Circulaire AFZ nr. 20/2009 dd 22.12.2009
Circulaire AFZ n° 20/2009 dd. 22/12/2009
TERUGGAAF VAN DE BELASTING
Niet in het land van teruggaaf gevestigde belastingplichtige
Richtlijn 2006/112/EG
Richtlijn 2008/9/EG
Nieuwe procedure van teruggaaf van btw aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf ingevolge de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008
Aan alle administraties die de belasting over de toegevoegde waarde onder hun bevoegdheid hebben
Teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf - Eerste commentaar
ONDERWERP VAN DE AANSCHRIJVING
1. Deze aanschrijving is een eerste commentaar op de nieuwe procedure inzake teruggaaf van de btw aan belastingplichtigen die niet zijn gevestigd in de lidstaat waar zij aankopen van goederen en diensten of belaste invoeren van goederen verrichten, maar in een andere lidstaat zijn gevestigd.
De nieuwe procedure werd vastgesteld door richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 (PB L 44 van 20 februari 2008, blz. 23 e.v.) tot vaststelling van nadere voorschriften voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde voorzien in de artikelen 170 en 171 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (z. bijlage 2). Voornoemde artikelen 170 en 171 van richtlijn 2006/112/EG werden omgezet naar Belgisch recht door artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek.
Voornoemde richtlijn 2008/9/EG heeft, met ingang van 1 januari 2010, de achtste richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van 6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen ingetrokken, met dien verstande dat de bepalingen van laatstgenoemde richtlijn van toepassing blijven voor de teruggaafverzoeken die voor 1 januari 2010 zijn ingediend. De bepalingen ervan vormen de grondslag van de regels die ter zake werden opgenomen in de administratieve aanschrijving nr. 6 van 10 maart 1981.
Ter uitvoering van artikel 76, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek, zet het koninklijk besluit nr. 56 van 9 december 2009 (Belgisch Staatsblad van 17 december 2009, 2de editie) met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf de bepalingen van richtlijn 2008/9/EG om in Belgisch recht (z. bijlage 1).
2. De nieuwe bepalingen vereenvoudigen en moderniseren de teruggaafprocedure door het gebruik van moderne elektronische communicatiemiddelen.
De nieuwe procedure wordt in de eerste plaats gekenmerkt door het feit dat de teruggaafverzoeken van de btw die werd voldaan in de lidstaat van teruggaaf voortaan door de belastingplichtigen of hun vertegenwoordigers moeten worden gericht:
- aan de overheid van de lidstaat waar ze zijn gevestigd;
- langs elektronische weg - en dus niet meer op papier - via een portaalsite die door deze lidstaat van vestiging wordt ter beschikking gesteld van de aanvragers.
De lidstaat van teruggaaf kan de aanvrager of de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging langs elektronische weg om aanvullende gegevens verzoeken als dit door de lidstaat van teruggaaf noodzakelijk wordt geacht voor het onderzoek van het teruggaafverzoek. De beslissing om het teruggaafverzoek in te willigen moet eveneens langs elektronische weg ter kennis worden gebracht van de belastingplichtige aanvrager.
Overigens worden de termijnen gewijzigd waarbinnen de beslissingen over de teruggaafverzoeken verplicht ter kennis moeten worden gebracht van de belastingplichtigen.
De positie van de aanvrager wordt tenslotte versterkt aangezien de lidstaten van teruggaaf interesten verschuldigd zijn als de teruggaaf niet tijdig is gebeurd.
3. In het eerste deel van de aanschrijving wordt de regelgeving besproken die van toepassing is bij teruggaaf van Belgische btw aan belastingplichtigen die niet in België zijn gevestigd. België is in dat geval de lidstaat van teruggaaf.
Bedoelde niet in België gevestigde belastingplichtigen moeten hun teruggaafverzoek indienen via de portaalsite die hen ter beschikking wordt gesteld in hun lidstaat van vestiging. Hoewel dit verzoek wordt ingediend bij de overheid van de lidstaat van vestiging, moet het voldoen aan de voorwaarden en vormvereisten die volgens de Belgische wetgeving ter zake van toepassing zijn en het verzoek zal worden onderzocht en behandeld door de bevoegde dienst in België, namelijk het Centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen - terugbetaling, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 2 tot 22 van voornoemd koninklijk besluit nr. 56 van 9 december 2009.
4. Het tweede deel van de aanschrijving behandelt de omgekeerde problematiek, namelijk de regels die van toepassing zijn wanneer in België gevestigde belastingplichtigen een teruggaafverzoek indienen voor de btw die hen als voorbelasting in andere lidstaten van de Europese Unie werd aangerekend. Aangezien elke lidstaat van teruggaaf ter zake haar eigen reglementering heeft, is het niet de taak van de Belgische administratie om deze toe te lichten en wordt er in dat verband integraal verwezen naar de bepalingen van voornoemde richtlijn 2008/9/EG.
In dit tweede deel is België de lidstaat van vestiging van de belastingplichtige die teruggaaf vraagt in een andere lidstaat.
5. Het derde deel van de aanschrijving heeft betrekking op de datum van inwerkingtreding van de nieuwe teruggaafprocedure en de bijlagen.
DEEL 1: BELGIE IS DE LIDSTAAT VAN TERUGGAAF
Het eerste hoofdstuk bepaalt op welke niet in België gevestigde belastingplichtigen de teruggaafprocedure van toepassing is. In hoofdstuk II worden de handelingen besproken waarvoor teruggaaf van Belgische btw kan worden gevraagd en tot op welke hoogte teruggaaf van btw kan worden verleend. Tenslotte wordt in hoofdstuk III de teruggaafprocedure toegelicht.
Indien nodig zal na elk hoofdstuk of afdeling een bondig overzicht (in tabelvorm) volgen van de belangrijkste verschillen tussen de oude teruggaafprocedure (achtste richtlijn) en de nieuwe procedure (richtlijn 2008/9/EG).
HOOFDSTUK I. Bedoelde belastingplichtigen
6. Overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 3 van richtlijn 2008/9/EG), kan een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde belastingplichtige als bedoeld in het Btw-Wetboek, in het kader van voornoemde richtlijn 2008/9/EG teruggaaf vragen van de btw die hij hem als voorbelasting in België werd aangerekend, als hij cumulatief aan volgende voorwaarden voldoet:
- hij heeft in België gedurende het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft geen zetel van zijn economische activiteit gehad, noch een vaste inrichting van waaruit de handelingen werden verricht, noch, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats;
- hij heeft gedurende het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft geen leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor respectievelijk de plaats van de levering of de plaats van de dienst geacht worden in België plaats te vinden, met uitzondering van de handelingen vermeld in de hiernavolgende punten 7 tot en met 10;
- hij is niet voor btw-doeleinden in België geïdentificeerd krachtens artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, of § 3, van het Btw-Wetboek.
7. De handelingen bedoeld in punt 6, tweede streepje, waarvoor toch teruggaaf van btw kan worden gevraagd zijn de volgende :
- enerzijds vervoer en de daarmee samenhangende diensten die zijn vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 144, 146, 148, 149, 151, 153, 159 of 160 van richtlijn 2006/112/EG en,
- anderzijds de leveringen van goederen en diensten waarvan de afnemer de btw verschuldigd is krachtens de artikelen 194 tot 197 en 199 van dezelfde richtlijn.
8. Met het vervoer en de daarmee samenhangende diensten worden de diensten bedoeld die zijn vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 39 tot 42 van het Btw-Wetboek, nl. de diensten:
- met betrekking tot ingevoerde goederen, wanneer de waarde van dat vervoer en van die handelingen opgenomen is in de maatstaf van heffing bij invoer en van de belasting vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek;
- die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen buiten de Gemeenschap en van de belasting zijn vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek;
- die rechtstreeks verband houden met goederen die in België vallen onder een regeling zoals bepaald bij artikel 23, §§ 4 en 5, van het Btw-Wetboek of onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot of onder een regeling die een equivalent is van genoemde regelingen in een andere lidstaat en zijn vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek;
- die rechtstreeks verband houden met handelingen vrijgesteld overeenkomstig artikel 39, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek en die zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 41, § 1, 5°, van het Btw-Wetboek;
- naar of vanaf de eilanden die de autonome regio's van de Azoren en van Madeira vormen en die zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 41, § 1, 6°, van het Btw-Wetboek;
- die worden verricht door tussenpersonen die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, van het Btw-Wetboek en die vrijgesteld zijn op grond van artikel 41, § 2, van het Btw-Wetboek;
- die vrijgesteld zijn op grond van artikel 42, § 3, van het Btw-Wetboek (handelingen verricht in het kader van de diplomatieke en consulaire betrekkingen, voor internationale instellingen en daaraan verbonden ambtenaren, de krijgsmachten van de NAVO, enz.).
9. Voor een verdere verduidelijking in verband met de vervoerdiensten en de daarmee samenhangende diensten, wordt verwezen naar de aanschrijving ter zake van de directie I/11 van de AOIF in verband met vervoer en daarmee samenhangende diensten.
