweede onderdeel daarentegen zou zijn aangekocht tijdens een later belastbaar tijdperk, zou de tussenkomst van de werkgever in de aankoop van het eerste onderdeel definitief belastbaar zijn geweest.
Indien de werkgever echter de aankoop van het tweede onderdeel afwacht en voor de totaliteit tussenkomt in de aankoop van de twee onderdelen op voorlegging van de twee facturen, is de voorwaarde vervuld en is de tussenkomst meteen vrijgesteld.
10.6 c) de tussenkomst van de werkgever (bedrag of aandeel) moet voor elk onderdeel van het aanbod, per apparaat en per software-pakket worden opgegeven;
10.7 d) de tussenkomst kan alleen geschieden voor materieel in nieuwe staat. Dit sluit het doorverkopen van tweedehandsmaterieel van de werkgever uit. De aankoop moet gebeuren bij een derde-onderneming. Het materieel mag op geen enkel ogenblik, in het verleden of tijdens de aankoop, aan de werkgever hebben toebehoord.
Het is in dat verband echter niet uitgesloten dat de werkgever als mandataris zou optreden om in naam van zijn werknemers materieel aan te kopen.
10.8 e) de tussenkomst geschiedt tegen afgifte van een door de werknemer eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur of van het aankoopbewijs op naam van de werknemer.
10.9 f) wanneer een werknemer een aankoop verricht in het kader van het plan, kan eenzelfde onderdeel ten vroegste opnieuw worden aangekocht in het kader van een plan in de loop van het derde jaar dat volgt op het jaar van de eerste aankoop.
Onder eenzelfde onderdeel dient men een categorie te verstaan van een aangeboden product zoals, een PC, een printer, een internetabonnement, enz. Twee printers van een verschillend type worden bijvoorbeeld als twee dezelfde onderdelen aangemerkt.
Twee verschillende software-pakketten worden echter als uit twee verschillende onderdelen aangemerkt.
Voorbeeld
Deze regel is evenwel enkel van toepassing indien de oorspronkelijke aankoop het voorwerp uitmaakte van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling.
F. Aankoop van een computerinstallatie
11. Om de vrijstelling te kunnen verkrijgen, wordt er aan herinnerd dat :
12.1 In de mate dat zij niet meer bedragen dan 1.250 EUR (te indexeren) per aanbod, moeten de tussenkomsten van de werkgever in de aanschaf van informatica-onderdelen worden beperkt tot 60 % van de aankoopprijs (exclusief BTW).
De grens van 1.250 EUR is van toepassing per aanbod.
De beperking van 60 % is van toepassing op elke aankoop (per factuur).
Wat de internetaansluiting en het internetabonnement betreft, moet de tussenkomst bij iedere facturatie of vervaldag van betaling tot 60 % worden beperkt van de door de werknemer gedragen kostprijs (exclusief BTW). In voorkomend geval moet voor het internetabonnement de grens van 1.250 EUR (te indexeren) over verschillende jaren worden beoordeeld.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat dit bedrag geenszins een beperking per belastbaar tijdperk is maar wel een beperking per aanbod.
12.2 Indien de werkgever tussenkomt van meer dan 60 % of voor een bedrag hoger dan 1.250 EUR (te indexeren), is het gedeelte van de tussenkomst dat de grens te boven gaat als een bezoldiging belastbaar bij de werknemer.
12.3 Het bedrag van 1.250 EUR is een te indexeren bedrag. Vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004) bedraagt dit 1.500 EUR en vanaf 1 januari 2004 (aanslagjaar 2005) 1.520 EUR.
H. Voorbeeld
13. Voor de duidelijkheid, is de grens van de vrijstelling in dit voorbeeld vastgesteld op 1.500 EUR voor al de beoogde jaren.
Een werkgever stelt aan al zijn werknemers volgende PC-plannen voor :
JAAR 2003
Piet koopt een PC A, een scherm A, een klavier A, een muis A en twee printers A (factuur 1) alsook een writer B en een scanner B (factuur 2).
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles behalve één printer ( twee dezelfde onderdelen)
Totaal : 1.050 EUR + 300 EUR = 1.350 EUR
Totaal : 150 EUR + 100 EUR = 250 EUR
JAAR 2004
Piet neemt vanaf juli een internetaansluiting en een internetabonnement in het kader van plan D, koopt een muis D, een digitaal fototoestel D en een digitale camera D (factuur 3)
Kostprijs (zonder BTW) : aansluiting (60 EUR) + abonnement (30 EUR x 6 = 180 EUR) = 240 EUR
Totaal bedrag van de factuur 3 zonder BTW : 2.040 EUR (muis : 40 EUR)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles behalve de muis ( onderdeel reeds aangekocht in 2003)
Vrijgesteld bedrag : plan D : (2.280 EUR - 40 EUR) x 60 % = 1.344 EUR
Belastbaar bedrag : factuur 3 : 40 EUR x 60 % = 24 EUR
JAAR 2005
Piet zet zijn internetabonnement verder (plan D), koopt software E, een webcam E (factuur 4) en vervolgens software F (factuur 5)
Kostprijs zonder BTW : abonnement (12 maanden) : 360 EUR
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : enkel het internetabonnement
(het plan E beantwoordt niet aan de voorwaarden daar het geen volledige computerinstallatie aanbiedt - geen PC -;
Piet koopt slechts één onderdeel van het plan F).
