Canada - Circulaire Ci.R.9 CDN/285.960 d.d. 20.02.1979
Bulletin nr. 572, p. 574-585
Dubbelbelastingverdragen. - Canada.
Onderrichtingen betreffende de toepassing van de Belgisch-Canadese overeenkomst van 29 mei 1975 tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van enige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen (V. 1432 - B. 545).
Circ. 20.2.1979, nr. Ci.R9 CDN/285.960.
I. BELANGRIJKE DATA
l. Ondertekening van de overeenkomst: 29.5.1975.
Goedkeuring : W. 26.7.1976.
Publicatie : B.S. 11.9.1976 (B. 545 - V. 1432).
Uitwisseling van de akten van bekrachtiging: 28.7.1976.
Inwerkingtreding : 12.8.1976.
Toepassing in België :
- op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die met ingang van 1 januari 1976 zijn toegekend of betaalbaar gesteld ;
- op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die eindigen met ingang van 31 december 1976 (aanslagjaren 1977 en volgende).
II. ALGEMENE KENMERKEN VAN DE OVEREENKOMST
2. Naast haar voornaamste oogmerk, namelijk het voorkomen van dubbele belasting inzake huidige en toekomstige belastingen naar het inkomen, stelt de Belgisch-Canadese overeenkomst de uitwisseling van inlichtingen in die nodig zijn voor de juiste toepassing van de bepalingen van de overeenkomst en van de Belgische en de Canadese nationale wetten met betrekking tot de in artikel II bedoelde belastingen (art. XXVI).
III. HET VOORKOMEN VAN DUBBELE BELASTING EN DE DAARMEDE VERBAND HOUDENDE PROBLEMEN
A. Werkingssfeer van de overeenkomst: bijzonderheden.
1° Met betrekking tot de belastingen.
3. Luidens de bewoordingen van art. II, § 1, is de overeenkomst van toepassing op belastingen naar het inkomen die ten behoeve van elk van de overeenkomstsluitende Staten worden geheven. In principe zijn de belastingen naar het inkomen die ten behoeve van de ondergeschikte machten worden geheven dus niet beoogd.
4. Het gaat hier evenwel om een beperking die, gelet op de huidige Belgische en Canadese belastingstelsels, slechts theoretisch is en geen gevolgen met zich meebrengt.
Inderdaad, ingevolge de opsomming in art. II, § 3, is de overeenkomst in België van toepassing op de belastingen die de Belgische Staat heeft voor de gemeenten, de agglomeraties, de federaties of de provincies.
In Canada geldt hetzelfde voor de belastingen van de provincies : voor zoverre deze belastingen in de vorm van bijbelastingen op de federale belastingen worden geheven, is de overeenkomst ambtshalve van toepassing ; anderzijds stemmen de Canadese provincies die een autonome belasting naar het inkomen heffen, in de regel hun houding af op die van de Federale Regering voor de toepassing van de dubbelbelastingverdragen. In feite zorgt de overeenkomst dus voor wederkerigheid op het gebied van de belastingen waarop zij van toepassing is.
2° Met betrekking tot de personen.
5. Uit art. III, § 1, c, volgt dat de overeenkomst onder meer van toepassing is op nalatenschappen (estates) en trusts die inwoner zijn van Canada, zo wel voor de inkomsten die zij verkrijgen als voor de inkomsten die zij uitdelen.
6. Anderzijds, indien een vennootschap volgens de interne wetgevingen moet worden geacht tegelijkertijd inwoner van België en van Canada te zijn, zal de fiscale woonplaats, in de zin van de overeenkomst door de bevoegde autoriteiten van beide Staten in onderlinge overeenstemming worden bepaald met inachtneming niet alleen van de plaats van de werkelijke leiding, maar ook van andere ter zake dienende criteria zoals de plaats van oprichting van de vennootschap (art. IV, § 3, ov.).