10. Onder punt 7, tweede streepje, worden de handelingen beoogd waarvoor de afnemer de btw verschuldigd is :
- op grond van artikel 51, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek (in België belastbare handeling, verricht door een belastingplichtige die niet in België is gevestigd voor een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot de indiening van periodieke btw-aangiften of voor een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het Btw-Wetboek);
- op grond van artikel 51, § 2, 6°, van het Btw-Wetboek (levering van gas via het aardgasdistributiesysteem of van elektriciteit door een niet in België gevestigde belastingplichtige);
- op grond van artikel 51, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek (intracommunautaire diensten die worden verstrekt vanuit een niet in België gelegen inrichting en die geacht worden in België plaats te vinden overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek);
- op grond van artikel 51, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek (levering van goederen bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 3°, van het Btw-Wetboek, volgend op een vrijgestelde intracommunautaire verwerving van goederen, verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige voor een belastingplichtige die in België voor btw-doeleinden is geïdentificeerd).
11. Er dient te worden opgemerkt dat op grond van artikel 18 van richtlijn 2008/9/EG (z. ook punt 51) van de in dit hoofdstuk beoogde teruggaafprocedure worden uitgesloten, de teruggaafverzoeken die betrekking hebben op de aankoop van goederen en diensten of invoeren verricht in België door een persoon die tijdens de teruggaafperiode in zijn lidstaat van vestiging:
- niet aan de btw is onderworpen;
- slechts goederenleveringen of diensten verricht die uit hoofde van de artikelen 132, 135, 136 en 371, de artikelen 374 tot en met 377, artikel 378, lid 2, onder a), artikel 379, lid 2, of de artikelen 380 tot en met 390 van richtlijn 2006/112/EG of van inhoudelijk identieke bepalingen van de Akte van toetreding van 2005 vrijgesteld zijn zonder recht op aftrek van voorbelasting betaald in een vroegere fase.
- valt onder de in de artikelen 284 tot en met 287 van richtlijn 2006/112/EG vervatte vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen;
- valt onder de gemeenschappelijke forfaitaire regeling voor landbouwproducenten van de artikelen 296 tot en met 305 van richtlijn 2006/112/EG.
Overeenkomstig voornoemd artikel 18 zullen de teruggaafverzoeken die door de aanvragers worden ingediend in hun lidstaat van vestiging niet worden doorgestuurd naar de bevoegde Belgische administratie.
Overzicht
| Procedure achtste richtlijn | Nieuwe procedure richtlijn 2008/9/EG |
| Onderzoek van de voorwaarde dat geen handelingen werden verricht in de lidstaat van teruggaaf | |
| De aanvrager heeft gedurende het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft geen handelingen verricht in de lidstaat van teruggaaf behalve: - vrijgesteld vervoer en daarmee samenhangende diensten; - diensten waarvoor de belasting verschuldigd is door de afnemer in het geval van intellectueel werk of voor diensten waarvoor hij zijn btw-nummer heeft meegedeeld; | De aanvrager heeft gedurende het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft geen handelingen verricht in de lidstaat van teruggaaf behalve: - vrijgesteld vervoer en daarmee samenhangende diensten; - leveringen van goederen en diensten waarvoor de belasting verschuldigd is door de afnemer; |
| Voornaamste wijziging Uitbreiding tot vrijwel alle handelingen waarvoor de belasting verschuldigd is door de afnemer |
HOOFDSTUK II. Omvang van het recht op teruggaaf van de btw voldaan in België
Afdeling 1. Handelingen die in aanmerking komen voor teruggaaf van de btw die in België werd voldaan
12. Overeenkomstig artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 5, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG), kan de in punt 6 bedoelde belastingplichtige die niet in België is gevestigd en niet in België voor btw-doeleinden is geïdentificeerd teruggaaf krijgen van de btw geheven op de aan hem in België geleverde goederen of verleende diensten of van in België ingevoerde goederen, in de mate dat deze belastingplichtige in de lidstaat waar hij is gevestigd handelingen verricht waarvoor recht op aftrek ontstaat en deze goederen en diensten worden gebruikt voor:
- de handelingen bedoeld in artikel 45, § 1, 2° en 3°, van het Btw-Wetboek;
- de handelingen waarvoor de afnemer overeenkomstig artikel 51, § 2, van het Btw-Wetboek, tot voldoening van de belasting is gehouden.
13. De handelingen die worden bedoeld onder punt 12, eerste streepje, zijn hetzij handelingen verricht in België, maar vrijgesteld van de belasting krachtens de artikelen 39 tot en met 42 van het Btw-Wetboek, waarvoor de niet in België gevestigde belastingplichtige, zoals verduidelijkt in de punten 8 en 9, niettemin zijn recht op teruggaaf kan uitoefenen, hetzij handelingen verricht in het buitenland die, indien hij deze had verricht in België, zouden worden belast op grond van de Belgische wetgeving.
14. De handelingen die worden bedoeld onder punt 12, tweede streepje, zijn handelingen waarvoor de belasting niet in België is verschuldigd door een niet in België gevestigde belastingplichtige, hoewel deze door hem worden verricht in België. Krachtens artikel 51, § 2, van het Btw-Wetboek, is de btw voor dergelijke handelingen inderdaad onder bepaalde voorwaarden verschuldigd in België door de niet in België gevestigde medecontractant van de belastingplichtige.
Er wordt verwezen naar punt 10 hierboven voor een meer gedetailleerd overzicht van deze handelingen.
Overzicht
| Procedure achtste richtlijn | Nieuwe procedure richtlijn 2008/9/EG | |
| Teruggegeven btw | Btw met betrekking tot verkregen diensten en roerende goederen en de invoer van goederen in de mate dat deze goederen en diensten werden gebruikt voor: - vrijgesteld vervoer en daarmee samenhangende diensten; - diensten waarvoor de belasting verschuldigd is door de afnemer in het geval van intellectueel werk of voor diensten waarvoor hij zijn btw-nummer heeft meegedeeld; - handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden worden verricht; - vrijgestelde handelingen waarvoor recht op aftrek ontstaat; | Btw met betrekking tot verkregen diensten en goederen en de invoer van goederen in de mate dat deze goederen en diensten werden gebruikt voor: - leveringen van goederen en diensten waarvoor de belasting verschuldigd is door de afnemer; - handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden worden verricht; - vrijgestelde handelingen waarvoor recht op aftrek ontstaat; |
| Voornaamste wijzigingen 1) Uitbreiding tot vrijwel alle handelingen waarvoor de belasting verschuldigd is door de afnemer 2) btw met betrekking tot onroerende goederen |
Afdeling 2. Beperking van het recht op teruggaaf
15. Overeenkomstig artikel 3, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 5, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG) kan teruggaaf worden verleend voor zover er recht op aftrek bestaat op grond van de artikelen 45, 48 en 49 van het Btw-Wetboek. Krachtens artikel 5, lid 2, van voornoemde richtlijn wordt het recht op aftrek van voorbelasting immers bepaald overeenkomstig richtlijn 2006/112/EG, als toegepast in de lidstaat van teruggaaf, in casu België. De betrokken belastingplichtige ondergaat dus dezelfde aftrekbeperkingen als een belastingplichtige die voor btw-doeleinden is geïdentificeerd in België.
16. Meer bepaald mag op grond van artikel 45, § 2, van het Btw-Wetboek, ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van autovoertuigen bestemd voor het vervoer van personen en/of goederen over de weg, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 pct. van de betaalde belasting.
Deze beperking is evenwel niet van toepassing op de volgende autovoertuigen:
- de voertuigen met een maximaal toegelaten massa van meer dan 3 500 kg;
- de voertuigen voor personenvervoer met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet inbegrepen;
- de voertuigen die speciaal zijn ingericht voor het vervoer van zieken, gewonden en gevangenen en voor lijkenvervoer;
- de voertuigen die, omwille van hun technische kenmerken, niet kunnen worden ingeschreven in het repertorium van de Dienst voor Inschrijving van de Voertuigen;
- de voertuigen die speciaal zijn uitgerust voor het kamperen;
- de voertuigen bedoeld in artikel 4, § 2, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen;
- de bromfietsen en de motorfietsen;
- de voertuigen bestemd om te worden verkocht door een belastingplichtige die een economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop van autovoertuigen;
- de voertuigen bestemd om te worden verhuurd door een belastingplichtige die een economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van autovoertuigen aan om het even wie;
- de voertuigen bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor bezoldigd personenvervoer;
- de nieuwe voertuigen in de zin van artikel 8bis, § 2, 2°, eerste gedachtestreep, van het Btw-Wetboek, andere dan deze bedoeld onder het streepje 8 tot en met 10, die het voorwerp uitmaken van een op grond van artikel 39bis vrijgestelde intracommunautaire levering(1).
(1) In dit geval wordt de aftrek slechts uitgeoefend binnen de grenzen of tot beloop van het bedrag van de belasting dat op deze levering opeisbaar zou zijn indien ze niet vrijgesteld zou zijn op grond van voornoemd artikel 39bis van het Btw-Wetboek.