Vrijgesteld bedrag : plan D : 360 EUR x 60 % = 216 EUR beperkt tot 156 EUR
(1.344 EUR reeds vrijgesteld in 2004 + 156 EUR = 1.500 EUR)
Totaal : 60 EUR + 120 EUR + 60 EUR = 240 EUR
JAAR 2006
Piet zet zijn internetabonnement verder (plan D) en koopt een PC G en een scherm G (factuur 6), alsook een printer H en een klavier H (factuur 7)
Kostprijs zonder BTW : abonnement : 360 EUR
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles ( 3de jaar dat volgt op het jaar van aankoop van dezelfde onderdelen).
Totaal : 1.500 EUR + 180 EUR = 1.680 EUR
Totaal : 216 EUR + 300 EUR = 516 EUR
I. Beroepskosten voor de werkgever
14. De tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan vormt in zijn hoofde in principe een aftrekbare beroepskost, voor zover de algemene voorwaarden van art. 49 WIB 92 vervuld zijn.
Het is wel te verstaan dat in geval de tussenkomst gedeeltelijk (wanneer de grens zou worden overschreden) of volledig (wanneer tenminste één van de voorwaarden van het PC-privé-plan niet wordt nageleefd) bij de begunstigde werknemer belastbaar is als bezoldiging, zij ten name van de werkgever slechts als beroepskost kan worden aangemerkt indien het bedrag van de tussenkomst (naargelang het geval, geheel of gedeeltelijk) vermeld is op een fiche 281.10 en op de samenvattende opgave 325.10.
J. Te vervullen formaliteiten bij de werkgever
15. Wanneer blijkt dat de tussenkomst van de werkgever geheel of gedeeltelijk belastbaar is als een bezoldiging (b.v. wanneer de grens wordt overschreden, wanneer het PC-plan niet beantwoordt aan de voorwaarden, wanneer de werknemer geen twee onderdelen heeft aangekocht van eenzelfde plan gedurende hetzelfde belastbaar tijdperk - zie evenwel nr. 10.4 -, enz.) moet de werkgever zijn verplichtingen vervullen inzake :
A. Bedoelde belastingplichtigen
16. Worden bedoeld, alle belastingplichtigen die in de privé-sfeer gebruik maken van een volledige PC die of van het internet dat hen kosteloos (of tegen een voordelig tarief) ter beschikking is gesteld uit hoofde of naar aanleiding van hun beroepswerkzaamheid.
Het betreft inzonderheid een terbeschikkingstelling :
17. Het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit deze terbeschikkingstelling is naar gelang van het geval :
18.1 Worden bedoeld :
Al de computerinstallaties die hoogstens zijn samengesteld uit :
18.2 Om redenen van vereenvoudiging en inschikkelijkheid mag er worden aangenomen dat de kosten met betrekking tot een telefoonlijn als kosten voor een internetaansluiting mogen worden aangemerkt.
18.3 Wanneer de kosten met betrekking tot een telefoonlijn echter ten laste worden genomen door de verkrijger, kunnen die kosten niet worden beschouwd als een bijdrage die van het voordeel van alle aard mag worden afgetrokken zoals bepaald in nr. 19.2.
18.4 Daar het hier een terbeschikkingstelling van een computerinstallatie betreft kan de verkrijger van het voordeel niet de eigenaar zijn van het materieel, noch titularis zijn van het internetabonnement, en evenmin schuldenaar zijn van de telefoonfacturen.
18.5 Worden hier niet bedoeld, de computerinstallaties in de beroepslokalen van de werkgever die een werknemer occasioneel voor privé-doeleinden mag gebruiken.
D. Bedrag van het voordeel van alle aard
19.1 Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op :
19.3 Deze bedragen hebben betrekking op een volledig jaar. Ze moeten pro rata temporis worden verminderd in geval van een beperkte terbeschikkingstelling gedurende een gedeelte van het belastbaar tijdperk.
E. Beroepskosten
20. De kosten gedaan naar aanleiding van de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie zijn aftrekbare beroepskosten voor zover zij behoorlijk worden verantwoord en de waarde van deze voordelen, bepaald overeenkomstig art. 18, § 3, punt 10, KB/WIB 92, vermeld wordt op de individuele fiches (281.10, 281.20 of 281.50) van de verkrijgers en de overeenstemmende samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt.
