Circulaire nr. Ci.D.19/453.962 d.d. 15.09.1993

Bull. nr. 732, pag. 3024

FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1993
Beknopt overzicht.

Hierna volgt de samenvatting van de voornaamste bepalingen m.b.t. de inkomstenbelastingen van de wet van 22.7.1993 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 26.7.1993 - V 2253, Bull. 731).

Het hoofdbestuur zal de commentaar op de voormelde bepalingen zo spoedig mogelijk opstellen en verspreiden.

INHOUDSTAFEL I. PERSONENBELASTING Nrs. -Levensverzekeringscontracten - Roerende inkomsten ................1 - Verdubbeling van de lineaire afschrijvingen...................... 5 - Niet als roerende inkomsten belastbare inkomsten ................. 8 II. VENNOOTSCHAPSBELASTING - Van de verminderde tarieven uitgesloten vennootschappen .......... 11 - Vrijgestelde dividenden .........................................14 III. VOORHEFFINGEN EN FBB - RV verschuldigd door aan de RPB onderworpen belastingplichtigen .. 18 - Door vereffenaars en curatoren verschuldigde BV .................. 20 - OV - FOV......................................................... 22 - FBB - Verrekenbaar bedrag ........................................ 27 IV. VESTIGING EN INVORDERING VAN DE BELASTING - Algemene anti-rechtsmisbruikmaatregel ............................ 32 - Voorrecht van de Schatkist en wettelijke hypotheek .........35 - Administratieve boeten........................................... 40 V. SPECIFIEKE MAATREGEL - Aanvullende crisisbijdrage....................................... 42
I. PERSONENBELASTING

LEVENSVERZEKERINGSCONTRACTEN - ROERENDE INKOMSTEN

1. De inkomsten begrepen in kapitalen en afkoopwaarden vereffend bij leven, betreffende levensverzekeringscontracten met gewaarborgd rendement die de belastingplichtige individueel heeft gesloten en waarvan geen enkele premie aanleiding heeft gegeven tot een belastingvermindering voor het lange termijnsparen, zijn als roerende inkomsten (interesten) belastbaar.

2. Die inkomsten stemmen overeen met het verschil tussen het totaal van de uitgekeerde bedragen, zonder rekening te houden met de vrijgestelde winstdeelnemingen en het totaal van de gestorte premies. Het belastbare bedrag ervan mag evenwel niet lager zijn dan de kapitalisatie van de interesten tegen het tarief van 4,75 % per jaar, berekend op het totale bedrag van de gestorte premies.

3. Zijn niet belastbaar:

  • de inkomsten begrepen in de hierboven vermelde kapitalen en afkoopwaarden; wanneer het contract in een dekking bij overlijden van tenminste 130 % van het totaal van de gestorte premies voorziet;
  • de inkomsten uit contracten gesloten voor een looptijd van meer dan 8 jaar die niet in een dekking bij overlijden van tenminste 130 % van het totaal van de gestorte premies voorzien, op voorwaarde dat de kapitalen en de afkoopwaarden effectief worden betaald meer dan 8 jaar na het sluiten van het contract.

4. Inwerkingtreding: contracten gesloten vanaf 7.5.1993.

(art. 1, 2 en 23, § 2, W 22.7.1993 - art.19, § 1, 3° en § 4 en art. 21, 9° WIB 92).

VERDUBBELING VAN DE LINEAIRE AFSCHRIJVINGEN

5. De bepalingen die in de economische expansiewetgeving voorkomen met betrekking tot de machtiging om op bepaalde vaste activa, gedurende maximaal 3 opeenvolgende belastbare tijdperken, een jaarlijkse afschrijving toe te passen die gelijk is aan tweemaal de normale lineaire afschrijvingsannuïteit, worden in het WIB 92 opgenomen.

6. Deze maatregel houdt een impliciete opheffing in van art. 15, § 1, W 30.12.1970 betreffende de economische expansie (cf. Com.IB 44/185) en van art. 7, W 4.8.1978 tot economische heroriëntering (cf. Com.IB 44/193).

7. Inwerkingtreding : vanaf 5.8.1993

(art. 3, W 22.7.1993 - art. 64bis, WIB 92).

NIET ALS ROERENDE INKOMSTEN BELASTBARE INKOMSTEN

8. Door art. 92, W 22.7.1993 worden tekstfouten rechtgezet in art. 134, W 22. 3.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.