Afdeling 3. Evenredige aftrek (artikel 173 van richtlijn 2006/112/EG)
17. Overeenkomstig artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 6 van richtlijn 2008/9/EG) kan in hoofde van de niet in België gevestigde belastingplichtige slechts dat gedeelte van de btw worden teruggegeven dat kan worden toegerekend aan handelingen die een recht op aftrek doen ontstaan wanneer hij in de lidstaat waar hij is gevestigd zowel handelingen verricht die een recht op aftrek doen ontstaan als handelingen die geen recht op aftrek doen ontstaan.
In dat geval wordt de Belgische btw slechts teruggegeven aan de niet in België gevestigde belastingplichtige volgens de verhoudingsregel zoals die wordt toegepast door de lidstaat waar bedoelde belastingplichtige is gevestigd.
18. Wat inzonderheid de uitgaven betreft bedoeld in artikel 45, § 2, van het Btw-Wetboek waarvoor het recht op aftrek wordt beperkt tot 50 pct. van de verschuldigde belasting in België (z. punt 16), ondergaat het bedrag van de btw dat resulteert uit die aftrekbeperking ingevolge voornoemde bepaling een tweede beperking overeenkomstig artikel 173 van voornoemde richtlijn 2006/112/EG. Een belastingplichtige die aan de regel van het verhoudingsgetal is onderworpen in de lidstaat waar hij is gevestigd, past met andere woorden dit verhoudingsgetal toe op het resterende bedrag na toepassing van de beperking bedoeld in artikel 45, § 2, van het Btw-Wetboek om het bedrag van de Belgische btw te berekenen waarvoor hij teruggaaf kan vragen.
19. Overeenkomstig artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 13 van richtlijn 2008/9/EG) moet de aanvrager, indien het aftrekbare gedeelte waarvan sprake in punt 17 overeenkomstig artikel 175 van richtlijn 2006/112/EG wordt aangepast na de indiening van het teruggaafverzoek, het bedrag corrigeren dat wordt teruggevraagd of dat reeds is teruggegeven.
Deze correctie vindt plaats door middel van een later teruggaafverzoek dat ingediend wordt binnen het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak of, als in dat kalenderjaar geen teruggaafverzoek werd ingediend, door middel van een specifieke aangifte (een zogenaamde "afzonderlijke verklaring") via dezelfde procedure als de "normale" teruggaafverzoeken, namelijk de door de lidstaat van vestiging ingestelde portaalsite (zie hoofdstuk III).
Overzicht
| Procedure achtste richtlijn | Nieuwe procedure richtlijn 2008/9/EG | |
| Beperkingen van het recht op teruggaaf | De aanvrager moet handelingen verrichten die recht op aftrek doen ontstaan Het recht op teruggaaf is beperkt overeenkomstig de regels van het verhoudingsgetal die van toepassing zijn in de lidstaat van teruggaaf | De aanvrager moet handelingen verrichten die recht op aftrek doen ontstaan Het recht op teruggaaf is beperkt volgens de regels met betrekking tot het verhoudingsgetal die van toepassing in de lidstaat van vestiging Opmerking: aanpassing van het teruggegeven bedrag binnen het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak door middel van: - een "normaal" teruggaafverzoek; of - een "afzonderlijke verklaring"; |
| Wijziging Rekening houden met het verhoudingsgetal in de lidstaat van vestiging en de herziening van het verhoudingsgetal |
Afdeling 4. Uitsluiting van het recht op teruggaaf
20. Overeenkomstig artikel 3, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 4 van richtlijn 2008/9/EG) zijn van de teruggaaf uitgesloten :
- de bedragen inzake belasting over de toegevoegde waarde die het bedrag te boven gaan dat wettelijk verschuldigd is;
- de gefactureerde bedragen inzake belasting over de toegevoegde waarde voor leveringen van goederen die krachtens artikel 39, § 1, 2°, of 39bis van het Btw-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld of kunnen worden.
In voorkomend geval zullen de btw-bedragen die zouden zijn aangerekend aan de niet in België gevestigde belastingplichtige door laatstgenoemde kunnen worden gerecupereerd door middel van een verbetering te verrichten door de leverancier. Laatstgenoemde moet in dat geval immers een creditnota uitreiken aan de niet in België gevestigde belastingplichtige. In dergelijk geval kan dus geen recht op teruggaaf worden toegestaan.
HOOFDSTUK III. Teruggaafprocedure
Afdeling 1. Indiening van het teruggaafverzoek
21. Overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 7 van richtlijn 2008/9/EG) richt de betrokken belastingplichtige (de aanvrager) een teruggaafverzoek aan de lidstaat van teruggaaf (België), maar dit verzoek moet langs elektronische weg worden ingediend bij de lidstaat waar de belastingplichtige is gevestigd, via de door deze lidstaat ingestelde portaalsite.
22. Bedoelde aanvraag zal niet alleen kunnen worden ingediend door de niet in België gevestigde belastingplichtige zelf maar ook door een derde die behoorlijk is gevolmachtigd.
Overzicht
| Procedure achtste richtlijn | Nieuwe procedure richtlijn 2008/9/EG | |
| Indiening van het verzoek | - Indiening van een verzoek op papier overeenkomstig het model opgenomen in bijlage A van de achtste richtlijn bij de bevoegde dienst van de lidstaat van teruggaaf | - Teruggaafverzoek langs elektronische weg - Verzoek ingediend via de portaalsite die ter beschikking van de aanvrager wordt gesteld in de lidstaat van vestiging |
| Wijzigingen 1) Verzoek langs elektronische weg 2) Verzoek ingediend via de portaalsite van de lidstaat van vestiging |
Afdeling 2. Inhoud van het teruggaafverzoek
23. Overeenkomstig artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 8, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG) moet het teruggaafverzoek volgende gegevens bevatten:
- de naam en het volledige adres van de niet in België gevestigde belastingplichtige die teruggaaf vraagt van de Belgische btw(2);
(2) Voor rechtspersonen is dit de maatschappelijke benaming en het adres van de maatschappelijke zetel.
- een elektronisch adres (z. punt 24);
- een omschrijving door middel van codes NACE van de beroepsactiviteit van de niet in België gevestigde belastingplichtige waarvoor de goederen of diensten worden afgenomen (z. punt 25);
- het teruggaaftijdvak waarop het verzoek betrekking heeft (z. punt 31);
- een verklaring dat de niet in België gevestigde belastingplichtige gedurende het teruggaaftijdvak geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in België te zijn gelegen, met uitzondering van de handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 56 (z. punten 6 en 26);
- het btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de niet in België gevestigde belastingplichtige;
- de bankgegevens, inclusief IBAN en BIC, van de rekening waarop de teruggaaf moet worden verricht (z. punten 27 en 44).
24. Het elektronisch adres is in principe het adres van de belastingplichtige aanvrager, maar het kan ook het adres zijn van de persoon die door bedoelde belastingplichtige behoorlijk werd gevolmachtigd om het teruggaafverzoek in te dienen.
De persoon op dit adres moet niettemin in staat zijn om zowel de aanvullende gegevens en informatie te verschaffen die de administratie zou kunnen vragen (z. punt 36 e.v.) als gemachtigd zijn om meer bepaald de ontvangstmeldingen van de aanvraag en de beslissingen inzake de teruggaaf zoals beoogd door de artikelen 14, 15 en 17 van het koninklijk besluit nr. 56 te ontvangen (z. punten 34 en 35).
25. De in punt 23 bedoelde codes zijn de geharmoniseerde getalcodes van vier cijfers - codes NACE (Statistische classificatie van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap) - vastgesteld bij de verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad, gewijzigd bij de verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de nomenclatuur NACE Rev.2 (artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 56 en artikel 11 van richtlijn 2008/9/EG). Als er meerdere activiteiten zijn, moet de code die overeenstemt met de werkzaamheid waarop de aanvraag hoofdzakelijk betrekking heeft, worden meegedeeld.
26. De aanvrager moet verklaren dat hij gedurende het teruggaaftijdvak geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in België te zijn gelegen overeenkomstig enerzijds de artikelen 15 en 16 en anderzijds de artikelen 21 en 21bis van het Btw-Wetboek, met uitzondering van de handelingen vermeld in punt 6.
27. De bankrekening waarop de terugbetaling moet worden verricht, mag geopend zijn op naam van de aanvrager, zijn gevolmachtigde, of iedere andere persoon.
Indien de betaling moet worden verricht op een bankrekening op naam van een andere persoon dan de niet in België gevestigde belastingplichtige, moet de aanvrager telkens op ieder verzoek van de administratie een document kunnen voorleggen waarin de niet in België gevestigde belastingplichtige toestemming geeft dat de terugbetaling gebeurt op bedoelde bankrekening.
Dit document moet opgesteld zijn in één van de volgende vier talen : Frans, Nederlands, Duits of Engels.
Gelet op artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 12 van richtlijn 2008/9/EG), moet de aanvrager voor het verstrekken van de gegevens in het teruggaafverzoek of van mogelijke andere aanvullende gegevens immers één van de vier voornoemde talen gebruiken.
28. Overeenkomstig artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 8, lid 2 van richtlijn 2008/9/EG) worden in het teruggaafverzoek, behalve de in punt 23 bedoelde gegevens, voor iedere factuur en ieder invoerdocument de volgende gegevens vermeld :
- de naam en het volledige adres van de leverancier of dienstverrichter(3);
(3) Voor rechtspersonen is dit de maatschappelijke benaming en het adres van de maatschappelijke zetel.
