Circulaire 2019/C/21 betreffende de definitieve vrijstellingen - Goederen die ter gelegenheid van een huwelijk worden ingevoerd

DI 510.020, vrijstelling, huwelijk, definitief, voorwaardelijk, verhuizing, termijn, gebruik, inboedel, normale verblijfplaats, verplaatsing, diplomaten, uitsluiting, EU, voertuig, particulier, voorwaarden

FOD Financiën, 01.03.2019
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstafel

1. Inleiding

2. Definities

3. Wettelijke grondslagen

4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling

5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

8. Accijnzen

9. Samenvattende tabel

10. Slotbepalingen

11. BIJLAGEN

BIJLAGE 1 - Artikel 12 tot 16 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

BIJLAGE 2 - Artikel 14 en 15 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de btw

1. Inleiding

1. Deze circulaire regelt de vrijstelling van de rechten en de btw bij invoer bij de definitieve invoer van goederen in België ter gelegenheid van een huwelijk.

Inzake accijnsrechten is er GEEN ENKELE vrijstelling van toepassing. Enkel goederen die afkomstig zijn uit derde landen buiten de EU kunnen in aanmerking komen voor deze vrijstelling. Voor de praktische modaliteiten voor het opmaken van de invoeraangiften, is het nuttig om de circulaire ED en de betrokken werkmethodes te raadplegen (LINK). 2. De vrijstelling “huwelijk” wordt weinig gebruikt aangezien: - voor de huwelijksuitzetten de voorwaarden sterk aanleunen bij de voorwaarden die van toepassing zijn voor de vrijstelling “overbrenging van de normale verblijfplaats” maar restrictiever zijn behalve voor de nieuwe goederen met een waarde van minder dan 1.000 euro waarvoor enkel de vrijstelling “huwelijk” van toepassing is; - voor de huwelijksgeschenken, in het merendeel van de gevallen, de vrijstelling die van toepassing is voor de bagage van reizigers soepeler en vlugger toegepast zal kunnen worden. Enkel de nieuwe goederen met een waarde van minder dan 1.000 euro zullen in aanmerking komen voor het verkrijgen van de vrijstelling “huwelijk”.

2. Definities

3. Voor de toepassing van deze circulaire verstaat men onder:

“normale verblijfplaats”: de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont. De normale verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer Staten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt wanneer de belanghebbende in een lidstaat verblijft voor een opdracht van een bepaalde duur. Het feit dat college wordt gelopen of een school wordt bezocht, houdt niet in dat de normale verblijfplaats wordt verplaatst. (Art. 12, §2, 1° van het KB nr. 7 van 29 december 1992, omzetting in het Belgisch recht van de Richtlijn 2009/55/EC). Maar in de omstandigheden waarin de persoon in een derde land zowel persoonlijke als professionele banden heeft en in een lidstaat persoonlijke banden moet voor het vaststellen van zijn normale verblijfplaats in de zin van artikel 3 van de Verordening DV een bijzonder belang gehecht worden aan de verblijfsduur van de betreffende persoon in dit derde land. “huwelijksuitzetten”, vervaardigd linnengoed en kledij voor het persoonlijk gebruik van de belanghebbende of van zijn gezin. “eenheidswaarde”, ofwel de waarde van één enkel voorwerp, ofwel de waarde van een goed dat wordt samengesteld door verschillende delen of onderdelen die gewoonlijk onder één benaming, één presentatie of één verpakking worden aangeboden waardoor ze de eigenschap krijgen van een eenheid en die wordt gekocht aan een globale prijs (bv. een glasservies, een koffieservies, een eetkamer, een salon, enz.). “roerende goederen en voorwerpen (art. 2, §1, punt d) van de Verordening DV): de persoonlijke voorwerpen, linnengoed, goederen bestemd voor meubilering of uitrusting voor persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of voor de behoeften van hun huishouden; “Alcoholische producten” (art. 2, §1, punt e) van de Verordening DV): de producten (bier, wijn, aperitieven op basis van wijn of alcohol, gedistilleerde dranken, likeuren en andere alcoholhoudende dranken, enz.) die onder de posten 2203.00 tot 2208.90 van de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem vallen. “EU”: het douanegebied van de Europese Unie dat de grondgebieden van de lidstaten omvat: Zie Omzendbrief D.I. 509.10. “Verordening DV”: Verordening (EG) 1186/2009. “Administratie Operaties (centrale, regionale of lokale component) ”: de dienst van de AAD die instaat voor het afleveren van vergunningen.

3. Wettelijke grondslagen

4. De wettelijke grondslagen waarvan de teksten als bijlage bij deze circulaire zijn toegevoegd, zijn de volgende:

1) Artikel 12 tot 16 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen. 2) Artikel 14 en 15 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de btw en tot omzetting van artikel 9 van de Richtlijn (EG) 2009/55 van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de belastingvrijstellingen bij definitief binnenbrengen uit een lidstaat van persoonlijke goederen door particulieren. 3) Er is geen wettelijke basis voor de vrijstelling inzake accijnzen.

