Circulaire nr. Ci.R.9 USA/202.118 dd. 29.09.1960

Circulaire nr. Ci.R9. USA/202.118 dd. 29.09.1960

Bull. nr. 369, pag. 1743

FISCAAL REGIME VAN DE VREEMDELINGEN

1. ....

2. De personen onderworpen aan het bijzonder regime omschreven in de nr. 6 en volgende van deze circulaire zijn de leiders en bedienden van Amerikaanse ondernemingen of van ondernemingen onder Amerikaanse controle die door de hoofdzetel of door de moedervennootschap tijdelijk naar België worden gezonden :

a) hetzij om er fabrieken of bureau's op te richten en die in werking te stellen;

b) hetzij om er gedurende een beperkte termijn te werken in een controle- of coördinatiebureau van in verscheidene landen van Europa of van Afrika gevestigde ondernemingen die van dezelfde groep afhangen;

c) hetzij nog om er mede te werken aan de uitbreiding of aan de uitbating van reeds in België gevestigde ondernemingen die van Amerikaanse vennootschap afhangen.

3. Het gebeurt vaak dat deze leiders en bedienden in feite hun fiscale woonplaats in de Verenigde Staten behouden; dit kan het geval zijn :

a) wanneer de echtgenote of de kinderen in de Verenigde Staten blijven;

b) wanneer de betrokkenen verder over hun woning aldaar blijven beschikken na hun vertrek naar België;

c) wanneer zij het centrum van hun economische belangen in de Verenigde Staten behouden, hetzij wegens de enge band met de Amerikaanse inrichtingen en eventueel met de Amerikaanse onderneming in wier dienst zij zijn, hetzij wegens de mogelijkheid van op ieder ogenblik, in uitvoering van hun contractuele verplichtingen, de zetel van hun activiteit in dienst van de onderneming naar een ander land te moeten verplaatsen. Het past nochtans het Hoofdbestuur te raadplegen, wanneer zekere en concrete gegevens uitzonderlijk het vermoeden wettigen, dat dergelijke belastingplichtigen de zetel van hun fortuin in de zin van art. 37, S.WIB definitief in België te hebben gevestigd.

4. Het bedoeld bijzonder regime is voorbehouden aan de Amerikanen wier verblijf in België niet langer duurt dan 5 jaar. Op het ogenblik van de eerste verificatie van de fiscale toestand, zal men letten op de beschikbare beoordelingselementen (contract, dienststaat, enz.) om uit te maken of de duur van het verblijf in België normaal de 5 jaar niet zal overschrijden en het bijzonder regime derhalve kan toegestaan worden.

Anderdeels, zelfs wanneer het bijzonder regime voor de eerste jaren werd toegestaan, zal het dienen geweigerd van het ogenblik dat - op 1 januari van het jaar dat zijn naam geeft aan het dienstjaar - de belastingplichtige sedert meer dan 5 jaar in België verblijft.

5. In de hiervoren vooropgestelde mogelijkheden mogen de vorenbedoelde personen, van het dienstjaar 1959 af, worden beschouwd als niet-rijksinwoners die in het land over een woning beschikken (art. 38 S.W.). Alleen hun bezoldigingen die met de in België uitgeoefende activiteit verband houden, moeten dus aan de B.B. en de A.P.B. worden onderworpen, met dien verstande dat, overeenkomstig art. 38 S.W., de aan de A.P.B. belastbare inkomsten niet minder mogen bedragen dan vijfmaal de huurwaarde van de eigendommen waarover de betrokkenen in België beschikken.

6. Hiervoren bedoelde personen met een in hoofdzaak reizende activiteit die grotendeels in het buitenland wordt uitgeoefend.

Van het fiscaal dienstjaar 1959 af wordt het gedeelte van de bezoldigingen dat de in het buitenland uitgeoefende activiteit vergoedt, uit de belastbare inkomsten gesloten. Bij gebrek aan gegevens welke een nauwkeurige schifting mogelijk maken, mag dit gedeelte forfaitair op de helft van de globale jaarlijkse bezoldigingen worden bepaald. Wat betreft het belastbaar gedeelte van de bezoldigingen, dit moet, overeenkomstig art. 29, § 3, S.W., worden verminderd met de werkelijke of forfaitaire bedrijfslasten welke op de in België uitgeoefende activiteit drukken.