- behalve in het geval van invoer, het btw-identificatienummer dat de letters BE bevat van de leverancier of dienstverrichter bedoeld in artikel 50 van het Btw-Wetboek;
- de datum en het nummer van de factuur of het invoerdocument;
- de maatstaf van heffing en het bedrag aan btw, uitgedrukt in euro, vermeld op de factuur of het invoerdocument;
- het bedrag van de aftrekbare btw berekend volgens de punten 15 tot 19, uitgedrukt in euro;
- in voorkomend geval, het aftrekbare gedeelte berekend volgens punt 17, uitgedrukt in percenten;
- de aard van de afgenomen goederen en diensten, aangegeven door middel van de volgende codes:
| 1 | brandstof |
| 2 | verhuur van vervoermiddelen |
| 3 | uitgaven in verband met vervoermiddelen, andere dan die voor de goederen en diensten waarnaar wordt verwezen met de codes 1 en 2 |
| 4 | wegentol en andere heffingen met betrekking tot het gebruik van de weginfrastructuur |
| 5 | reiskosten, zoals taxikosten, kosten van het openbaar vervoer |
| 6 | logies |
| 7 | spijzen, drank en restauratie |
| 8 | toegang tot beurzen en tentoonstellingen |
| 9 | weelde-uitgaven, en uitgaven voor ontspanning en representatie |
| 10 | andere |
Indien code 10 wordt gebruikt, moet de aard van de afgenomen goederen en diensten worden aangegeven.
29. In praktijk zal de aanvrager moeten gebruik maken van subcodes, bepaald overeenkomstig artikel 1 van verordening (EG) nr. 1174/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de artikelen 34bis en 37 van verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad wat betreft de teruggaaf van btw krachtens Richtlijn 2008/9/EG van de Raad (z. bijlage 3).
30. Overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 10 van richtlijn 2008/9/EG) dient bij het teruggaafverzoek een afschrift te worden gevoegd in elektronische vorm van de facturen die door de leveranciers of dienstverrichters werden uitgereikt of van de invoerdocumenten als de maatstaf van heffing vermeld op de factuur of het invoerdocument 1000 euro of meer bedraagt. Indien het brandstof betreft, is dit drempelbedag 250 euro.
Overzicht
| Procedure achtste richtlijn | Nieuwe procedure richtlijn 2008/9/EG | |
| Facturen te voegen bij de indiening van het teruggaafverzoek | Oorspronkelijke facturen en invoerdocumenten | Afschrift langs elektronische weg van de facturen en de invoerdocumenten als de maatstaf van heffing 1000 euro of meer bedraagt (250 euro in het geval van brandstof) |
| Wijziging Geen verplichting meer om de oorspronkelijke facturen en invoerdocumenten voor te leggen |
Afdeling 3. Periode waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft - Minimum bedrag - Uiterste datum van indiening
31. Overeenkomstig artikel 13, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 14, lid 1 van richtlijn 2008/9/EG) heeft het teruggaafverzoek betrekking op:
- de belasting geheven op leveringen van goederen en diensten waarvoor een factuur werd uitgereikt overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek en ten aanzien waarvan de belasting verschuldigd is geworden gedurende het teruggaaftijdvak;
- de belasting geheven op de invoer van goederen die gedurende het teruggaaftijdvak heeft plaatsgevonden.
Overeenkomstig artikel 13, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 14, lid 2 van richtlijn 2008/9/EG) kunnen de teruggaafverzoeken ook betrekking hebben op facturen of invoerdocumenten die nog niet het voorwerp hebben uitgemaakt van eerdere teruggaafverzoeken voor zover die betrekking hebben op handelingen die tijdens het kalenderjaar van het betrokken teruggaaftijdvak werden verricht. Het kan bijvoorbeeld betrekking hebben op facturen die vergeten of teruggevonden werden of nog, facturen betreffende handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is geworden gedurende een vroegere teruggaafperiode maar waarvoor op dat ogenblik nog geen factuur was uitgereikt.
32. Overeenkomstig artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 16 van richtlijn 2008/9/EG) moet het teruggaafverzoek betrekking hebben op aankopen van goederen en diensten of invoeren die slaan op een teruggaaftijdvak dat ten hoogste één kalenderjaar bedraagt en ten minste drie kalendermaanden. Het teruggaafverzoek kan evenwel betrekking hebben op een tijdvak van minder dan drie kalendermaanden wanneer dit tijdvak het resterende gedeelte van een kalenderjaar betreft.
33. Als het teruggaafverzoek een teruggaaftijdvak betreft van minder dan één kalenderjaar maar wel minstens drie kalendermaanden, dan moet het btw-bedrag waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 17 van richtlijn 2008/9/EG), ten minste 400 euro bedragen.
Als het teruggaafverzoek betrekking heeft op een kalenderjaar of het resterende gedeelte van een kalenderjaar, dan moet het btw-bedrag ten minste 50 euro bedragen.
34. Overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 15, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG), moet het teruggaafverzoek uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak worden ingediend. Dit is een vervaltermijn.
De datum waarmee rekening moet worden gehouden voor de vaststelling van de in het vorige lid bedoelde vervaldag is de datum waarop het teruggaafverzoek wordt ingediend bij de bevoegde dienst van de lidstaat waar de aanvrager is gevestigd. Laatstgenoemde lidstaat verzendt onverwijld, langs elektronische weg, een ontvangstmelding naar de aanvrager.
Als officiële datum van indiening van het teruggaafverzoek wordt evenwel slechts aangemerkt de datum waarop de niet in België gevestigde belastingplichtige in zijn teruggaafverzoek alle gegevens heeft vermeld bedoeld in de artikelen 5, 6 en 8 van het koninklijk besluit nr. 56 (z. punten 23 tot 31).
Een teruggaafverzoek dat niet al deze gegevens bevat, wordt aangemerkt als zijnde niet ingediend, maar uiteraard zal een nieuw teruggaafverzoek kunnen worden ingediend dat volledig is, vóór de vervaldag bedoeld in het eerste lid van punt 34.
Indien het teruggaafverzoek wordt ingediend na de vervaltermijn, wordt dit definitief verworpen en gaat het recht op teruggaaf verloren.
Indien de lidstaat van vestiging na onderzoek van oordeel is dat het teruggaafverzoek volledig is, wordt het vervolgens automatisch langs elektronische weg doorgestuurd naar de bevoegde dienst van de lidstaat van teruggaaf (Centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, terugbetaling). De datum waarop de lidstaat van teruggaaf het teruggaafverzoek heeft ontvangen, wordt vermeld op de ontvangstmelding die langs elektronische weg wordt verstuurd door de administratie die de belasting over de toegevoegde onder haar bevoegdheid heeft naar de persoon wiens elektronisch adres vermeld staat op het teruggaafverzoek. Overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 19, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG), dient de ontvangstmelding van het teruggaafverzoek onverwijld te gebeuren (onmiddellijk of ten laatste binnen de 24 uur vanaf het tijdstip waarop de lidstaat van teruggaaf het teruggaafverzoek heeft ontvangen).
Deze datum bepaalt niet alleen het beginpunt van de termijn waarbinnen de administratie een beslissing moet nemen over het aanvaarden of verwerpen van het teruggaafverzoek maar is ook het eerste tijdstip voor de berekening van de overige opeenvolgende termijnen (vraag om inlichtingen, antwoord van de aanvrager, betekening van de beslissingen - z. punten 35,39 en 40).
Afdeling 4. Beslissing inzake het teruggaafverzoek - Termijnen
Algemene regel
35. Overeenkomstig artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 19, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG), wordt de beslissing over de terugbetaling ter kennis gegeven binnen een termijn van vier maanden vanaf de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek.
Deze kennisgeving gebeurt :
- langs elektronische weg in geval van gunstige beslissing;
- aangetekend als het teruggaafverzoek geheel of gedeeltelijk wordt verworpen.
Deze termijn van vier maanden is slechts van toepassing voor zover de administratie over alle gegevens beschikt die zij nodig acht om haar beslissing over de inwilliging of de verwerping (zelfs gedeeltelijk) van het teruggaafverzoek dat door de aanvrager werd ingediend te rechtvaardigen.
Verzoek om aanvullende gegevens door de administratie
36. Overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 20, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 2008/9/EG), kan de administratie om zogenaamde "aanvullende" gegevens verzoeken, als zij meent niet alle dienstige informatie te hebben ontvangen om een uitspraak te kunnen doen over het teruggaafverzoek.
Dit verzoek om aanvullende gegevens moet gebeuren binnen een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek en mag worden gericht aan :
- de persoon wiens elektronisch adres is vermeld op het teruggaafverzoek, in de meeste gevallen is dit de aanvrager (z. punt 23, tweede streepje hierboven);
- de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de niet in België gevestigde belastingplichtige is gevestigd;
- iedere andere persoon die in staat is om de gevraagde gegevens te verstrekken (hier worden bijvoorbeeld de leveranciers van de goederen of diensten beoogd die vermeld staan in het teruggaafverzoek).
