Aanschrijving nr. 132 dd. 13.08.1971
AANSCHRIJVING 71/132
Aanschrijving nr. 132 dd. 13.08.1971
Bijzondere regeling voor de landbouwondernemingen
Bijkomende diensten
Deze aanschrijving regelt de toepassing van de BTW op de bijkomende werkzaamheden die worden uitgeoefend door de landbouwondernemers bedoeld in artikel 57 van het Wetboek.
1. Huidige regeling.
1. De landbouwondernemer die reeds belastingplichtige is wegens het uitoefenen van een andere werkzaamheid is onderworpen aan al de verplichtingen van een belastingplichtige, behoudens wanneer hij, voor die andere werkzaamheid, onderworpen is aan een forfaitaire regeling ingesteld ter uitvoering van artikel 56, § 1, van het Wetboek (z. Wetboek, art. 57, § 2, 2 o).
De landbouwondernemer wordt geacht een andere werkzaamheid uit te oefenen wanneer hij geregeld en zelfstandig, zelfs aanvullend, handelingen verricht die niet bedoeld zijn in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970.
2. Deze regelen hebben tot gevolg dat de landbouwondernemer, in principe, voor het geheel van zijn activiteiten onderworpen is aan de normale BTW-regeling indien hij aanvullend :
- goederen levert die hij niet zelf heeft voortgebracht, geteeld of gebruikt in zijn bedrijf;
- diensten verstrekt, voor zover het geen diensten betreft ter uit-voering van overeenkomsten van contractteelt of contractmesterij of diensten van onderlinge landbouwhulp zonder het gebruik van machines die normaal dienen voor het verrichten van werk voor anderen (kon. besl. nr. 22, art. 2, § 1, 2 o en 3 o).
In beide gevallen blijft de bijzondere regeling nochtans van toepassing indien de landbouwondernemer voor die bijkomende leveringen en diensten onderworpen is aan de forfaitaire regeling (Wetboek, art. 57, § 2, 2 o).
Ten aanzien van de leveringen van goederen welke door de landbouwer niet werden voortgebracht maar aangekocht, wordt de toepassing van de bijzondere regeling niet gekritiseerd wanneer die verkopen uitzonderlijk zijn (z. aanschr. van 6 oktober 1970, nr. 59, nr. 4, litt. A, tweede lid).
2. Noodzakelijke mildering van deze regeling.
3. Het komt geregeld voor dat een landbouwondernemer bijkomstig diensten verstrekt die niet bedoeld zijn in artikel 2, § 1, 2 o en 3 o, van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970, en waarvoor geen forfaitaire grondslagen van aanslag bestaan.
Als voorbeelden van dergelijke diensten kunnen worden aangehaald :
- makelaarsverrichtingen;
- bebouwings- of oogstwerken op bepaalde tijdstippen van het jaar uitgevoerd tegen vergoeding voor rekening van andere landbouwers;
- boswerken (het planten, vellen, uitdunnen, zagen, wegslepen van bomen) uitgevoerd voor rekening van bosbouwondernemers of houthandelaars;
- het uitdiepen van grachten, het ophalen en het vervoeren van vuilnis, het onderhouden van begraafplaatsen, het strooien van zand, zout, grint en het ontruimen van sneeuw op de wegen, voor rekening van gemeenten;
- vervoer;
- het optreden als deskundige of als onderhandelaar.
De strikte toepassing van de onder nr. 2 vermelde regelen zou er in feite toe leiden een groot aantal landbouwondernemers voor hun ganse bedrijvigheid aan de normale regeling te onderwerpen, hoewel diezelfde landbouwondernemers aan de voorwaarden zouden voldoen om van de bijzondere regeling te genieten indien zij niet bijkomstig deze diensten verstrekten.
Het werd dan ook noodzakelijk geacht de toepassing van deze regelen te milderen.
4. De administratie had reeds in de aanschrijving van 17 december 1970, nr. 89, aangenomen dat de landbouwondernemer die onderworpen is aan de bijzondere regeling van artikel 57. § 1, van het Wetboek, het voordeel van deze regeling niet verliest indien hij bijkomstig optreedt als makelaar voor een belastingplichtige. De commissienota die door hem of door zijn opdrachtgever wordt uitgereikt, kan in dit geval worden opgemaakt zonder BTW mits ze de vermelding draagt : « Commissieloon toekomend aan forfaitaire landbouwondernemer ».
