Circulaire 2019/C/93 met betrekking tot de wijzigingen die werden aangebracht aan het Btw-Wetboek door de wet houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I van 02.05.2019

Eerste commentaar betreffende de wet van 02.05.2019 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, die artikel 42, § 3, wijzigt en een 53terdecies invoegt.

belasting over de toegevoegde waarde: waarmerking, datum en ondertekening van de periodieke aangiften, bijzondere aangiften, klantenlistings en lijst van de intracommunautaire handelingen; gelijkstelling met een aangifte die wordt gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend wanneer die aangiften en lijsten worden ingediend in elektronische vorm; diplomatieke, consulaire en internationale relaties, wederkerigheid; toepassingsvoorwaarden, procedure, afzien van de vrijstellingen, aard en hoeveelheid, maximumdrempels

FOD Financiën, 20.09.2019

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde

Inhoudstafel

1. Inleiding

2. Wettelijke bepaling

3. Commentaar bij artikel 37 van de wet van 02.05.2019

3.1. Artikel 53terdecies, § 1, van het Btw-Wetboek

3.2. Artikel 53terdecies, § 2, van het Btw-Wetboek

4. Commentaar bij artikel 50 van de wet van 02.05.2019

1. Inleiding

De wet houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I van 02.05.2019 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15.05.2019.

Hieronder gaat een eerste algemene commentaar met betrekking tot de wijziging van artikel 42, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en artikel 53terdecies, dat werd ingevoegd in hetzelfde Wetboek.

2. Wettelijke bepaling

Artikel 37 van de wet houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I van 02.05.2019 voegt in het Btw-Wetboek het artikel 53terdies in, dat luidt als volgt:

'Artikel 53terdecies, § 1er: Het formulier van de in artikelen 53, § 1, 2°, 53ter, 1°, 53quinquies en 53sexies, bedoelde aangiftes wordt ingevuld overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend.

§ 2. De door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gestelde elektronische aangifte die werd ingevuld en overgezonden overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, wordt gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aangifte als bedoeld in paragraaf 1'.

Artikel 50 van de genoemde wet wijzigt artikel 42, § 3, van het Btw-Wetboek en luidt als volgt:

a.het tweede lid wordt vervangen als volgt:

'De in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde vrijstellingen, zijn onderworpen aan de gebruikelijke wederkerigheid in diplomatieke, consulaire en internationale relaties.';

b.de paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:

'Tenzij een internationaal verdrag of zetelverdrag anders bepaalt, bepaalt de Koning de toepassingsvoorwaarden voor de toekenning van de in het eerste lid, 1° tot 8°, bedoelde vrijstellingen, de voorwaarden waaronder van die vrijstellingen kan worden afgezien en de bedragen, de aard en de hoeveelheden van de goederen en diensten die voor die vrijstellingen in aanmerking komen. De Koning kan daarvoor de minister van Financiën of zijn gemachtigde belasten met het vastleggen van de procedure voor het bekomen van de vrijstellingen, van de periode waarbinnen de vrijstellingen moeten worden aangevraagd en van maximumdrempels per periode, in het bijzonder om misbruik tegen te gaan. Deze criteria kunnen door de minister van Financiën of zijn gemachtigde worden vastgelegd na raadpleging of op vraag van andere ministers. De Koning kan tevens bepalen dat de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen worden verleend bij wijze van teruggaaf.'.

3. Commentaar bij artikel 37 van de wet van 02.05.2019

Artikel 37 van de wet houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I van 02.05.2019 is geïnspireerd door de artikelen 307, § 2, eerste lid, en 307bis, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Artikel 307, § 2, eerste lid, van het WIB bepaalt dat 'Het formulier wordt ingevuld overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend'.

Artikel 307bis, § 1, van het WIB bepaalt dat 'De elektronische aangifte, door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gesteld, die werd ingevuld en overgezonden overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, wordt gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aangifte bedoeld in artikel 307, § 2'.

3.1. Artikel 53terdecies, § 1, van het Btw-Wetboek

In het Btw-Wetboek en de besluiten genomen in uitvoering van dat Wetboek is een dergelijke bepaling tot nu toe niet expliciet voorzien, maar werd ze wel reeds impliciet toegepast.

Het is dan ook niet zomaar dat de vermeldingen 'oprechte en volledige aangifte', 'datum' en 'handtekening' voorkomen in de periodieke btw-aangifte (artikel 53, § 1, 2° van het Btw-Wetboek) en de bijzondere btw-aangifte (artikel 53ter, 1° van het Btw-Wetboek), zoals opgenomen in respectievelijk de bijlagen I en III van het koninklijk besluit nr. 1 van 29.12.1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Gelijkaardige vermeldingen komen voor in de jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers (artikel 53quinquies van het Btw-Wetboek), opgenomen in bijlage van het koninklijk besluit nr. 23 van 09.12.2009 met betrekking tot de jaarlijkse lijst van de btw-belastingplichtige afnemers, en in de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen (artikel 53sexies van het Btw-Wetboek), opgenomen in bijlage van het koninklijk besluit nr. 50 van 09.12.2009 met betrekking tot de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen.

Met het oog op de verdere gelijkschakeling van de aangiften inzake inkomstenbelastingen en de btw-aangifte, -lijsten en -opgaven, wordt een dergelijke bepaling nu expliciet opgenomen, wat in lijn is met de huidige praktijk.

3.2. Artikel 53terdecies, § 2, van het Btw-Wetboek

Met hetzelfde doel, nl. met het oog op een gelijkschakeling inzake inkomstenbelastingen en btw van dezelfde documenten wanneer ze in elektronische vorm worden ingediend, wordt expliciet vermeld dat de periodieke btw-aangiften, de bijzondere btw-aangiften, de jaarlijkse lijst van de btw-belastingplichtige afnemers en de opgave van de intracommunautaire handelingen die elektronisch worden ingediend overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, worden gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende papieren aangifte.

4. Commentaar bij artikel 50 van de wet van 02.05.2019

4.1. De wijziging voegt enerzijds een bepaling toe waardoor de vrijstelling zowel voor officieel als persoonlijk gebruik, afhankelijk kan worden gemaakt van de toepassing van de wederkerigheid in diplomatieke, consulaire en internationale relaties.

Dit betekent dat eerst wordt onderzocht in welke mate de Belgische diplomatieke missies en/of consulaire posten en hun personeel al dan niet recht hebben op vrijstelling in de zendstaat. In functie van het resultaat van deze analyse kan de vrijstelling in België worden aangepast.

4.2. Anderzijds zullen de toepassingsvoorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling worden geregeld door de Koning, tenzij internationale of zetelverdragen anders bepalen. De Koning kan ook de minister van Financiën of zijn gemachtigde belasten met bepaalde taken, zoals de procedure voor het bekomen van de vrijstelling.

4.3. Er wordt opgemerkt dat de toepassing van de wederkerigheid een apart gegeven is dat buiten de toepassingsvoorwaarden valt die door de Koning moeten worden vastgelegd.

Interne ref.: 136.358