In de eerste twee gevallen gebeurt het verzoek om aanvullende gegevens langs elektronische weg. In het derde geval wordt het verzoek alleen langs elektronische weg verzonden als de bestemmeling van het verzoek over de nodige informaticamiddelen beschikt om dit soort verzoeken te kunnen ontvangen. Indien niet, dan moet het verzoek aangetekend worden verzonden met de post.
37. Indien de administratie na ontvangst van de aanvullende gegevens van oordeel is dat zij nog steeds niet beschikt over alle elementen om een beslissing te kunnen nemen inzake het toestaan van de gevraagde teruggaaf, kan zij overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 20, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 2008/9/EG) om andere al dan niet gelijkaardige aanvullende gegevens verzoeken dan bedoeld in het eerste verzoek.
Deze gegevens kunnen maar hoeven niet van dezelfde aard te zijn als de gegevens gevraagd in het eerste verzoek.
De regels uiteengezet in punt 36 inzake de bestemmeling en de wijze van verzending van de verzoeken om aanvullende gegevens zijn mutatis mutandis van toepassing op de verzoeken voor nieuwe aanvullende gegevens.
De verzoeken die betrekking hebben op andere aanvullende gegevens moeten door de administratie worden verstuurd binnen de termijn die haar bijkomend wordt toegestaan om een beslissing te treffen, rekening houdend met haar eerste verzoek om aanvullende gegevens (z. punt 40 hierna).
38. Als de administratie redenen heeft om te twijfelen aan het bestaan van een bepaalde vordering vanwege de aanvragers, kunnen de gegevens die door de administratie worden gevraagd, zowel in haar eerste verzoek als in haar bijkomende verzoeken, op grond van artikel 16, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 20, lid 1, derde alinea, van richtlijn 2008/9/EG), de overdracht omvatten van het origineel of een afschrift van de facturen of invoerdocumenten als deze nog niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een overdracht bij de indiening van het teruggaafverzoek door de aanvrager (z. punt 30).
Er wordt opgemerkt dat de drempelbedragen bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 56 of in het overzicht onder nummer 30 hierboven niet van toepassing zijn op deze verzoeken om aanvullende gegevens.
39. Als de administratie overeenkomstig artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 20, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG) om aanvullende gegevens verzoekt, dient de bestemmeling van dit verzoek de gevraagde gegevens te verstrekken binnen een termijn van één maand vanaf de datum van ontvangst van dit verzoek.
Indien geen antwoord wordt verstrekt binnen deze termijn, kan de administratie de teruggaaf weigeren van de btw-bedragen waarvoor zij aanvullende gegevens heeft gevraagd.
40. Indien de administratie om aanvullende gegevens verzoekt, wordt de termijn van vier maanden te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het teruggaafverzoek bedoeld in punt 35, waarbinnen de administratie een beslissing moet nemen over de teruggaaf van de btw, als volgt verlengd overeenkomstig artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 21, van richtlijn 2008/9/EG) :
- indien het een verzoek om aanvullende gegevens betreft waarvan sprake in punt 36, dient een beslissing over de teruggaaf te worden genomen binnen een termijn van twee maanden vanaf hetzij de dag van ontvangst van de gevraagde gegevens, hetzij na het verstrijken van de termijn van een maand waarbinnen de bestemmeling van de aanvraag moest antwoorden op het verzoek om aanvullende gegevens; in elk geval beschikt de administratie ter zake over een termijn van ten minste zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek om haar beslissing ter kennis te brengen (artikel 17, eerste lid);
- indien het een verzoek om verdere aanvullende gegevens betreft (z. punt 37), dient een beslissing over de teruggaaf te worden genomen binnen een termijn van acht maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek (artikel 17, tweede lid).
41. Overeenkomstig artikel 19, § 3, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 23, lid 2, tweede alinea, van richtlijn 2008/9/EG), wordt het verzoek als ingewilligd aangemerkt als geen beslissing wordt genomen binnen de verschillende termijnen bedoeld in de punten 35 en 40 hierboven, onder voorbehoud evenwel van artikel 20 van voornoemd besluit.
42. Indien zou blijken dat bedragen ten onrechte zouden zijn terugbetaald aan de aanvrager (bvb. fraude, teruggaaf van niet aftrekbare btw op grond van artikel 45 van het Btw-Wetboek, ten onrechte gefactureerde bedragen), zal de administratie, overeenkomstig artikel 20, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 24 van richtlijn 2008/9/EG), onmiddellijk overgaan tot invordering van de ten onrechte betaalde bedragen en van de bij wet bepaalde geldboeten en interesten, in voorkomend geval door gebruik te maken van de bestaande communautaire instrumenten op het vlak van de wederzijdse bijstand voor de invordering van de btw (richtlijn 2008/55/EG van 26 mei 2008 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen).
Wanneer administratieve geldboeten of interesten opgelegd maar niet betaald zijn, kan elke verdere teruggaaf aan de niet in België gevestigde belastingplichtige ten belope van het onbetaalde bedrag worden opgeschort (z. artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit).
Gehele of gedeeltelijke afwijzing van het teruggaafverzoek
43. Overeenkomstig artikel 19, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 23, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG), dient de beslissing waarbij de administratie het teruggaafverzoek geheel of gedeeltelijk afwijst zowel in rechte als naar de feiten gemotiveerd te zijn. De redenen voor de gehele of gedeeltelijke afwijzing dienen overigens tegelijkertijd met de beslissing aan de aanvrager aangetekend te worden meegedeeld.
44. In geval van gehele of gedeeltelijke afwijzing van het teruggaafverzoek, kan de niet in België gevestigde belastingplichtige, overeenkomstig artikel 19, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 23, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG), beroep instellen tegen deze beslissing op grond van artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde. Deze vordering moet aldus worden ingesteld vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op de kennisgeving van de beslissing tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van het teruggaafverzoek.
Dit beroep wordt ingesteld door middel van een verzoekschrift op tegenspraak, betekend aan de Belgische Staat in de persoon van het hoofd van het Centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, terugbetaling, Paleizenstraat 48, 5de verdieping te 1030 BRUSSEL.
Afdeling 5. Teruggaaf van de btw
45. De betaling van de btw-bedragen waarvan de administratie de teruggaaf heeft aanvaard, gebeurt op het bankrekeningnummer dat vermeld wordt op het teruggaafverzoek (z. punt 23, laatste streepje), in de lidstaat van terugbetaling of in elke andere lidstaat.
Indien er bankkosten verbonden zijn aan de teruggaaf, vallen deze ten laste van de aanvrager en worden zij in mindering gebracht van het terug te geven bedrag (z. artikel 18, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56; artikel 22, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG).
Wanneer de betaling moet gebeuren in handen van een andere persoon dan de niet in België gevestigde belastingplichtige, moet deze op verzoek van de administratie steeds een volmacht kunnen voorleggen waarin hij wordt gemachtigd om de betaling te ontvangen.
46. Overeenkomstig artikel 18, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 22, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG), gebeurt de terugbetaling uiterlijk binnen tien werkdagen na het verstrijken van de in artikel 15 van hetzelfde besluit (z. punt 35) genoemde termijn of, indien om aanvullende gegevens is verzocht, na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 56 (z. punt 40).
Overzicht
| Procedure achtste richtlijn | Nieuwe procedure richtlijn 2008/9/EG | |
| Beslissing - inwilliging of weigering - termijnen Teruggaaf | - Mededeling van de beslissing binnen 6 maanden vanaf de datum van indiening van het verzoek vergezeld van alle documenten die voor het onderzoek ervan nodig zijn - Verlenging van de termijn in het geval de lidstaat van teruggaaf om aanvullende gegevens verzoekt - in principe 6 maanden te rekenen vanaf de datum van indiening van het verzoek vergezeld van alle vereiste documenten | - Kennisgeving langs elektronische weg van de datum van ontvangst van het verzoek - Mededeling van de inwilliging of de weigering (geheel of gedeeltelijk): 4 maanden vanaf de datum waarop de lidstaat van teruggaaf het verzoek heeft ontvangen - Mededeling van de beslissing als om aanvullende gegevens wordt verzocht: - 2 maanden vanaf de ontvangst van de inlichtingen; of - 2 maanden na het verstrijken van de termijn van een maand toegestaan aan de aanvrager om informatie te verstrekken; Evenwel - minimum 6 maanden vanaf de ontvangst van het verzoek Mededeling van de beslissing in het geval om verdere aanvullende gegevens wordt verzocht: - 8 maanden vanaf de ontvangst van het verzoek Uiterlijk 10 werkdagen na het verstrijken van de hiervoor vermelde termijnen |
| Belangrijkste wijzigingen 1) vaste termijnen 2) kortere termijnen |
Voorbeelden
Voorbeeld 1: Ontvangst van het teruggaafverzoek door de administratie op 30 juli 2010.
Aangezien het verzoek volledig is en er geen enkele verdere uitleg nodig is, deelt de administratie aan de aanvrager haar beslissing om het verzoek in te willigen mee op 25 september 2010 (dus vóór de vervaldag van dinsdag 30 november 2010).
De terugbetaling moet derhalve worden verricht uiterlijk op dinsdag 14 december 2010.
