Circulaire 2019/C/80 over de vrijstelling van gewestelijke opleidingspremies

Eerste commentaar op de vrijstelling van bepaalde gewestelijke opleidingspremies, ingevoerd door de wet van 23.03.2019 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor wat betreft de fiscale bepalingen van de jobsdeal.

premies ; vrijstelling ; vervangingsinkomsten ; werkloosheidsuitkering

FOD Financiën, 30.08.2019
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

1. Wat verandert er?

1. Om een bijkomende stimulans te creëren voor het volgen van een beroepsopleiding die leidt tot tewerkstelling in een knelpuntberoep, wordt onder bepaalde voorwaarden, een gedeeltelijke fiscale vrijstelling ingevoerd van de opleidingspremies die worden toegekend voor het volgen van een dergelijke opleiding.

2. Bedoeld zijn de opleidingspremies die door de gewesten of door de Duitstalige Gemeenschap worden toegekend aan uitkeringsgerechtigde werklozen die een bepaalde beroepsopleiding hebben gevolgd.

3. De fiscale vrijstelling van de opleidingspremie is beperkt tot 220 euro (1). Geïndexeerd voor aanslagjaar 2020 betekent dit 360 euro.

(1) Art. 2, 1°, W 23.03.2019 en art. 38, § 1, eerste lid, 34°, WIB 92.

4. De vrijgestelde premies worden niet beschouwd als een inkomen voor de toepassing van de belastingvermindering voor vervangingsinkomsten (2).

(2) Art. 154, § 3, WIB 92.

5. De opleidingspremies die niet kunnen worden vrijgesteld zullen als vervangingsinkomsten (werkloosheidsuitkeringen) worden belast.

2. Voor wie?

6. De premie moet uitgekeerd zijn aan personen die bij de aanvang van de opleiding uitkeringsgerechtigd werkloos waren (3).

(3) Art. 2, 2°, W 23.03.2019 en art. 38, § 7, WIB 92.

3. Onder welke voorwaarden?

7. Om in aanmerking te komen voor de vrijstelling moeten de opleidingspremies zijn toegekend:

- naar aanleiding van het met succes gevolgd hebben van een opleiding,

- met het oog op tewerkstelling in een knelpuntberoep,

- aan personen die bij de aanvang van de opleiding uitkeringsgerechtigd werkloos waren (4).

(4) Art. 2, 2°, W 23.03.2019 en art. 38, § 7, eerste lid, WIB 92.

8. Wat een knelpuntberoep is, wordt gedefinieerd door de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling.

9. Aan deze voorwaarden moet voldaan zijn op het niveau van de premie. De vrijstellingsvoorwaarden moeten dus ook deel uitmaken van de voorwaarden waaronder een gewest of de Duitstalige Gemeenschap een premie toekent.

Het is dus niet voldoende dat op het niveau van de individuele belastingplichtige aan de voorwaarden is voldaan.

10. Een opleiding wordt eveneens geacht met succes te zijn afgerond als:

- één of meerdere modules zijn behaald van een modulaire opleiding

- wanneer de opleiding werd onderbroken om effectief aan het werk te gaan in een knelpuntberoep (5).

(5) Art. 2, 2°, tweede lid, W 23.03.2019 en art. 38, § 7, tweede lid, WIB 92.

4. Vanaf wanneer?

11. De vrijstelling is van toepassing op de premies die worden betaald of toegekend vanaf 01.01.2019 (6).

(6) Art. 3, W 23.03.2019.

5. Wetgeving?

- Artikelen 2 en 3 van de wet van 23.03.2019 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor wat betreft de fiscale bepalingen van de jobsdeal (Belgisch Staatsblad van 05.04.2019 – Ed. 2).

- Artikel 38, § 1, eerste lid, 34° en § 7, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Interne ref.: 720.436