Circulaire nr. Ci.RH.421/523.208 dd. 18.10.1999

Circulaire nr. Ci.RH.421/523.208 dd. 18.10.1999

Bull. nr. 798, pag. 3428

AANGIFTE IN DE BNI/VEN.

Aangifteformulier

Invulling van de aangifte

AANGIFTE IN DE VEN.B

Aangifteformulier

Invulling van de aangifte

Wijzigingen van de aangifte in de Ven. B en in de BNI/ven. van het aj. 1999.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 + en 2.

I. INLEIDING

1. Deze circulaire bespreekt de voornaamste wijzigingen die aan de aangifteformulieren 275.1 (Ven.B) en 275.2 (BNI/ven.) voor het aj. 1999 zijn aangebracht.

II. AANGIFTEN 275.1

2. Ingevolge de in nrs. 21 t.e.m. 29 besproken inhoudelijke wijzigingen zijn de passende vormaanpassingen aangebracht in de vakken IV en V van de aangifte.

De aangifte in de Ven.B en de desbetreffende toelichting hebben de volgende wezenlijke wijzigingen ondergaan:

A. Vak "MUNTEENHEID VAN DE AANGIFTE" en bijhorende toelichting

3. In het vak "MUNTEENHEID VAN DE AANGIFTE" moet de binnenlandse vennootschap aanduiden in welke munteenheid (BEF of EUR) de aangifte werd ingevuld.

Luidens de uitdrukkelijke bepalingen van art. 9, 3de lid, W 30.10.1998 betreffende de euro (V 2613 - Bull. 788), moeten de binnenlandse vennootschappen een aangifte in EUR of in BEF overleggen al naargelang de jaarrekening al dan niet in EUR is opgesteld.

Hieruit volgt dat een binnenlandse vennootschap voor het aj. 1999 haar aangifte in de Ven. B moet invullen:

- in BEF (d.w.z. EUR schrappen):

- wanneer het boekjaar wordt afgesloten op 31.12.1998;

- wanneer het boekjaar in 1999, maar vóór 31.12.1999 wordt afgesloten en de jaarrekening in BEF werd opgesteld;

- in EUR (d.w.z. BEF schrappen):

- wanneer het boekjaar in 1999, maar vóór 31.12.1999 wordt afgesloten en de jaarrekening in EUR werd opgesteld.

Alle in de aangifte voorkomende bedragen moeten in dezelfde munt worden uitgedrukt.

Indien de aangifte wordt ingevuld:

- in BEF, mogen de bedragen geen cijfers na de komma bevatten;

- in EUR, moeten de bedragen daarentegen steeds tot twee cijfers na de komma, d.w.z. tot de cent, worden vermeld (250 EUR moet dus als volgt worden ingevuld : 250,00).

Bijgevolg werden de kolommen van de aangifte die voorzien zijn voor het inschrijven van cijfers aangepast, in die zin dat sommige regels vóór de komma zijn ingedeeld in ruimten voor drie cijfers (de laatste ruimte rechts is dus bestemd voor de honderdtallen, de tientallen en de eenheden).

De omrekening van een bedrag in BEF naar een bedrag in EUR geschiedt door het bedrag in BEF te delen door 40,3399. Het resultaat moet op de cent worden afgerond. Gedeelten van minder dan 0,5 cent worden weggelaten; gedeelten van 0,5 cent of meer worden voor 1 cent gerekend (74,3681 EUR wordt dus afgerond naar 74,37 EUR).

De omrekening van een bedrag in EUR naar een bedrag in BEF geschiedt door het bedrag in EUR te vermenigvuldigen met 40,3399. Het resultaat moet op de frank worden afgerond. Gedeelten van minder dan 50 centiem worden weggelaten; gedeelten van 50 centiem of meer worden voor 1 frank gerekend.