F. Formaliteiten bij de werkgever of bij de vennootschap
21.1 Wanneer er een voordeel van alle aard voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie door een werkgever (of een vennootschap) aan een werknemer (of een bedrijfsleider), moet de werkgever (of de vennootschap) verplichtingen vervullen inzake :
V. INWERKINGTREDING
22. De nieuwe vrijstellingsregeling van de tussenkomst van de werkgever in de aankoop door de werknemer van informaticamaterieel evenals de nieuwe forfaitaire raming van het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het privé-gebruik van een kosteloos of tegen een voordelig tarief ter beschikking gestelde PC en internetaansluiting en internetabonnement, treden in werking vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004).
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
P. LEROY
Circulaire nr. AOIF 23/2004 (Ci.RH.241/560.386) dd. 28.04.2004
BEROEPSINKOMEN
Bezoldiging
Voordeel van alle aard
BEROEPSKOSTEN
Verantwoording van de beroepskosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
BEZOLDIGING
Tussenkomst van de werkgever in een PC-privéplan
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Kosteloze beschikking over een internetaansluiting
Kosteloze beschikking over een PC
VRIJGESTELD INKOMEN
Tussenkomst van de werkgever in een PC-privéplan
Deze circulaire werd geannuleerd en vervangen door de circulaire AOIF 6/2005 (Ci.RH.241/560.386 - E.T.106.106) dd. 09.02.2005
Aan alle ambtenaren.
INHOUDSTAFEL
I. INLEIDING
1. Er werden nieuwe fiscale bepalingen uitgewerkt met als doel nieuwe informaticatechnologieën en het vormen van informaticanetwerken te stimuleren.
Het betreft, enerzijds, de vrijstelling onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen van de tussenkomst van de werkgever ten voordele van de werknemer die bepaalde computeronderdelen aankoopt in het kader van een PC-privé-plan en, anderzijds, de vaststelling van het voordeel van alle aard dat ontstaat bij de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie voor privé-doeleinden uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid.
2. De programmawet (I) van 24 december 2002, voegt bij artikel 396, een artikel 38, 1 ste lid, 17°, WIB 92 [Artikel 38, §1, 1ste lid, 17°, WIB 92 ingevolge 76, 1° van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (BS van 15 mei 2003 - Ed. 2 en Erratum in BS van 26 mei 2003, blz. 28.892).] in, waarbij een belastingvrijstelling wordt ingevoerd voor de werknemers die in het kader van een door de werkgever georganiseerd plan (PC-privé-plan) een geheel van een PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software aankopen.
Die belastingvrijstelling is in hoofde van de werknemers van toepassing op de tussenkomst die de werkgever doet in de aankoopprijs van die computerelementen.
3. Het koninklijk besluit van 25 maart 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 :
- voert bij artikel 1, een artikel 18, § 3, 10°, KB/WIB 92 in, dat het bedrag vaststelt van het voordeel van alle aard uit het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde computerinstallatie uit hoofde van of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid;
- bepaalt bij artikel 2, de voorwaarden waaraan de PC-privé-plannen moeten voldoen opdat de tussenkomst van de werkgever kan worden vrijgesteld;
- legt bij artikel 3 de inwerkingtreding vast van het artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002.
4. Programmawet van 24 december 2002 (BS van 31 december 2002, eerste editie)
Titel VI. - Financiën
Hoofdstuk 6. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Afdeling I. - PC privé
Art. 396. Artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 6 augustus 1993, 6 juli 1994 en 21 december 1994, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, bij de wetten van 8 augustus 1997, 8 juni 1998 en 7 april 1999, bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en bij de wet van 10 augustus 2001, wordt aangevuld als volgt :
(zijn vrijgesteld) :
"17° in zover zij niet meer bedragen dan 1.250,00 EUR per aanbod, de tussenkomsten van de werkgever ten beloop van maximum 60 % van de aankoopprijs (exclusief BTW) die door de werknemers wordt betaald voor de aankoop van een geheel van pc, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software in het kader van een door de werkgever georganiseerd plan, zonder dat die werkgever op enig ogenblik zelf eigenaar van de voormelde elementen mag zijn.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad de voorwaarden waaraan die vrijstelling moet voldoen."
Art. 397. Artikel 396 treedt in werking op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Koninklijk besluit van 25 maart 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 (BS van 4 april 2003)
5.1 Artikel 1. Artikel 18, § 3, KB/WIB 92, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 18 februari 1994, 7 maart 1995, 5 april 1995, 6 maart 1996, 17 maart 1997, 2 mei 1997, 12 juni 1997, 2 juni 1998, 7 december 1998, 21 april 1999, 25 april 2000, 20 juli 2000, 16 maart 2001, 13 juli 2001 en 8 maart 2002, wordt aangevuld met een punt 10 dat luidt als volgt :
"10. Persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde PC of internetaansluiting :
Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op :
- 180 EUR per jaar voor een kosteloos ter beschikking gestelde PC;
- 60 EUR per jaar voor de internetaansluiting en het internetabonnement."