7. Hiervoren bedoelde personen, die hun activiteit uitsluitend of hoofdzakelijk in België uitoefenen.

In principe is het volledig bedrag der bezoldigingen aan de Belgische belastingen onderworpen. Van het fiscaal dienstjaar 1959 af mogen evenwel de aftrekbare bedrijfslasten, bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens op 50 t.h. van de bezoldigingen worden bepaald, ten einde rekening te houden met de uitzonderlijke uitgaven waaraan de betrokkenen zijn blootgesteld ingevolge het verblijf buiten hun land, het onderhouden van twee woningen of het werkelijk behoud van het centrum van hun economische belangen in de Verenigde Staten.

8. Aangezien het onder nr. 7 bedoeld gedeelte van 50 t.h. al de bedrijfslasten dekt, met inbegrip van de aftrekbare belastingen, alsmede de uitzonderlijke uitgaven waaraan de betrokkenen zijn blootgesteld ingevolge het verblijf buiten hun land, het onderhouden van twee woningen of het behoud van het centrum van hun economische belangen in de Verenigde Staten, past het, naar analogie van het nr. 2685, cod. B.B. van dit gedeelte af te trekken gezegde uitzonderlijke uitgaven die door de vennootschap zouden zijn terugbetaald of te haren laste genomen (zie nochtans nr. 2360, 7°, cod. B.B. voor de terugbetaling van de onkosten wegens verhuizing).

Men zal er nochtans op letten dat het aftrekbaar bedrag in geen geval lager is dan het forfaitair minimum voorzien bij art. 29, § 3, S.W., of in voorkomend geval, in nr. 2637 CoD. B.B.

9. Beheerders van vennootschappen.

Het hiervoren uiteengezet regime kan - indien al de voorziene voorwaarden vervuld zijn - eveneens worden toegepast op de beheerders die in de hier bedoelde vennootschappen werkelijke en vaste functies in de zin van art. 35, § 7, S.W. uitoefenen, maar enkel wat hun bezoldigingen betreft welke verband houden met dergelijke functies. In feite, zullen de beheerders nochtans slechts in eerder uitzonderlijke omstandigheden dit regime kunnen inroepen, aangezien de duur van hun mandaat doorgaans de in nr. 4 voorziene termijn van 5 jaar zal overschrijden.

Aangezien anderdeels de S.W. geen forfaitaire aftrek voor bedrijfslasten voorzien ten gunste van de beheerders met of zonder werkelijke en vaste functies, zullen de beheerders die zich in de onder nr. 7 beschreven toestand bevinden, in de uitzonderlijke gevallen voorzien in voorgaand lid, van het geheel hunner brutobezoldigingen (wedde in verband met de werkelijke en vaste functies, tantièmes, presentiegelden, voordelen in natura, enz.) mogen aftrekken :

- de aftrekbare belastingen;

- de gewone en de uitzonderlijke uitgaven die, bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens, mogen worden geschat op 25 t.h. van de met de werkelijke en vaste functies verbandhoudende bezoldigingen.

Wel te verstaan mag deze aftrek van 25 t.h. in geen geval lager zijn de aftrek die overeenkomstig de geldende administratieve beschikkingen wordt toegestaan, d.i. 5 t.h. van het geheel der bruto-bezoldigingen met een maximum van 60.000 F (cfr. cod. B.B. nr. 2685). Bovendien zal dezelfde aftrek van 25 t.h., in voorkomend geval, dienen verminderd met het bedrag van de uitgaven die normaal ten laste vallen van de beheerder maar die door de vennootschap zouden zijn terugbetaald of te haren laste genomen (cf. naar analogie van cod. BB. nr. 2685 en nr. 8 hiervoren).

Wat betreft de beheerders met werkelijke en vaste functies die zich in de hiervoren beschreven uitzonderlijke toestand zouden bevinden en een in hoofdzaak reizende activiteit zouden hebben, welke grotendeels in het buitenland wordt uitgeoefend (cfr. nr. 6 hiervoren), zullen de belastbare helft van hun bezoldigingen verband houdend met gezegde functies, en hun andere vergoedingen worden verminderd met de bedrijfslasten die naar het gewoon recht worden aangenomen (nr. 2685 cod. BB.).

--------------------------------------------------------------------------------