4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling

5. De directeur van het regionaal centrum van de douane en accijnzen van het ambtsgebied waarin de normale verblijfplaats van de nieuwe echtgenoten zich bevindt, is bevoegd om te beslissen over de als huwelijksgeschenken ingevoerde vervoermiddelen:

- de motorvoertuigen en hun aanhangwagens maar met uitzondering van de bromfietsen; - de kampeerwagens en de verplaatsbare woningen; - de pleziervaartuigen; - de sportvliegtuigen. Het plaatselijke hoofd van de douane van het invoerkantoor is bevoegd om toestemming te verlenen om in alle andere gevallen met een vrijstelling in te voeren.

5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

6. De vrijstelling wordt toegekend voor de goederen aan de voorwaarden en beperkingen van artikel 12 tot 16 van de Verordening DV, aan een persoon die, ter gelegenheid van zijn huwelijk, zijn normale verblijfplaats van een derde land naar het douanegebied van de EU overbrengt.

Het is ook nuttig om de circulaire “Definitieve vrijstellingen – Algemeenheden” 2018/C/105 te raadplegen.

5.1. Voorwaarden betreffende de goederen

7. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen huwelijksuitzetten en huwelijksgeschenken.

- De huwelijksuitzetten (roerende goederen en inboedel) kunnen, zelfs indien nieuw, zonder waardebeperking worden ingevoerd. De voertuigen worden hiervan uitgesloten. Voor de huwelijksgeschenken daarentegen geldt er een waardebeperking. Overeenkomstig artikel 125 van de Verordening DV, kan de vrijstellingsregeling “overbrenging van de normale verblijfplaats” tegelijkertijd worden gevraagd en toegekend als de vrijstelling die wordt voorzien in geval van huwelijk op voorwaarde dat de voorwaarden van de twee vrijstellingsregelingen gelijktijdig worden vervuld. - Naast de andere voorwaarden en beperkingen die zijn bepaald om van de vrijstelling te kunnen genieten, hebben de geschenken waarvan sprake in artikel 12, lid 2 van de Verordening DV (die nieuw mogen zijn) per geschenk een maximale eenheidswaarde van 1000 euro. Wanneer de eenheidswaarde van een geschenk meer bedraagt dan dit maximumbedrag, moeten er op de totale waarde van het geschenk belastingen worden geheven. De voertuigen maken deel uit van de geschenken. 8. De ingevoerde goederen mogen door hun aard of hoeveelheid geen commerciële bedoeling laten blijken.

5.2. Uitsluitingen

9. Van de vrijstelling zijn uitgesloten:

1) de “alcoholische producten” (art. 14 van de Verordening DV); 2) de motorvoertuigen, kampeerwagens en dergelijke, behalve wanneer ze worden ingevoerd als geschenken (en bijgevolg een waarde hebben die niet meer mag bedragen dan 1.000 euro).

5.3. Voorwaarden met betrekking tot personen

5.3.1. Huwelijksuitzetten en inboedel van de bruid(egom)

10. De persoon die de vrijstelling vraagt voor zijn uitzet en inboedel moet, vóór de definitieve toekenning van de betrokken vrijstelling, het bewijs leveren van de 4 volgende voorwaarden:

1) van de echtheid van het huwelijk en van de datum van het huwelijk; Dit bewijs kan worden geleverd door voorlegging van het trouwboekje of door een ander aanvaardbaar stuk. Indien de invoer gebeurt vooraleer de huwelijksvoltrekking plaatsvindt, moet de aanvrager een stuk voorleggen waarin melding wordt gemaakt van het feit dat de eerste officiële stappen met het oog op een huwelijk werden aangevat en waarin eveneens melding wordt gemaakt van de voor het huwelijk vastgestelde datum (bv. duplicaat van de trouwbelofte). Later (uiterlijk vier maanden na de voor het huwelijk vastgestelde datum) moet hij het bewijs leveren van de voltrekking van het huwelijk. Wanneer dit niet het geval is, moet de vrijstelling worden geweigerd. 2) van het feit dat hij zijn nieuwe normale verblijfplaats (= hoofdverblijfplaats) in België heeft gevestigd. Dit bewijs kan worden geleverd door voorlegging van een attest van het gemeentebestuur van de plaats van de nieuwe verblijfplaats dat melding maakt van de inschrijving van de persoon in de bevolkings- of vreemdelingenregisters van deze gemeente, met aanduiding van de datum van deze inschrijving of door een ander aanvaardbaar stuk (bv. identiteitskaart). De voorlopige attesten die zijn uitgereikt door de gemeentebesturen en die getuigen van de vervulling van de formaliteiten die nodig zijn voor de inschrijving in de bevolkingsregisters of vreemdelingenregisters, kunnen aanvaard worden als bewijs dat gelijkwaardig is aan de inschrijving in de genoemde registers. 3) van het feit dat hij vóór de datum van vestiging van zijn normale verblijfplaats in België, gedurende ten minste 12 opeenvolgende maanden zijn normale verblijfplaats (= hoofdverblijfplaats) heeft gehad in een land dat niet tot de EU behoort. Dit bewijs kan worden geleverd door de voorlegging van stukken waaruit voldoende garanties blijken (attesten van een diplomatieke, consulaire of andere autoriteit, arbeidsovereenkomsten en attesten van een werkgever – bij twijfel kan de douane de legalisering van de genoemde attesten eisen door een diplomatieke, consulaire of andere autoriteit, enz.). Gedurende de termijn van twaalf maanden kan de belanghebbende zijn normale verblijfplaats eventueel ononderbroken in verschillende landen BUITEN de EU hebben gehad. In dit geval worden de verblijven gecumuleerd. Voor de berekening van de voormelde termijn kunnen de douanediensten de datum aanvaarden waarop de belanghebbende zijn nieuwe normale verblijfplaats naar België verklaart te verplaatsen of te hebben verplaatst, voor zover deze datum, rekening houdend met alle beschikbare elementen, als aanvaardbaar kan worden beschouwd. Deze datum moet bovendien worden vermeld op de goederenlijst die de belanghebbende moet voorleggen. 4) van het feit dat hij zijn nieuwe normale verblijfplaats (= hoofdverblijfplaats) TER GELEGENHEID VAN ZIJN HUWELIJK van een derde land naar België heeft overgebracht. Deze voorwaarde wordt als vervuld beschouwd wanneer de belanghebbende zijn nieuwe normale verblijfplaats ten vroegste twee maanden vóór de voor het huwelijk vastgestelde datum, en uiterlijk vier maanden na deze datum in België vestigt. Wanneer dit niet het geval is, moet de vrijstelling worden geweigerd.