De administratie heeft beslist voorlopig ook nog een andere mildering toe te staan.
Deze mildering bestaat hierin, dat de onder nr. 3 hierna vermelde landbouwondernemers kunnen blijven genieten van de bijzondere regeling ingesteld bij artikel 57, § 1, van het Wetboek, voor zover de belasting die verschuldigd is op de diensten welke zij bijkomstig verstrekken, gekweten wordt door het aanbrengen van fiscale zegels op een factuur of op een ander document.
De landbouwondernemer die zich op deze mildering beroept wordt, door het feit zelf, geacht te verzaken aan het recht op aftrek van de belasting die de bestanddelen van de prijs der verstrekte diensten bezwaart. Bovendien moet hij voldoen aan de voorwaarden opgesomd in § 4 hierna.
3. Begunstigden.
5. Alleen de landbouwondernemers die niet reeds voor een gedeelte onderworpen zijn aan de verplichtingen van indiening en betaling ingesteld bij artikel 50, § 1, 3 o en 4 o, van het Wetboek, kunnen genieten van de door deze aanschrijving toegestane mildering.
Deze mildering kan dus niet worden ingeroepen door landbouwondernemers die diensten verstrekken en voor een gedeelte van hun activiteit reeds onderworpen zijn :
- hetzij aan een forfaitaire regeling ingesteld ter uitvoering van artikel 56, 1, van het Wetboek, in de gevallen bedoeld in artikel 57, § 2, 2 o, van hetzelfde Wetboek (bv. landbouwondernemer en kleinhandelaar in levensmiddelen);
- hetzij aan de normale regeling van de belasting of aan de forfaitaire regeling, in de gevallen voorzien in artikel 2, 2, van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970 (bv. landbouwondernemer en melkventer).
Bovendien moeten de verstrekte diensten duidelijk van ondergeschikt belang zijn ten aanzien van de totale beroepsactiviteit van de landbouwondernemer.
4. Voorwaarden.
A. Voldoening van de belasting.
6. De belasting is verschuldigd volgens de regelen bepaald in de artikelen 21 en 22 van het Wetboek, tegen het tarief dat volgens de aard van de verstrekte diensten van toepassing is.
7. Voor elke dienst die in deze aanschrijving is bedoeld moet de landbouwondernemer overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, een factuur uitreiken die de door artikelen 2 en 4 van dit besluit voorgeschreven vermeldingen bevat.
Bovendien moet deze factuur de volgende vermelding dragen : «BTW voldaan in zegels.- Aanschrijving van 13 augustus 1971, nr. 132 ».
Bij contante betaling mag de kwitantie als factuur gelden mits ze dezelfde vermeldingen bevat.
De landbouwondernemer moet een dubbel opmaken van de facturen of kwitanties die hij uitreikt.
8. De belasting wordt door de landbouwondernemer voldaan door middel van fiscale plakzegels die hij aanbrengt en onbruikbaar maakt, het bovendeel op de factuur of op de kwitantie en het benedendeel op het dubbel van dit document of in het boek voor uitgaande facturen naast de inschrijving van de factuur.
Ieder deel van de zegels moet onbruikbaar worden gemaakt zoals voorgeschreven door artikel 9, 5 3, van het koninklijk besluit nr. 24, van 23 oktober 1970.
B. Boek voor uitgaande facturen.
9. Overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, moet de landbouwondernemer een boek voor uitgaande facturen houden waarin hij de door hem uitgereikte facturen of kwitanties inschrijft.
Het boek voor uitgaande facturen mag worden vervangen door een stamboekje of een duplicaatboekje, samengesteld uit gedrukte losse bladen afgewisseld met vaste bladen bestemd voor het afdrukken van de factuur of van de kwitantie door het tussenleggen van carbonpapier.
Deze boekjes moeten blad na blad genummerd zijn en dezelfde vermeldingen bevatten als de facturen of kwitanties.
