Circulaire nr. AFZ/2004-0171 (AFZ 12/2004) dd. 26.05.2004
CIRC 26.05.04/1
Circulaire nr. AFZ/2004-0171 (AFZ 12/2004) dd. 26.05.2004
BEROEPSKOSTEN
Niet-aftrekbare kosten
Restaurantkosten
Verantwoording van de beroepskosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
Commentaar op de Wet van 10 mei 2004 tot wijziging van artikel 53 WIB 92 op het vlak van de restaurantkosten.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie der directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie
Deze circulaire geeft de commentaar op de Wet van 10 mei 2004 tot wijziging van artikel 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het vlak van de restaurantkosten.
TEKST VAN TOEPASSING VANAF 1 JANUARI 2004
Art. 53
Als beroepskosten worden niet aangemerkt :
…
8° 50 pct. van de beroepsmatig gedane receptiekosten en van de kosten voor relatiegeschenken, met uitsluiting evenwel van reclameartikelen die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen;
8°bis 37,5 pct. van de beroepsmatig gedane restaurantkosten, met uitsluiting evenwel van restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector waarvan de belastingplichtige bewijst dat zij bij het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke of werkelijke relatie van leverancier tot klant;
…
TEKST VAN TOEPASSING VANAF EEN DOOR DE KONING, BIJ EEN IN MINISTERRAAD OVERLEGD BESLUIT TE BEPALEN DATUM
Art. 53
Als beroepskosten worden niet aangemerkt :
…
8° 50 pct. van de beroepsmatig gedane receptiekosten en van de kosten voor relatiegeschenken, met uitsluiting evenwel van reclameartikelen die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen;
8°bis 25 pct. van de beroepsmatig gedane restaurantkosten, met uitsluiting evenwel van restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector waarvan de belastingplichtige bewijst dat zij bij het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke of werkelijke relatie van leverancier tot klant;
…
I. ALGEMEEN
Momenteel zijn de beroepsmatig gedane restaurant- en receptiekosten en de kosten voor relatiegeschenken, slechts ten belope van 50 % aftrekbaar.
De artikelen 2 en 3 van de Wet van 10 mei 2004 tot wijziging van artikel 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het vlak van de restaurantkosten maken een onderscheid tussen de receptiekosten, de kosten voor relatiegeschenken en de restaurantkosten.
Vooreerst wordt het toepassingsgebied van artikel 53, 8°, WIB 92, zodanig gewijzigd dat de aftrekbeperking tot 50 % voortaan nog slechts geldt voor de beroepsmatig gedane receptiekosten en de kosten voor relatiegeschenken.
Zoals dat nu reeds het geval is wordt op die beperking van de aftrekbare beroepskosten een uitzondering gemaakt wat de reclameartikelen betreft die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen. Die beroepskosten blijven volledig aftrekbaar.
Vervolgens wordt een 8°bis ingevoegd in het artikel 53, WIB 92, dat het niet als beroepskosten aftrekbare deel van de restaurantkosten vaststelt op 37,5 % voor de uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2004 en op 25 % voor de uitgaven gedaan vanaf een datum die door de Koning wordt vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd besluit.
Het aftrekbaar gedeelte van de beroepsmatig gedane restaurantkosten wordt dus vanaf de genoemde data respectievelijk 62,5 % en 75 %.
Voor de goede leesbaarheid van de tekst worden hierna enkel nog de percentages van 37,5 % en 62,5 % gebruikt. Na de inwerkingtreding van het te treffen koninklijk besluit moeten die percentages respectievelijk als 25 % en 75 % worden gelezen.
Gelijktijdig met die vermindering van het niet-aftrekbare percentage van de restaurantkosten is er beslist om de fiscale minderontvangst te compenseren door een einde te stellen aan bepaalde administratieve afwijkingen of door op de volgende punten enkele verduidelijkingen aan te brengen :
a) de buitenlandse restaurantkosten;
b) de restaurantkosten begrepen in hotelrekeningen;
c) de restaurantkosten bij seminaries, colloquia;
d) de bedrijfsrefters voor bedrijfsleiders en/of relaties. Met dit begrip worden de kosten bedoeld van een restaurant binnen de onderneming voorbehouden aan kaderleden en/of zakenrelaties.