5.3.2. Huwelijksgeschenken

11. Huwelijksgeschenken kunnen met vrijstelling worden ingevoerd op voorwaarde dat het bewijs wordt geleverd:

1) van het feit dat de SCHENKER van de ingevoerde goederen zijn normale verblijfplaats in een derde land heeft buiten de EU. Dit bewijs kan worden geleverd: - door voorlegging van zijn identiteitskaart of van elk ander aanvaardbaar stuk wanneer de schenker het geschenk zelf invoert; - door alle middelen, en met name door de overlegging van de documenten die werden opgemaakt voor de verzending van het geschenk, of door een attest ad hoc wanneer het geschenk wordt verstuurd of wanneer het door de bestemmeling zelf wordt ingevoerd. 2) van het feit dat de BESTEMMELING van het geschenk (de bruid of de bruidegom) voldoet aan de voorwaarden van de vrijstelling huwelijk. In casu moeten de door deze bepalingen vastgestelde bewijzen, worden voorgelegd.

5.4. Voor de invoer van goederen vastgestelde termijn

12. Zowel voor de huwelijksuitzetten en de inboedel als voor de huwelijksgeschenken, kan de vrijstelling, in principe, slechts worden verleend (cf. art. 15, § 1 van de Verordening DV) wanneer de goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven:

- ten vroegste twee maanden vóór de voor het huwelijk vastgestelde datum en - uiterlijk vier maanden na deze datum. Zelfs wanneer de bewijzen van het huwelijk worden aangevoerd, moet worden geverifieerd of de invoer van de goederen waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, binnen de vastgestelde termijn plaatsvindt.

5.5. Afwijking van de voorwaarden

13. Indien hij wenst af te wijken van de vastgelegde voorwaarden (cf. art. 13, a ( 12 maanden van verblijf buiten de EU[1]) en art. 15, lid 1 (invoer 2 maanden vooraf tot 4 maanden achteraf[2]) van de Verordening DV) moet de belanghebbende een schriftelijk, gedateerd en ondertekend ATTEST voorleggen waarin hij, naargelang het geval, de bijzondere omstandigheden uiteenzet die de toekenning van de vrijstelling kunnen verantwoorden.

Indien de aangehaalde omstandigheden het vereisen, moet het attest door de nodige bewijsstukken vergezeld zijn. Voorbeelden van afwijkingen: - Art 13, a): de verblijfsduur in de VS die initieel voorzien was voor een termijn van 18 maanden in het arbeidscontract werd ingekort. Indien de betrokkene het bewijs van de initieel voorziene verblijfsduur en de redenen buiten zijn wil die geleid hebben tot een inkorting van de verblijfsduur buiten de EU (faillissement van de Amerikaanse werkgever) kan voorleggen kan een afwijking worden toegestaan. - Art 15, alinea 1: worden beschouwd als redenen buiten de wil van de aanvrager, het feit dat de goederen niet binnen de voorziene termijn geïmporteerd konden worden als gevolg van sociale onrust die de blokkering van de haven of luchthaven van vertrek tot gevolg hadden. In deze omstandigheden kan ene afwijking worden toegestaan.