"Afdeling VIII. PC-privé-plannen
(Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 38, eerste lid, 17°)
Artikel 19. Opdat de tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan in aanmerking kan komen voor de vrijstelling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, 17°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1. het aanbod van de werkgever waarmee hij zich ertoe verbindt om tussen te komen in de aankoopprijs van een geheel van PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software, wordt beschreven in het PC-privé-plan;
2. de voorwaarden die in het plan zijn opgenomen moeten dezelfde zijn voor alle werknemers;
3. de minimumvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen zijn de volgende :
a) het plan moet de beschrijving geven van het geheel van PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software;5.3 Art. 3. Artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 en dit besluit hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
b) het plan bepaalt dat het de werknemer vrij staat het geheel of slechts een gedeelte van het beschreven materieel te kiezen;
c) de tussenkomst van de werkgever moet per onderdeel van het aanbod worden opgegeven;
d) de tussenkomst kan enkel geschieden bij aankoop van materieel in nieuwe staat;
e) de tussenkomst door de werkgever geschiedt tegen afgifte van een door de werknemer eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur of van het aankoopbewijs op naam van de werknemer;
f) wat de materiëlen betreft, die een werknemer voorheen in het kader van een PC-privé-plan heeft aangeschaft, moet het plan bepalen dat slechts in de loop van het derde jaar volgend op het jaar van aanschaf opnieuw mag worden ingegaan op een aanbod van de werkgever."
5.4 Art. 4. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
III. VRIJSTELLING PC-PRIVE-PLAN
A. Bedoelde belastingplichtigen
6. Worden hier bedoeld, de werknemers die in het kader van een PC-privé-plan een computerinstallatie aankopen.
Het betreft werknemers in de zin van art. 30, 1°, WIB 92.
De bedrijfsleiders worden dus uitgesloten, zelfs al zijn ze met een arbeidsovereenkomst aangeworven.
B. Computerinstallatie
7. De bedoelde computeronderdelen zijn :
- de PC;
- de randapparatuur (computeronderdelen die noch tot de processor en het moederbord, noch tot het intern geheugen van een informaticasysteem - RAM-geheugen - behoren); die randapparatuur kan ingebouwd of extern zijn;
- de printer;
- het klavier;
- de muis;
- het beeldscherm;
- de harde schijf;
- de modem;
- de geluidskaart;
- de drives;
- de writers;
- de scanner;
- het grafisch tablet;
- de webcam;
- de luidsprekers;
- het digitaal fototoestel;
- enz.;
- de internetaansluiting;
het betreft inzonderheid om :
- de aankoopkosten van een modem (intern of extern)
- de kosten voor de configuratie van de PC;
- installatiekosten, enz.;
- het internetabonnement;
worden bedoeld :
- de forfaitaire maandelijkse bijdragen die verschuldigd zijn aan een provider voor het verstrekken van een onbeperkt snelle toegang tot het internet (ADSL-abonnementen, kabeltelevisie, enz.);
- de gefactureerde gespreksduur wanneer men gebruik maakt van bv. een systeem met gratis toegang tot het internet;
- de voor de bedrijfsvoering dienstige software;
C. Aanbod
- een boekhoudprogramma;
- een tekstverwerkingsprogramma;
- een database;
- een rekenblad, enz.
8. Elk aanbod moet de werknemers in staat stellen om zich een volledige computerinstallatie aan te schaffen en moet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijk plan.
Onder " volledige computerinstallatie" dient men een gebruiksklare computerinstallatie te verstaan. Zij dient het normale gebruik van de PC en van de voor de bedrijfsvoering dienstige software, evenals het surfen op het internet mogelijk te maken.
Zij omvat noodzakelijk :
Niets belet dat de werkgever meerdere aanbiedingen en bijgevolg ook meerdere plannen tijdens hetzelfde jaar en dit zelfs gelijktijdig uitschrijft.
- een PC;
- een scherm;
- een klavier;
- een muis;
- een printer;
- de voor de bedrijfsvoering dienstige software;
- een internetaansluiting;
- een internetabonnement.
D. PC-privé-plan
9.1 Het betreft een plan georganiseerd door de werkgever die, als tussenpersoon, voor de nodige contacten en organisatie zorgt die alle werknemers in staat stellen om op een fiscaal gunstige manier een volledige computerinstallatie bij een derde-onderneming aan te kopen dankzij de financiële tussenkomst van de werkgever.
9.2 De werkgever mag optreden als tussenpersoon tussen de werknemers en de leverancier(s) van de computerinstallatie. Hij moet daartoe echter geen contact opnemen met de leverancier van het informatiematerieel en mag zich beperken tot de tussenkomst in de aankoop mits de werknemer een voor eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur voorlegt.
Wanneer de werkgever als tussenpersoon optreedt tussen de werknemers en de leverancier van het informatica-materiaal, kan er in geen geval toepassing worden gemaakt van de artikels 13 en 20 van het BTW-Wetboek. Hieruit volgt dat de factuur die door de leverancier wordt uitgereikt, steeds op naam van de werknemer moet worden opgesteld. De werkgever mag, in voorkomend geval, enkel op deze factuur vermeld worden in de hoedanigheid van gevolmachtigde van bedoelde werknemer.
