Aanschrijving nr. 74 dd. 06.05.1971
AANSCHRIJVING 71/074
Aanschrijving nr. 74 dd. 06.05.1971
Overdracht van een algemeenheid van goederen
Artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde handelt over de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling
In een antwoord op een parlementaire vraag, werd de draagwijdte van dit artikel als volgt toegelicht.
"Artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vindt zijn oorsprong in een bepaling van de tweede Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen naar luid waarvan het de LidStaten toegelaten wordt de inbreng van het geheel of van een gedeelte van een algemeenheid van goederen niet als een levering te beschouwen (Bijlage A, 3, ad art.5, 1).
Dit artikel heeft inzonderheid tot doel de heffing van de BTW uit te sluiten wanneer vennootschap om economische redenen overgaan tot fusie bij wege van opslorping of anderszins, tot splitsing van hun onderneming, of tot inbreng van een bedrijfsafdeling.
Bij fusie van vennootschappen omvat de inbreng het gehele patrimonium van de opgeslorpte of van de samengesmolten vennootschappen, met inbegrip dus van alle roerende en onroerende activa en van alle passiva.
Hetzelfde geldt bij splitsing van een vennootschap.
Wanneer de verrichting zich beperkt tot de inbreng door een vennootschap ven een bedrijfsafdeling moet dit begrip worden verstaan in dezelfde zin als in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratierechten en in artikel 40, § 1, van het Wetboek der inkomstenbelastingen. Voor de toepassing van deze artikelen en bijgevolg ook van artikel 11 van het BTW-Wetboek is er slechts inbreng van een bedrijfsafdeling als de inbreng betrekking heeft op al de goederen die in een afdeling van de onderneming zijn geïnvesteerd en die onder technisch oogpunt een onafhankelijke onderneming vormen die afzonderlijk door eigen middelen kan werken (z. Verslag van de verenigde Commissies voor de Economische Zaken en de Financiën van de Senaat bij het ontwerp van wet tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde, blz.93. Parl. Doc. Senaat, zitting 1968-1969, nr 455).
In een dergelijk geval zal de inbreng normaal ook de onroerende goederen moeten omvatten,
Doch artikel 11 van het BTW-Wetboek beoogt eveneens het geval waarin door een physieke persoon een handelszaak wordt overgedragen, hetzij bij inbreng in vennootschap, hetzij door enig ander contract onder bezwarende titel.
Die afstand moet alle elementen omvatten van de handelszaak die aan de overdrager toebehoren (cliënteel, koopwaren, handelsuitrusting, handelsmerken, brevetten, enz ), Ofschoon het niet absoluut noodzakelijk is, gaat de afstand normaal gepaard met de verhuur van het onroerend goed in de handel wordt uitgebaat of met de afstand van het huurrecht op dat goed. De handelsschuldvorderingen en -schulden zijn daarentegen normaal niet in de verrichting begrepen."
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR
Aanschrijving nr. 74 dd. 06.05.1971
Overdracht van een algemeenheid van goederen
Artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde handelt over de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling
In een antwoord op een parlementaire vraag, werd de draagwijdte van dit artikel als volgt toegelicht.
"Artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vindt zijn oorsprong in een bepaling van de tweede Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen naar luid waarvan het de LidStaten toegelaten wordt de inbreng van het geheel of van een gedeelte van een algemeenheid van goederen niet als een levering te beschouwen (Bijlage A, 3, ad art.5, 1).
Dit artikel heeft inzonderheid tot doel de heffing van de BTW uit te sluiten wanneer vennootschap om economische redenen overgaan tot fusie bij wege van opslorping of anderszins, tot splitsing van hun onderneming, of tot inbreng van een bedrijfsafdeling.
Bij fusie van vennootschappen omvat de inbreng het gehele patrimonium van de opgeslorpte of van de samengesmolten vennootschappen, met inbegrip dus van alle roerende en onroerende activa en van alle passiva.
Hetzelfde geldt bij splitsing van een vennootschap.
Wanneer de verrichting zich beperkt tot de inbreng door een vennootschap ven een bedrijfsafdeling moet dit begrip worden verstaan in dezelfde zin als in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratierechten en in artikel 40, § 1, van het Wetboek der inkomstenbelastingen. Voor de toepassing van deze artikelen en bijgevolg ook van artikel 11 van het BTW-Wetboek is er slechts inbreng van een bedrijfsafdeling als de inbreng betrekking heeft op al de goederen die in een afdeling van de onderneming zijn geïnvesteerd en die onder technisch oogpunt een onafhankelijke onderneming vormen die afzonderlijk door eigen middelen kan werken (z. Verslag van de verenigde Commissies voor de Economische Zaken en de Financiën van de Senaat bij het ontwerp van wet tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde, blz.93. Parl. Doc. Senaat, zitting 1968-1969, nr 455).
In een dergelijk geval zal de inbreng normaal ook de onroerende goederen moeten omvatten,
Doch artikel 11 van het BTW-Wetboek beoogt eveneens het geval waarin door een physieke persoon een handelszaak wordt overgedragen, hetzij bij inbreng in vennootschap, hetzij door enig ander contract onder bezwarende titel.
Die afstand moet alle elementen omvatten van de handelszaak die aan de overdrager toebehoren (cliënteel, koopwaren, handelsuitrusting, handelsmerken, brevetten, enz ), Ofschoon het niet absoluut noodzakelijk is, gaat de afstand normaal gepaard met de verhuur van het onroerend goed in de handel wordt uitgebaat of met de afstand van het huurrecht op dat goed. De handelsschuldvorderingen en -schulden zijn daarentegen normaal niet in de verrichting begrepen."
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR
Bron: FisconetPlus