C. Verplichtingen opgelegd aan de landbouwondernemer.
10. Bij de door artikel 50, 1, 5 o, van het Wetboek voorziene opgave - die onder meer de diensten moet begrijpen welke in nr. 4 bedoeld zijn, als zij verricht worden voor rekening van een belastingplichtige - moet de landbouwondernemer een opgave voegen met aanduiding van het aantal en van het totaal bedrag van de diensten waarvoor een gezegelde factuur werd uitgereikt en van het totaal bedrag van de aangerekende belasting.
11. De boeken en documenten die bedoeld zijn in de nummers 7 en 9 moeten worden bewaard gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari volgend op hun afsluiting wat de boeken betreft of op hun datum wat de andere documenten betreft.
12. De landbouwondernemer die begint diensten te verstrekken welke in deze aanschrijving zijn bedoeld moet dit schriftelijk ter kennis brengen van het controlekantoor van de BTW waaronder hij ressorteert.
Bij deze gelegenheid moet hij laten weten of hij wenst te genieten van de door deze aanschrijving toegestane mildering, zoniet is hij onderworpen aan de gewone regeling voor het geheel van zijn werkzaamheid.
De landbouwondernemer die op datum van de huidige aanschrijving voldoet aan de onder nr. 5 bepaalde voorwaarden en het voordeel van de mildering wenst in te roepen, moet dit voor 1 november 1971 schriftelijk ter kennis brengen van de hoofdcontroleur van de BTW van het ambtsgebied waarin hij gevestigd is.
Indien hij die kennisgeving niet doet voor de gestelde datum, zal hij beschouwd worden als zijnde onderworpen, sinds 1 januari 1971, aan de normale regeling voor het geheel van zijn werkzaamheid.
5. Sancties.
13. Landbouwondernemers die niet voldoen aan de hierboven gestelde voorwaarden en die toch het voordeel van de door deze aanschrijving toegestane mildering inroepen zijn onderworpen aan de normale regeling van de belasting voor het geheel van hun werkzaamheid, onverminderd de sancties opgelegd door de wet of door de besluiten die ter uitvoering van de wet genomen zijn.
6. Regularisatiemaatregelen.
A. Onder de bijzondere regeling geregistreerde belastingplichtigen (Code LA).
14. De belastingen welke verschuldigd zijn op de diensten die sedert 1 januari 1971 werden verricht door een landbouwondernemer die aan de bijzondere regeling onderworpen is en die het inzicht te kennen geeft onder die regeling te blijven (z. nr. 12), zullen als volgt worden geregulariseerd.
Indien deze diensten reeds werden gefactureerd zonder betaling van de belasting, maakt de landbouwondernemer een lijst op in tweevoud van de facturen die hij sedert 1 januari 1971 heeft uitgereikt; hij schrijft die lijst in zijn boek voor uitgaande facturen onmiddellijk na de laatst uitgereikte factuur en hij kwijt de BTW door middel van gehele fiscale zegels die hij aanbrengt en onbruikbaar maakt op één der lijsten; hij overhandigt laatstbedoelde lijst aan de hoofdcontroleur van de BTW van het gebied waarin hij gevestigd is en hij bewaart het dubbel van de lijst samen met de facturen die erop vermeld zijn.
Indien deze diensten niet werden gefactureerd moeten de verschuldigde belastingen worden gekweten op de wijze bepaald door de nrs. 6 tot 9.
Geen enkele boete zal worden gevorderd voor zover de regularisatie geschiedt voor 1 november 1971 op initiatief van de landbouwondernemer.
B. Volledig onder de normale regeling geregistreerde belastingplichtigen (Code AT of AM).
15. De landbouwondernemer die als gewone belastingplichtige werd geregistreerd alleen maar wegens het feit dat hij in nr. 3 bedoelde bijkomstige aktiviteiten verricht, mag vragen terug te keren naar de bijzondere regeling van artikel 57, 1, 1 o, van het Wetboek en te genieten van de door deze aanschrijving toegestane mildering mits hij voldoet aan de voorwaarden voorzien onder nr. 5.
Deze aanvraag moet voor 1 november 1971 schriftelijk worden ingediend, op het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert.