Teneinde evenwel rekening te houden met de bijzondere omstandigheden of de gebruiken die in bepaalde sectoren van de economie van toepassing zijn, behoudt artikel 53, 8°bis, WIB 92, uitdrukkelijk één uitzondering. Het beroepsgedeelte van de restaurantkosten die door vertegenwoordigers van de voedingssector worden gemaakt, blijft volledig aftrekbaar wanneer de belastingplichtige het bewijs levert dat die kosten bij het uitoefenen van het beroep noodzakelijk zijn in het kader van een verhoopte of een bestaande relatie van leverancier tot klant (artikel 53, 8°bis WIB 92). Voor de controle over die voorwaarden wordt verwezen naar de Com.IB 92, nummers 53/134 tot 136.
II. Ter herinnering
A. De bepalingen van de artikelen 53, 8°bis en 11°, WIB 92, wijzigen geenszins de draagwijdte van de artikelen 49 en 53, 1° en 10°, WIB 92, in die zin dat de belastingplichtige slechts de beroepskosten mag aftrekken die hij in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt, met uitzondering van de uitgaven van persoonlijke aard en de uitgaven die niet noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid of nog de uitgaven die op een onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen.
Wat meer bepaald de restaurantkosten betreft, moet de belastingplichtige het beroepskarakter ervan aantonen en, in voorkomend geval, de kosten uitsplitsen in functie van hun privé of beroepskarakter.
De thans in artikel 53, 8°bis, WIB 92 opgenomen maatregel bestaat erin, na het bepalen van het beroepsgedeelte van die kosten, te beschouwen dat vanaf 1 januari 2004, 37,5 % van dat gedeelte met inbegrip van de erop betrekking hebbende niet-aftrekbare BTW, niet de aard van beroepskosten heeft en bijgevolg niet van het belastbare beroepsinkomen kan worden afgetrokken.
B. De vanaf 1 januari 1999 ter gelegenheid van culturele of sportieve manifestaties, binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex gedaan of gedragen restaurant- of receptiekosten, zijn niet meer volledig aftrekbaar en moeten naargelang hun aard worden beperkt tot 50 of 62,5 % (zie circ. Ci.RH.243/520.662 van 9 juli 1999).
III. Bedoelde belastingplichtigen
Artikel 53, 8°bis, WIB 92, geldt voor alle categorieën van belastingplichtigen (werknemers, bedrijfsleiders, werkend vennoten, vrije beroepen, zelfstandigen, ondernemers, enz.) die de aftrek van hun werkelijke beroepskosten inclusief restaurantkosten vragen.
Het heeft terzake geen belang of die kosten afzonderlijk worden bewezen dan wel of zij vervat zitten in een collectief of individueel akkoord.
IV. Wijzigingen aan de principes
1. Buitenlandse restaurantkosten
Teneinde een gelijke behandeling te verkrijgen is beslist de in het buitenland gemaakte restaurantkosten op dezelfde wijze te benaderen als de in België gedane restaurantkosten.
Voortaan zal het beroepsgedeelte van de in het buitenland gemaakte restaurantkosten aan de algemene aftrekbeperking van 62,5 % worden onderworpen.
2. Restaurantkosten begrepen in hotelrekeningen
Restaurantkosten die zijn begrepen in hotelrekeningen volgen hetzelfde regime als de andere restaurantkosten. Het is niet langer mogelijk om ze samen te voegen met de andere hotelkosten en op die manier de volledige aftrek van de hotelrekening, met inbegrip van de restaurantkosten, te verkrijgen.
Het aftrekbare beroepsgedeelte van de restaurantkosten begrepen in een hotelrekening moet voortaan worden beperkt tot 62,5 %.
