Circulaire nr. Ci.C./37.875 dd. 22.05.1992

CIRC 22.05.92/1

Circulaire nr. Ci.C./37.875 dd. 22.05.1992


Bull. nr. 718, pag. 1849

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Heffingsbevoegdheid.
Nederland.

WERKEND VENNOOT
Bezoldigingen.
Toekenningen.


Reeds enige tijd bestond er tussen de Belgische en de Nederlandse belastingautoriteiten verschil van inzicht over de kwalificatie van de inkomsten van de werkende vennoten in Belgische B.V.B.A.'s (voorheen P.V.B.A.'s).

Ter oplossing van dit kwalificatieprobleem is recentelijk met de Nederlandse belastingadministratie op grond van art. 26, § 3 van het Belgisch-Nederlands dubbelbelastingverdrag van 19.10.1970 de volgende regeling overeengekomen:

  • op de inkomsten van een werkende vennoot van een Belgische B.V.B.A. (voorheen P.V.B.A.) is het op bestuurders, enz., van aandelenvennootschappen betrekking hebbende art. 16 van het bovenvermeld Belgisch-Nederlands dubbelbelastingverdrag van toepassing;
  • bovenstaande regeling is van toepassing met ingang van het aj. 1991 (inkomsten 1990) alsmede voor de aanslagjaren daarvóór indien voor die jaren reeds bezwaarschriften zijn ingediend;
  • voor bovenvermelde vennoten die naar aanleiding van de onduidelijkheid ontstaan door het arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 12.09.1989, en het arrest van het Hof van Cassatie van 21.12.1990 inzake FREENS, in België geen aangifte hebben ingediend zullen in België geen administratieve boeten en geen belastingverhogingen worden toegepast;
  • voor vennoten zonder tehuis in België die ingevolge die onduidelijkheid ontstaan door bovenvermelde arresten geen voorafbetalingen hebben gedaan of die hun inkomsten zonder inhouding van bedrijfsvoorheffing hebben verkregen zullen in België bovendien geen vermeerderingen wegens ontoereikende voorafbetalingen worden toegepast.