Indien de landbouwondernemer voldoet aan de gestelde voorwaarden en hij reeds de door artikel 50, 3 o, van het Wetboek voorziene aangiften indiende, zal hij worden beschouwd als belastingplichtige onderworpen aan de bijzondere regeling met ingang van januari 1972. Overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970, zal hij de herziening moeten doen van de aftrek der belastingen geheven van de goederen die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet worden gebruikt op die datum; bovendien verliest hij zijn recht op de in art. 99 van het Wetboek bedoelde ontheffing van de goederen in voorraad.
Indien de belanghebbende evenwel geen enkele periodieke aangifte indiende voor de datum van deze aanschrijving, beschouwt de administratie hem als zijnde onderworpen aan de bijzondere regeling met ingang van 1 januari 1971; zijn toestand zal worden geregulariseerd op de onder nr. 14 voorziene manier.
C. Gedeeltelijk onder de normale regeling geregistreerde belastingplichtigen (Code LT of LM).
16. De landbouwondernemer die tot op heden, gedeeltelijk onderworpen was aan de bijzondere regeling van artikel 57 van het We.boek en gedeeltelijk aan de forfaitaire of normale regeling, en die daarenboven diensten verleent bedoeld in nr. 4, is onderworpen aan de normale regeling van de belasting voor zijn volledige werkzaamheid (zie nr. 5).
Rekening houdend met de twijfel die heeft kunnen bestaan omtrent het stelsel dat op deze ondernemers van toepassing was, zal de overgang naar de normale regeling slechts uitwerking hebben op 1 januari 1972.
Deze ondernemers behouden evenwel de vrijheid nu reeds voor de normale regeling te opteren onder de voorwaarden bepaald door artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970.
In ieder geval kan de belanghebbende, in de mate en onder de voorwaarden bepaald in artikel 10 van het genoemd besluit, teruggaaf verkrijgen van de belasting geheven van de op het tijdstip van de wijziging in de belastingregeling nog niet vervreemde goederen of nog niet gebruikte diensten.
De belasting die verschuldigd is op de in nr. 4 bedoelde diensten welke voor de wijziging in de belastingregeling werden verricht, moet worden geregulariseerd op de wijze vermeld onder nr. 14.
Aanschrijving nr. 132 dd. 13.08.1971
Bijzondere regeling voor de landbouwondernemingen
Bijkomende diensten
Deze aanschrijving regelt de toepassing van de BTW op de bijkomende werkzaamheden die worden uitgeoefend door de landbouwondernemers bedoeld in artikel 57 van het Wetboek.
1. Huidige regeling.
1. De landbouwondernemer die reeds belastingplichtige is wegens het uitoefenen van een andere werkzaamheid is onderworpen aan al de verplichtingen van een belastingplichtige, behoudens wanneer hij, voor die andere werkzaamheid, onderworpen is aan een forfaitaire regeling ingesteld ter uitvoering van artikel 56, § 1, van het Wetboek (z. Wetboek, art. 57, § 2, 2 o).
De landbouwondernemer wordt geacht een andere werkzaamheid uit te oefenen wanneer hij geregeld en zelfstandig, zelfs aanvullend, handelingen verricht die niet bedoeld zijn in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970.
2. Deze regelen hebben tot gevolg dat de landbouwondernemer, in principe, voor het geheel van zijn activiteiten onderworpen is aan de normale BTW-regeling indien hij aanvullend :
- goederen levert die hij niet zelf heeft voortgebracht, geteeld of gebruikt in zijn bedrijf;
- diensten verstrekt, voor zover het geen diensten betreft ter uit-voering van overeenkomsten van contractteelt of contractmesterij of diensten van onderlinge landbouwhulp zonder het gebruik van machines die normaal dienen voor het verrichten van werk voor anderen (kon. besl. nr. 22, art. 2, § 1, 2 o en 3 o).
In beide gevallen blijft de bijzondere regeling nochtans van toepassing indien de landbouwondernemer voor die bijkomende leveringen en diensten onderworpen is aan de forfaitaire regeling (Wetboek, art. 57, § 2, 2 o).
Ten aanzien van de leveringen van goederen welke door de landbouwer niet werden voortgebracht maar aangekocht, wordt de toepassing van de bijzondere regeling niet gekritiseerd wanneer die verkopen uitzonderlijk zijn (z. aanschr. van 6 oktober 1970, nr. 59, nr. 4, litt. A, tweede lid).