De belastingplichtige moet aantonen dat de kosten die hij draagt het karakter van beroepskosten hebben en hij moet een duidelijke uitsplitsing van de verschillende kosten volgens hun aard voorleggen. Een bankuittreksel dat uitsluitend een globaal bedrag vermeldt volstaat bijgevolg niet. In dat geval moet een duidelijk gedetailleerde hotelrekening worden voorgelegd.
Het spreekt voor zich dat deze regels zowel voor de hotelrekeningen in België als in het buitenland gelden.
3. Restaurantkosten bij seminaries, colloquia
Wat de seminaries en de colloquia betreft, past het om de restaurantkosten af te scheiden van de overige kosten van het seminarie of het colloquium en er de algemene beperking voor de aftrek van het beroepsmatig gedeelte van de restaurantkosten op toe te passen, te weten 62,5 %.
Bijgevolg moet voor de seminaries en de colloquia naast de uitsplitsing van de kosten in beroeps- en privékosten, steeds een tweede uitsplitsing gebeuren, zelfs wanneer de restaurantkosten slechts bijkomstig zijn in verhouding tot de andere kosten van het seminarie of het colloquium. Vervolgens moet de beperking op de restaurantkosten overeenkomstig het genoemde percentage worden toegepast.
Wanneer, gedurende de periode van 1 januari 2004 tot 24 mei 2004 (datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van een Bericht inzake de aftrekbaarheid van de beroepsmatig gedane restaurantkosten), de factuur van het seminarie of het colloquium niet zodanig is uitgesplitst dat de restaurantkosten van de andere kosten kunnen worden onderscheiden, wordt het bedrag van de restaurantkosten geacht 20 % te bedragen van het totaalbedrag van de beroepsmatig gedane kosten voor seminaries of colloquia. Het na die bewerking verkregen bedrag wordt vervolgens onderworpen aan de beperking die op de restaurantkosten van toepassing is.
4. Kosten van een restaurant binnen de ondernemingen voorbehouden aan kaderleden en/of zakenrelaties
Sommige ondernemingen baten intern een restaurant uit dat zij voorbehouden aan hun kaderpersoneel en/of hun zakenrelaties.
Die restaurants bieden geen sociale maaltijden aan en mogen bijgevolg niet worden gelijkgesteld met de bedrijfsrestaurants als bedoeld in Com.IB 92, nr. 38/32.
Het aftrekbare gedeelte van de exploitatiekosten van dergelijke restaurants voor kaderpersoneel en/of zakenrelaties moet worden beperkt tot 62,5 %.
Deze benadering van restaurants binnen de onderneming en voorbehouden aan de voornoemde personen heeft geen invloed op de wijze waarop de bedrijfsrestaurants worden benaderd die voor het gehele personeel toegankelijk zijn en waarvan het aftrekbaar beroepsgedeelte van de uitbatingskosten niet wordt beperkt. Die benadering wijzigt evenmin iets aan de notie sociale maaltijd.
De uitbatingskosten van de aan de genoemde personen voorbehouden restaurants zijn evenwel volledig als beroepskosten aftrekbaar bij de onderneming wanneer de volledige kostprijs ervan als voordeel van alle aardbij de verkrijger wordt belast. Om de volledige aftrek te verantwoorden is het dus geenszins voldoende dat de verkrijger of een derde zelf ten minste 1,09 EUR zou hebben bijgedragen of datzelfde bedrag als belastbaar voordeel zou hebben aangegeven. Dat bedrag geldt immers uitsluitend als grondslag voor de raming van het belastbare voordeel dat voortvloeit uit de kosteloze verstrekking van sociale maaltijden aan personeelsleden.
V. Inwerkingtreding
Deze circulaire is van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2004.