B. Toelichting, rubriek "DEFINITIES"

4. Art. 19, 1°, W 22.12.1998 houdende fiscale en andere bepalingen (V 2648 - Bull. 791), heeft art. 184, 2de lid, WIB 92, vervangen. Hierdoor omvat het gestort kapitaal mede, onder dezelfde voorwaarde en in dezelfde mate als het maatschappelijk kapitaal, de uitgiftepremies.

C. Toelichting bij vak I, A, rubriek "Onzichtbare reserves: overdreven afschrijvingen" (3de lid, 2de gedachtenstreepje)

5. Aanpassing ingevolge art. 10, W 30.10.1998, waardoor de als immateriële vaste activa aan te merken software die, hetzij abnormale waardeverminderingen ondergaat ten gevolge van een rechtstreeks verband met de overgang naar de euro, hetzij in het bijzonder is verkregen of tot stand gebracht om de overgang naar de euro te realiseren, in aanmerking komt om degressief te worden afgeschreven.

D. Toelichting bij vak I, A, rubriek "Aanpassing in meer van de begintoestand der reserves: meerwaarden op aandelen" (4de lid, litt. b)

6. Art. 23, 2°, W 22.12.1998, heeft in art. 198, WIB 92, tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, waardoor uitsluitend voor de toepassing van art. 198, 1ste lid, 7°, WIB 92, en in afwijking van art. 184, WIB 92, toch als gestort kapitaal worden aangemerkt, de verminderingen van gestort kapitaal die ten vroegste vanaf 24.7.1991 zijn gedaan om geleden verliezen boekhoudkundig aan te zuiveren of om een reserve tot dekking van een voorzienbaar verlies te vormen waarmede het geleden verlies boekhoudkundig is aangezuiverd.

E. Toelichting bij vak I, B, rubriek "Vrijgestelde meerwaarden", "Voorafgaande opmerkingen" (2de lid)

7. Art. 20, W 22.12.1998, heeft art. 190, WIB 92, vervangen, waardoor met betrekking tot de in art. 45 en 46, § 1, 1ste lid, 2°, WIB 92, vermelde meerwaarden niet aan de "onaantastbaarheidsvoorwaarde" moet zijn voldaan ingeval die meerwaarden niet worden uitgedrukt overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen.

F. Toelichting bij vak I, B, rubriek "Verwezenlijkte meerwaarden, niet zijnde gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden" (2°)

8. Art. 6, W 22.12.1998, heeft art. 45, WIB 92, vervangen, waardoor als vrijgestelde verwezenlijkte meerwaarden, zijn aan te merken, de meerwaarden op aandelen in binnenlandse vennootschappen of in vennootschappen die hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen hebben, wanneer die meerwaarden zijn verkregen of vastgesteld n.a.v. een fusie, een splitsing of het aannemen van een andere rechtsvorm tot stand gebracht in toepassing van hetzij de art. 211, § 1, of 214, § 1, WIB 92, voor zover de verrichting wordt vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven, hetzij van bepalingen van gelijke aard in die andere Staat (art. 45, § 1, 1ste lid, WIB 92).

9. Bovendien heeft art. 46, W 10.3.1999 het art. 45, WIB 92 met een tweede paragraaf aangevuld (zie nr. 33, hierna).

G. Toelichting bij vak I, B, rubriek "Gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden"

10. Art. 8, 1°, W 22.12.1998, heeft in art. 47, § 1, 1ste lid, WIB 92, de woorden "de verkoopprijs" vervangen door de woorden "de verkoopwaarde", waardoor de gespreide belasting van vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden niet langer beperkt is tot de meerwaarden die worden verwezenlijkt n.a.v. een verkoop.

11. Art. 8, 2°, W 22.12.1998, heeft ook art. 47, § 1, 1ste lid, 2°, WIB 92, vervangen, waardoor bij een vrijwillig verwezenlijkte meerwaarde van immateriële vaste activa waarop fiscaal afschrijvingen werden aangenomen of van materiële vaste activa en voor zover de vervreemde goederen sedert meer dan 5 jaar voor hun vervreemding de aard van vaste activa hadden, het te herbeleggen bedrag gelijk moet zijn aan de verkoopwaarde van het vervreemde goed.