6. Procedure

6.1. Aanvraag

14. De aanvraag (schriftelijk en elektronisch indien mogelijk) die ertoe strekt de toelating te verkrijgen om met een vrijstelling in te voeren, moet ten laatste op het ogenblik van de invoer van de goederen bij het plaatselijke hoofd van het douanekantoor van invoer worden ingediend.

6.2. Lijst

15. Samen met zijn aanvraag moet de aanvrager een goederenlijst indienen met een gedetailleerde beschrijving van de goederen, met hun gebruikelijke benaming, alsook de waarde van elk voorwerp. De diverse posten op de lijst worden voorafgegaan door een ononderbroken reeks van volgnummers.

Na elke post wordt de witte ruimte doorgehaald zodat aanvullingen die achteraf worden aangebracht goed zichtbaar zijn. De lijst wordt eveneens in pdf-formaat opgemaakt en bij de aanvraag tot vrijstelling gevoegd.

16. De lijst in kwestie moet, naargelang het geval, in de hoofding één van de volgende vermeldingen bevatten: “Huwelijksuitzet en/of inboedel ingevoerd vanuit . . . . . . . . . . . . . . . (land van herkomst) en toebehorend aan . . . . . .. (naam en voornaam), die zijn normale verblijfplaats (= hoofdverblijfplaats) overbrengt of heeft overgebracht van . . . . . . . . (derde land van herkomst) naar . . . . . . . . .. . (volledig adres in België) op datum van . . . . . . (datum waarop belanghebbende verklaart zijn normale verblijfplaats naar België over te brengen of te hebben overgebracht), ter gelegenheid van zijn huwelijk dat plaatshad of zal plaatshebben op . . . . . (datum).” “Ik bevestig kennis te hebben genomen van de wettelijke voorwaarden en beperkingen welke gesteld zijn om de vrijstelling van de invoerbelastingen te kunnen bekomen. Ik bevestig daaraan te voldoen en alle nodige bewijsstukken ter zake over te zullen leggen. Ik bevestig tevens kennis te hebben genomen van de opgelegde verplichtingen na de invoer van de goederen. Ik verbind mij ertoe deze bepalingen na te leven en tevens alle faciliteiten te verlenen aan de betrokken douaneautoriteiten teneinde elke door hen nodig geachte controle ter zake mogelijk te maken”; Of “Huwelijksgeschenk(en) toegezonden door ……………….. (naam en voornaam) – of – ingevoerd door ……………………… (naam en voornaam), schenker/verkrijger van het geschenk, vanuit ……………. (land van herkomst), ter bestemming van …………………..(naam, voornaam en volledig adres hier te lande), die zijn normale verblijfplaats (= hoofdverblijfplaats) van ………………… (derde land van herkomst) overbrengt of heeft overgebracht naar voormeld adres in België”. (Indien de verkrijger van het geschenk het geschenk zelf invoert, moet deze vermelding worden aangevuld met de vermelding van de kennisneming van de voorwaarden en beperkingen voor het toekennen van de vrijstelling, de verplichtingen na de invoer en de verbintenis tot het vergemakkelijken van elke nodig geachte controle ter zake, zoals dit voorkomt in de vermelding hiervoor betreffende de huwelijksuitzet en/of inboedel). 17. Naargelang het gaat om een huwelijksuitzet en/of inboedel, of huwelijksgeschenken moeten er verschillende lijsten worden voorgelegd. Na de laatste post moet de volgende verklaring voorkomen: “Ik bevestig de echtheid van deze lijst die …………. (aantal voluit) posten omvat”. 18. Indien de belanghebbende op het moment van de invoer niet voldoet aan één of meer van de opgelegde voorwaarden (cf. art. 13, a en art. 15, lid 1 van de Verordening DV) maar bijzondere omstandigheden kan inroepen, moet hij op de lijst de volgende vermelding aanbrengen: “Aan de wettelijke voorwaarde voor het verkrijgen van de vrijstelling omtrent ….……… (aanvullen naargelang het geval) is niet voldaan. Betreffende de bijzondere omstandigheden die ik wil inroepen om mijn aanvraag tot vrijstelling te rechtvaardigen, zal ik een aparte schriftelijke en ondertekende verklaring aan de bevoegde douaneautoriteiten overleggen”. 19. De lijst moet door de belanghebbende worden ondertekend (in voorkomend geval, kan de douane zich beperken tot de legalisatie van de handtekening door een plaatselijke buitenlandse autoriteit of een Belgische consulaire of diplomatieke autoriteit in het buitenland). Met het oog op een controle van de identiteit van de belanghebbende, de juistheid van het aangegeven adres en de echtheid van de handtekening moeten aan het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor de noodzakelijk geachte bewijsstukken worden overgelegd (identiteitsbewijs, paspoorten, enz.).

6.3. Onmiddellijke beslissing tot toekenning van de vrijstelling bij de invoer

20. Wanneer het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor over alle noodzakelijke elementen beschikt die nuttig zijn om te kunnen beslissen over het toekennen van de vrijstelling, vindt de invoer plaats onder dekking van een aangifte waarin onder andere de code “C02” staat in de tweede onderverdeling van vak 37.