De vermindering van het niet-aftrekbare deel van de beroepsmatige restaurantkosten van 37,5 % naar 25 % zal door de Koning worden vastgelegd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
NAMENS DE MINISTER :
De Adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
Circulaire nr. AFZ/2004-0171 (AFZ 12/2004) dd. 26.05.2004
BEROEPSKOSTEN
Niet-aftrekbare kosten
Restaurantkosten
Verantwoording van de beroepskosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
Commentaar op de Wet van 10 mei 2004 tot wijziging van artikel 53 WIB 92 op het vlak van de restaurantkosten.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie der directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie
Deze circulaire geeft de commentaar op de Wet van 10 mei 2004 tot wijziging van artikel 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het vlak van de restaurantkosten.
TEKST VAN TOEPASSING VANAF 1 JANUARI 2004
Art. 53
Als beroepskosten worden niet aangemerkt :
…
8° 50 pct. van de beroepsmatig gedane receptiekosten en van de kosten voor relatiegeschenken, met uitsluiting evenwel van reclameartikelen die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen;
8°bis 37,5 pct. van de beroepsmatig gedane restaurantkosten, met uitsluiting evenwel van restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector waarvan de belastingplichtige bewijst dat zij bij het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke of werkelijke relatie van leverancier tot klant;
…
TEKST VAN TOEPASSING VANAF EEN DOOR DE KONING, BIJ EEN IN MINISTERRAAD OVERLEGD BESLUIT TE BEPALEN DATUM
Art. 53
Als beroepskosten worden niet aangemerkt :
…
8° 50 pct. van de beroepsmatig gedane receptiekosten en van de kosten voor relatiegeschenken, met uitsluiting evenwel van reclameartikelen die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen;
8°bis 25 pct. van de beroepsmatig gedane restaurantkosten, met uitsluiting evenwel van restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector waarvan de belastingplichtige bewijst dat zij bij het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke of werkelijke relatie van leverancier tot klant;
…
I. ALGEMEEN
Momenteel zijn de beroepsmatig gedane restaurant- en receptiekosten en de kosten voor relatiegeschenken, slechts ten belope van 50 % aftrekbaar.
De artikelen 2 en 3 van de Wet van 10 mei 2004 tot wijziging van artikel 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het vlak van de restaurantkosten maken een onderscheid tussen de receptiekosten, de kosten voor relatiegeschenken en de restaurantkosten.
Vooreerst wordt het toepassingsgebied van artikel 53, 8°, WIB 92, zodanig gewijzigd dat de aftrekbeperking tot 50 % voortaan nog slechts geldt voor de beroepsmatig gedane receptiekosten en de kosten voor relatiegeschenken.
Zoals dat nu reeds het geval is wordt op die beperking van de aftrekbare beroepskosten een uitzondering gemaakt wat de reclameartikelen betreft die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen. Die beroepskosten blijven volledig aftrekbaar.
Vervolgens wordt een 8°bis ingevoegd in het artikel 53, WIB 92, dat het niet als beroepskosten aftrekbare deel van de restaurantkosten vaststelt op 37,5 % voor de uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2004 en op 25 % voor de uitgaven gedaan vanaf een datum die door de Koning wordt vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd besluit.
Het aftrekbaar gedeelte van de beroepsmatig gedane restaurantkosten wordt dus vanaf de genoemde data respectievelijk 62,5 % en 75 %.
Voor de goede leesbaarheid van de tekst worden hierna enkel nog de percentages van 37,5 % en 62,5 % gebruikt. Na de inwerkingtreding van het te treffen koninklijk besluit moeten die percentages respectievelijk als 25 % en 75 % worden gelezen.
Gelijktijdig met die vermindering van het niet-aftrekbare percentage van de restaurantkosten is er beslist om de fiscale minderontvangst te compenseren door een einde te stellen aan bepaalde administratieve afwijkingen of door op de volgende punten enkele verduidelijkingen aan te brengen :
a) de buitenlandse restaurantkosten;
b) de restaurantkosten begrepen in hotelrekeningen;
c) de restaurantkosten bij seminaries, colloquia;
d) de bedrijfsrefters voor bedrijfsleiders en/of relaties. Met dit begrip worden de kosten bedoeld van een restaurant binnen de onderneming voorbehouden aan kaderleden en/of zakenrelaties.