Deze bepalingen zijn reeds van toepassing met ingang van het aj. 1998.

H. Toelichting bij vak I, B, rubriek "Andere vrijgestelde bestanddelen" (litt. c en h)

12. Art. 67, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (V 2676 - Bull. 793) bepaalt dat de winst die in het vermogen van een erkend inschakelingsbedrijf wordt gehouden vrijgesteld is van Ven.B. voor het of de belastbare tijdperken die zijn afgesloten in de loop van het tijdperk waarvoor zij erkend is door de minister van Tewerkstelling en Arbeid om te kunnen genieten van de vrijstellingen van de werkgeversbijdragen inzake sociale zekerheid, met dien verstande evenwel dat de vrijstelling van die winst slechts wordt verleend en behouden indien:

1° de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans geboekt is en blijft;

2° de vrijgestelde winst niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning.

Indien de voormelde vereisten tijdens enig boekjaar niet langer worden nageleefd, wordt de vroeger vrijgestelde winst beschouwd als winst van dat boekjaar.

13. Art. 19, 3°, W 22.12.1998 en art. 12, W 4.5.1999 houdende diverse fiscale bepalingen (V 2703 - Bull. 796), hebben art. 184, WIB 92, aangevuld met respectievelijk een vijfde en een zesde lid, waardoor:

a) onverminderd de toepassing van art. 214, § 1, WIB 92, niet als gestort kapitaal wordt aangemerkt, het netto-actief vermeld in art. 26sexies, W 27.6.1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, dat het maatschappelijk kapitaal uitmaakt van een vennoot- schap met een sociaal oogmerk of dat op een onbeschikbare reservereke- ning van die vennootschap wordt geboekt; dat maatschappelijk kapitaal en die reserverekening worden slechts vrijgesteld voor zover voldaan is aan de voorwaarden als vermeld in art. 190, WIB 92;

b) onverminderd de toepassing van art. 210, § 1, 3°, WIB 92, niet als gestort kapitaal wordt aangemerkt, het netto-actief vermeld in Hoofdstuk Vquinquies, W 9.7.1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, dat het maatschappelijk kapitaal van een handelsvennootschap uitmaakt of dat op een onbeschikbare reserverekening van die vennootschap wordt geboekt; dat maatschappelijk kapitaal en die reserverekening worden slechts vrijgesteld voor zover voldaan is aan de voorwaarden als vermeld in art. 190, WIB 92.

I. Toelichting bij vak II, rubriek "Niet-aftrekbare belastingen" (2de lid, litt. B)

14. Art. 21, W 4.5.1999, heeft art. 219, WIB 92, zodanig gewijzigd dat eveneens een afzonderlijke aanslag wordt gevestigd op de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden (zie ook nr 22). Bovendien hebben de art. 22 en 47, W 4.5.1999, een nieuw art. 219bis in het WIB 92 ingevoegd, waardoor ten name van bepaalde belastingplichtigen afzonderlijke aanslagen kunnen worden gevestigd (zie ook de nrs. 23 t.e.m. 27).

15. Art. 15, W 4.5.1999, heeft hierdoor art. 198, 1ste lid, 1°, WIB 92, vervangen, waardoor de ingevolge voormeld art. 219bis, WIB 92, verschuldigde afzonderlijke aanslagen niet als beroepskosten mogen worden afgetrokken. De afzonderlijke aanslag op de in art. 219, WIB 92, bedoelde verdoken meerwinsten is daarentegen wel als beroepskost aftrekbaar.