9. Het gaat hoofdzakelijk om een rechtzetting in art. 134, 1°, W 22.3.1993 dat art. 21, 5°, WIB 92 (voorwaarden waaraan gewone spaardeposito's moeten voldoen) heeft gewijzigd en, in mindere mate, om de aanpassing van een verwijzing in art. 134, 2°, W 22.3.1993 dat art. 145^15, WIB 92 (pensioensparen) heeft gewijzigd.

10. Inwerkingtreding : de wijzigingen hebben dezelfde inwerkingtreding a]s het oorspronkelijke art. 134, W 22.3.1993, nl. :

  • vanaf 19.4.1993 m.b.t. de wijziging van art. 21, 5°, WIB 92;
  • vanaf 1.1.1994 m.b.t. de wijziging van art. 145^15, WIB 92 (art. 92 en 93, W 22.7.1993 - art. 21, 5° en 145^15, WIB 92).

II. VENNOOTSCHAPSBELASTING

VAN DE VERMINDERDE TARIEVEN UITGESLOTEN VENNOOTSCHAPPEN

11. Vanaf aj. 1994 zijn eveneens van de verminderde basistarieven uitgesloten de vennootschappen waarvan het inkomen, vóór aftrek van de beroepskosten, niet ten belope van tenminste 50 % wordt getrokken uit nijverheids-, handels- of landbouwactiviteiten, die winst opbrengen als vermeld in art. 24, WIB 92.

12. Deze maatregel heeft tot doel de vennootschappen die hoofdzakelijk andere dan de hierboven vermelde activiteiten uitoefenen, zoals vrije beroepen, managementvennootschappen, enz., van het voordeel van de verminderde tarieven in de Ven.B uit te sluiten.

13. Elke wijziging die vanaf 8.4.1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.

(art. 6 en 23, §§ 1 en 7, W 22.7.1993 - art. 215, 3e lid, WIB 92).

VRIJGESTELDE DIVIDENDEN

14. Uitsluitend voor het aj.1994 wordt het in art. 2, § 2, eerste lid, KB 15/150 bedoelde vrijstellingspercentage teruggebracht van 5 % tot 0.

15. Bij de lezing van nr. 32, circ. 9.4.1993, Ci.D.19/449.528 (Bull. 728) dient dus met deze nieuwe bepaling rekening te worden gehouden.

16. Het vrijstellingspercentage m.b.t. door oneigenlijke reconversievennootschappen uitgekeerde dividenden (art. 59, Herstelwet 31.7.1984) wordt, ook uitsluitend voor het aj. 1994 van 8 % tot 0 % teruggebracht en de vrijstellingsperiode wordt met één boekjaar verlengd.

17. Elke wijziging die vanaf 8.4.1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepalingen.

(art. 86 en 87, W 22.7.1993 - art. 2, § 2, 1e lid, KB 15/150).

III. VOORHEFFINGEN EN FBB

RV VERSCHULDIGD DOOR AAN DE RPB ONDERWORPEN BELASTINGPLICHTIGEN

18. Art. 262, 1°, WIB 92 bepaalde dat de aan de RPB onderworpen belastingplichtigen zelf de RV dienden te storten m.b.t. inkomsten van roerende goederen en kapitalen of loten van effecten van leningen van buitenlandse oorsprong die ze zonder bemiddeling van een in België gevestigde tussenpersoon in het buitenland hebben verkregen.

19. Voor de vanaf 1.7.1993 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten wordt deze bepaling uitgebreid tot diezelfde inkomsten van Belgische oorsprong, wanneer deze inkomsten zonder inhouding van RV werden verkregen. (art. 7 en 23, § 3, W 22.7.1993 - art. 262, 1°, WIB 92).

DOOR VEREFFENAARS EN CURATOREN VERSCHULDIGDE BV

20. In geval van faillissement, gerechtelijk akkoord en vereffening zijn de vereffenaars, curatoren en diegenen die gelijkaardige functies uitoefenen voortaan aan dezelfde verplichtingen inzake BV onderworpen als de werkgevers wanneer ze schuldvorderingen honoreren die de hoedanigheid van bezoldigingen hebben.

21. Deze regeling is van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.7.1993.

(art 8, 9 en 23, § 3, W 22.7.1993 - art. 270, 6°, en 272, 1e lid, WIB 92).

