Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 7e afl. dd. 19.10.1990

CIRC 19.10.90/1

Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 7e afl. dd. 19.10.1990


Bull. nr. 700, pag. 3233

ABNORMALE OF GOEDGUNSTIGE VOORDELEN
Belastingstelsel

FISCALE BEPALINGEN 1989
Abnormale of goedgunstige voordelen

WINSTEN
Vaststelling


Commentaar op art. 256, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (aan de winst toe te voegen abnormale of goedgunstige voordelen).

ABNORMALE OF GOEDGUNSTIGE VOORDELEN

Inhoudstabel Nrs. I. WETTEKST I/120 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE I/121 en 122 III. BESPREKING A. Bedoelde ondernemingen I/123 B. Verkrijgers van de voordelen I/124 tot 126 C. Bedoelde abnormale of goedgunstige voordelen I/127 tot 129 D. Voordelen die niet bij de winst van de onderneming worden gevoegd I/130 en 131 IV. INWERKINGTREDING I/132 I. WETTEKST

I/120
Art. 24, WIB, waaraan door art. 256, W. 22.12.1989 een derde lid is toegevoegd, luidt voortaan als volgt :

Art. 24


Wanneer een in België gevestigde onderneming zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enigerlei band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt ten aanzien van een in het buitenland gevestigde onderneming, worden alle abnormale of goedgunstige voordelen die zij wegens die band verleent aan laatstbedoelde onderneming, of aan personen en ondernemingen die met deze belangen gemeen hebben, bij haar eigen winsten gevoegd.

Het eerste lid is mede van toepassing op de abnormale of goedgunstige voordelen die worden verleend aan een persoon of een onderneming die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waar zij gevestigd zijn, aldaar aan een aanzienlijk gunstiger belastingregeling zijn onderworpen dan die waaraan de in België gevestigde onderneming is onderworpen.

Bij de eigen winsten van een onderneming wordt eveneens gevoegd het bedrag van alle abnormale of goedgunstige voordelen die zij verleent aan natuurlijke of rechtspersonen, behalve wanneer die voordelen rechtstreeks of onrechtstreeks in aanmerking komen voor het bepalen van de belastbare inkomsten van de verkrijgers.

II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE

I/121
Krachtens het eerste en het tweede lid van art. 24, WIB moeten bij de eigen winst van de Belgische onderneming worden gevoegd :

  • de abnormale of goedgunstige voordelen die de onderneming verleent aan een in het buitenland gevestigde onderneming waarmee ze rechtstreeks of onrechtstreeks een band van wederzijdse afhankelijkheid heeft of aan personen en ondernemingen die met die buitenlandse onderneming belangen gemeen hebben;
  • de abnormale of goedgunstige voordelen die ze verleent aan een in het buitenland gevestigde persoon of onderneming die aldaar aan een aanzienlijk gunstiger belastingregeling is onderworpen dan waaraan de Belgische onderneming in België is onderworpen.


De toevoeging van een derde lid door art. 256, W. 22.12.1989 betekent een uitbreiding van art. 24, WIB, in de zin dat voortaan ook alle abnormale of goedgunstige voordelen die een onderneming aan natuurlijke of aan rechtspersonen -dus ook Belgische- verleent, bij haar winst worden gevoegd, tenzij die voordelen in aanmerking komen bij het bepalen van de in België belastbare inkomsten van de verkrijger.

I/122
Deze aanvulling maakt art. 133, WIB overbodig; dit artikel voorzag in een bijzondere aanslag bij vennootschappen in vereffening op voordelen van alle aard, verleend aan andere personen dan vereffenaars (cf. art. 309, 19°, W. 22.12.1989).

Anderzijds kunnen nu ook, in tegenstelling tot vroeger, de aan stille vennoten toegekende voordelen, zoals het voordeel van renteloze of goedkope leningen, bij de winst van de vennootschap worden gevoegd en zodoende toch worden belast.

III. BESPREKING

A. Bedoelde ondernemingen

I/123
Art. 24, 3de lid, WIB is van toepassing op ondernemingen, d.w.z. op in art. 20, 1°, WIB, bedoelde nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen.