J. Toelichting bij vak II, rubriek "Waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen"

16. Terzake kan worden verwezen naar het bepaalde in nr. 6 hiervoren.

K. Toelichting bij vak III, 1, rubriek "Gewone dividenden"

17. Aanpassing ingevolge art. 3, W 22.12.1998, dat art. 18, 1ste lid, 1°, WIB 92, heeft vervangen en in hetzelfde lid een 2°bis heeft ingevoegd.

18. Bedoeld zijn met name de volgende "gewone dividenden":

a) het gedecreteerde bedrag van de dividenden, evenals alle voordelen toegekend aan aandelen en winstbewijzen hoe ook genaamd, ongeacht uit welken hoofde en op welke wijze die toekenning plaatsvindt;

b) de gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van uitgiftepremies, onder dezelfde voorwaarde en in dezelfde mate als de terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal.

19. Art. 44, W 10.3.1999, heeft in art. 18, 1ste lid, WIB 92, een nieuw 3° ingevoegd (zie nr. 33, hierna). Hierdoor is de tekst van het vroegere 1ste lid, 3° thans het eerste lid, 4° van art. 18, WIB 92 geworden.

L. Toelichting bij vak IV, rubriek "Vrijgestelde giften"

20. Aanpassing in het eerste lid van de litt. b) ingevolge art. 2, W 12.6.1998 tot wijziging van art. 104, 3°, b) van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (V 2605 - Bull. 787), en art. 11, 1°, W 22.12.1998, die art. 104, 3°, b), WIB 92, respectievelijk hebben aangevuld en gewijzigd, waardoor giften in geld aan koninklijke academiën, Het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, zomede aan erkende instellingen voor wetenschappelijk onderzoek, die niet rechtstreeks verbonden zijn met een politieke partij of lijst, kunnen afgetrokken worden.

Aanvulling in het eerste lid van de litt. f) ingevolge art. 2, W 1.3.1999 tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België -Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking (V 2679 - Bull. 793), dat art. 104, 3°, f), WIB 92, heeft vervangen, waardoor giften in geld die zijn gedaan vanaf 1.1.1999 aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht kunnen afgetrokken worden.

Toevoeging in het eerste lid van een nieuwe litt. j) ingevolge art. 11, 3°, W 22.12.1998, dat art. 104, 3° WIB 92, met een j) heeft aangevuld, waardoor giften in geld die met ingang van 1.1.1997 zijn gedaan aan erkende instellingen die het behoud of de zorg voor monumenten en landschappen ten doel hebben, waarvan het invloedsgebied het gehele land, één van de gewesten of de Duitstalige Gemeenschap bestrijkt kunnen afgetrokken worden.

M. Vak IV, 5, b, rubriek "Niet-belastbare bestanddelen: vrijstelling bijkomend personeel K.M.O." en bijhorende toelichting

21. Invoeging ingevolge art. 29 van de Programmawet van 10.2.1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap (V 2559 - Bull. 782), waardoor winst van nijverheids-, handels- of landbouwbedrijven onder bepaalde voorwaarden wordt vrijgesteld tot een geïndexeerd bedrag van 165.000 BEF / 4.090,24 EUR per in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheid, waarvan het bruto dag- of uurloon niet hoger is dan respectievelijk 3.220 BEF / 79,82 EUR of 424 BEF / 10,51 EUR (deze loongrenzen zijn vastgesteld bij art. 1, KB 19.3.1998 tot uitvoering van art. 29, W 10.2.1998 - V 2574 - Bull. 784).

Deze bepalingen zijn in werking getreden op 1.1.1998.

N. Vak V, A "Niet verantwoorde kosten en verdoken meerwinsten" en bijhorende toelichting

22. Inlassing ingevolge art. 21, W 4.5.1999, dat art. 219, 1ste lid, WIB 92, heeft vervangen en er een derde lid heeft aan toegevoegd, waardoor het administratieve standpunt luidens hetwelk een afzonderlijke aanslag wordt gevestigd op de verdoken meerwinsten, andere dan de in art. 24, 1ste lid, 2° tot 4°, WIB 92, bedoelde reserves, die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden, vanaf het aj. 1999 door de wetgever in een wettekst is bevestigd.