OV - FOV

A) AFTREKBAARHEID VAN DE OV ALS BEROEPSKOSTEN

22. Vanaf aj. 1994 worden de OV en de desbetreffende opcentiemen in de Ven.B en BNI/ven. als aftrekbare beroepskosten aangemerkt. Deze maatregel is dus niet van toepassing in de PB en de BNI/nat.pers.

23. Elke wijziging die vanaf 8.4.1993 aan de datum van af sluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.

(art. 4, 5 en 23, §§ 1 en 7, W 22.7.1993 - art. 197, 2e lid en 198 WIB 92).

B) VERREKENING VAN DE OV EN DE FOV

24. Vanaf aj. 1994 wordt geen enkele verrekening van OV de Ven.B en de BNI/ven. meer doorgevoerd.

25. Anderzijds wordt vanaf hetzelfde aj : de FOV volledig afgeschaft.

26. Elke wijziging die vanaf 8.4.1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.

(art. 10, 11, 14 en 23, §§ 1 en 7, W 22.7.1993 - art. 277, 278 en 292, WIB 92).

FBB - VERREKENBAAR BEDRAG

27. Vanaf aj. 1994 wordt het verrekenbare FBB dat betrekking heeft op inkomsten van roerende goederen en kapitalen van buitenlandse oorsprong niet zijnde dividenden en niet zijnde inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, berekend volgens het produkt :

a)
van een breuk :
  • waarvan de teller gelijk is aan de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting uitgedrukt in een percentage van het inkomen waarop die belasting betrekking heeft, beperkt tot 15

  • en waarvan de noemer gelijk is aan 100 verminderd met het cijfer van de teller;
b)
en van een breuk :
  • waarvan de teller gelijk is aan het positieve verschil tussen het totale bedrag van de noemer en het totale bedrag van de inkomsten van roerende goederen en kapitalen, met uitsluiting van dividenden, die de vennootschap in het belastbare tijdperk heeft gedragen,

  • en waarvan de noemer gelijk is aan de som van het totale bedrag van de inkomsten van onroerende goederen, roerende goederen en kapitalen en van het totale brutobedrag van de beroepsinkomsten met uitsluiting van al dan niet verwezenlijkte meerwaarden.

28. Deze laatste breuk kan op algemene wijze als volgt worden samengevat :

[A + (B - C)] - (D - E) > 0 ---------------------------- A + (B - C) A = het totale bedrag van de inkomsten van het belastbare tijdperk van onroerende goederen, roerende goederen en kapitalen; B = het totale brutobedrag van de beroepsinkomsten; C = de al dan niet verwezenlijkte meerwaarden; D = het totale bedrag van de inkomsten van roerende goederen en kapitalen dat de vennootschap als kosten heeft gedragen gedurende het belastbare tijdperk; E = het bedrag van de uitgekeerde dividenden.
29. Voor de toepassing van het bepaalde in nrs. 27, b, en 28, omvatten de inkomsten van roerende goederen en kapitalen de bij toepassing van art. 21, WIB 92, vrijgestelde roerende inkomsten.

30. Wanneer de schuldenaar van het inkomen de buitenlandse belasting heeft gedragen tot ontlasting van de verkrijger, bedraagt de in nr. 27, a) vermelde noemer zoals voorheen 100.

31. Elke wijziging die vanaf 8.4.1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.

(art. 12 en 23, §§ 1 en 7, W 22.7.1993 - art. 287, WIB 92).

IV. VESTIGING EN INVORDERING VAN DE BELASTING

ALGEMENE ANTI-RECHTSMISBRUIKMAATREGEL

32. Art. 344, WIB 92 wordt gewijzigd teneinde het onrechtmatig gebruik van het fiscaal recht onmogelijk te maken.

Voortaan kan de juridische kwalificatie die door partijen wordt gegeven aan een juridische handeling met aan de administratie worden tegengeworpen wanneer de administratie vaststelt - door vermoedens of andere bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed - dat die kwalificatie tot doel heeft de belasting te ontwijken. De belastingplichtige kan die niet-tegenstelbaarheid te niet doen door te bewijzen dat de kwalificatie beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften.

33. Art. 345, WIB 92 wordt zo aangevuld dat het stelsel van de voorafgaande fiscale akkoorden (ruling) van toepassing wordt gemaakt op de nieuwe algemene anti-rechtsmisbruikmaatregel van art. 344, § 1, WIB 92.