9.3 Het moet gaan om een tussenkomst van de werkgever in de aankoop van informaticamaterieel. Het is dus uitgesloten dat hiervoor wettelijke of contractuele belastbare bezoldigingen (bv. de eindejaarspremie, indexatie) worden aangewend die door de werknemer zijn verworven, anders zou dit erop neerkomen dat de werknemer de totaliteit van de kosten van het informaticamaterieel draagt.
E. Voorwaarden van het plan
10.1 1. Een eerste voorwaarde is dat het aanbod van de werkgever om tussen te komen in de aankoop van de computerinstallatie, in het plan wordt beschreven.
Er moet dus een geschreven plan zijn dat minstens het volgende vermeldt :
- de volledige omschrijving van elk product;
- het bedrag of aandeel van de tussenkomst van de werkgever in elk product.
3. Een laatste voorwaarde bepaalt de minimumvereisten waaraan het PC-privé-plan moet voldoen en die voornamelijk tot doel hebben misbruiken te vermijden :
10.3 a) het plan moet een volledige beschrijving geven van de in aanmerking te nemen informaticaproducten zodat elk element van het aanbod kan worden geïdentificeerd. De beschrijving moet niet noodzakelijk alle gegevens met betrekking tot het merk en type van het materieel omvatten, maar moet op een duidelijke manier alle onderdelen, die in het plan worden aangeboden, bevatten;
10.4 b) het plan bepaalt dat de werknemer vrij kan kiezen. Met andere woorden, de werknemer is niet verplicht een gehele PC-configuratie aan te schaffen, maar hij moet zich minstens twee onderdelen van het aanbod van de werkgever aanschaffen.
Op grond van de éénjarigheid van de belastingen moet deze voorwaarde per belastbaar tijdperk worden beoordeeld. Wanneer een werknemer zich in de loop van een bepaald belastbaar tijdperk immers een eerste en enig onderdeel van een bepaald aanbod aanschaft, en zijn werkgever financieel tussenkomt tijdens datzelfde tijdperk, dient deze tussenkomst volledig als een belastbare bezoldiging onderworpen aan de inkomstenbelastingen te worden aangemerkt (behalve wanneer een tweede onderdeel wordt aangeschaft tijdens datzelfde tijdperk) en moet die tussenkomst aan de bedrijfsvoorheffing worden onderworpen.
Wanneer een werknemer echter beslist om twee onderdelen van eenzelfde aanbod aan te kopen op verschillende tijdstippen en zelfs in de loop van verschillende belastbare tijdperken is de voorwaarde vervuld, en wordt elk probleem i.v.m. de verplichting om de bedrijfsvoorheffing in te houden vermeden, indien de werkgever bij de tweede aankoop voor de totaliteit tussenkomst in de aankoop van de twee elementen.
Voorbeeld
| 10.5 |
|
In die veronderstelling en daar het tweede onderdeel is aangekocht tijdens hetzelfde belastbare tijdperk als het eerste onderdeel, is de tussenkomst in elk geval vrijgesteld en zal de bedrijfsvoorheffing, eventueel door compensatie, kunnen worden teruggevorderd.
Indien het tweede onderdeel daarentegen zou zijn aangekocht tijdens een later belastbaar tijdperk, zou de tussenkomst van de werkgever in de aankoop van het eerste onderdeel definitief belastbaar zijn geweest.
Indien de werkgever echter de aankoop van het tweede onderdeel afwacht en voor de totaliteit tussenkomt in de aankoop van de twee onderdelen op voorlegging van de twee facturen, is de voorwaarde vervuld en is de tussenkomst meteen vrijgesteld.
10.6 c) de tussenkomst van de werkgever (bedrag of aandeel) moet voor elk onderdeel van het aanbod, per apparaat en per software-pakket worden opgegeven;
10.7 d) de tussenkomst kan alleen geschieden voor materieel in nieuwe staat. Dit sluit het doorverkopen van tweedehandsmaterieel van de werkgever uit. De aankoop moet gebeuren bij een derde-onderneming. Het materieel mag op geen enkel ogenblik, in het verleden of tijdens de aankoop, aan de werkgever hebben toebehoord.
Het is in dat verband echter niet uitgesloten dat de werkgever als mandataris zou optreden om in naam van zijn werknemers materieel aan te kopen.
10.8 e) de tussenkomst geschiedt tegen afgifte van een door de werknemer eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur of van het aankoopbewijs op naam van de werknemer.
10.9 f) wanneer een werknemer een aankoop verricht in het kader van het plan, kan eenzelfde onderdeel ten vroegste opnieuw worden aangekocht in het kader van een plan in de loop van het derde jaar dat volgt op het jaar van de eerste aankoop.
Onder eenzelfde onderdeel dient men een categorie te verstaan van een aangeboden product zoals, een PC, een printer, een internetabonnement, enz. Twee printers van een verschillend type worden bijvoorbeeld als twee dezelfde onderdelen aangemerkt.