Indien de vrijstelling wordt verleend en indien de zending een groot aantal verschillende voorwerpen omvat waarvan de indeling per tariefpost verhoudingsgewijs al te tijdrovend zou zijn, mag de aangever, wanneer hij dit wenst, de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de tariefposten op de aangifte vervangen door de volgende vermelding: “Huwelijksuitzet en/of inboedel – of – huwelijksgeschenken ingevoerd met definitieve vrijstelling – zie bijgaande lijst – toepassing van de Circulaire Huwelijk 2018”. 21. Voor de goederen waarvoor geen vrijstelling wordt verleend, moeten de betrokken belastingen betaald worden. Hun eventuele wederuitvoer kan slechts plaats vinden voor de beslissing betreffende het toekennen van de vrijstelling door het lokaal hoofd van het invoerkantoor is genomen. De goederen waarvoor vrijstelling wordt verleend alsook deze waarvoor geen vrijstelling wordt verleend (en deze waarvoor de vrijstelling niet wordt gevraagd bij de invoer) moeten het voorwerp van verschillende aangiften uitmaken. In dit geval moet er aan de exemplaren van de verschillende aangiften een nieuwe lijst worden toegevoegd van de goederen die op deze aangiften worden vermeld (er kan eventueel gebruik worden gemaakt van een kopie van de originele lijst waarop de goederen die niet op de aanzuiveringsaangifte staan, moeten worden geschrapt). Dit zou het geval zijn wanneer er voor een deel van de goederen onmiddellijk een beslissing kan worden genomen, terwijl er voor het andere deel een voorwaardelijke vrijstelling moet worden verleend.

6.4. Invoer van goederen in meerdere keren

22. De huwelijksuitzetten, de inboedel en de huwelijksgeschenken kunnen in meerdere keren en door meerdere kantoren worden ingevoerd.

Elke zending die afzonderlijk bij een kantoor wordt aangeboden, moet per geval worden onderzocht. Indien de aanvrager voorheen geen enkele invoer heeft verricht, moeten alle noodzakelijke stukken en bewijzen worden voorgelegd: een digitale kopie van het bij een andere douanedienst reeds ingediende dossier volstaat. In het andere geval kunnen alle stukken en bewijzen die reeds in het bezit zijn van de betrokken douanediensten of een gedeelte ervan eventueel worden gebruikt als bewijsstuk zonder dat de particulier een volledig nieuw dossier moet indienen. De belanghebbende moet de aard, het nummer en de datum van de douanedocumenten vermelden die voor de voorgaande invoerverrichting(en) werden gevalideerd.

6.5. Voorwaardelijke vrijstelling

6.5.1. Invoer vóór de voltrekking van het huwelijk

23. Wanneer de invoer van de goederen plaatsvindt vóór de voltrekking van het huwelijk of wanneer er bewijselementen ontbreken (bv. bewijzen omtrent de vestiging van de normale verblijfplaats in België), verleent het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor een voorwaardelijke vrijstelling voor de goederen, onder dekking van een aangifte, die onder zekerheidsstelling wordt afgeleverd en die wordt gevalideerd voor de termijn die nodig is maar die niet meer mag bedragen dan ZES MAANDEN.

Het motief voor de voorwaardelijke vrijstelling wordt vermeld in het vak ad hoc van de aangifte.

6.5.2.Groot aantal voorwerpen – geen tariefindeling

24. Indien de vrijstelling wordt verleend en indien de zending een groot aantal verschillende voorwerpen omvat waarvan de indeling per tariefpost verhoudingsgewijs al te tijdrovend zou zijn, mag de aangever, wanneer hij dit wenst, de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de tariefposten vervangen door de volgende vermelding: “Huwelijksuitzet en/of inboedel – of – huwelijksgeschenken ingevoerd met voorwaardelijke vrijstelling – zie bijgaande lijst – toepassing van de Circulaire Huwelijk 2018”. In dit geval wordt de zekerheidsstelling voor de invoerrechten en de BTW forfaitair berekend op de waarde van alle goederen waarvoor de voorwaardelijke vrijstelling wordt verleend (tegen 21% van de totale waarde van de betrokken goederen, vermeerderd met het bedrag van de eventueel betrokken invoerrechten).

Wanneer de aangever geen gebruik maakt van de hierboven bedoelde mogelijkheid of wanneer het gaat om goederen in een beperkte hoeveelheid, wordt de te stellen zekerheid berekend zodat de juiste heffing van de betrokken belastingen gegarandeerd wordt.

6.5.3. Verlenging

25. De geldigheidstermijn van de invoeraangifte met voorwaardelijke vrijstelling kan, wegens bijzondere omstandigheden en op verzoek van de belanghebbende (of ambtshalve – bijvoorbeeld om de inverbruikstelling van de erin opgenomen goederen mogelijk te maken), voor de tijd die nodig is door het plaatselijk hoofd van het invoerkantoor worden VERLENGD.

