Circulaire 2021/C/86 over het verenigingswerk (inkomstenjaar 2021)

Addendum bij de circulaire2021/C/9 van 09.02.2021.

personenbelasting ; belastbare grondslag in de PB ; beroepsinkomsten ; diverse inkomsten

FOD Financiën, 24.09.2021
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Bespreking

1. Verdubbeling van de maandgrens voor inkomsten uit bepaalde categorieën van het verenigingswerk

2. Uitbreiding van het toepassingsgebied van het verenigingswerk

3. Belastbaarheid van de verbrekingsvergoedingen

4. Voorbeeld

III. Wetgeving

I. Inleiding

1. De circulaire 2021/C/9 van 09.02.2021 bespreekt het verenigingswerk zoals dat van toepassing is voor het inkomstenjaar 2021.

Voor inkomstenjaar 2021 geldt voor de inkomsten uit het verenigingswerk geen belastingvrijstelling meer, maar wel een afzonderlijke belasting tegen het tarief van 20 % (tenzij globalisatie voordeliger is). Dit tarief wordt toegepast op het nettobedrag, zijnde het brutobedrag verminderd met een kostenforfait van 50 %.

2. Het stelsel van het verenigingswerk ondergaat volgende wijzigingen die hierna verder worden besproken:

- Verdubbeling van de maandgrens voor het derde kwartaal van 2021 voor inkomsten uit volgende activiteiten:

* animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt
* sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden.

- Uitbreiding vanaf 08.05.2021 van het toepassingsgebied van de wet van 24.12.2020 betreffende het verenigingswerk tot volgende activiteiten:

* artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuur-educatieve sector
* verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema's in de socioculturele, cultuur, kunsteducatieve en kunstensector.

- Explicitering dat de verbrekingsvergoedingen deel uitmaken van de belastbare inkomsten uit het verenigingswerk.

II. Bespreking

1. Verdubbeling van de maandgrens voor inkomsten uit bepaalde categorieën van het verenigingswerk

3. De wet van 24.12.2020 betreffende het verenigingswerk bepaalt dat de koning bij een in de ministerraad overlegd koninklijk besluit het maandbedrag kan verhogen voor inkomsten uit specifieke categorieën van het verenigingswerk.

Het koninklijk besluit van 24.06.2021 (1) maakt van deze mogelijkheid gebruik om een verhoging door te voeren voor volgende categorieën:

- animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt

- sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden.

(1) Koninklijk besluit van 24.06.2021 tot uitvoering van artikel 27, § 3, tweede lid, van de wet van 24.12.2020 betreffende het verenigingswerk (BS 29.06.2021).

Deze verhoging geldt ook op fiscaal vlak (2).

(2) Art. 37bis, § 2, eerste lid, WIB 92.

4. Concreet wordt het maandbedrag voor die categorieën verdubbeld van 532,50 euro tot 1.065 euro (3).

(3) Geïndexeerde bedragen voor het inkomstenjaar 2021.

5. Die verhoging is slechts beperkt in de tijd van toepassing, nl. voor het derde kwartaal van 2021 (01.07.2021 t.e.m. 30.09.2021).

Deze verhoging van het maandbedrag is immers van belang voor de federaties en clubs die sportkampen organiseren in de zomer. Aangezien zomerkampen in kleinere groepen georganiseerd moeten worden omwille van de maatregelen die in het kader van de bestrijding van de COVID-19 pandemie van kracht zijn, moeten de organisaties meer verenigingswerkers kunnen inzetten of, indien dit niet mogelijk is, langer beroep kunnen doen op dezelfde verenigingswerkers.

Daarnaast vereisen sportactiviteiten een opleiding om een kwaliteitsvolle ondersteuning te bieden en zijn zij meer seizoensgebonden.

6. Het toegestane jaarlijkse bedrag (4) blijft ongewijzigd.

(4) Geïndexeerd bedrag voor het inkomstenjaar 2021: 6.390 euro.

2. Uitbreiding van het toepassingsgebied van het verenigingswerk

7. De wet van 20.07.2021 (5) voegt volgende activiteiten toe aan het toepassingsgebied van de wet van 24.12.2020 betreffende het verenigingswerk:

- artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuur-educatieve sector

- verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema's in de socioculturele, cultuur, kunsteducatieve en kunstensector.