Twee verschillende software-pakketten worden echter als uit twee verschillende onderdelen aangemerkt.
Voorbeeld
| 10.10 |
|
F. Aankoop van een computerinstallatie
11. Om de vrijstelling te kunnen verkrijgen, wordt er aan herinnerd dat :
- de werknemer het materieel in nieuwe staat moet aankopen bij een derdeonderneming;
- zijn keuze mag beperken tot bepaalde onderdelen van het plan voor zover zij op minstens twee onderdelen slaat;
- hij voor een informatica-onderdeel slechts opnieuw kan kiezen ten vroegste in het derde jaar volgend op het jaar van de aankoop van eenzelfde onderdeel met belastingvrijstelling;
- hij aan zijn werkgever de voor eensluidend verklaarde afschriften van de aankoopfacturen of van de aankoopbewijzen, van de aansluiting en abonnement, op zijn naam, moet afleveren.
12.1 In de mate dat zij niet meer bedragen dan 1.250 EUR (te indexeren) per aanbod, moeten de tussenkomsten van de werkgever in de aanschaf van informatica-onderdelen worden beperkt tot 60 % van de aankoopprijs (exclusief BTW).
De grens van 1.250 EUR is van toepassing per aanbod.
De beperking van 60 % is van toepassing op elke aankoop (per factuur).
Wat de internetaansluiting en het internetabonnement betreft, moet de tussenkomst bij iedere facturatie of vervaldag van betaling tot 60 % worden beperkt van de door de werknemer gedragen kostprijs (exclusief BTW). In voorkomend geval moet voor het internetabonnement de grens van 1.250 EUR (te indexeren) over verschillende jaren worden beoordeeld.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat dit bedrag geenszins een beperking per belastbaar tijdperk is maar wel een beperking per aanbod.
12.2 Indien de werkgever tussenkomt van meer dan 60 % of voor een bedrag hoger dan 1.250 EUR (te indexeren), is het gedeelte van de tussenkomst dat de grens te boven gaat als een bezoldiging belastbaar bij de werknemer.
12.3 Het bedrag van 1.250 EUR is een te indexeren bedrag. Vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004) bedraagt dit 1.500 EUR en vanaf 1 januari 2004 (aanslagjaar 2005) 1.520 EUR.
H. Voorbeeld
13. Voor de duidelijkheid, is de grens van de vrijstelling in dit voorbeeld vastgesteld op 1.500 EUR voor al de beoogde jaren.
Een werkgever stelt aan al zijn werknemers volgende PC-plannen voor :
- jaar 2003 :
- plan A : PC type A, scherm type A, klavier type A, muis type A, printer type A, software type A, scanner type A, writer type A, digitaal fototoestel type A, grafisch tablet type A, internetaansluiting, internetabonnement;
- plan B : PC type B, scherm type B, klavier type B, muis type B, printer type B, software type B, scanner type B, writer type B, internetaansluiting, internetabonnement;
- jaar 2004 :
- plan C : PC type C, scherm type C, klavier type C, muis type C, printer type C, software type C, internetaansluiting, internetabonnement;
- plan D : PC type D, scherm type D, klavier type D, muis type D, printer type D, digitaal fototoestel type D, digitale camera type D, software type D, internetaansluiting, internetabonnement;
- jaar 2005 :
- plan E : Scherm type E, klavier type E, muis type E, printer type E, software type E, scanner type E, grafisch tablet type E, webcam type E, internetaansluiting, internetabonnement;
- plan F : PC type F, scherm type F, klavier type F, muis type F, printer type F, software type F, scanner type F, writer type F, internetaansluiting, internetabonnement;
- jaar 2006 :
*****
- plan G : PC type G, scherm type G, klavier type G, muis type G, printer type G, software type G, scanner type G, writer type G, internetaansluiting, internetabonnement;
- plan H : PC type H, scherm type H, klavier type H, muis type H, printer type H, software type H, scanner type H, writer type H, internetaansluiting, internetabonnement.
JAAR 2003
Piet koopt een PC A, een scherm A, een klavier A, een muis A en twee printers A (factuur 1) alsook een writer B en een scanner B (factuur 2).