6.5.4. Aanzuivering

26. Wanneer de aangiften met voorwaardelijke vrijstelling volledig aangezuiverd kunnen worden door de toekenning van de definitieve vrijstelling (bv. na voorlegging van de bewijsstukken die bij de invoer ontbraken), moeten ze worden vervangen op het kantoor van geldigmaking van de definitieve aangifte met inverbruikstelling. In de vakken ad hoc van deze aangifte mogen de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de desbetreffende tariefposten worden weggelaten en vervangen door de vermelding:

“Huwelijksuitzetten en/of inboedel – of – huwelijksgeschenken – Aanzuivering door definitieve vrijstelling van de invoeraangifte (met voorwaardelijke vrijstelling) nr. . . . van . . . . . . van het douanekantoor van . . . . . . . . . - Toepassing van de Circulaire Huwelijk 2018”. In dat geval moet er geen nieuwe lijst van de goederen in kwestie worden voorgelegd. 27. Wanneer de aangifte niet regelmatig wordt aangezuiverd (geheel of gedeeltelijk) en de zekerheidsstelling werd opgenomen in de definitieve ontvangsten (geheel of gedeeltelijk), wordt het bedrag van de verschuldigde belastingen berekend op basis van de waarden die werden gebruikt om de zekerheidsstelling te bepalen. De voorwerpen die niet met definitieve vrijstelling kunnen worden toegelaten worden onderworpen aan de betaling van de verschuldigdheden op het kantoor van geldigmaking van de invoeraangifte met voorwaardelijke vrijstelling.

6.6. Motorvoertuigen en kampeerwagens [3]

28. De motorvoertuigen en de kampeerwagens kunnen slechts in aanmerking komen voor de vrijstelling voor zover het huwelijksgeschenken zijn; bovendien moet er rekening worden gehouden met de beperking van de eenheidswaarde.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat voor de invoer met voorwaardelijke vrijstelling van motorvoertuigen, eventuele aanhangwagens daarvan en kampeerwagens als huwelijksgeschenk, altijd een afzonderlijke invoeraangifte nodig is. Voor het overige zijn de gewone voorwaarden voor de toekenning of weigering van de vrijstelling en voor de te volgen procedure van toepassing. 29. De motorvoertuigen die worden ingevoerd zonder document onder de regeling van het internationaal verkeer, maken het voorwerp uit van een invoeraangifte ter gelegenheid van het verzoek voor invoer met vrijstelling als huwelijksgeschenk. Wanneer een aangifte IM 4 (regeling 40) of EU 4 (regeling 40) wordt gevalideerd voor een voertuig dat door de DIV (Directie Inschrijving Voertuigen) moet worden ingeschreven, reikt het plaatselijk hoofd van het invoerkantoor een geïndividualiseerd digitaal vignet 705 uit op naam van de btw-geadresseerde. Wanneer de aangifte IM 4 (regeling 40) of EU 4 (regeling 40) een wagen betreft, stuurt deze ambtenaar ook het inlichtingenblad 48ter/Belastingen naar het adres dat op dit document is voorgedrukt.

6.7. Gebruik van goederen na invoer - controle achteraf

30. Tot het verstrijken van een termijn van 12 maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen met vrijstelling, mogen de met vrijstelling ingevoerde goederen niet worden uitgeleend, verpand, verhuurd of noch onder bezwarende titel noch ten kosteloze titel worden overgedragen, op straffe van het opeisbaar worden van de betrokken belastingen berekend op basis van de van kracht zijnde tarieven op datum van de uitlening, verpanding, verhuring of overdracht en op basis van de aard en de de door de bevoegde autoriteiten erkende of vastgestelde douanewaarde op deze datum.

Wanneer dit zich voordoet binnen deze termijn, moet de verkrijger de controledienst van de AAD in het ambtsgebied waar de belanghebbende is gevestigd hiervan voorafgaandelijk op de hoogte brengen. Na afloop van de voorziene termijn kunnen de goederen waarvoor vrijstelling werd verleend, gelijk welke bestemming krijgen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat een douaneschuld ontstaat. 31. Om misbruiken te vermijden en om op efficiënte wijze de naleving te kunnen controleren van de bepalingen inzake het bezit van de goederen na de invoer (cf. art. 16 van de Verordening DV), brengt het plaatselijk hoofd van het invoerkantoor de controlerende dienst in het ambtsgebied waar de belanghebbende zijn verblijfplaats heeft gevestigd op de hoogte van de invoer met vrijstelling. Indien bij het onderzoek van de betrokken controlerende dienst misbruik, onregelmatigheden of zware vermoedens aan het licht zijn gekomen of indien wordt vastgesteld dat de goederen werden uitgeleend, verpand, verhuurd, onder bezwarende titel of ten kosteloze titel werden overgedragen zonder dat daarover werd geïnformeerd en zonder dat de betrokken belastingen werden betaald, moet een overtredingsdossier worden opgesteld en langs hiërarchische weg aan de bevoegde dienst worden overgemaakt.