De voormelde bepaling kan dus niet worden toegepast bij beoefenaars van vrije beroepen, ambten of posten of bij bezoldigden.

B. Verkrijgers van de voordelen

I/124
Art. 24, 3de lid, WIB beoogt de abnormale of goedgunstige voordelen die door de onderneming zijn verleend aan natuurlijke of rechtspersonen, behalve wanneer die voordelen rechtstreeks of onrechtstreeks in aanmerking komen voor het bepalen van de in België belastbare inkomsten van de verkrijgers.

I/125
Het betreft hier dus voordelen die zijn toegekend aan natuurlijke personen, d.w.z. zowel rijksinwoners als niet-rijksinwoners (BV vennoot, bestuurder, werknemer, onderaannemer, cliënt, leverancier, mandataris, tussenpersoon, derde, enz.) of aan vennootschappen, verenigingen, inrichtingen of instellingen al dan niet met rechtspersoonlijkheid, met inbegrip van die welke aan de R.PB zijn onderworpen.

I/126
Voor de toepassing van voormelde bepaling is het geenszins vereist dat er een band van wederzijdse afhankelijkheid bestaat tussen de onderneming die de voordelen toekent en de verkrijger ervan.

C. Bedoelde abnormale of goedgunstige voordelen

I/127
Daar deze terminologie ook in de eerste twee leden van art. 24, WIB voorkomt, wordt, wat de aard van de voordelen betreft, inzonderheid naar het bepaalde in Com.IB nrs. 24/6 tot 11 verwezen.

Algemeen kan worden gesteld dat de verkrijger van het voordeel zich verrijkt zonder adekwate en effectieve tegenprestatie.

I/128
De in aanmerking te nemen voordelen kunnen in allerlei vormen worden toegekend.

Aldus worden o.m. de voordelen beoogd die voortvloeien uit :

  • het toestaan van leningen of voorschotten zonder interest of tegen verlaagde interest door een onderneming aan derden;
  • het kosteloos of tegen een abnormaal lage vergoeding ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen zoals onroerende goederen of gedeelten daarvan, van personeel, van een voertuig, enz.;
  • de overdracht van vaste activa beneden de werkelijke waarde en dit zowel tijdens de exploitatie als ter gelegenheid van de stopzetting van de onderneming of de vereffening van de vennootschap;
  • het niet invorderen van vorderingen na de vervaldag.


I/129
De verleende voordelen zijn in principe belastbaar en moeten bij de eigen winst van de onderneming worden gevoegd zelfs wanneer die voordelen niet als een werkelijke uitgave of last bij de onderneming terug te vinden zijn (BV de gederfde interest van een lening).

D. Voordelen die niet bij de winst van de onderneming worden gevoegd

I/130
De voordelen waarvan sprake moeten evenwel niet bij de ondernemerswinst worden gevoegd wanneer die voordelen niet als een werkelijke uitgave of last bij de onderneming terug te vinden zijn (BV de gederfde interest van een lening).

Dit is o.m. het geval wanneer de voordelen :

  • worden toegestaan aan de vereffenaar van een vennootschap (de voordelen moeten immers worden opgenomen in de belastbare beroepsinkomsten van de vereffenaar);
  • bij de verkrijgers belastbaar zijn als beroepsinkomsten (BV als voordelen van alle aard) of als diverse inkomsten;
  • wegens de beschikking over gelden zonder interest of tegen verlaagde interest tot gevolg hebben dat de aftrekbare werkelijke waarde welke die voordelen hebben bij de verkrijger. In voorkomend geval kan, naar analogie, gebruik worden gemaakt van de forfaitaire ramingen van in art. 9quater, KB/WIB (zie Com.IB 32ter/0 en volgende).


IV. INWERKINGTREDING

I/132
Het derde lid van art. 24, WIB is met ingang van aj. 1991 van toepassing (cf. art. 333, § 1, 3°, W. 22.12.1989).