Circulaire 2018/C/24 betreffende de vrijstelling van interesten van bepaalde leningen afgesloten via een crowdfundingplatform. Addendum aan circ. 2017/C/17 van 04.04.2017

Bewijs dat voldaan is aan de vrijstellingsvoorwaarden van de lening: maatregelen voorzien door het KB 28.04.2017 met betrekking tot de vrijstelling voor interesten uit leningen aan startende ondernemingen.

Inkomstenbelastingen; roerende inkomsten; vrijstelling van de interesten van bepaalde leningen; crowdfunding; bewijs

FOD Financiën, 19.02.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting

1. Deze circulaire vult de circ. van 04.04.2017 (ref. 2017/C/17) aan, rekening houdend met de maatregelen die, inzake het bewijs dat voldaan is aan de voorwaarden zoals vermeld in art. 21, eerste lid, 13°, WIB 92, werden genomen.

In dat verband heeft het KB 28.04.2017 (1) het KB/WIB 92 gewijzigd met het oog op de uitvoering van de huidige bepalingen van art. 21, derde lid, WIB 92 (2), waarin wordt bepaald dat de Koning de wijze bepaalt waarop het bewijs moet worden geleverd.

(1) KB 28.04.2017 met betrekking tot de vrijstelling voor interesten uit leningen aan startende ondernemingen (BS 09.05.2017).
(2) De delegatie aan de Koning zoals voorzien in art. 21, derde lid, WIB 92, was oorspronkelijk vermeld in het tweede lid zoals dat was ingevoegd door art. 37, 4°, van de W 18.12.2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën. Het tweede lid is het derde lid geworden als gevolg van de invoeging van een nieuw tweede lid door art. 90, PW 25.12.2017, dat van toepassing is vanaf 01.01.2018. Het nieuwe tweede lid heeft betrekking op art. 21, eerste lid, 12°, WIB 92.

Bewijs dat voldaan is aan de vrijstellingsvoorwaarden

1. Verplichtingen ten name van de kredietnemer

2. De ondernemingen zoals bedoeld in art. 21, eerste lid, 13°, WIB 92, moeten vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin de beoogde lening werd afgesloten, jaarlijks vóór 31 maart een document opstellen dat:

a. het bedrag vermeldt van de gedurende het vorige jaar betaalde interesten;
b. bevestigt of de onderneming al dan niet gedurende het volledige voorafgaande jaar of, indien de lening in de loop van het voorafgaande jaar werd afgesloten, gedurende het volledige gedeelte van dat jaar vanaf de datum waarop de lening werd afgesloten, voldeed aan de voorwaarden opgenomen in art. 21, eerste lid, 13°, WIB 92 (3).

(3) Zie art. 2bis, KB/WIB 92, zoals ingevoegd door art. 1, KB 28.04.2017.

In dat document zullen eveneens het bedrag en de datum van afsluiting van de beoogde lening worden opgenomen.

3. Binnen dezelfde termijn, m.a.w. vóór 31 maart van elk jaar vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin de beoogde lening werd afgesloten, is de kredietnemer ertoe gehouden (4):

1. dat document te overhandigen aan de kredietgever;
2. een afschrift ervan te bezorgen aan de administratie.

(4) Zie art. 2bis, tweede en derde lid, KB/WIB 92.

4. Een afschrift van het bedoelde document moet worden overgemaakt aan de taxatiedienst waarvan de kredietnemer afhangt.

De coördinaten van de bevoegde taxatiedienst kunnen worden verkregen door de kantorengids van de FOD Financiën te raadplegen via de website http://ccff02.minfin.fgov.be/annucomp/main.do, waar als volgt te werk moet worden gegaan:

- in het menu 'Professioneel', klik op het tabblad 'Aangifte';

- in het menu 'Bevoegdheid', kies 'Aangifte vennootschapsbelasting';

- vervolgens, in het menu 'Categorie', kies 'Kleine en Middelgrote onderneming (KMO)';

- klik op 'ZOEKEN';

- ten slotte, voer in de rubriek 'Gemeente', het postnummer of de naam van de gemeente in waar de kredietnemer is gevestigd.

2. Verplichting ten name van de kredietgever

5. De kredietgever moet zijn exemplaar van de bedoelde documenten ter beschikking houden van de administratie en, in voorkomend geval, voorleggen (5).

(5) Zie art. 2bis, vierde lid, KB/WIB 92 en art. 315, tweede lid, 4°, WIB 92.

Daarnaast moet hij in zijn jaarlijkse aangifte in de personenbelasting het aantal leningen vermelden zoals bedoeld in art. 21, eerste lid, 13°, WIB 92, die hij heeft afgesloten (6).

(6) Zie art. 307, § 1/1, eerste lid, d), WIB 92, zoals ingevoegd door art. 94, PW 25.12.2017. Die bepaling was oorspronkelijk vermeld in art. 307, § 1, elfde lid, WIB 92.

Interne ref. : 705.261/2