0. Vak V, B "Afzonderlijke aanslag ten name van de kredietverenigingen van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling die lid zijn van het net van het beroepskrediet, van de kredietkassen erkend door de N.V. Landbouwkrediet, van de in art. 216, 2°, a, WIB 92, vermelde vennootschappen en van de in art. 216, 2°, b, WIB 92, bedoelde erkende vennootschappen" en bijhorende toelichting

23. Art. 22, W 4.5.1999, heeft een nieuw art. 219bis in het WIB 92 ingevoegd, maar met dien verstande evenwel dat ingevolge art. 47 van diezelfde wet voor de aj. 1999 tot 2001 de § 2 van voormeld art. 219bis, WIB 92 door een overgangsbepaling werd vervangen.

Wanneer tijdens het belastbare tijdperk een verrichting of een gebeurtenis als bedoeld in art. 219bis, §§ 1 en 2, WIB 92, heeft plaatsgevonden, moet op de regel 123 van vak V, B, het bedrag van de in die bepalingen bedoelde belaste reserves worden vermeld.

Art. 21 9bis, § 1, WIB 92, zoals ingevoegd door het voormelde art. 22, luidt als volgt:

24. "Ten name van de kredietverenigingen en van de maatschappijen voor onderlinge borgstelling die lid zijn van het net van het beroepskrediet en van de kredietkassen erkend door de N.V. Landbouwkrediet, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd bij het uitgesloten worden of de ontslagname uit dat net, of bij de intrekking of de afstand van die erkenning.

Die aanslag wordt gevestigd voor het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze vereniging, maatschappij of kas wordt uitgesloten of ontslag neemt uit het net van het beroepskrediet, of tijdens hetwelk de erkenning wordt ingetrokken of afstand wordt gedaan van de erkenning.

Die aanslag is gelijk aan 34 % van het totaal bedrag van de belaste reserves zoals die bestonden op het einde van de belastbare periode verbonden aan het aj. 1993".

Art. 219bis, § 2, WIB 92, zoals ingevoegd door het voormelde art. 47, § 1, luidt als volgt:

25. "Ten name van de vennootschappen als vermeld in artikel 216, 2°, a, en van de vennootschappen als bedoeld in artikel 216, 2°, b, erkend hetzij door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, de Société régionale wallonne du logement, de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of de Vlaamse Landmaatschappij, hetzij door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas-Bank, hetzij door het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of het Waals Gewest, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd bij het uitgesloten worden of de ontslagname uit het net van het beroepskrediet, of bij de intrekking of de afstand van die erkenning.

Die aanslag wordt gevestigd voor het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk de vennootschap of vereniging wordt uitgesloten of ontslag neemt uit het net van het beroepskrediet of tijdens hetwelk de erkenning van de vennootschap wordt ingetrokken of afstand wordt gedaan van de erkenning.

Die aanslag is gelijk aan 34 % van het totaal bedrag van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk.

In afwijking van het eerste lid is de aanslag wat de in art. 216, 2°, b, WIB 92, bedoelde vennootschappen betreft, niet verschuldigd wanneer een door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas-Bank niet meer erkende vennootschap met ingang van de datum van de intrekking of afstand van haar erkenning, opnieuw erkend wordt door het bevoegde gewest."

P. Vak V, C "Afzonderlijke aanslag ten name van de in art. 216, 2° WIB 92, bedoelde vennootschappen" en bijhorende toelichting

26. Art. 22, W 4.5.1999, zoals vermeld in nr. 23 hiervoren heeft een art. 219bis in het WIB 92 ingevoegd, waarvan de § 3 als volgt luidt:

" § 3. Ten name van de vennootschappen als bedoeld in art. 216, 2°, WIB 92, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd op de dividenduitkering.

Die aanslag is gelijk aan 34 % van die dividenduitkering."

