Aanschrijving nr. 65 dd. 15.06.1972
AANSCHRIJVING 72/065
Aanschrijving nr. 65 dd. 15.06.1972
Invoer
Document 45
Regularisaties
Doel van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving bepaalt de regelen die moeten worden gevolgd voor de regularisatie van vergissingen die werden begaan bij het opstellen of het zegelen van documenten 45 opgemaakt ter gelegenheid van de invoer van goederen, voor zover die regularisatie niet het gevolg is van een controle door ambtenaren van de Administratie van de BTW (z. nr. 7).
2. Het bepaalde in deze aanschrijving is eveneens van toepassing in de gevallen waarin documenten 45, die regelmatig werden opgesteld bij de invoer, gewijzigd of vervangen moeten worden wegens een nieuw feit dat zich na de invoer heeft voorgedaan. Dat is inzonderheid het geval :
- wanneer de geadresseerde weigert de goederen in ontvangst te nemen en het document 45 aan de aangever terugstuurt (z. nr. 31);
- wanneer een persoon die een goed op zicht, op proef of in consignatie heeft ingevoerd, het hier te lande terug ter beschikking van zijn medecontractant stelt (z. nr. 124);
- wanneer een persoon die een goed heeft ingevoerd om het een loonwerk te doen ondergaan, het hier te lande terug ter beschikking stelt van zijn opdrachtgever (z. nr. 134).
3. Voor de toepassing van deze aanschrijving wordt niet als een vergissing aangemerkt, het feit dat men goederen voor het verbruik heeft aangegeven met voldoening van de belasting alhoewel men voor die goederen een stelsel van vrijstelling had kunnen inroepen
In dat geval is de aangifte ten verbruik definitief en blijft de belasting aan de Schatkist verworven. Op dat beginsel wordt slechts uitzondering gemaakt in de gevallen waarin het vast staat dat de aangifte ten verbruik met voldoening van de BTW is gebeurd ten gevolge van het niet naleven van de formele instructies van de invoerder. In die laatste veronderstelling mag, voor wat betreft de BTW, de aangifte ten verbruik geannuleerd worden en vervangen worden door een aangifte die overeenstemt met de instructies van de invoerder.
Motivering van de regeling.
4. Bij het bepalen van de te volgen regels werd met volgende gegevens rekening gehouden :
1 o De documenten 45 moeten worden opgesteld in twee exemplaren, waarvan een voor de Administratie, het andere voor de aangever (kon. besl. nr. 7, art. 9, § 1).
Na de geldigmaking wordt het exemplaar voor de Administratie door het kantoor van invoer naar het Centrum voor Informatieverwerking der douane en accijnzen (C.I.V./D.A.) gestuurd terwijl het exemplaar voor de aangever aan deze laatste wordt overhandigd. Wanneer de aangever niet de geadresseerde van de ingevoerde goederen is, geeft hij dat exemplaar aan de geadresseerde die het moet bewaren (kon. besl. nr. 7, art. 11).
Wanneer de aangever of de geadresseerde bij gevolg in het bezit is gekomen van een door de douane geldig gemaakt (1) document waarin een vergissing voorkomt, mogen de gegevens die op dat document voorkomen in de regel niet worden gewijzigd, zonder dat die wijziging tegelijkertijd ter kennis wordt gebracht van het C.I.V./D.A.
2 o Het voor de aangever bestemde exemplaar van een document 45, dat een belastingplichtige als geadresseerde van de ingevoerde goederen aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt, is voor die belastingplichtige de titel die hem moet toelaten zijn recht op aftrek van de belasting die hij heeft voldaan op het ogenblik van de aangifte tot verbruik van die goederen, uit te oefenen (z. kon. besl. nr. 3, van 10 december 1969, art. 3, § 1).
De procedure van regularisatie die gevolgd wordt is afhankelijk van het feit of de geadresseerde al dan niet de gelegenheid heeft gehad de belasting regelmatig af te trekken.
3 o Het C.I.V./D.A. maakt ten behoeve van de BTW-diensten lijsten op van de voor de administratie bestemde exemplaren van documenten 45 die op naam van belastingplichtigen zijn opgesteld.
Anderzijds worden de verschillende documenten 45(45 A wit, 45 B, 45 C, 45 A geel) tot onderscheiden doeleinden aangewend en worden ze overeenkomstig hun eigen bestemming verwerkt.
Hieruit vloeit voort dat wanneer een bepaald document werd gebruikt, daar waar een ander document diende te worden gebruikt, het eerste in de regel moet worden vervangen.