7. Bepalingen inzake btw

7.1. Algemeenheden

32. Zoals bij de douane heeft de vrijstelling enkel betrekking op de goederen die afkomstig zijn uit derde landen buiten de EU.

a) De huwelijksuitzetten en inboedel, zelfs indien nieuw, die toebehoren aan een persoon die, ter gelegenheid van zijn huwelijk, zijn normale verblijfplaats van een derde land naar België overbrengt, kunnen met volledige vrijstelling van de btw worden ingevoerd voor zover de beperkingen en voorwaarden van artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 7 zijn nageleefd. De vervoermiddelen blijven hiervan uitgesloten. Zoals bij de douane kunnen de vervoermiddelen die huwelijksgeschenken zijn daarentegen wel worden vrijgesteld van de btw. b) De geschenken die gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk worden aangeboden door schenkers die hun normale verblijfplaats buiten de EU hebben en die worden ontvangen door een persoon die voldoet aan de in artikel 14, §§ 1 en 2 van het koninklijk besluit nr. 7, genoemde voorwaarden, kunnen met volledige vrijstelling van de btw worden ingevoerd voor zover de beperkingen en voorwaarden van artikel 15 van het voormelde koninklijk besluit zijn nageleefd.

7.2. Toepassingsmodaliteiten

33. De toepassingsmodaliteiten die zijn bepaald inzake invoerrechten zijn “mutatis mutandis” van toepassing inzake btw voor de goederen, onder voorbehoud van:

a) Normale verblijfplaats De vaststelling van de normale verblijfplaats moet gebeuren overeenkomstig de regels bepaald in artikel 12, §2, 1° van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992. (Zie circulaire DV – Overbrenging van de normale verblijfplaats). b) Herkomst van de goederen Inzake btw moeten de persoonlijke goederen (uitzetten en persoonlijke voorwerpen) ingevoerd door een particulier die ter gelegenheid van zijn huwelijk zijn normale verblijfplaats vanuit een derde land naar België overbrengt, niet noodzakelijk afkomstig zijn uit dat derde land om van de vrijstelling te genieten, maar mogen ze worden ingevoerd vanuit een ander derde land. Dit geldt ook voor de geschenken die niet noodzakelijk afkomstig moeten zijn uit het derde land van de begiftigde of schenker om van de vrijstelling te genieten; de geschenken mogen afkomstig zijn van een ander derde land buiten de EU. c) Gebruik van de goederen na de invoer ervan Zoals bij de douane leidt het uitlenen, verhuren of overdragen van ingevoerde goederen waarvoor een vrijstelling is verleend vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van de aangifte met het oog op de definitieve invoer, normaal tot de toepassing van de btw die op de betrokken goederen van toepassing is.

8. Accijnzen

34. Zowel voor de invoer uit niet-EU-landen als uit andere EU-lidstaten bestaat er geen vrijstelling van accijnsrechten.

Er wordt opgemerkt dat de vrijstelling voor de bagage van reizigers inzake accijnzen van toepassing blijft (zie circulaire 2017/C/41 betreffende de bagage) voor zover de goederen worden vervoerd in de persoonlijke bagage door de persoon die zijn normale verblijfplaats overbrengt of, in het geval van geschenken, voor zover ze worden vervoerd door de persoon die ze schenkt.

9. Samenvattende tabel

35.

Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

Natuurlijke personen

- Gedurende 12 maanden een normale verblijfplaats buiten de EU hebben gehad

- Bewijs van het huwelijk

- Overbrenging normale verblijfplaats door dit huwelijk

Goederen

- Inboedel/huwelijksuitzet zelfs indien nieuw

- Geschenken (zelfs indien nieuw) van maximum 1.000 euro (inclusief vervoermiddelen)

Termijnen/gebruik

- Invoer: 2 maanden vóór het huwelijk en 4 maanden na het huwelijk

- De goederen behouden voor gebruik en bezit gedurende 12 maanden na het in het vrije verkeer brengen

Uitsluitingen

- Alcoholische producten

- Tabak en tabaksproducten

- Vervoermiddelen die geen geschenken zijn

10. Slotbepalingen

36. Deze circulaire vervangt de vroegere wettelijke en reglementaire bepalingen (en de commentaren ervan) van Hoofdstuk I, Titel II (Vrijstelling huwelijk) van de Instructie Definitieve Vrijstellingen 1988 – DI 510.0 en heft de genoemde bepalingen op.