27. In vak V, C, moet bijgevolg op de regel 124 het bedrag worden vermeld van de dividenden die vanaf 18.12.1998 worden uitgekeerd door de in art. 216, 2°, WIB 92, bedoelde vennootschappen (art. 219bis, § 3, WIB 92).

Q. Vak V, D "Forfaitaire belasting en buitengewone aanslag van elektriciteitsproducenten" en bijhorende toelichting

28. Het nieuwe vak V, D ("Forfaitaire belasting en buitengewone aanslag van elektriciteitsproducenten") wordt uitgesplitst in de subrubrieken "1. Forfaitaire belasting" en "2. Buitengewone aanslag".

29. Invoeging ingevolge art. 12, W 15.1.1999 houdende budgettaire en diverse bepalingen (V 2654 - Bull. 792), waardoor, voor het aj. 1999, de in art. 34, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen, bedoelde elektriciteitsproducenten, bovenop de in art. 35 van die laatste wet bedoelde bijzondere aanslag, een buitengewone aanslag verschuldigd zijn van 1.500 miljoen BEF. Voor de berekening van het gedeelte van de buitengewone aanslag die per elektriciteitsproducent moet worden geheven, is art. 35, § 2, van diezelfde wet overeenkomstig van toepassing.

R. Toelichting bij vak VI "Definitief belaste inkomsten en vrijgestelde roerende inkomsten" (6de lid, vijfde geval)

30. Art. 17, W 4.5.1999, heeft art. 203, § 2, WIB 92, gewijzigd in die zin dat:

- in art. 203, § 2, 5de lid, 1°, WIB 92, de woorden "zijn ingeschreven in de officiële notering aan een effectenbeurs" zijn vervangen door de woorden "zijn opgenomen in de notering aan een effectenbeurs";

- geen lijst van effectenbeurzen waarvan de toelatingsvoorwaarden minstens gelijkwaardig zijn aan die van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5.3.1979 (79/279/EEG) tot coördinatie van de voorwaarden voor de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs, bij KB wordt opgesteld (schrapping van art. 206, § 3, 6de lid, WIB 92).

S. Toelichting bij vak VI "Definitief belaste inkomsten en vrijgestelde roerende inkomsten" (6de lid, zesde geval)

31. Invoeging ingevolge art. 51, W 10.3.1999 (zie nr. 33, hierna).

T. Toelichting bij vak VIII, vraag 1, litt. a)

32. Art. 31, W 22.12.1998, heeft art. 215, 3de lid, 1°, WIB 92, vervangen, waardoor de begrippen "deelnemingen" en "actieve en vaste deelnemingen" zijn vervangen door het begrip "aandelen".

U. Diversen: lening van aandelen (Hoofdstuk III W 10.3.1999 tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen (V 2680 - Bull. 793))

33. De volgende bepalingen van de W 10.3.1999 die van toepassing zijn voor aandelen die zijn uitgeleend vanaf 14.4.1999, hebben diverse rubrieken van de toelichting bij de aangifte gewijzigd.

a) Luidens art. 18, 1ste lid, 3°, WIB 92, ingevoegd door art. 44, W 10.3.1999, worden als dividenden aangemerkt, de vergoedingen voor ontbrekende coupon van aandelen die toegelaten zijn tot verhandeling op een gereglementeerde markt zoals bedoeld in de richtlijn 93/22/EEG van 10.5.1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten of op een gereglementeerde markt van een niet- lidstaat van de Europese Gemeenschap waarvan de wetgeving minstens in gelijkwaardige toelatingsvoorwaarden voorziet, wanneer deze vergoedingen worden verleend of toegekend n.a.v. een lening van deze aandelen, ter vervanging van dividenden die er verband mee houden (zie toelichting bij vak III, 1, rubriek "Gewone dividenden").

