Circulaire nr. Ci.RH.331/509.038 van 21.08.1998
CIRC 21.08.98/1
Bull. nr. 786, pag. 2150
BEZWAARSCHRIFT
Bezwaartermijn.
BIJDRAGE
Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid.
BIJZONDERE BIJDRAGE VOOR DE SOCIALE ZEKERHEID
Berekeningsgrondslag van de bijzondere bijdrage.
Bezwaartermijn.
BIJDRAGE
Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid.
BIJZONDERE BIJDRAGE VOOR DE SOCIALE ZEKERHEID
Berekeningsgrondslag van de bijzondere bijdrage.
Commentaar op de art. 71 en 72, W 22.2.1998 houdende sociale bepalingen (berekeningsgrondslag voor de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid).
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
I. INLEIDING
1. In de circ. 18.10.1996, CI.RH.331/483.361 (Bull. 766) worden de berekeningsmodaliteiten uiteengezet die gelden inzake de regularisatie van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, ingesteld bij de W 30.3.1994 houdende sociale bepalingen.
Art. 71, W 22.2.1998 houdende sociale bepalingen, heeft die berekeningsmodaliteiten gewijzigd. In navolging van wat reeds is voorzien voor de inkomsten van Belgische grensarbeiders werkzaam in Duitsland, Frankrijk of Nederland, moeten de beroepsinkomsten bedoeld in art. 155 en 156, 2°, WIB 92 eveneens worden uitgesloten uit het gezinsinkomen dat in aanmerking komt voor de vaststelling van de berekeningsgrondslag van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid.
Gelijktijdig met die wijziging heeft de Wetgever een nieuwe bezwaartermijn geopend.
II. WETTEKST
W 22.2.1998 houdende sociale bepalingen (BS 3.3.1998, V 2571 - Bull. 784)
Art. 71
2. Artikel 107, 2°, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen (V 2298, Bull. 739), gewijzigd bij de wet van 10 april 1995 (V 2410, Bull. 752), wordt vervangen door de volgende bepaling:
2° "Gezinsinkomen": het totale belastbare netto-inkomen vastgesteld overeenkomstig de artikelen 7 tot 116, 129 en 228 tot 242 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hieronder niet begrepen de overeenkomstig artikel 171 van voormeld Wetboek afzonderlijk belaste inkomsten, verminderd met het bedrag van de in artikelen 34 en 228, § 2, 6°, van dat Wetboek vermelde pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, de beroepsinkomsten bedoeld in de artikelen 155 en 156, 2°, van dat Wetboek, alsmede met het bedrag van de in artikel 23, § 1, 4°, van dat Wetboek vermelde bezoldigingen verkregen in Duitsland, Frankrijk en Nederland waarop respectievelijk de artikelen 15, § 3, 1°, en 21, 11, § 2, c, en 18, en 15, § 3, 1°, en 22, van de met die landen gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing zijn en die in die landen aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die vermeld in artikel 106, § 1, zijn onderworpen.
Art. 72
§ 1. Artikel 71 heeft uitwerking met ingang van het aanslagjaar 1995.
§ 2. Onverminderd artikel 371 van hetzelfde Wetboek, wordt de ontheffing van de belastingen die verbonden zijn aan de aanslagjaren 1995 en 1996 en die werden gevestigd in strijd met het artikel 69 (lees: artikel 71), toegekend ingevolge een bezwaarschrift ingediend binnen de zes maanden na de bekendmaking van deze wet bij de directeur der directe belastingen van de provincie of het gewest in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd.
III. WIJZIGING VAN HET BEGRIP GEZINSINKOMEN
| 1. | GEZINSINKOMEN |
3. Om het bedrag te bepalen dat als bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid verschuldigd is, wordt rekening gehouden met het gezinsinkomen, d.w.z. met het totale belastbare netto-inkomen van het gezin verminderd met:
- de afzonderlijk belaste inkomsten;
- de in de art. 34 en 228, § 2, 6°, WIB 92, beoogde pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen;
- de in art. 23, § 1, 4°, WIB 92, vermelde bezoldigingen die door rijksinwoners werden verkregen in Duitsland, Frankrijk en Nederland en waarop respectievelijk de art. 15, § 3, 1°, en 21, 11, § 2, c, en 18, en 15, § 3, 1°, en 22, van de met die landen gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing zijn, mits zij in die landen aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die vermeld in art. 106, § 1, W 30.3.1994, onderworpen zijn.
| 2. | BEROEPSINKOMSTEN UIT HET BUITENLAND |
4. De belangrijkste wijziging die door de W 22.2.1998 aan het begrip gezinsinkomen is aangebracht, betreft de uitsluiting van de beroepsinkomsten uit het buitenland.
Aldus zijn uit de berekeningsgrondslag voor de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid gesloten:
- de beroepsinkomsten die krachtens internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting zijn vrijgesteld en die in aanmerking komen voor het bepalen van de belasting (art. 155, WIB 92) (De vrijgestelde inkomsten die niet in aanmerking komen voor het vaststellen van de belasting, zijn de facto reeds uit het gezinsinkomen gesloten.)
