Circulaire AAFisc Nr. 35/2015 (nr. Ci.700.910) d.d. 08.09.2015
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting
Inkomstenbelastingen Vennootschapsbelasting en roerende voorheffing
Beleggingsvennootschappen
Weerslag van de W 19.04.2014
Beleggingsvennootschappen: weerslag van de wijzigingen die werden aangebracht aan de W 03.08.2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles door de W 19.04.2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders .
1. Deze circulaire bespreekt de weerslag van de wijzigingen die aan de W 03.08.2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (BS 19.10.2012, Ed.2, blz. 63652; hierna W 03.08.2012) werden aangebracht door de W 19.04.2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders (BS 17.06.2014, blz. 45353; hierna W 19.04.2014) op de toepassing van sommige bepalingen van het WIB 92 en het KB/WIB 92.
De W 19.04.2014 beoogt in hoofdzaak de AIFM-Richtlijn (1) in Belgisch recht om te zetten en een specifiek wettelijk kader vast te leggen voor de alternatieve instellingen voor collectieve belegging, d.w.z. de instellingen voor collectieve belegging die niet voldoen aan de voorwaarden van de UCITS-Richtlijn (2).
(1) De Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 08.06.2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010.
(2) De Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13.07.2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s).
In dat verband werd het opschrift van de W 03.08.2012 vervangen door Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen (3) (hierna "W 03.08.2012 UCITS", ofwel de versie van de wet na de wijziging ervan door de W 19.04.2014).
(3) Zie art. 414, W 19.04.2014.
2. Verschillende bepalingen van het WIB 92 en het KB/WIB 92 verwijzen thans naar bepaalde artikelen van de financiële wetgeving betreffende het begrip "beleggingsvennootschap" die intussen werden opgeheven.
In afwachting van een wijziging van de bedoelde fiscale bepalingen, moet bij de toepassing ervan rekening worden gehouden met de bepalingen die thans van toepassing zijn in de financiële wetgeving.
Gelet op inzonderheid de voorbereidende werken bij de W 19.04.2014, lijken de volgende overeenstemmingen gerechtvaardigd.
I. Toepassing van art. 185bis, WIB 92
3. Art. 185bis, WIB 92, verwijst thans naar de beleggingsvennootschappen zoals bedoeld in de art. 15, 20, 26, 119, 122, 126 en 140, W 03.08.2012, terwijl de art. 427 en 456, W 19.04.2014, respectievelijk de art. 18 tot 29 en 116 tot 147 van de voormelde W 03.08.2012, hebben opgeheven.
4. In afwachting van een wijziging van art. 185bis, WIB 92, is het gerechtvaardigd dat de beleggingsvennootschappen die worden bedoeld in de art. 190 ( openbare BEVEK), 195 (openbare BEVAK), 285 (institutionele BEVEK), 288 (institutionele BEVAK), 298 (private PRIVAK), W 19.04.2014, die, tot de inwerkingtreding van die wet, zouden bedoeld geweest zijn in de art. 15, 20, 119, 122 en 140, W 03.08.2012, en die voortaan moeten voldoen aan de bepalingen van de W 19.04.2014, die fiscale maatregel kunnen genieten.
5. Niettegenstaande de opheffing van art. 26, W 03.08.2012, door art. 427, W 19.04.2014, heeft de wetgever voorzien dat de openbare VBS onderworpen blijven aan het stelsel zoals bedoeld in de W 03.08.2012 tot hun activiteiten volledig zijn stopgezet (zie de overgangsmaatregel die voorzien is in art. 505, W 19.04.2014 en de Parl. St., Kamer, DOC 53 3432/001, blz. 115). In die omstandigheden zullen zij de fiscale maatregel zoals bedoeld in art. 185bis, WIB 92, kunnen blijven genieten.
6. Voor de institutionele VBS die bedoeld waren in art. 126, W 03.08.2012, en die voortaan bedoeld zijn in art. 271/10, W 03.08.2012 UCITS, blijven de bepalingen van art. 185bis, WIB 92, eveneens van toepassing.
7. Ten slotte blijft art. 185bis, WIB 92, ook van toepassing op openbare BEVEK zoals bedoeld in art. 15, W 03.08.2012 UCITS.
II. Toepassing van art. 116, KB/WIB 92
8. Art. 116, KB/WIB 92, bepaalt thans: "Van de inning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de in de artikelen 17 en 90, 6° en 11°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten, andere dan dividenden van Belgische oorsprong, die worden verleend of toegekend aan beleggingsvennootschappen als bedoeld in de artikelen 114, 118, 119quinquies en 119decies van de wet van 04.12.1990 op de financiële transacties en de financiële markten." (hierna W 04.12.1990).
De art. 114, 118, 119quinquies en 119decies, W 04.12.1990, werden verplaatst naar de voormelde art. 15, 20, 26, 126 en 140, W 03.08.2012.
9. In die omstandigheden en in afwachting van een wijziging van art. 116, KB/WIB 92, is het gerechtvaardigd dat:
- de beleggingsvennootschappen die worden bedoeld in de art. 190 (openbare BEVEK), 195 (openbare BEVAK), 298 (private PRIVAK ), W 19.04.2014, die, tot de inwerkingtreding van die wet, zouden bedoeld geweest zijn in de art. 15, 20 en 140, W 03.08.2012, en die voortaan moeten voldoen aan de bepalingen van de W 19.04.2014;
- de openbare VBS (zie nr. 5 hiervoor);
- de institutionele VBS die thans bedoeld zijn in art. 271/10, W 03.08.2012 UCITS, die, tot de inwerkingtreding van de W 19.04.2014, zouden bedoeld geweest zijn in art. 126, W 03.08.2012;
- de openbare BEVEK zoals bedoeld in art. 15, W 03.08.2012 UCITS,
die fiscale maatregel kunnen genieten.
III. Toepassing van de andere bepalingen van het WIB 92 en het KB/WIB 92
10. Dezelfde principes zijn mutatis mutandis van toepassing op de andere bepalingen van het WIB 92 en het KB/WIB 92, die eveneens verwijzen naar de voormelde opgeheven artikelen van de financiële wetgeving.
Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
D. DELVAUX
Adviseur-generaal – Auditeur-generaal van financiën