Blijft overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten uit, dan zal de desbetreffende vennootschap voor de toepassing van de art. VI tot en met XXII (belastingheffing naar het inkomen) en van art. XXIV (non-discriminatie), worden geacht inwoner te zijn van geen van de overeenkomstsluitende Staten en zal zij bijgevolg in de Staat waar de bron van de inkomsten is gelegen, geen enkele vrijstelling of vermindering ingevolge de overeenkomst kunnen genieten. Doch de bepalingen tot voorkoming van dubbele belasting (art. XXIII) zullen in de andere overeenkomstsluitende Staat die dan als woonstaat optreedt, van toepassing zijn : België zal dus voor vennootschappen die inwoner van beide Staten blijven, de regels van art. XXIII, § 1, moeten toepassen met betrekking tot de inkomsten die door deze vennootschappen uit Canada worden verkregen.
B. Ondernemingswinst.
1° Tarief van de Belgische B.N.V./Ven.
7. Ingevolge art. XXIV, § 5, a, ov. mag België de B.N.V./Ven. tegen het tarief van het interne recht, hetzij op dit ogenblik 54 pct., heffen op winsten of inkomsten van vaste inrichtingen of vaste basissen waarover vennootschappen of eenheden die inwoner zijn van Canada, in België beschikken.
2° Tarief van de Canadese « branch tax ».
8. Overeenkomstig het Canadese interne recht zijn inkomsten die kunnen worden toegerekend aan een vaste inrichting waarover een buitenlandse vennootschap in dat land beschikt, onderworpen aan de vennootschapsbelasting en aan de belasting ten laste van filialen (« branch rax ») die de niet in Canada wederbelegde winsten -na aftrek van de vennootschapsbelasting-treft (extraterritoriale belastingheffing van dividenden).
Ingevolge art. X. § 6, ov ., mag de belasting van de filialen evenwel slechts worden geheven ten laste van Belgische vennootschappen die hun werkzaamheid hoofdzakelijk in Canada uitoefenen en mag het tarief ervan niet hoger zijn dan 15 pct.
3° Winsten uit zeescheepvaart of luchtvaart
a) Algemene regel (art. VIII, § 1 ).
9. Indien die winsten worden verkregen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer (zie definitie van die uitdrukking in art. VIII. § 2), zijn zij belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
De definitie van de uitdrukking « international verkeer », omvat niet het vervoer door een schip of luchtvaartuig dat een onderneming van een Staat hoofdzakelijk gebruikt om passagiers or goederen uitsluitend tussen in de andere Staat gelegen plaatsen te vervoeren.
De winsten die door zeescheepvaart- of luchtvaartondernemingen die inwoner zijn van Canada worden verkregen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer, zijn ingevolge de toepassing van de algemene regel van Belgische belastingen vrijgesteld.
b) Bijzondere regel met betrekking tot zeescheepvaart (art. VIII, § 3 ).
10. De winsten verkregen uit de exploitatie van schepen die hoofdzakelijk dienen voor het vervoer dat uitsluitend tussen in een overeenkomstsluitende Staat gelegen plaatsen wordt verricht zijn in die Staat belastbaar, aangezien zij van de vrijstelling in de bronstaat uitgesloten zijn.
Bijgevolg zijn winsten die Belgische ondernemingen verkrijgen uit de exploitatie van schepen die zij uitsluitend voor het vervoer in de territoriale wateren van Canada gebruiken, in Canada belastbaar.
C. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat.
1° Algemeen.
11. De artikelen X, XI en XII, ov., bepalen als volgt en onder de gewone voorwaarden de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen :
a) dividenden (daaronder begrepen inkomsten van in Belgische personenvennootschappen belegde kapitalen) : de belasting wordt beperkt tot 15 pct. van het brutobedrag van de inkomsten ;
b) interest : de belasting wordt beperkt tot 15 pct. van het brutobedrag van de inkomsten ; ingevolge art. XI, § 3, ov. zijn evenwel vrijgesteld van de Belgische of Canadese belasting, naar het geval, interest die een boete voor te late betaling vertegenwoordigt en interest van handelsschuldvorderingen met betrekking tot verkopen op afbetaling, behalve, in dit laatste geval, indien de schuldenaar en de schuldeiser afhankelijke ondernemingen zijn ;
c) royalty's : de bronstaat moet :
- vrijstelling van belasting verlenen voor royalty’s met betrekkink tot auteursrechten en andere gelijkaardige
betalingen voor het uitvoeren of het reproduceren van een werk op het gebied van letterkunde, toneel, muziek of kunst (met uitzondering van royalty's voor bioscoopfilms en voor werken op films of beeldbanden voor de televisie) ;
- het tarief van de belasting beperken tot 10 pct. van het brutobedrag van de niet vrijgestelde royalty’s.