- de beroepsinkomsten die in het buitenland zijn behaald en belast en die genieten van de belastingvermindering van 50 % (art. 156, § 2°, WIB 92).
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat door de nieuwe maatregel hier enkel de beroepsinkomsten zijn beoogd. Zowel de onroerende als de diverse inkomsten uit het buitenland blijven deel uitmaken van de berekeningsgrondslag.
5. Voor meer bijzonderheden betreffende deze inkomsten, wordt verwezen naar de Com.IB 92 op de art. 155 en 156, WIB 92.
| 3. | INKOMSTEN VAN GRENSARBEIDERS |
6. De inkomsten van grensarbeiders in de zin van de art. 15, § 3, 1°, 11, § 2, c, en 15, § 3, 1°, van de overeenkomsten respectievelijk gesloten in Duitsland, Frankrijk en Nederland, worden gevormd door de bezoldigingen die voortvloeien uit de eigenlijke activiteit die wordt uitgeoefend in één van deze landen, daarin begrepen het vakantiegeld (vervroegd of ander), de voordelen van alle aard en de achterstallen. De "salarissen" die een Nederlandse werkgever gedurende 52 weken gehouden is te betalen in geval van ziekte van een werknemer moeten eveneens beschouwd worden als een bezoldiging die valt onder art. 15, § 3, 1°, van de Belgisch-Nederlandse Overeenkomst indien de werknemer vóór zijn werkonderbreking als grensarbeider in Nederland tewerkgesteld was (zie evenwel de circ. 27.1.1998, Ci.RH.241/495.263, voor het in België toepasbaar fiscaal regime op deze "salarissen").
7. Onder de inkomsten beoogde in de art. 21 (Belgisch-Duitse Overeenkomst), 18 (Belgisch-Franse Overeenkomst) en 22 (Belgisch-Nederlandse Overeenkomst) bevinden zich de werkloosheidsuitkeringen, de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen (vanaf de 53ste week voor de Belgische grensarbeiders die vóór hun werkonderbreking in Nederland tewerkgesteld waren), alsook alle tijdelijke vergoedingen bekomen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een winstderving ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte.
Te noteren echter dat de wettelijke uitkeringen die tot één van deze categorieën behoren, wanneer ze worden toegekend in uitvoering van de Duitse sociale wetgeving, moeten gerangschikt worden onder de inkomsten waarvan sprake in art. 19, § 3, van de Belgisch-Duitse Overeenkomst; het feit dat deze uitkeringen vrijgesteld zijn bij overeenkomst en derhalve beoogd worden door art. 155, WIB 92, sluit ze niettemin uit het toepassingsgebied van de bijzondere bijdrage voor sociale zekerheid (zie hiervoor, nr 4).
8. De opzeggingsvergoedingen afkomstig uit de drie hier bedoelde landen zijn in België belastbaar krachtens respectievelijk art. 18 van de Belgisch-Franse Overeenkomst en art. 15, § 1, van de Belgisch-Duitse en de Belgisch-Nederlandse Overeenkomst. Zij dienen uit de berekeningsgrondslag van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid te worden gesloten voor zover zij in het land van herkomst aan een sociale wetgeving zijn onderworpen (hetgeen hoogstwaarschijnlijk altijd het geval zal zijn). Het is evident dat deze laatste voorwaarde slechts geldt ten opzichte van vergoedingen die niet afzonderlijk worden belast.
| 4. | INWERKINGTREDING |
9. Overeenkomstig art. 72, § 1, W 22.2.1998 hebben de besproken wijzigingen uitwerking met ingang van het aanslagjaar 1995, wat samenvalt met de inwerkingtreding van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid.
IV. BEZWAARTERMIJN
10. Overeenkomstig art. 110, § 5, W 30.3.1994, kan tegen de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid een bezwaarschrift worden ingediend op grond van de art. 366 en volgende, WIB 92.
Art. 72, § 2, W 22.2.1998, voert een nieuwe bezwaartermijn in om de belastingplichtigen in de gelegenheid te stellen de definitief geworden bijdragen aan te vechten die in strijd zouden zijn met art. 71.
11. Die bezwaartermijn heeft uitsluitend betrekking op de aanslagjaren 1995 en 1996 en kan slechts worden gebruikt om een schending van art. 71, W 22.2.1998, aan te voeren. Elke andere gerief is dus uitgesloten.
De art. 52 tot 54, Ger.W, zijn van toepassing op de berekening van die termijn. Aangezien de W 22.2.1998 gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van dinsdag 3.3.1998, verstrijkt de termijn dus op donderdag 3.9.1998. Hij kan slechts wegens overmacht worden verlengd. Het verstrijken van de bezwaartermijn zoals bepaald in art. 72, § 2, W 22.2.1998 vormt evenwel geen beletsel om een bezwaarschrift in te dienen binnen de termijn van art. 371, WIB 92.
Voor de Directeur-generaal:De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT.
Bron: FisconetPlus