Voor de administrateur-generaal van de douane en accijnzen

Jo Lemaire Adviseur-generaal

11. BIJLAGEN

BIJLAGE 1 - Artikel 12 tot 16 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

HOOFDSTUK II

Goederen die worden ingevoerd ter gelegenheid van een huwelijk Artikel 12 1. Behoudens de bepalingen van artikel 13 tot en met 16 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld de huwelijksuitzetten en inboedel, zelfs indien nieuw, die toebehoren aan een persoon die zijn normale verblijfplaats van een derde land naar het douanegebied van de EU overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk. 2. Onder hetzelfde voorbehoud zijn eveneens van rechten bij invoer vrijgesteld de geschenken die gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk door personen die hun normale verblijfplaats in een derde land hebben, worden aangeboden en die worden ontvangen door een persoon die voldoet aan de in paragraaf 1 genoemde voorwaarden. De waarde van elk geschenk dat met vrijstelling van rechten mag worden ingevoerd, mag evenwel niet meer bedragen dan 1.000 euro. Artikel 13 Voor de in artikel 12 bedoelde vrijstelling komen slechts in aanmerking de personen die: a) sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden hun normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de EU hebben gehad. Er kunnen evenwel uitzonderingen worden toegestaan, mits het in het voornemen van de belanghebbende lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten het douanegebied van de EU te verblijven; b) het bewijs van hun huwelijkse staat leveren Artikel 14 Van de vrijstelling zijn uitgesloten alcoholische producten, tabak en tabaksproducten. Artikel 15 Behoudens buitengewone omstandigheden wordt de vrijstelling slechts verleend voor goederen die voor het vrije verkeer worden aangegeven: a) ten vroegste twee maanden vóór de voor dit huwelijk vastgestelde datum (in dit geval is de vrijstelling onderworpen aan het stellen van een passende zekerheid, waarvan de vorm en het bedrag door de bevoegde autoriteiten worden bepaald); en b) uiterlijk vier maanden na de datum van het huwelijk. 2. De in artikel 12 bedoelde goederen kunnen, binnen de in paragraaf 1 van het onderhavige artikel bedoelde termijn, in gedeelten in het vrije verkeer worden gebracht. Artikel 16. 1) Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte daarvan voor het vrije verkeer is aanvaard, mogen de goederen die met toepassing van de in artikel 12 bedoelde vrijstelling zijn ingevoerd, niet worden uitgeleend, verpand, verhuurd, noch onder bezwarende titel noch ten kosteloze titel worden overgedragen, zonder dat de bevoegde autoriteiten hiervan vooraf in kennis zijn gesteld. 2) Het uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen vóór het verstrijken van de in paragraaf 1 bedoelde termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende rechten bij invoer, tegen het op de datum van het uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief, zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.

BIJLAGE 2 - Artikel 14 en 15 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de btw

Artikel 14

§ 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in de paragrafen 2 tot en met 5 wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de definitieve invoer van huwelijksuitzetten en inboedel, zelfs indien nieuw, die toebehoren aan een persoon die zijn normale verblijfplaats naar het grondgebied van de EU overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk. § 2. De vrijstelling wordt slechts verleend indien de belanghebbende: 1° sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden zijn normale verblijfplaats buiten de EU heeft gehad; door de minister van Financiën of zijn gemachtigde kan evenwel een afwijking worden toegestaan, mits het in het voornemen van de belanghebbende lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten de EU te verblijven; 2° het bewijs van zijn huwelijkse staat levert. § 3. Alcoholische producten, tabak en tabaksproducten zijn van de vrijstelling uitgesloten. § 4. Behoudens buitengewone omstandigheden moet de invoer plaatsvinden in de periode die aanvangt twee maanden vóór de vastgestelde huwelijksdatum en eindigt vier maanden na de datum waarop het huwelijk is gesloten. Binnen die termijn kan de invoer van de goederen plaatsvinden in één of meer zendingen. § 5. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde persoonlijke goederen niet worden uitgeleend, verpand, verhuurd of noch onder bezwarende titel noch ten kosteloze titel worden overgedragen zonder dat de administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld. Het uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen ervan vóór het verstrijken van die termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting, tegen het op de datum van het uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing. Artikel 15 § 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van geschenken die gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk door personen, die hun normale verblijfplaats buiten de EU hebben, worden aangeboden en die worden ontvangen door een persoon die voldoet aan de in artikel 14, §§ 1 en 2, genoemde voorwaarden. De vrijstelling wordt slechts verleend voor de geschenken waarvan de waarde per eenheid niet meer bedraagt dan 1.000 euro. Alcoholische producten, tabak en tabaksproducten zijn van de vrijstelling uitgesloten. § 2. Behoudens buitengewone omstandigheden moet de invoer van de goederen plaatsvinden in de periode die aanvangt twee maanden vóór de vastgestelde huwelijksdatum en eindigt vier maanden na de datum waarop het huwelijk is gesloten. Binnen die termijn kan de invoer van de goederen plaatsvinden in één of meer zendingen. § 3. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde persoonlijke goederen niet worden uitgeleend, verpand, verhuurd of noch onder bezwarende titel noch ten kosteloze titel worden overgedragen zonder dat de administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld. Het uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen vóór het verstrijken van die termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting, tegen het op de datum van uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.

[1] Zie §10

[2] Zie §12

[3] Moeten beschouwd worden als “motorvoertuigen”, alle vervoermiddelen die door een motor in beweging worden gezet (autovoertuigen, motorrijwielen, pleziervaartuigen, enz.).

-----

Interne ref.: D.I. 510.020 – EOS DD 014.042