2. Noodzakelijke mildering van deze regeling.
3. Het komt geregeld voor dat een landbouwondernemer bijkomstig diensten verstrekt die niet bedoeld zijn in artikel 2, § 1, 2 o en 3 o, van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970, en waarvoor geen forfaitaire grondslagen van aanslag bestaan.
Als voorbeelden van dergelijke diensten kunnen worden aangehaald :
- makelaarsverrichtingen;
- bebouwings- of oogstwerken op bepaalde tijdstippen van het jaar uitgevoerd tegen vergoeding voor rekening van andere landbouwers;
- boswerken (het planten, vellen, uitdunnen, zagen, wegslepen van bomen) uitgevoerd voor rekening van bosbouwondernemers of houthandelaars;
- het uitdiepen van grachten, het ophalen en het vervoeren van vuilnis, het onderhouden van begraafplaatsen, het strooien van zand, zout, grint en het ontruimen van sneeuw op de wegen, voor rekening van gemeenten;
- vervoer;
- het optreden als deskundige of als onderhandelaar.
De strikte toepassing van de onder nr. 2 vermelde regelen zou er in feite toe leiden een groot aantal landbouwondernemers voor hun ganse bedrijvigheid aan de normale regeling te onderwerpen, hoewel diezelfde landbouwondernemers aan de voorwaarden zouden voldoen om van de bijzondere regeling te genieten indien zij niet bijkomstig deze diensten verstrekten.
Het werd dan ook noodzakelijk geacht de toepassing van deze regelen te milderen.
4. De administratie had reeds in de aanschrijving van 17 december 1970, nr. 89, aangenomen dat de landbouwondernemer die onderworpen is aan de bijzondere regeling van artikel 57. § 1, van het Wetboek, het voordeel van deze regeling niet verliest indien hij bijkomstig optreedt als makelaar voor een belastingplichtige. De commissienota die door hem of door zijn opdrachtgever wordt uitgereikt, kan in dit geval worden opgemaakt zonder BTW mits ze de vermelding draagt : « Commissieloon toekomend aan forfaitaire landbouwondernemer ».
De administratie heeft beslist voorlopig ook nog een andere mildering toe te staan.
Deze mildering bestaat hierin, dat de onder nr. 3 hierna vermelde landbouwondernemers kunnen blijven genieten van de bijzondere regeling ingesteld bij artikel 57, § 1, van het Wetboek, voor zover de belasting die verschuldigd is op de diensten welke zij bijkomstig verstrekken, gekweten wordt door het aanbrengen van fiscale zegels op een factuur of op een ander document.
De landbouwondernemer die zich op deze mildering beroept wordt, door het feit zelf, geacht te verzaken aan het recht op aftrek van de belasting die de bestanddelen van de prijs der verstrekte diensten bezwaart. Bovendien moet hij voldoen aan de voorwaarden opgesomd in § 4 hierna.
3. Begunstigden.
5. Alleen de landbouwondernemers die niet reeds voor een gedeelte onderworpen zijn aan de verplichtingen van indiening en betaling ingesteld bij artikel 50, § 1, 3 o en 4 o, van het Wetboek, kunnen genieten van de door deze aanschrijving toegestane mildering.
Deze mildering kan dus niet worden ingeroepen door landbouwondernemers die diensten verstrekken en voor een gedeelte van hun activiteit reeds onderworpen zijn :
- hetzij aan een forfaitaire regeling ingesteld ter uitvoering van artikel 56, 1, van het Wetboek, in de gevallen bedoeld in artikel 57, § 2, 2 o, van hetzelfde Wetboek (bv. landbouwondernemer en kleinhandelaar in levensmiddelen);
- hetzij aan de normale regeling van de belasting of aan de forfaitaire regeling, in de gevallen voorzien in artikel 2, 2, van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970 (bv. landbouwondernemer en melkventer).
Bovendien moeten de verstrekte diensten duidelijk van ondergeschikt belang zijn ten aanzien van de totale beroepsactiviteit van de landbouwondernemer.