Voorbeeld 2: Ontvangst van het teruggaafverzoek door de administratie op 30 juli 2010.
De administratie is van oordeel dat zij niet over alle nodige gegevens beschikt om al dan niet teruggaaf toe te staan. Bijgevolg stuurt zij naar de aanvrager langs elektronische weg een verzoek om aanvullende gegevens op 4 oktober 2010.
De aanvrager beantwoordt dit verzoek op 17 oktober 2010 (datum waarop het antwoord bij de administratie wordt ontvangen) en verstrekt aan de administratie de nodige gegevens om een beslissing te kunnen treffen.
Op basis van deze gegevens, deelt de administratie aan de aanvrager haar beslissing om het verzoek in te willigen mee op 25 november 2010 (dus vóór de vervaldag van maandag 31 januari 2011), gelet op de verlenging van de termijn bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 56.
De terugbetaling moet derhalve worden verricht uiterlijk op maandag 14 februari 2011.
Voorbeeld 3: Ontvangst van het teruggaafverzoek door de administratie op 30 juli 2010.
De administratie is van oordeel dat zij niet over alle nodige gegevens beschikt om al dan niet teruggaaf toe te staan. Bijgevolg stuurt zij naar de aanvrager langs elektronische weg een verzoek om aanvullende gegevens op 4 oktober 2010.
De aanvrager beantwoordt dit verzoek op 17 oktober 2010 (datum waarop het antwoord bij de administratie wordt ontvangen).
Op basis van deze informatie, wenst de administratie verdere aanvullende gegevens te verkrijgen bij de fiscale administratie van de lidstaat van vestiging.
Daartoe wordt een verzoek om aanvullende gegevens langs elektronische weg verstuurd op 3 november 2010.
Zij ontvangt het antwoord op 25 november 2010.
Op basis van deze gegevens, aanvaardt de administratie tenslotte de teruggaaf en deelt aan de aanvrager haar beslissing om het verzoek in te willigen mee op 10 december 2010 (dus vóór de vervaldag van donderdag 31 maart 2011, gelet op de verlenging van de termijn bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 56).
De terugbetaling moet derhalve worden verricht uiterlijk op donderdag 14 april 2011.
47. Overeenkomstig artikel 21 van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 25 van richtlijn 2008/9/EG), worden correcties aangebracht door de aanvrager betreffende een eerder teruggaafverzoek als bedoeld in punt 19 door de administratie in meer of in min met het teruggaafbedrag verrekend of, in geval van toezending van een afzonderlijke verklaring, afzonderlijk ingevorderd of terugbetaald.
Afdeling 6. Interesten
48. Indien de teruggaaf niet plaatsvindt binnen de termijn voorzien in punt 46, is de Staat overeenkomstig artikel 91, § 3, van het Btw-Wetboek een interest verschuldigd over het aan de aanvrager terug te geven bedrag (z. artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 56; artikel 26 van richtlijn 2008/9/EG).
De interest bedraagt 0,8 pct. per maand, iedere begonnen maand wordt als een gehele maand gerekend en de interest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro.
De interest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 2,50 euro bereikt.
DEEL 2: BELGIE IS DE LIDSTAAT VAN VESTIGING
In het eerste hoofdstuk wordt uiteengezet op welke in België gevestigde belastingplichtigen de teruggaafprocedure inzake btw van toepassing is als bedoeld in richtlijn 2008/9/EG. Hoofdstuk II. bespreekt de handelingen waarvoor de in België gevestigde belastingplichtigen teruggaaf van de btw kunnen vragen die hen als voorbelasting werd aangerekend in de lidstaat van teruggaaf en welke btw kan worden teruggevraagd. Hoofdstuk III beschrijft de wettelijke teruggaafprocedure.
HOOFDSTUK I. Bedoelde belastingplichtigen
49. Kunnen op grond van de bepalingen van richtlijn 2008/9/EG teruggaaf krijgen van de btw die hem in een andere lidstaat werd aangerekend, de in België gevestigde belastingplichtige die overeenkomstig artikel 50 van het Btw-Wetboek in België voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, met uitsluiting van de btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van genoemd Wetboek, en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek (z. artikel 23 van het koninklijk besluit nr. 56), die:
- in de lidstaat van teruggaaf gedurende het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft geen zetel van hun economische activiteit hebben gehad, noch een vaste inrichting van waaruit de handelingen werden verricht, noch, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats;
- gedurende het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft geen leveringen van goederen of diensten hebben verricht waarvoor respectievelijk de levering of de dienst in de lidstaat van teruggaaf plaatsvindt, met uitzondering van de handelingen bedoeld onder punt 50 hierna.
50. De handelingen bedoeld in punt 49, tweede streepje, zijn:
- enerzijds vervoer en daarmee samenhangende diensten die zijn vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 144, 146, 148, 149, 151, 153, 159 of 160 van richtlijn 2006/112/EG en,
- anderzijds de leveringen van goederen en diensten waarvan de afnemer de btw verschuldigd is krachtens de artikelen 194 tot 197 en 199 van dezelfde richtlijn.
Voor de omzetting van deze bepalingen in de lidstaat van teruggaaf wordt verwezen naar de nationale wetgeving van deze lidstaat.
51. Overeenkomstig artikel 28, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 18, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG), stuurt de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, het verzoek, ingediend via de Belgische portaalsite (z. punt 56) niet door aan de lidstaat van teruggaaf wanneer de in België gevestigde aanvrager gedurende het teruggaaftijdvak :
- niet aan de btw is onderworpen;
- slechts overeenkomstig het Btw-Wetboek vrijgestelde leveringen van goederen of diensten verricht zonder recht op aftrek;
- valt onder de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen als bedoeld in artikel 56, § 2, van het Btw-Wetboek;
- valt onder de gemeenschappelijke forfaitaire regeling voor landbouwondernemers als bedoeld in artikel 57 van het Btw-Wetboek.
Overeenkomstig artikel 28, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 18, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG), brengt de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft de beslissingen inzake het niet doorsturen van de teruggaafverzoeken langs elektronische weg ter kennis van de aanvrager.
HOOFDSTUK II. Omvang van het recht op teruggaaf van de btw voldaan in de lidstaat van teruggaaf
52. Overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van richtlijn 2008/9/EG, kan de belastingplichtige bedoeld in hoofdstuk I teruggaaf verkrijgen van de btw die werd geheven ter zake van de voor hem geleverde goederen en verrichte diensten of ter zake van de invoer van goederen in de lidstaat van teruggaaf, voor zover bedoelde belastingplichtige in België handelingen verricht waarvoor hij recht op aftrek heeft en voor zover deze goederen en diensten worden gebruikt voor het verrichten van:
- handelingen bedoeld in artikel 169, punten a) en b), van richtlijn 2006/112/EG (handelingen verricht buiten de lidstaat van teruggaaf, maar die aan de btw zouden zijn onderworpen als zij zouden verricht zijn in de lidstaat van teruggaaf), als toegepast in de lidstaat van teruggaaf;
- handelingen verricht in de lidstaat van teruggaaf, waarvan de afnemer overeenkomstig de artikelen 194 tot en met 197 en artikel 199 van richtlijn 2006/112/EG, als toegepast in de lidstaat van teruggaaf, tot voldoening van de belasting is gehouden.
53. Wanneer de in België gevestigde belastingplichtige zowel handelingen verricht die in België een recht op aftrek doen ontstaan als handelingen die hier geen recht op aftrek doen ontstaan, wordt door de lidstaat van teruggaaf slechts teruggaaf verleend voor het gedeelte van de btw dat op grond van artikel 46 van het Btw-Wetboek voor aftrek in aanmerking komt.
Er wordt ter zake geen onderscheid gemaakt naargelang de betrokken belastingplichtige de regel van het algemeen verhoudingsgetal toepast dan wel handelt volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten.
54. De teruggaaf wordt toegestaan voor zover er recht op aftrek ontstaat in de lidstaat van teruggaaf overeenkomstig richtlijn 2006/112/EG, als toegepast in bedoelde lidstaat van teruggaaf (z. artikel 5, in fine van richtlijn 2008/9/EG; z. ook artikel 25, § 2, 6°, van het koninklijk besluit nr. 56).
Eventuele nationale bepalingen in bedoelde lidstaat inzake de beperking van het recht op aftrek van de voorbelasting zijn bijgevolg van toepassing op de hier bedoelde teruggaaf van btw.
55. Indien overeenkomstig artikel 13 van richtlijn 2008/9/EG het verhoudingsgetal voor de toepassing van de aftrek waarvan sprake in punt 53 wordt aangepast op grond van artikel 48, § 1, van het Btw-Wetboek na de indiening van het betreffende teruggaafverzoek, moet de aanvrager het btw-bedrag corrigeren dat wordt teruggevraagd of dat reeds is teruggegeven.
Deze correctie vindt plaats door middel van een later teruggaafverzoek dat ingediend wordt binnen het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak of, als in dat kalenderjaar geen teruggaafverzoek werd ingediend, door middel van een specifieke aangifte (een zogenaamde "afzonderlijke verklaring") via dezelfde procedure als de normale teruggaafverzoeken.