Regularisatieprocedures.
5. Rekening houdend met wat voorafgaat verschillen de regularisatieprocedures naar gelang de vergissing wordt vastgesteld :
1 o op het douanekantoor waar de documenten 45 werden voorgelegd (z. hoofdstuk I, nrs. 14 tot 29);
2 o bij een aangever die niet de geadresseerde van de ingevoerde goederen is in de zin van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 7, van 12 maart 1970 (z. hoofdstuk II, nrs. 30 tot 66);
3 o bij de persoon die op het document 45 als de geadresseerde van de ingevoerde goederen staat vermeld (z. hoofdstuk III, nrs. 67 tot 119).
4 o in het Centrum voor informatieverwerking van de Administratie der douane en accijnzen.
De bijlagen 1 en 2 bij deze aanschrijving geven een schematisch overzicht van de onder de nrs. 1 o tot 3 o bedoelde procedures.
6. De regularisatieprocedures verschillen ook naar gelang van de begane vergissingen. Deze kunnen het gevolg zijn :
A. van de verkeerde vermelding :
1 o van het registratienummer van de belastingplichtige;
2 o of van de naam en/of het adres van de geadresseerde,
3 o of van de naam en/of het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger,
4 o of van de omschrijving van de goederen, onder meer met betrekking tot de hoeveelheid,
5 o of van de gegevens betreffende de maatstaf van heffing;
6 o of van het percentage van de verschuldigde belasting;
7 o of van het bedrag van de verschuldigde belasting;
B. van de zegeling van het document 45;
C. van het gebruik van een document in plaats van een ander (bijvoorbeeld, gebruik van een 45 A wit in plaats van een 45 A geel, of van een 45 B).
7. De bij deze aanschrijving bepaalde regularisatieprocedures mogen niet worden toegepast wanneer de vergissingen werden ontdekt door een ambtenaar die belast is met de controle op de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde.
Gevolgen van de regularisatie op de geldboeten en de interesten.
8. wanneer de betrokkenen de in deze aanschrijving bedoelde procedures juist toepassen, worden ze, in de regel geacht spontane aangifte te doen van de begane vergissingen.
9. De spontane regularisatie van de begane vergissingen ontslaat de betrokkenen niet van de betaling van de interesten wanneer die verschuldigd zijn overeenkomstig artikel 91 van het BTW-Wetboek.
Tussenkomst van de Administratie der douane en accijnzen.
10. Aan te stippen valt dat, behalve in de gevallen waarin de begane vergissing wordt vastgesteld terwijl de ingevoerde goederen zich nog onder het toezicht van de douane bevinden (z. hoofdstuk I), de regularisatie van de vergissingen gebeurt zonder de bemiddeling van de Administratie der douane en accijnzen.
11. Wanneer dus bij de regularisatie van de vergissing een supplement aan invoerrechten wordt geheven en over het bedrag van dat supplement de BTW verschuldigd is, dan wordt het supplement aan invoerrechten door de douane geheven terwijl de bijkomende BTW geregulariseerd wordt op de wijze uiteengezet in de nrs. 96, 99 of 107, naargelang het geval.
12. Voorbeeld : Houten kratten afkomstig uit Zweden worden voor het verbruik aangegeven onder post 44.21 B van het Tarief van Invoerrechten. De geheven invoerrechten bedragen 10 pct. Nadat de goederen het toezicht van de douane hebben verlaten blijkt dat de kratten behoren tot de categorie van goederen die moesten gerangschikt worden onder post 44.21 A van het Tarief (invoerrecht : 12 pct.). In dat geval vordert de douane van de aangever het supplement aan invoerrechten, namelijk 2 (12-10) pct. en stuurt ze een kennisgeving van geschil aan de Administratie van de BTW om mede te delen dat de aangever, of de persoon in wiens naam hij heeft gehandeld, ertoe gehouden is de bijkomende BTW, dit is 18 pct. over 2 pct., bij te betalen.
13. De regularisatie van de vergissingen die door het C.I.V./D.A. worden vastgesteld, gebeurt volgens administratieve procedures die in deze aanschrijving niet worden behandeld.
Hoofdstuk I.- De vergissing wordt vastgesteld op het douanekantoor.
Werkingssfeer.
14. De in dit hoofdstuk voorgeschreven regularisatieprocedure mag slechts worden toegepast in de gevallen waarin de vergissing wordt vastgesteld terwijl de ingevoerde goederen zich nog onder het toezicht van de douane bevinden. In de andere gevallen moeten de in hoofdstuk II of III van deze aanschrijving voorgeschreven procedures worden gevolgd.