| Totaal bedrag van | factuur 1 zonder BTW : 2.000 EUR (1 printer = 250 EUR) |
| factuur 2 zonder BTW : 500 EUR |
| Tussenkomst van de werkgever : | 2.000 EUR x 60 % = 1.200 EUR (factuur 1) |
| 500 EUR x 80 % = 400 EUR (factuur 2) |
Aangenomen onderdelen : alles behalve één printer ( twee dezelfde onderdelen)
| Vrijgesteld bedrag : | Plan A : 2000 EUR - 250 EUR = 1.750 EUR x 60 % = 1.050 EUR |
| Plan B : 500 EUR x 60 % = 300 EUR |
| Belastbaar bedrag : | factuur 1 : 250 EUR x 60 % = 150 EUR |
| factuur 2 : 500 EUR x 20 % = 100 EUR |
JAAR 2004
Piet neemt vanaf juli een internetaansluiting en een internetabonnement in het kader van plan D, koopt een muis D, een digitaal fototoestel D en een digitale camera D (factuur 3)
Kostprijs (zonder BTW) : aansluiting (60 EUR) + abonnement (30 EUR x 6 = 180 EUR) = 240 EUR
Totaal bedrag van de factuur 3 zonder BTW : 2.040 EUR (muis : 40 EUR)
| Tussenkomst van de werkgever : | 240 EUR x 60 % = 144 EUR (internet) |
| 2.040 EUR x 60 % = 1.224 EUR (factuur 3) |
Aangenomen onderdelen : alles behalve de muis ( onderdeel reeds aangekocht in 2003)
Vrijgesteld bedrag : plan D : (2.280 EUR - 40 EUR) x 60 % = 1.344 EUR
Belastbaar bedrag : factuur 3 : 40 EUR x 60 % = 24 EUR
JAAR 2005
Piet zet zijn internetabonnement verder (plan D), koopt software E, een webcam E (factuur 4) en vervolgens software F (factuur 5)
Kostprijs zonder BTW : abonnement (12 maanden) : 360 EUR
| Totaal bedrag van de | factuur 4 zonder BTW : 200 EUR |
| factuur 5 zonder BTW : 100 EUR |
| Tussenkomst van de werkgever : | 360 EUR x 60 % = 216 EUR (internet) |
| 200 EUR x 60 % = 120 EUR (factuur 4) | |
| 100 EUR x 60 % = 60 EUR (factuur 5) |
Aangenomen onderdelen : enkel het internetabonnement
(het plan E beantwoordt niet aan de voorwaarden daar het geen volledige computerinstallatie aanbiedt - geen PC -;
Piet koopt slechts één onderdeel van het plan F).
Vrijgesteld bedrag : plan D : 360 EUR x 60 % = 216 EUR beperkt tot 156 EUR
(1.344 EUR reeds vrijgesteld in 2004 + 156 EUR = 1.500 EUR)
| Belastbaar bedrag : | plan D : 216 EUR - 156 EUR = 60 EUR |
| plan E : 200 EUR x 60 % = 120 EUR | |
| factuur 5 : 100 EUR x 60 % = 60 EUR |
JAAR 2006
Piet zet zijn internetabonnement verder (plan D) en koopt een PC G en een scherm G (factuur 6), alsook een printer H en een klavier H (factuur 7)
Kostprijs zonder BTW : abonnement : 360 EUR
| Totaal bedrag van de | factuur 6 zonder BTW : 3.000 EUR |
| factuur 7 zonder BTW : 300 EUR |
| Tussenkomst van de werkgever : | 360 EUR x 60 % = 216 EUR (internet) |
| 3.000 EUR x 60 % = 1.800 EUR (factuur 6) | |
| 300 EUR x 60 % = 180 EUR (factuur 7) |
Aangenomen onderdelen : alles ( 3de jaar dat volgt op het jaar van aankoop van dezelfde onderdelen).
| Vrijgesteld bedrag : | plan G : 3.000 EUR x 60 % = 1.800 EUR beperkt tot 1.500 EUR |
| plan H : 300 EUR x 60 % = 180 EUR |
| Belastbaar bedrag : | plan D : 360 EUR x 60 % = 216 EUR (grens bereikt in 2005) |
| plan G : 1.800 EUR - 1.500 EUR = 300 EUR |
I. Beroepskosten voor de werkgever
14. De tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan vormt in zijn hoofde in principe een aftrekbare beroepskost, voor zover de algemene voorwaarden van art. 49 WIB 92 vervuld zijn.
Het is wel te verstaan dat in geval de tussenkomst gedeeltelijk (wanneer de grens zou worden overschreden) of volledig (wanneer tenminste één van de voorwaarden van het PC-privé-plan niet wordt nageleefd) bij de begunstigde werknemer belastbaar is als bezoldiging, zij ten name van de werkgever slechts als beroepskost kan worden aangemerkt indien het bedrag van de tussenkomst (naargelang het geval, geheel of gedeeltelijk) vermeld is op een fiche 281.10 en op de samenvattende opgave 325.10.
J. Te vervullen formaliteiten bij de werkgever
15. Wanneer blijkt dat de tussenkomst van de werkgever geheel of gedeeltelijk belastbaar is als een bezoldiging (b.v. wanneer de grens wordt overschreden, wanneer het PC-plan niet beantwoordt aan de voorwaarden, wanneer de werknemer geen twee onderdelen heeft aangekocht van eenzelfde plan gedurende hetzelfde belastbaar tijdperk - zie evenwel nr. 10.4 -, enz.) moet de werkgever zijn verplichtingen vervullen inzake :
- de bedrijfsvoorheffing (zie nr. 16, van de bijlage III van het KB/WIB 92 - nr. 18, vanaf 1 januari 2004);
- het opmaken van fiscale fiches 281.10 (en samenvattende opgaven 325.10) en in vak 9, c, van de fiche, het belastbaar bedrag van de tussenkomst vermelden, evenals de vermelding "PC1" in de rubriek "Aard" aanbrengen teneinde te kunnen vaststellen dat de tussenkomst voortvloeit uit een PC-privé-plan.