(5) Wet van 20.07.2021 houdende uitbreiding van het toepassingsgebied van de wet van 24.12.2020 betreffende het verenigingswerk (BS 23.07.2021, ed. 3).

8. Deze uitbreiding is bedoeld ter ondersteuning van verenigingen die socioculturele activiteiten organiseren en de personen die deze activiteiten begeleiden. In de sector van de amateurkunsten gaat het bijvoorbeeld over regisseurs, dirigenten, choreografen, … die actief zijn in de vele lokale amateurkunstenorganisaties, maar ook over lesgevers in de brede zin van het woord (lesgevers, maar ook coaches, procesbegeleiders). Bij sociocultureel volwassenenwerk betreft het lesgevers in de brede zin van het woord.

De uitbreiding is gericht op socioculturele activiteiten die op niet-commerciële wijze worden georganiseerd en dus niet-economisch van aard zijn.

9. Deze uitbreiding van het toepassingsgebied is van toepassing vanaf 08.05.2021.

3. Belastbaarheid van de verbrekingsvergoedingen

10. Art. 30, van de wet van 27.06.2021 (6) past art. 90, eerste lid, 1°ter, WIB 92 aan, zodat ook de verbrekingsvergoedingen als bedoeld in art. 20, van de wet van 24.12.2020 betreffende het verenigingswerk onbetwistbaar deel uitmaken van de belastbare inkomsten uit het verenigingswerk.

(6) Wet van 27.06.2021 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van de wet van 18.09.2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (BS 30.06.2021, ed. 3).

11. De hiervoor bedoelde verbrekingsvergoedingen komen in aanmerking voor het belastingstelsel voor inkomsten uit het verenigingswerk, maar worden niet in rekening gebracht om te bepalen of de maand- en jaargrenzen worden overschreden.

12. Deze bepaling is van toepassing op de vanaf 01.01.2021 verkregen inkomsten.

4. Voorbeeld

13. Stef werkt vanaf januari 2021 als animator. De door hem uitgeoefende activiteiten voldoen aan alle voorwaarden van de wet van 24.12.2020.

Hij verkreeg voor het inkomstenjaar 2020 geen inkomsten uit verenigingswerk, deeleconomie of occasionele diensten tussen burgers.

Eind oktober 2021 verbreekt de organisatie de overeenkomst inzake verenigingswerk vóór het verstrijken van de overeengekomen duur, zonder dringende reden of zonder inachtneming van de wettelijke opzeggingstermijn. De organisatie is volgens de wet van 24.12.2020 ertoe gehouden om een verbrekingsvergoeding te betalen.

De inkomsten die ten voordele van Stef zijn geregistreerd in de applicatie voor het verenigingswerk bedragen voor 2021:

- januari tot juni: 532,50 euro per maand

- juli en augustus: 1.065 euro per maand

- september: 532,50 euro

- oktober: 532,25 euro + 266,25 euro verbrekingsvergoeding.

Totaal: 6.656 euro.

Beoordeling van de in art. 37bis, § 2, WIB 92, bedoelde grenzen:

- maandgrens

De verbrekingsvergoeding wordt niet in rekening gebracht.

De geregistreerde inkomsten bedragen niet meer dan 532,50 euro per maand (verhoogd tot 1.065 euro per maand voor de maanden juli, augustus en september 2021).

- jaargrens

De verbrekingsvergoeding wordt niet in rekening gebracht.

De overige geregistreerde inkomsten bedragen niet meer dan 6.390 euro per jaar.

De inkomsten uit het verenigingswerk worden dus niet geherkwalificeerd als beroepsinkomsten.

De verschuldigde personenbelasting zal dan als volgt worden berekend:

brutobedrag

6.656 euro

kostenforfait

-3.328 euro

nettobedrag

3.328 euro

De verschuldigde belasting bedraagt 3.328 euro x 20 % = 665,60 euro (tenzij de globalisatie voordeliger is).

III. Wetgeving

Koninklijk besluit van 24.06.2021 tot uitvoering van artikel 27, § 3, tweede lid, van de wet van 24.12.2020 betreffende het verenigingswerk (BS 29.06.2021).

Wet van 20.07.2021 houdende uitbreiding van het toepassingsgebied van de wet van 24.12.2020 betreffende het verenigingswerk (BS 23.07.2021, ed. 3).

Art. 30, 31 en 96, wet van 27.06.2021 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van de wet van 18.09.2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (BS 30.06.2021, ed. 3).

Interne ref.: 727.693/2