2° Vermindering of vrijstelling van Belgische belasting.
12. De vermindering of de vrijstelling van de Belgische belasting wordt op de gebruikelijke wijze verleend na overlegging van de volgende formulieren (1) :
- model 276 Div.(CDN), voor dividenden ;
- model 276 Int.(CDN), voor interest ;
- model 276 R.(CDN), voor royalty's.
3° Vermindering of vrijstelling van Canadese belasting,
13. Volgens de huidige Canadese wetgeving zijn dividenden, interest en royalty’s uit bronnen in Canada, die door niet-inwoners worden verkregen, in de regel onderworpen aan een bronheffing die wordt geheven tegen een tarief dat hoger is dan de verdragstarieven.
14. De vermindering of de vrijstelling van de Canadese belasting ingevolge de overeenkomst mag normaal onmiddellijk bij de bron, d.i. op het ogenblik van de betaling van de inkomsten, worden verleend.
Voor dividenden en interest moet de genieter een eigendomsattest model Nr. 601 of Nr. 602, naargelang hij om vermindering of om vrijstelling van Canadese belasting verzoekt, in drie exemplaren aan de Canadese schuldenaar of betaler van de inkomsten overleggen (1).
-----------------------
(1) Die formulieren worden in België kosteloos af geleverd door de Documentatiedienst der directe belastingen, Belliardstraat 45, 1040 Brussel en in Canada door de belastingadministratie « Revenue Canada-Taxation », Source déduction Division, 875 Heron Road CON - Ottawa, Ontario, K180L8 (Canada).
De Canadese betaler van de inkomsten mag ervan uitgaan dat de naam en het adres van de genieter die van de werkelijke eigenaar zijn, tenzij er voldoende redenen bestaan om daaraan te twijfelen. In dit laatste geval moet de genieter een attest ad hoc (cf. model 2 van de bijlage aan het bericht in het Belgisch Staatsblad van 2 september 1977 - B.555) aan de Canadese betaler van de inkomsten overhandigen.
Voor royalty's dient de genieter die inwoner is van België te gepasten tijde aan de Canadese schuldenaar of betaler van de inkomsten de inlichtingen te bezorgen welke deze laatste in de mogelijkheid stellen de Canadese belasting eventueel tegen het tarief van de overeenkomst in te houden.
15. Indien de beperking van de Canadese belasting ingevolge de overeenkomst niet onmiddellijk bij de bron kan worden verleend, kan teruggave van het teveel geheven bedrag worden bekomen. Daartoe moet de Belgische genieter een formulier NR7-R « Aanvraag om teruggave van de belasting van niet-inwoners » gebruiken waarvan hij het bovenste gedeelte en het daarop volgende attest invult en waarbij hij her afschrift 3 van het formulier « NR4 Supplémentaire» voegt dat hem door de Canadese schuldenaar of betaler van de inkomsten werd bezorgd (deze moet een dergelijk formulier voor elke betaling invullen). De Belgische genieter kan ook de Canadese schuldenaar of betaler van de inkomsten verzoeken de verklaring betreffende de ingehouden belasting die op het formulier NR7-R voorkomt, in te vullen.
Vervolgens dient hij dat behoorlijk ingevulde formulier NR7-R aan de Canadese belastingdienst die de belasting heeft geïnd te zenden en dit binnen de twee jaar vanaf het einde van her jaar waarin de belasting werd gestort.
4° Controlemaatregelen.
16. De Canadese administratie zal de afschriften van de formulieren met betrekking tot dividenden, interest en royalty’s alsmede trouwens met betrekking tot inkomsten uit een Canadese nalatenschap of trust (zie nr. 17 hierna) die aan inwoners van België worden betaald, aan de Belgische administratie toesturen. De Documentatiedienst zal die afschriften onmiddellijk na hun ontvangst naar de bevoegde Belgische belastingdiensten doorsturen. Deze moeten zich ervan vergewissen dat de hierboven bedoelde inkomsten door de genieter werkelijk in zijn aangifte in de inkomstenbelastingen van het desbetreffende jaar werden opgenomen.