4. Voorwaarden.
A. Voldoening van de belasting.
6. De belasting is verschuldigd volgens de regelen bepaald in de artikelen 21 en 22 van het Wetboek, tegen het tarief dat volgens de aard van de verstrekte diensten van toepassing is.
7. Voor elke dienst die in deze aanschrijving is bedoeld moet de landbouwondernemer overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, een factuur uitreiken die de door artikelen 2 en 4 van dit besluit voorgeschreven vermeldingen bevat.
Bovendien moet deze factuur de volgende vermelding dragen : «BTW voldaan in zegels.- Aanschrijving van 13 augustus 1971, nr. 132 ».
Bij contante betaling mag de kwitantie als factuur gelden mits ze dezelfde vermeldingen bevat.
De landbouwondernemer moet een dubbel opmaken van de facturen of kwitanties die hij uitreikt.
8. De belasting wordt door de landbouwondernemer voldaan door middel van fiscale plakzegels die hij aanbrengt en onbruikbaar maakt, het bovendeel op de factuur of op de kwitantie en het benedendeel op het dubbel van dit document of in het boek voor uitgaande facturen naast de inschrijving van de factuur.
Ieder deel van de zegels moet onbruikbaar worden gemaakt zoals voorgeschreven door artikel 9, 5 3, van het koninklijk besluit nr. 24, van 23 oktober 1970.
B. Boek voor uitgaande facturen.
9. Overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, moet de landbouwondernemer een boek voor uitgaande facturen houden waarin hij de door hem uitgereikte facturen of kwitanties inschrijft.
Het boek voor uitgaande facturen mag worden vervangen door een stamboekje of een duplicaatboekje, samengesteld uit gedrukte losse bladen afgewisseld met vaste bladen bestemd voor het afdrukken van de factuur of van de kwitantie door het tussenleggen van carbonpapier.
Deze boekjes moeten blad na blad genummerd zijn en dezelfde vermeldingen bevatten als de facturen of kwitanties.
C. Verplichtingen opgelegd aan de landbouwondernemer.
10. Bij de door artikel 50, 1, 5 o, van het Wetboek voorziene opgave - die onder meer de diensten moet begrijpen welke in nr. 4 bedoeld zijn, als zij verricht worden voor rekening van een belastingplichtige - moet de landbouwondernemer een opgave voegen met aanduiding van het aantal en van het totaal bedrag van de diensten waarvoor een gezegelde factuur werd uitgereikt en van het totaal bedrag van de aangerekende belasting.
11. De boeken en documenten die bedoeld zijn in de nummers 7 en 9 moeten worden bewaard gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari volgend op hun afsluiting wat de boeken betreft of op hun datum wat de andere documenten betreft.
12. De landbouwondernemer die begint diensten te verstrekken welke in deze aanschrijving zijn bedoeld moet dit schriftelijk ter kennis brengen van het controlekantoor van de BTW waaronder hij ressorteert.
Bij deze gelegenheid moet hij laten weten of hij wenst te genieten van de door deze aanschrijving toegestane mildering, zoniet is hij onderworpen aan de gewone regeling voor het geheel van zijn werkzaamheid.
De landbouwondernemer die op datum van de huidige aanschrijving voldoet aan de onder nr. 5 bepaalde voorwaarden en het voordeel van de mildering wenst in te roepen, moet dit voor 1 november 1971 schriftelijk ter kennis brengen van de hoofdcontroleur van de BTW van het ambtsgebied waarin hij gevestigd is.
Indien hij die kennisgeving niet doet voor de gestelde datum, zal hij beschouwd worden als zijnde onderworpen, sinds 1 januari 1971, aan de normale regeling voor het geheel van zijn werkzaamheid.
5. Sancties.
13. Landbouwondernemers die niet voldoen aan de hierboven gestelde voorwaarden en die toch het voordeel van de door deze aanschrijving toegestane mildering inroepen zijn onderworpen aan de normale regeling van de belasting voor het geheel van hun werkzaamheid, onverminderd de sancties opgelegd door de wet of door de besluiten die ter uitvoering van de wet genomen zijn.