b) Luidens art. 203, § 1, laatste lid, WIB 92, zoals aangevuld door art. 51, 1°, - W 10.3.1999, zijn de in art. 202, § 1, eerste lid, 1° en 2°, WIB 92, vermelde inkomsten die vergoedingen voor ontbrekende coupon vertegenwoordigen als vermeld in art. 18, 1ste lid, 3°, WIB 92 eveneens niet als definitief belaste inkomsten aftrekbaar. Evenwel bepaalt art. 203, § 2, laatste lid, WIB 92, zoals aangevuld door voormeld art. 51, 2° W 10. 3.1999, dat deze uitsluiting niet van toepassing is:

1° hetzij wanneer de schuldenaar van de ontbrekende coupon:

- een binnenlandse vennootschap is, een rechtspersoon is vermeld in art. 220, 2°, of 3°, WIB 92, of een belastingplichtige is vermeld in art. 227, 2° of 3°, WIB 92, waarop de bepalingen van respectievelijk art. 240, 2de lid, of 234, 5°, WIB 92, van toepassing zijn;

- een buitenlandse vennootschap is die wat deze vergoeding betreft, onderworpen is aan een gelijksoortige belasting als de Ven. B zonder een belastingstelsel te genieten dat afwijkt van het gemeen recht;

2° hetzij wanneer de transactie die aanleiding heeft gegeven tot deze vergoeding, integraal wordt afgewikkeld door middel van een betalings- en afwikkelingssysteem gereglementeerd door de bevoegde autoriteit van een gereglementeerde markt zoals bedoeld in de richtlijn 93/22/EEG van 10.5.1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten of een systeem van een niet-lidstaat van de Europese Gemeenschap waarvan de wetgeving minstens in gelijkwaardige werkingsvoorwaarden voorziet en door de Minister van Financiën is erkend. De Koning bepaalt met betrekking tot deze vergoeding, de erkenningsvoorwaarden waaraan dit systeem moet voldoen en de periode gedurende dewelke de erkenning kan worden verleend (zie toelichting bij vak VI "Definitief belaste inkomsten en vrijgestelde roerende inkomsten, 6de lid, zesde geval).

c) Voor de toepassing van enerzijds art. 198, 1ste lid, 7° en 10° en anderzijds art. 202, § 2, 1ste lid, WIB 92, wordt een lening van aandelen als vermeld in art. 18, 1ste lid, 3°, WIB 92, niet als een vervreemding aangemerkt (art. 198, 4de lid en art. 202, § 2, 3de lid, WIB 92, ingevoegd door respectievelijk art. 49 en 50, W 10.3.1999).

d) Luidens de bepalingen van art. 45, § 2, 1ste lid, WIB 92, ingevoegd door art. 46, W 10.3.1999, zijn eveneens als vrijgestelde verwezenlijkte meerwaarden aan te merken, de meerwaarden op aandelen die toegelaten zijn tot verhandeling op een gereglementeerde markt zoals bedoeld in de richtlijn 93/22/EEG van 10.5.1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten of op een gereglementeerde markt van een niet-lidstaat van de Europese Gemeenschap waarvan de wetgeving minstens in gelijkwaardige toelatingsvoorwaarden voorziet, wanneer die meerwaarden zijn verkregen of vastgesteld n.a.v. de lening van die aandelen (zie toelichting bij vak I, B, rubriek "Verwezenlijkte meerwaarden, niet zijnde gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden").

III. AANGIFTEN 275.2

34. De in de nrs. 2 tot 33 vermelde vormaanpassingen en wijzigingen gelden eveneens voor het formulier 275.2, voor zover ze op de BNI/ven. van toepassing zijn.

Evenwel hebben de verduidelijkingen inzake de "MUNTEENHEID VAN DE AANGIFTE" uitsluitend betrekking op het deel A van dit formulier, t.t.z. op de buitenlandse vennootschappen, verenigingen, instellingen of lichamen die een onderneming exploiteren of zich met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Directeur-generaal:

De Auditeur-generaal van financiën,

G. DELSOIR