A. Bedoelde belastingplichtigen
16. Worden bedoeld, alle belastingplichtigen die in de privé-sfeer gebruik maken van een volledige PC die of van het internet dat hen kosteloos (of tegen een voordelig tarief) ter beschikking is gesteld uit hoofde of naar aanleiding van hun beroepswerkzaamheid.
Het betreft inzonderheid een terbeschikkingstelling :
- door een werkgever aan een werknemer;
- door een vennootschap aan zijn bedrijfsleider;
- door een leverancier aan een ondernemer;
- enz.
17. Het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit deze terbeschikkingstelling is naar gelang van het geval :
- een bezoldiging van werknemer als bedoeld in artikel 31, 2de lid, 2°, WIB 92;
- een bezoldiging van bedrijfsleider als bedoeld in artikel 32, 2de lid, 2°, WIB 92;
- een winst als bedoeld in artikel 25, 2°, WIB 92;
- een baat als bedoeld in artikel 27, 2de lid, 2°, WIB 92.
18.1 Worden bedoeld :
Al de computerinstallaties die hoogstens zijn samengesteld uit :
- een PC;
- een scherm;
- een klavier;
- een muis;
- een printer;
- een scanner;
- luidsprekers;
- software;
- alle soorten van internetaansluitingen; internetabonnementen die een onbeperkt snelle toegang tot het internet mogelijk maken (ADSL abonnementen, kabeltelevisie, …) maar ook de gefactureerde gesprekken wanneer men b.v. gebruik maakt van een systeem met gratis internettoegang;
18.2 Om redenen van vereenvoudiging en inschikkelijkheid mag er worden aangenomen dat de kosten met betrekking tot een telefoonlijn als kosten voor een internetaansluiting mogen worden aangemerkt.
18.3 Wanneer de kosten met betrekking tot een telefoonlijn echter ten laste worden genomen door de verkrijger, kunnen die kosten niet worden beschouwd als een bijdrage die van het voordeel van alle aard mag worden afgetrokken zoals bepaald in nr. 19.2.
18.4 Daar het hier een terbeschikkingstelling van een computerinstallatie betreft kan de verkrijger van het voordeel niet de eigenaar zijn van het materieel, noch titularis zijn van het internetabonnement, en evenmin schuldenaar zijn van de telefoonfacturen.
18.5 Worden hier niet bedoeld, de computerinstallaties in de beroepslokalen van de werkgever die een werknemer occasioneel voor privé-doeleinden mag gebruiken.
D. Bedrag van het voordeel van alle aard
19.1 Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op :
- 180 EUR per jaar voor een kosteloos ter beschikking gestelde PC (met inbegrip van de in nr. 18.1 vermelde onderdelen);
- 60 EUR per jaar voor de ter beschikkingstelling van het internet.
19.3 Deze bedragen hebben betrekking op een volledig jaar. Ze moeten pro rata temporis worden verminderd in geval van een beperkte terbeschikkingstelling gedurende een gedeelte van het belastbaar tijdperk.
E. Beroepskosten
20. De kosten gedaan naar aanleiding van de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie zijn aftrekbare beroepskosten voor zover zij behoorlijk worden verantwoord en de waarde van deze voordelen, bepaald overeenkomstig art. 18, § 3, punt 10, KB/WIB 92, vermeld wordt op de individuele fiches (281.10, 281.20 of 281.50) van de verkrijgers en de overeenstemmende samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt.
F. Formaliteiten bij de werkgever of bij de vennootschap
21.1 Wanneer er een voordeel van alle aard voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie door een werkgever (of een vennootschap) aan een werknemer (of een bedrijfsleider), moet de werkgever (of de vennootschap) verplichtingen vervullen inzake :
- de inhouding van bedrijfsvoorheffing (zie nr. 2, A, 1°, van de bijlage III van het KB/WIB 92 - nr. 3, A, 1°, vanaf 1 januari 2004);
- het opmaken van de fiscale fiches 281.10 en 281.20 (en de ermee overeenstemmende samenvattende opgaven 325) en in vak 9, c, van de fiche, het belastbaar bedrag van het voordeel van alle aard vermelden, evenals de vermelding "PC2" in de rubriek "Aard" aanbrengen teneinde te kunnen vaststellen dat het voordeel van alle aard voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie.
V. INWERKINGTREDING
22. De nieuwe vrijstellingsregeling van de tussenkomst van de werkgever in de aankoop door de werknemer van informaticamaterieel evenals de nieuwe forfaitaire raming van het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het privé-gebruik van een kosteloos of tegen een voordelig tarief ter beschikking gestelde PC en internetaansluiting en internetabonnement, treden in werking vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004).
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
P. LEROY
Bron: FisconetPlus