D. Inkomsten verkregen uit een Canadese nalatenschap (estate) of een trust (art. XXI).
17. Canada moet, onder bepaalde voorwaarden, de belasting op de inkomsten die door een inwoner van België worden verkregen uit een nalatenschap (estate) of uit een trust die inwoner is van Canada, beperken tot 15 pct. van het brutobedrag.
De procedure welke de genieter die inwoner is van België moet volgen om de vermindering van de Canadese belasting op die inkomsten onmiddellijk bij de bron te bekomen, is dezelfde als die welke voor Canadese royalty's is bepaald (zie nr. 14 hiervoor).
Indien de vermindering niet onmiddellijk bij de bron kon worden verleend, kan teruggave van het teveel geheven bedrag worden bekomen overeenkomstig de voor dividenden, interest en royalty’s bepaalde procedure (zie nr. 15 hiervoor).
E. Vermogenswinsten (art. XIII).
Met betrekking tot die inkomsten verdienen twee bijzonderheden aandacht :
18. a) Meerwaarden verkregen uit de verwezenlijking van aandelen van een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat en waarvan het vermogen hoofdzakelijk bestaat uit in die Staat gelegen terreinen of gebouwen, zijn in dezelfde Staat belastbaar.
Daartegenover zijn meerwaarden verkregen uit de verwezenlijking van deelnemingen in een personenvennootschap (partnership) of een trust, die inwoner is van een of andere Staat en waarvan het vermogen hoofdzakelijk bestaat uit hetzij in België, hetzij in Canada gelegen terreinen of gebouwen, belastbaar in de Staat waar die terreinen of gebouwen zijn gelegen.
De terreinen of gebouwen waarvan sprake omvatten niet de goederen - niet zijnde huurgoederen - waarin de werkzaamheden van de vennootschap of van de trust worden uitgeoefend (art. XIII, § 3).
19. b) Canada mag overeenkomstig zijn intern recht eveneens belasting heffen van meerwaarden verkregen uit de vervreemding van Canadese aandelen of uit de vervreemding van een deelneming in een trust die inwoner is van Canada indien die meerwaarden worden verwezenlijkt door natuurlijke personen die inwoner zijn van België en :
- de Canadese nationaliteit bezitten of inwoner van Canada zijn geweest gedurende ten minste 15 jaar voor de vervreemding van de aandelen of de deelneming ; en
- inwoner van Canada zijn geweest op enig tijdstip in de loop van de 5 jaren die onmiddellijk aan die vervreemding voorafgaan (art. XIJI, ~ 5).
F. Artiesten en sportbeoefenaars (art. XVII).
20. De inkomsten die beroepsartiesten en sportbeoefenaars die inwoner zijn van Canada uit hun in België uitgeoefende persoonlijke (niet-zelfstandige en zelfstandige) werkzaamheden verkrijgen, zijn in België belastbaar overeenkomstig de bepalingen van het interne recht, ook indien die inkomsten aan een andere persoon dan de artiest of de sportbeoefenaar zelf worden toegekend (art. XVII, § 1 en § 2).
Deze regel is evenwel niet van toepassing indien de artiest of de sportbeoefenaar aantoont dat noch hij, noch de met hem verbonden personen, onmiddellijk of middellijk deelnemen in de winsten van die andere persoon (art. XVII, § 3).
G. Pensioenen en renten (art. XVIII).
21. Ingevolge art. XVIII, § § 1, 2 en 3 zijn pensioenen zowel uit de openbare sector als uit de particuliere sector, daaronder begrepen pensioenen ter zake van de sociale zekerheid en pensioenen van oudstrijders, alsmede renten - niet zijn de uitkeringen tot onderhoud - die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit bronnen in de andere Staat, belastbaar in die andere Staat.
Het gaat hier, voor bepaalde pensioenen of renten althans, om een afwijking op de regel die gewoonlijk in dubbelbelastingverdragen voorkomt en volgens dewelke die inkomsten uitsluitend in de woonstaat belastbaar zijn.
Bijgevolg zijn alle hierboven bedoelde pensioenen en renten die door inwoners van Canada uit België worden verkregen, ingevolge de overeenkomst, in België belastbaar tegen het volle tarief voor zover wel te verstaan het interne recht niet in een vrijstelling voorziet.