HOOFDSTUK III. Teruggaafprocedure
Afdeling 1. Indiening van het teruggaafverzoek
56. Overeenkomstig artikel 24 van het koninklijk besluit nr. 56 richt de in België gevestigde aanvrager die in een andere lidstaat teruggaaf van de btw wenst te verkrijgen, langs elektronische weg een teruggaafverzoek aan de lidstaat van teruggaaf dat hij indient via de portaalsite die de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft in België heeft ingesteld.
57. Bedoelde aanvraag zal kunnen worden ingediend door de belastingplichtige zelf maar ook door een derde die behoorlijk is gevolmachtigd.
Deze volmacht moet bewaard worden door de gevolmachtigde en zal op ieder tijdstip kunnen worden opgevraagd door de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft. Dit document moet opgesteld zijn in één van de volgende vier talen : Frans, Nederlands, Duits of Engels.
58. Overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 15, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG), stuurt de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft de aanvrager onverwijld langs elektronische weg een bevestiging van ontvangst.
Afdeling 2. Inhoud van het teruggaafverzoek
59. Overeenkomstig artikel 25, § 1, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 8, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG) moet het teruggaafverzoek minstens volgende gegevens bevatten :
- de naam en het volledige adres van de in België gevestigde belastingplichtige die teruggaaf vraagt van de btw(4);
(4) Voor rechtspersonen is dit de maatschappelijke benaming en het adres van de maatschappelijke zetel.
- een elektronisch adres (z. punt 24);
- een omschrijving van de beroepsactiviteit van de in België gevestigde belastingplichtige waarvoor de goederen of diensten worden afgenomen en een omschrijving van deze activiteiten, in principe, door middel van codes NACE (z. punt 25);
- het teruggaaftijdvak waarop het verzoek betrekking heeft (z. afdeling 3);
- een verklaring dat de in België gevestigde belastingplichtige gedurende het teruggaaftijdvak geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in de lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering van sommige handelingen bepaald in artikel 3 van de richtlijn 2008/9/EG (z. punten 49 en 50);
- het btw-identificatienummer van de belastingplichtige toegekend door de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft overeenkomstig artikel 50 van het Btw-Wetboek;
- de bankgegevens, inclusief IBAN en BIC, van de rekening waarop de teruggaaf moet worden verricht in de lidstaat van teruggaaf of in iedere andere lidstaat.
60. Overeenkomstig artikel 25, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56 (artikel 8, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG) vermeldt het teruggaafverzoek, voor iedere factuur of ieder invoerdocument, de volgende gegevens (behalve de gegevens vermeld in punt 59):
- de naam en het volledige adres van de leverancier of dienstverrichter(5);
(5) Voor rechtspersonen is dit de maatschappelijke benaming en het adres van de maatschappelijke zetel.
- behalve in het geval van invoer, het btw-identificatienummer van de leverancier of dienstverrichter of zijn fiscaal registratienummer, toegekend door de lidstaat van teruggaaf overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 239 en 240 van de richtlijn 2006/112/EG;
- behalve in het geval van invoer, het landencodenummer van de lidstaat van teruggaaf overeenkomstig de bepalingen van artikel 215 van de richtlijn 2006/112/EG(6);
(6) Overeenkomstig artikel 215 van richtlijn 2006/112/EG wordt voor de landencodes van de lidstaten inzake btw de ISO code 3166 alpha 2 gebruikt, volgens onderstaande tabel:
| AT | OOSTENRIJK | ES | SPANJE | LV | LETLAND |
| BE | BELGIE | FI | FINLAND | MT | MALTA |
| BG | BULGARIJE | FR | FRANKRIJK | NL | NEDERLAND |
| CY | CYPRUS | GB | VERENIGD KONINKRIJK. | PL | POLEN |
| CZ | TSJECHISCHE REPUBLIEK | HU | HONGARIJE | PT | PORTUGAL |
| DE | DUITSLAND | IE | IERLAND | RO | ROEMENIE |
| DK | DENEMARKEN | IT | ITALIE | SE | ZWEDEN |
| EE | ESTLAND | LT | LITOUWEN | SI | SLOVENIE |
| EL | GRIEKENLAND | LU | LUXEMBURG | SK | SLOWAKIJE |
- de datum en het nummer van de factuur of het invoerdocument;
- de maatstaf van heffing en het bedrag aan btw vermeld op de factuur of het invoerdocument, uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;
- het bedrag van de aftrekbare btw (z. punten 53 en 54), uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;
- in voorkomend geval, het verhoudingsgetal van de aftrek (z. punt 53), uitgedrukt in percenten;
- de aard van de afgenomen goederen en diensten, aangegeven door middel van de codes voorzien in artikel 9 van de richtlijn 2008/9/EG zoals omgezet in de lidstaat van teruggaaf (z. punt 61).
61. Overeenkomstig artikel 9 van voornoemde richtlijn 2008/9/EG en artikel 25, § 2, van het koninklijk besluit nr. 56 moet de aard van de afgenomen goederen en diensten in het teruggaafverzoek worden aangegeven door middel van codes zoals bepaald door de wetgeving van de lidstaat van teruggaaf.
Overeenkomstig voornoemd artikel 9, moet de aard van de afgenomen goederen en diensten worden vastgesteld minstens door middel van volgende indeling :
| 1 | brandstof |
| 2 | verhuur van vervoermiddelen |
| 3 | uitgaven in verband met vervoermiddelen, andere dan die voor de goederen en diensten waarnaar wordt verwezen met de codes 1 en 2 |
| 4 | wegentol en andere heffingen met betrekking tot het gebruik van de weginfrastructuur |
| 5 | reiskosten, zoals taxikosten, kosten van het openbaar vervoer |
| 6 | logies |
| 7 | spijzen, drank en restauratie |
| 8 | toegang tot beurzen en tentoonstellingen |
| 9 | weelde-uitgaven, en uitgaven voor ontspanning en representatie |
| 10 | andere |
De nationale wetgeving van de lidstaat van teruggaaf mag ook subcodes vastleggen voor de codes die in bovenstaande tabel zijn opgenomen, voor zover zulke informatie noodzakelijk is omwille van beperkingen van het recht op aftrek in de betrokken lidstaat (z. ook punt 29).
De aanvrager kan er bovendien toe gehouden zijn om voor bepaalde codes de aard van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten mee te delen.
62. Volgens de nationale wetgeving van de lidstaat van teruggaaf kan de aanvrager worden verzocht om samen met het teruggaafverzoek langs elektronische weg een afschrift voor te leggen van de facturen die hij heeft ontvangen van de leveranciers of dienstverrichters, of van de invoerdocumenten, wanneer de maatstaf van heffing met betrekking tot de levering, de dienst of de invoer een bepaald drempelbedrag overschrijdt zoals vastgesteld door deze nationale wetgeving (als de maatstaf van heffing overeenkomstig artikel 10 van richtlijn 2008/9/EG 1000 euro of meer is; als de factuur betrekking heeft op brandstof is dit drempelbedrag 250 euro).
Afdeling 3. Periode waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft - Uiterste datum van indiening - Minimum bedrag
63. Overeenkomstig artikel 14 van richtlijn 2008/9/EG heeft het teruggaafverzoek betrekking op:
- de aankopen van goederen en diensten die gedurende het teruggaaftijdvak gefactureerd zijn, mits de btw vóór of op het tijdstip van facturatie opeisbaar is geworden, of ten aanzien waarvan de btw gedurende het teruggaaftijdvak opeisbaar is geworden, mits de aankopen gefactureerd zijn voordat de belasting opeisbaar is geworden;
- de invoer van goederen die gedurende het teruggaaftijdvak heeft plaatsgevonden.
Het teruggaafverzoek kan ook betrekking hebben op facturen of invoerdocumenten die niet het voorwerp hebben uitgemaakt van eerdere teruggaafverzoeken voor zover zij betrekking hebben op handelingen die werden verricht tijdens het betrokken kalenderjaar.
De datum die in aanmerking moet worden genomen voor het vaststellen van het teruggaaftijdvak kan afhankelijk van de nationale wetgeving van de lidstaat van teruggaaf de datum zijn vermeld op de factuur of het invoerdocument, hetzij de datum waarop de belasting opeisbaar is geworden naargelang op grond van de betrokken nationale wetgeving de opeisbaarheid van de belasting al dan niet voor de facturering valt.
64. Overeenkomstig artikel 16 van richtlijn 2008/9/EG moet het teruggaafverzoek betrekking hebben op aankopen van goederen en diensten gefactureerd tijdens of invoeren verricht gedurende een tijdvak dat ten hoogste één kalenderjaar en ten minste een kalenderkwartaal bedraagt.
De aanvraag mag evenwel betrekking hebben op een periode van minder dan drie kalendermaanden wanneer dit tijdvak het resterende gedeelte van een kalenderjaar betreft.
65. Overeenkomstig artikel 15 van richtlijn 2008/9/EG en artikel 27, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 56, moet het teruggaafverzoek uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak worden ingediend. Dit is een vervaltermijn.