34. Inwerkingtreding :

  • de wijzigingen in art. 344, WIB 92 zijn van toepassing op de akten die vanaf 31.3.1993 zijn gesloten;
  • de wijzigingen in art. 345, WIB 92 zullen in werking treden op een bij in Ministerraad overlegd KB bepaalde datum, en uiterlijk op 31.12.1993.

(art. 16 en 23, § 4, W 22.7.1993 - art. 344 en 345, § 1, 1e lid, 5°, WIB 92).

VOORRECHT VAN DE SCHATKIST EN WETTELIJKE HYPOTHEEK

35. Ingevolge de nieuwe bepalingen geldt het algemeen voorrecht ten voordele van de Openbare Schatkist (op de inkomsten en de roerende goederen van de belastingschuldige) voortaan ook inzake voorheffingen. Dat voorrecht neemt rang onmiddellijk na dat vermeld in art. 19, 5°, Hypotheekwet.

36. Niettemin krijgt het voorrecht inzake BV dezelfde rang als de RSZ- bijdragen (art.19, 4°ter, Hypotheekwet). Dat voorrecht kan gedurende drie jaar worden uitgeoefend vanaf de eisbaarheid van de BV.

37. Het gedeelte van de prijs van de onroerende goederen dat niet voor de betaling van de bevoorrechte of hypothecaire schulden nodig is, kan voortaan gebruikt worden voor het aanzuiveren van de belastingen en voorheffingen (cf. art. 19, in fine, Hypotheekwet).

38. Tenslotte wordt bepaald dat de betaling van de voorheffingen eveneens is gewaarborgd door de wettelijke hypotheek ten voordele van de Openbare Schatkist.

39. Inwerkingtreding: vanaf 5.8.1993.

(art. 17, 18, 19 en 20, W 22.7.1993 - art. 422, 423, 424, 1e lid en 425, 1e lid, WIB 92).

ADMINISTRATIEVE BOETEN

40. De minimum- en maximumbedragen van de administratieve boeten worden respectievelijk vastgesteld op 2.000 F en 50.000 F i.p.v. 200 F en 10.000 F.

41. Inwerkingtreding: vanaf 1.8.1993.

(art. 21 en 23, § 5, W 22.7.1993 - art. 445, WIB 92)

V. SPECIFIEKE MAATREGEL

AANVULLENDE CRISISBIJDRAGE

A) BEDOELDE BELASTINGEN

42. Een aanvullende crisisbijdrage (ACB) van 3 opcentiemen wordt, uitsluitend in het voordeel van de Staat, gevestigd op :

de PB, de Ven.B, de RPB voor rechtspersonen vermeld in art. 220, 2° en 3°, WIB 92, en de BNI met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderverdeling en plaatselijke gemeenschappen, met inbegrip van de bijzondere afzonderlijke aanslagen vermeld in de art. 219 en 246, 2° WIB 92;
de RV;
de belasting m.b.t. sommige meerwaarden verwezenlijkt door niet-inwoners (cf. art. 301, WIB 92);
de bijzondere heffing op roerende inkomsten;
de bijzondere aanslag gevestigd ten name van de elektriciteitsproducenten, overeenkomstig art. 35, § 1, W 28.12.1990.

B) TOEPASSINGSREGELS

43. De op de sub 42, 1°, bedoelde belastingen, gevestigde ACB wordt berekend, enerzijds, vóór verrekening van de VA, de voorheffingen en het FBB en, anderzijds, vóór de toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende VA zijn gedaan.

44. M.b.t. de sub 42, 5°, bedoelde belasting wordt de ACB berekend vóór verrekening van de VA vermeld in art. 36, W 28.12.1990 en vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende VA zijn gedaan.

45. Het met 3 opcentiemen verhoogde tarief van de RV wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste van een punt naargelang het cijfer van de duizendsten van een punt al dan niet 5 bereikt.

46. De ACB wordt gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij wordt berekend, terwijl de bepalingen inzake VA en BV van toepassing zijn op de ACB voor zover die bepalingen van toepassing zijn op de belasting of voorheffing die tot grondslag ervan dient.

47. De PB/gem. en de PB/agg. zijn niet van toepassing op de ACB betreffende de PB.

C) INWERKINGTREDING

48. Deze bepaling is van toepassing met ingang van het aj. 1994, behoudens de ACB op de RV, die van toepassing is op de vanaf 26.7.1993 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten.

49. Elke wijziging die vanaf 8.4.1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de ACB.

(art. 22 en 23, §§ 6 en 7, W 22.7.1993 - art. 463bis, WIB 92).