22. Onderhoudspensioenen en -renten en andere uitkeringen tot onderhoud zijn vrijgesteld in de Staat waaruit zij afkomstig zijn voor zover zij in die woonstaat van de genieter aan belastingheffing worden onderworpen (art. XVIII, § 4).
H. Openbare beloningen (art. XIX).
23. Beloningen (niet zijnde pensioenen, waarop art. XVIII van toepassing is, zie nr. 21 hiervoor) die door een Staat, een staatkundig onderdeel of een plaatselijke gemeenschap van die Staat worden betaald, zijn in beginsel slechts in die Staat belastbaar (art. XIX, § 1, a).
24. Op die algemene regel zijn twee uitzonderingen:
- het recht van belastingheffing van beloningen betaald door de Staat (van de) schuldenaar wordt toegekend aan de Staat waar de diensten worden bewezen, indien de genieter hetzij een inwoner en een onderdaan van die Staat is, hetzij een blijvend inwoner van die Staat is, d.w.z. die niet uitsluitend met het oog op het waarnemen van zijn functies inwoner is geworden (art. XIX, § 1, b) ;
- indien de beloningen worden betaald ter zake van diensten bewezen door de genieter in het kader van een nijverheids-of handelsbedrijf uitgeoefend door de schuldenaar van de inkomsten, wordt de toewijzing van het recht van belastingheffing, naar het geval, bepaald door de art. XV of XVI (art. XIX, § 2).
I. Bestanddelen van het inkomen die niet uitdrukkelijk zijn vermeld (art. XXII).
25. Bestanddelen van het inkomen die niet uitdrukkelijk in de art. VI tot XXI zijn vermeld:
- zijn in de regel slechts belastbaar in de Staat waarvan de genieter en inwoner is ;
- mogen zowel in de woonstaat van de genieter als in de andere overeenkomstsluitende Staat worden belast, indien die bestanddelen van het inkomen uit bronnen in die andere Staat afkomstig zijn (art. XXII).
J. Regeling die in België van toepassing is op inkomsten die inwoners van België uit bronnen in Canada verkrijgen.
26. Dubbele belasting van de hierboven bedoelde inkomsten wordt in principe volgens de gewone regels vermeden. De twee hierna volgende bijzonderheden dienen evenwel te worden opgemerkt :
1° De verrekening van het F.B.B. wordt eveneens toegestaan voor inkomsten verkregen uit nalatenschappen (estates) of trusts die in Canada overeenkomstig art. XXI, § 1, werkelijk aan een beperkte belastingheffing zijn onderworpen.
2° Indien het gaat om meerwaarden die worden verkregen uit de vervreemding van bepaalde aandelen of deelnemingen (zie art. XIII, § 3 tot § 5) of om bepaalde bestanddelen van het inkomen die niet uitdrukkelijk in de overeenkomst zijn vermeld (art. XXII) en indien die meerwaarden of bestanddelen van het inkomen werkelijk in Canada werden belast, moet België zijn belasting beperken tot het bedrag dat overeenkomstig de Belgische wetgeving zou zijn verschuldigd indien het zou gaan om in het buitenland behaalde en belaste bedrijfsinkomsten (vermindering van de P.B. tot de helft en van de Ven.B. tot een vierde (art. XXIII.§ 1, c).
K. Non-discriminatie.
27. Natuurlijke personen de inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat en die volgens de overeenkomst in de andere overeenkomstsluitende Staat belastbaar zijn ter zake van inkomsten vermeld in één of in verschillende van de artikelen VI, VII, VIII, XIV, XV, XVIII en XX, mogen, ingevolge art. XXIV. § 3, in de andere Staat op die inkomsten worden belast regen een tarief dat, met inachtneming van hun gezinstoestand en hun gezinslasten en van het geheel van die inkomsten, op hen van toepassing zou zijn indien zij inwoner van de andere Staat zouden zijn.
Om het voordeel van deze speciale regeling te bekomen, moeten de belanghebbenden zulks schriftelijk aanvragen binnen een termijn van twee jaar vanaf het einde van het jaar waarin de inkomsten werden behaald.
Soortgelijke aanvragen van inwoners van Canada mogen naar het Hoofdbestuur (Directie 1/3) worden gestuurd, die deze aanvragen bij de bevoegde dienst zal doen toekomen.