Teneinde evenwel rekening te houden met de bijzondere omstandigheden of de gebruiken die in bepaalde sectoren van de economie van toepassing zijn, behoudt artikel 53, 8°bis, WIB 92, uitdrukkelijk één uitzondering. Het beroepsgedeelte van de restaurantkosten die door vertegenwoordigers van de voedingssector worden gemaakt, blijft volledig aftrekbaar wanneer de belastingplichtige het bewijs levert dat die kosten bij het uitoefenen van het beroep noodzakelijk zijn in het kader van een verhoopte of een bestaande relatie van leverancier tot klant (artikel 53, 8°bis WIB 92). Voor de controle over die voorwaarden wordt verwezen naar de Com.IB 92, nummers 53/134 tot 136.
II. Ter herinnering
A. De bepalingen van de artikelen 53, 8°bis en 11°, WIB 92, wijzigen geenszins de draagwijdte van de artikelen 49 en 53, 1° en 10°, WIB 92, in die zin dat de belastingplichtige slechts de beroepskosten mag aftrekken die hij in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt, met uitzondering van de uitgaven van persoonlijke aard en de uitgaven die niet noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid of nog de uitgaven die op een onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen.
Wat meer bepaald de restaurantkosten betreft, moet de belastingplichtige het beroepskarakter ervan aantonen en, in voorkomend geval, de kosten uitsplitsen in functie van hun privé of beroepskarakter.
De thans in artikel 53, 8°bis, WIB 92 opgenomen maatregel bestaat erin, na het bepalen van het beroepsgedeelte van die kosten, te beschouwen dat vanaf 1 januari 2004, 37,5 % van dat gedeelte met inbegrip van de erop betrekking hebbende niet-aftrekbare BTW, niet de aard van beroepskosten heeft en bijgevolg niet van het belastbare beroepsinkomen kan worden afgetrokken.
B. De vanaf 1 januari 1999 ter gelegenheid van culturele of sportieve manifestaties, binnen de omheining van een cultureel- of sportcomplex gedaan of gedragen restaurant- of receptiekosten, zijn niet meer volledig aftrekbaar en moeten naargelang hun aard worden beperkt tot 50 of 62,5 % (zie circ. Ci.RH.243/520.662 van 9 juli 1999).
III. Bedoelde belastingplichtigen
Artikel 53, 8°bis, WIB 92, geldt voor alle categorieën van belastingplichtigen (werknemers, bedrijfsleiders, werkend vennoten, vrije beroepen, zelfstandigen, ondernemers, enz.) die de aftrek van hun werkelijke beroepskosten inclusief restaurantkosten vragen.
Het heeft terzake geen belang of die kosten afzonderlijk worden bewezen dan wel of zij vervat zitten in een collectief of individueel akkoord.
IV. Wijzigingen aan de principes
1. Buitenlandse restaurantkosten
Teneinde een gelijke behandeling te verkrijgen is beslist de in het buitenland gemaakte restaurantkosten op dezelfde wijze te benaderen als de in België gedane restaurantkosten.
Voortaan zal het beroepsgedeelte van de in het buitenland gemaakte restaurantkosten aan de algemene aftrekbeperking van 62,5 % worden onderworpen.
2. Restaurantkosten begrepen in hotelrekeningen
Restaurantkosten die zijn begrepen in hotelrekeningen volgen hetzelfde regime als de andere restaurantkosten. Het is niet langer mogelijk om ze samen te voegen met de andere hotelkosten en op die manier de volledige aftrek van de hotelrekening, met inbegrip van de restaurantkosten, te verkrijgen.
Het aftrekbare beroepsgedeelte van de restaurantkosten begrepen in een hotelrekening moet voortaan worden beperkt tot 62,5 %.