De datum waarmee rekening moet worden gehouden voor de vaststelling van de in het vorige lid bedoelde vervaldag is de datum waarop het teruggaafverzoek wordt ingediend bij de bevoegde dienst van de lidstaat waar de aanvrager is gevestigd (het Centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, terugbetaling). Vervolgens verzendt voornoemde dienst onverwijld, langs elektronische weg, een ontvangstmelding naar de aanvrager.
Als officiële datum van indiening van het teruggaafverzoek wordt evenwel slechts aangemerkt de datum waarop de in België gevestigde belastingplichtige of zijn gevolmachtigde in zijn teruggaafverzoek alle gegevens heeft vermeld als aangeduid in de punten 59 en 60.
Als het teruggaafverzoek niet al deze gegevens bevat, kan zij nog worden verbeterd en opnieuw worden ingediend, vóór de hierboven bedoelde vervaldag.
Indien het teruggaafverzoek wordt ingediend na de vervaltermijn, wordt dit definitief verworpen en gaat het recht op teruggaaf verloren.
Indien het Centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, terugbetaling, na onderzoek van oordeel is dat het teruggaafverzoek volledig is, wordt het vervolgens automatisch langs elektronische weg doorgestuurd naar de bevoegde dienst van de lidstaat van teruggaaf. De datum waarop de lidstaat van teruggaaf het teruggaafverzoek heeft ontvangen, wordt vermeld op de ontvangstmelding die langs elektronische weg wordt verstuurd door bedoelde lidstaat van teruggaaf naar de persoon die vermeld staat op het teruggaafverzoek.
66. Als het teruggaafverzoek een teruggaaftijdvak betreft van minder dan één kalenderjaar, doch van tenminste drie kalendermaanden, dan moet het btw-bedrag waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 17 van richtlijn 2008/9/EG, tenminste 400 euro of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid bedragen.
Betreft het teruggaafverzoek een teruggaaftijdvak van een kalenderjaar of het resterend gedeelte van een kalenderjaar, dan moet het btw-bedrag tenminste 50 euro of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid bedragen.
Afdeling 4. Beslissing inzake het teruggaafverzoek
67. De beslissing tot inwilliging of verwerping van de teruggaaf wordt ter kennis gegeven binnen een termijn van vier maanden vanaf de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek (z. artikel 19, lid 2, van richtlijn 2008/9/EG).
Deze termijn van vier maanden is slechts van toepassing voor zover de administratie van de lidstaat van teruggaaf over alle gegevens beschikt die zij nodig acht om haar beslissing over de inwilliging of de verwerping (zelfs gedeeltelijk) van het teruggaafverzoek dat door de aanvrager werd ingediend te rechtvaardigen.
68. Overeenkomstig artikel 20 van richtlijn 2008/9/EG, kan voornoemde administratie om aanvullende gegevens verzoeken, als zij meent niet alle dienstige informatie te hebben ontvangen om zo een uitspraak te kunnen doen over het teruggaafverzoek.
Dit verzoek om aanvullende gegevens moet gebeuren binnen een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek en mag worden gericht aan :
- de persoon wiens elektronisch adres is vermeld op het teruggaafverzoek (in de meeste gevallen is dit de aanvrager);
- de administratie die de belasting over de toevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft;
- iedere andere persoon die in staat is om de gevraagde gegevens te verstrekken (hier worden bijvoorbeeld de leveranciers van de goederen of diensten beoogd die vermeld staan in het teruggaafverzoek).
In de eerste twee gevallen dient het verzoek om aanvullende gegevens langs elektronische weg te gebeuren. In het derde geval wordt het verzoek alleen langs elektronische weg verzonden als de bestemmeling van het verzoek over de nodige informaticamiddelen beschikt om dit soort verzoeken te kunnen ontvangen.
69. Indien de administratie van de lidstaat van teruggaaf na ontvangst van de aanvullende gegevens van oordeel is dat zij nog steeds niet beschikt over alle elementen om een beslissing te kunnen nemen inzake het toestaan van de gevraagde teruggaaf, kan zij om andere dan in het eerste verzoek bedoelde aanvullende gegevens verzoeken.
Deze gegevens kunnen maar hoeven niet van dezelfde aard te zijn als de gegevens gevraagd in het eerste verzoek.
70. De gegevens die worden gevraagd, zowel in het eerste verzoek als in de bijkomende verzoeken, kunnen de overdracht omvatten van het origineel of een afschrift van de facturen of invoerdocumenten als deze nog niet het voorwerp zouden hebben uitgemaakt van een overdracht bij de indiening van het teruggaafverzoek door de aanvrager. De drempelbedragen vermeld in punt 62 zijn hier derhalve niet meer van toepassing.
71. Als de administratie van de lidstaat van teruggaaf gebruik maakt van de mogelijkheid om aanvullende gegevens te vragen, dient de bestemmeling van dit verzoek de gevraagde gegevens te verstrekken binnen een termijn van één maand vanaf de datum van ontvangst van dit verzoek.
72. Indien de administratie van de lidstaat van teruggaaf gebruik maakt van deze mogelijkheid, wordt de termijn vermeld in punt 67, waarbinnen de administratie een beslissing moet nemen over de teruggaaf van de btw vermeld in het teruggaafverzoek, als volgt verlengd overeenkomstig artikel 21 van richtlijn 2008/9/EG :
- indien het een verzoek om aanvullende gegevens betreft (z. punt 68), dient de beslissing over de teruggaaf te worden genomen binnen een termijn van twee maanden vanaf hetzij de dag van ontvangst van de gevraagde gegevens, hetzij na het verstrijken van de termijn van een maand waarbinnen de bestemmeling van de aanvraag moest antwoorden op het verzoek om aanvullende gegevens; in elk geval beschikt de administratie van de lidstaat van teruggaaf ter zake over een termijn van ten minste zes maanden om hun beslissing ter kennis te brengen;
- Indien het een verzoek om verdere aanvullende gegevens betreft (z. punt 69), dient een beslissing over de teruggaaf te worden genomen binnen een termijn van acht maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek.
Afdeling 5. Teruggaaf van de btw
73. De betaling van de btw-bedragen waarvan de administratie van de lidstaat van teruggaaf de teruggaaf heeft aanvaard, gebeurt in principe op het bankrekeningnummer dat vermeld wordt op het teruggaafverzoek (z. punt 59, laatste streepje).
Indien er bankkosten verbonden zijn aan de teruggaaf, vallen deze ten laste van de aanvrager en worden zij in mindering gebracht van het terug te geven bedrag (in de betrokken lidstaat zouden evenwel afwijkende regels kunnen van toepassing zijn).
De terugbetaling gebeurt uiterlijk binnen tien werkdagen na het verstrijken van de in artikel 19, lid 2, van de richtlijn 2008/9/EG bedoelde termijn of, indien om aanvullende gegevens is verzocht, na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 21 van dezelfde richtlijn (z. artikel 22 van richtlijn 2008/9/EG).
Er wordt verwezen naar punt 46 voor concrete voorbeelden.
74. Overeenkomstig artikel 25 van richtlijn 2008/9/EG, worden correcties aangebracht door de aanvrager betreffende een eerder teruggaafverzoek als bedoeld in punt 55 door de administratie van de lidstaat van teruggaaf in meer of in min met het teruggaafbedrag verrekend.
75. Indien de teruggaaf niet plaatsvindt binnen de termijn voorzien in artikel 22, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG (z. punt 73), is de lidstaat van teruggaaf overeenkomstig artikel 26 van deze richtlijn een interest verschuldigd over het aan de aanvrager terug te geven bedrag.
Afdeling 6. Rechtsmiddelen
76. Indien het teruggaafverzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, worden overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2, eerste alinea, van richtlijn 2008/9/EG, de redenen hiervoor door de lidstaat van teruggaaf tegelijkertijd met de beschikking aan de aanvrager meegedeeld.
De aanvrager kan bij de bevoegde administratie van de lidstaat van teruggaaf rechtsmiddelen instellen tegen een beslissing tot afwijzing van een teruggaafverzoek, in de vorm en binnen de termijnen die gelden volgens de wetgeving van die lidstaat.
DEEL 3: datum van inwerkingtreding en bijlagen
77. De bepalingen van het koninklijk besluit nr. 56 treden in werking op 1 januari 2010 voor de teruggaafverzoeken die na 31 december 2009 worden ingediend (z. artikel 31 van het koninklijk besluit nr. 56; z. ook artikel 29 van richtlijn 2008/9/EG).
De teruggaafverzoeken die worden ingediend vanaf 1 januari 2010 zullen dus gebeuren langs elektronische weg volgens de hierboven beschreven regels.
De controle en de afhandeling van de teruggaafverzoeken die tot 31 december 2009 in België worden ingediend door niet in België gevestigde belastingplichtigen zal dus blijven gebeuren volgens de regels bepaald in de aanschrijving nr. 6 van 10 maart 1981 inzake teruggaaf van btw aan een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige (procedure van de achtste richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van 6 december 1979).
78. Deze aanschrijving heft voornoemde aanschrijving nr. 6 van 10 maart 1981 op met ingang van 1 januari 2010.
79. Er volgt nog een specifieke aanschrijving van de directie II/2 van de AOIF over de praktische aspecten van de nieuwe teruggaafprocedure.
80. Bijlagen
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal
Paul NECKEBROECK
