Aanschrijving nr. 17 d.d. 08.08.1994


Wet van 6 juli 1994
Nieuwe tekst van artikel 44, § 3, 2°, W.BTW.
Onroerende sector
Verschaffen van gemeubeld logies.


INHOUDSTAFEL Nr. Nieuwe tekst van artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek 1 Grond een draagwijdte van de nieuwe tekst 2 Inwerkingtreding 3 Het Belgisch Staatsblad van 16 juli 1994, nr. 142 (blz. 18705-18715, in het bijzonder 18714) heeft de wet van 6 juli 1994 houdende fiscale bepalingen (Zitting 1993-1994; Kamer van Volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Ontwerp van wet nr. 1421/1. - Amendement nr. 1421/2. - Verslag nr. 1421/3. - Artikelen verbeterd in plenaire vergadering, nr. 1421/4. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. - Vergaderingen van 7 en 9 juni 1994.; Senaat. Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van Volksvertegenwoordigers. nr. 1119/1. - Verslag nr. 1119/2. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. - Vergaderingen van 22 en 23 juni 1994.) gepubliceerd. Artikel 89 van die wet heeft artikel 44, § 3, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vervangen. Onderhavige aanschrijving heeft tot doel de draagwijdte van de nieuwe bepaling te verduidelijken.



1.Nieuwe tekst van artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek.
Artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992 en bij het koninklijk besluit van 29 december 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"Van de belasting zijn nog vrijgesteld :

(...)

2° de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1, met uitzondering van :

a) de volgende diensten :


  • de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen;
  • de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen;
  • het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend;
  • de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen;
b) de onroerende financieringshuur, toegestaan door een onderneming die gespecialiseerd is in onroerende financieringshuur of zogenaamde onroerende leasing, wanneer deze onderneming het gebouw waarop het contract betrekking heeft, opricht, laat oprichten of met voldoening van de belasting verkrijgt en de leasingnemer dit goed huurt om het in de uitoefening van een activiteit van belastingplichtige te gebruiken; de Koning omschrijft de voorwaarden waaraan het contract van onroerende financieringshuur moet voldoen, inzonderheid met betrekking tot de duur van het contract, de aard en de bestemming van de goederen die er het voorwerp van uitmaken, alsmede de rechten en plichten van de leasingnemer;



c)de verhuur van safeloketten;
(...)".



2.Grond en draagwijdte van de nieuwe tekst.
Afgezien van de vervanging van het woord "huurder" door het woord "leasingnemer", wat in onderhavig geval juister is, heeft de wijziging van artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek tot doel de mogelijkheid uit te sluiten om bepaalde verhuren van gebouwen binnen de werkingssfeer van de BTW te laten vallen.

Het blijkt inderdaad dat deze mogelijkheid een belangrijke fiscale minder-ontvangst zou veroorzaken, nadelig in de huidige budgettaire situatie. De Commissie van de Europese Unie heeft trouwens de problematiek rond de onroerende sector teruggetrokken uit het voorstel van Achttiende Richtlijn bis in afwachting dat een globale studie zal worden uitgevoerd op Europees niveau zowel op het vlak van de verkoop als op het vlak van de verhuur van onroerende goederen. Het leek wenselijk de resultaten van die studie af te wachten teneinde de wetgeving van toepassing op de verhuur van onroerende goederen aan te passen zoals aanbevolen door de Commissie (Z. ook vraag nr. 529 dd. 3 november 1993 van de heer Senator Monfils).

Met het oog op een duidelijkere tekst en om iedere dubbelzinnigheid te vermijden in de toepassing van de BTW op het verschaffen van gemeubeld logies, wordt verduidelijkt welk logies hier wordt bedoeld.

Het gaat in feite om instellingen die worden gekenmerkt door een permanente organisatie die al de materiële en menselijke factoren verenigt die het mogelijk maken aan gasten aan wie onderdak wordt verschaft diensten te verlenen zoals de ontvangst van de gasten, de terbeschikkingstelling van een gemeubelde kamer, het onderhoud en het schoonmaken van de kamers, met inbegrip van het verschaffen van huishoudelijk linnen (beddelakens, dekens, handdoeken, enz.) en, eventueel, het verschaffen van ontbijt.

Hier worden niet enkel de hotelinrichtingen bedoeld die bedoeld zijn in de wet van 19 februari 1963 houdende statuut van hotelinrichtingen, zoals de hotels, de gasthoven, de motels en pensions, maar eveneens de inrichtingen die geregeld aan betalende gasten onderdak verlenen voor een kortere tijdsduur dan een nacht, zelfs indien geen spijzen of dranken worden verschaft, alsook de vakantietehuizen, de tehuizen die geregeld retraites in internaatsverband organiseren en de bejaardentehuizen die de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het Wetboek niet genieten.



3.Inwerkingtreding.
De nieuwe tekst van artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek heeft uitwerking met terugwerkende kracht op 1 januari 1993.

Die terugwerkende kracht rechtvaardigt zich in die mate dat, met betrekking tot de afschaffing van de mogelijkheid om bepaalde onroerende verhuren te belasten, de vorige wettekst een uitvoerend koninklijk besluit noodzaakte voor de reeds verstreken maanden, en de aangebrachte verduidelijkingen inzake het belasten van het gemeubeld logies verbonden waren aan de genoemde afschaffing en aan een interpretatie van de bestaande teksten (artikel 89 van de wet).

Namens de Minister :
De Directeur - generaal,
J. DECUYPER