De belastingplichtige moet aantonen dat de kosten die hij draagt het karakter van beroepskosten hebben en hij moet een duidelijke uitsplitsing van de verschillende kosten volgens hun aard voorleggen. Een bankuittreksel dat uitsluitend een globaal bedrag vermeldt volstaat bijgevolg niet. In dat geval moet een duidelijk gedetailleerde hotelrekening worden voorgelegd.
Het spreekt voor zich dat deze regels zowel voor de hotelrekeningen in België als in het buitenland gelden.
3. Restaurantkosten bij seminaries, colloquia
Wat de seminaries en de colloquia betreft, past het om de restaurantkosten af te scheiden van de overige kosten van het seminarie of het colloquium en er de algemene beperking voor de aftrek van het beroepsmatig gedeelte van de restaurantkosten op toe te passen, te weten 62,5 %.
Bijgevolg moet voor de seminaries en de colloquia naast de uitsplitsing van de kosten in beroeps- en privékosten, steeds een tweede uitsplitsing gebeuren, zelfs wanneer de restaurantkosten slechts bijkomstig zijn in verhouding tot de andere kosten van het seminarie of het colloquium. Vervolgens moet de beperking op de restaurantkosten overeenkomstig het genoemde percentage worden toegepast.
Wanneer, gedurende de periode van 1 januari 2004 tot 24 mei 2004 (datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van een Bericht inzake de aftrekbaarheid van de beroepsmatig gedane restaurantkosten), de factuur van het seminarie of het colloquium niet zodanig is uitgesplitst dat de restaurantkosten van de andere kosten kunnen worden onderscheiden, wordt het bedrag van de restaurantkosten geacht 20 % te bedragen van het totaalbedrag van de beroepsmatig gedane kosten voor seminaries of colloquia. Het na die bewerking verkregen bedrag wordt vervolgens onderworpen aan de beperking die op de restaurantkosten van toepassing is.
4. Kosten van een restaurant binnen de ondernemingen voorbehouden aan kaderleden en/of zakenrelaties
Sommige ondernemingen baten intern een restaurant uit dat zij voorbehouden aan hun kaderpersoneel en/of hun zakenrelaties.
Die restaurants bieden geen sociale maaltijden aan en mogen bijgevolg niet worden gelijkgesteld met de bedrijfsrestaurants als bedoeld in Com.IB 92, nr. 38/32.
Het aftrekbare gedeelte van de exploitatiekosten van dergelijke restaurants voor kaderpersoneel en/of zakenrelaties moet worden beperkt tot 62,5 %.
Deze benadering van restaurants binnen de onderneming en voorbehouden aan de voornoemde personen heeft geen invloed op de wijze waarop de bedrijfsrestaurants worden benaderd die voor het gehele personeel toegankelijk zijn en waarvan het aftrekbaar beroepsgedeelte van de uitbatingskosten niet wordt beperkt. Die benadering wijzigt evenmin iets aan de notie sociale maaltijd.
De uitbatingskosten van de aan de genoemde personen voorbehouden restaurants zijn evenwel volledig als beroepskosten aftrekbaar bij de onderneming wanneer de volledige kostprijs ervan als voordeel van alle aardbij de verkrijger wordt belast. Om de volledige aftrek te verantwoorden is het dus geenszins voldoende dat de verkrijger of een derde zelf ten minste 1,09 EUR zou hebben bijgedragen of datzelfde bedrag als belastbaar voordeel zou hebben aangegeven. Dat bedrag geldt immers uitsluitend als grondslag voor de raming van het belastbare voordeel dat voortvloeit uit de kosteloze verstrekking van sociale maaltijden aan personeelsleden.
V. Inwerkingtreding
Deze circulaire is van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2004.
De vermindering van het niet-aftrekbare deel van de beroepsmatige restaurantkosten van 37,5 % naar 25 % zal door de Koning worden vastgelegd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
NAMENS DE MINISTER :
De Adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
Bron: FisconetPlus