6. Regularisatiemaatregelen.
A. Onder de bijzondere regeling geregistreerde belastingplichtigen (Code LA).
14. De belastingen welke verschuldigd zijn op de diensten die sedert 1 januari 1971 werden verricht door een landbouwondernemer die aan de bijzondere regeling onderworpen is en die het inzicht te kennen geeft onder die regeling te blijven (z. nr. 12), zullen als volgt worden geregulariseerd.
Indien deze diensten reeds werden gefactureerd zonder betaling van de belasting, maakt de landbouwondernemer een lijst op in tweevoud van de facturen die hij sedert 1 januari 1971 heeft uitgereikt; hij schrijft die lijst in zijn boek voor uitgaande facturen onmiddellijk na de laatst uitgereikte factuur en hij kwijt de BTW door middel van gehele fiscale zegels die hij aanbrengt en onbruikbaar maakt op één der lijsten; hij overhandigt laatstbedoelde lijst aan de hoofdcontroleur van de BTW van het gebied waarin hij gevestigd is en hij bewaart het dubbel van de lijst samen met de facturen die erop vermeld zijn.
Indien deze diensten niet werden gefactureerd moeten de verschuldigde belastingen worden gekweten op de wijze bepaald door de nrs. 6 tot 9.
Geen enkele boete zal worden gevorderd voor zover de regularisatie geschiedt voor 1 november 1971 op initiatief van de landbouwondernemer.
B. Volledig onder de normale regeling geregistreerde belastingplichtigen (Code AT of AM).
15. De landbouwondernemer die als gewone belastingplichtige werd geregistreerd alleen maar wegens het feit dat hij in nr. 3 bedoelde bijkomstige aktiviteiten verricht, mag vragen terug te keren naar de bijzondere regeling van artikel 57, 1, 1 o, van het Wetboek en te genieten van de door deze aanschrijving toegestane mildering mits hij voldoet aan de voorwaarden voorzien onder nr. 5.
Deze aanvraag moet voor 1 november 1971 schriftelijk worden ingediend, op het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert.
Indien de landbouwondernemer voldoet aan de gestelde voorwaarden en hij reeds de door artikel 50, 3 o, van het Wetboek voorziene aangiften indiende, zal hij worden beschouwd als belastingplichtige onderworpen aan de bijzondere regeling met ingang van januari 1972. Overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970, zal hij de herziening moeten doen van de aftrek der belastingen geheven van de goederen die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet worden gebruikt op die datum; bovendien verliest hij zijn recht op de in art. 99 van het Wetboek bedoelde ontheffing van de goederen in voorraad.
Indien de belanghebbende evenwel geen enkele periodieke aangifte indiende voor de datum van deze aanschrijving, beschouwt de administratie hem als zijnde onderworpen aan de bijzondere regeling met ingang van 1 januari 1971; zijn toestand zal worden geregulariseerd op de onder nr. 14 voorziene manier.
C. Gedeeltelijk onder de normale regeling geregistreerde belastingplichtigen (Code LT of LM).
16. De landbouwondernemer die tot op heden, gedeeltelijk onderworpen was aan de bijzondere regeling van artikel 57 van het We.boek en gedeeltelijk aan de forfaitaire of normale regeling, en die daarenboven diensten verleent bedoeld in nr. 4, is onderworpen aan de normale regeling van de belasting voor zijn volledige werkzaamheid (zie nr. 5).
Rekening houdend met de twijfel die heeft kunnen bestaan omtrent het stelsel dat op deze ondernemers van toepassing was, zal de overgang naar de normale regeling slechts uitwerking hebben op 1 januari 1972.
Deze ondernemers behouden evenwel de vrijheid nu reeds voor de normale regeling te opteren onder de voorwaarden bepaald door artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970.
In ieder geval kan de belanghebbende, in de mate en onder de voorwaarden bepaald in artikel 10 van het genoemd besluit, teruggaaf verkrijgen van de belasting geheven van de op het tijdstip van de wijziging in de belastingregeling nog niet vervreemde goederen of nog niet gebruikte diensten.
De belasting die verschuldigd is op de in nr. 4 bedoelde diensten welke voor de wijziging in de belastingregeling werden verricht, moet worden geregulariseerd op de wijze vermeld onder nr. 14.
Bron: FisconetPlus