15. De in dit hoofdstuk voorgeschreven procedures verschillen naargelang het aan de douane overhandigd document al dan niet moet worden vervangen.
Het document moet worden vervangen in de volgende gevallen :
1 o wanneer de vermeldingen op het document niet duidelijk geschreven zijn of niet werden geschreven met onuitwisbare inkt;
2 o wanneer niet rechtstreeks op het voor de administratie bestemde exemplaar van het document is geschreven of getypt;
3 o wanneer op het document overschrijvingen, schriftdelgingen of andere schendingen voorkomen;
4 o wanneer het document verkeerd voor een ander werd gebruikt (z. nr. 6, C);
5 o wanneer de BTW waarvan het document de betaling vaststelt, geheel of gedeeltelijk moet worden terugbetaald.
Eerste afdeling.- Het document moet worden vervangen.
Voorleggen van een nieuw document.
16. Wanneer het document moet worden vervangen legt de aangever op het kantoor van invoer een nieuw document voor dat eventueel vooraf gezegeld werd.
Ongeldigmaking van het foutieve document.
17. Wanneer een foutief document moet worden vervangen, brengt de douane op het foutieve document de vermelding ''Ongeldig" aan.
18. Indien het voor de Administratie bestemde exemplaar van het foutieve document naar het C.I.V./D.A. werd gestuurd, zendt de douane aan die dienst een bericht.
Bestemming van het foutieve document.
19. Wanneer het foutieve en vervangen document werd gezegeld door de douane met de door haar gebruikte zegelmachine wordt dat document door de douane bewaard.
20. Wanneer het werd gezegeld met fiscale plakzegels of wanneer het werd gezegeld met de zegelmachine die de aangever mag gebruiken, wordt het foutieve en vervangen document aan de aangever teruggegeven
Teruggaaf van de voldane belasting.
A. Door de aangever gezegeld document.
21. Wanneer een document dat door de aangever werd gezegeld met fiscale plakzegels of met een door hem gebruikte zegelmachine, wordt vervangen moet de teruggaaf van de zegels worden gevraagd aan het ontvangkantoor van de BTW waaronder de aangever ressorteert, indien het document niet werd geldig gemaakt door de douane.
Het foutieve document dat aan de aangever werd overhandigd (z. nr. 20) moet bij de aanvraag om teruggaaf worden gevoegd.
22. Wanneer het door de aangever gezegelde document werd geldig gemaakt door de douane, gebeurt de teruggaaf van de voldane belasting door toerekening indien de aangever niet de geadresseerde is van de ingevoerde goederen (zie nrs. 58 tot 61, of volgens de procedures die al naar gelang het geval vastgesteld zijn in de nrs. 97, 100 en 118, indien de aangever de geadresseerde is van de ingevoerde goederen.
Het foutieve document wordt door de douane aan de aangever teruggegeven (z. nr. 20).
B. Door de douane gezegeld document.
23. Wanneer een document dat door de douane met de door haar gebruikte zegelmachine werd gezegeld, moet worden vervangen, crediteert de douane de aangever voor het bedrag van de belasting dat voorkomt op het foutieve document . Het foutieve document wordt door de douane bewaard (z. nr. 19).
Afdeling 2.- Het document moet niet worden vervangen.
Verbetering van het document 45.
24. Wanneer in het voorgelegde document een der vergissingen voorkomt waarvan sprake in nr. 6, A wordt aangever verzocht de te verbeteren woorden of cijfers lichtjes door te halen en juist er boven de woorden of cijfers te schrijven die de verkeerde gegevens vervangen.
25. De verbetering wordt geparafeerd door de aangever en gewaarmerkt door de douane met een stempel die naast de paraaf van de aangever wordt aangebracht.
26. Indien het voor de Administratie bestemde exemplaar van het foutieve document reeds naar het C.I.V./D.A. werd gestuurd, zendt de douane aan die dienst een bericht.
27. Wanneer de verbetering van de vergissing bovendien, in de gevallen bedoeld in de nrs. 6 A of B, een wijziging van de verrichte heffing tot gevolg heeft dan gebeurt die regularisatie als volgt :
A. Een aanvullend bedrag aan BTW is verschuldigd.
28. De aangever wordt verzocht de heffing hetzij door het aanbrengen van fiscale plakzegels op het foutieve document, hetzij door het voorleggen van een aanvullend document bekleed met fiscale plakzegels of gezegeld met de machine naar gelang het geval. In voorkomend geval moet op het nieuwe document de vermelding zijn aangebracht "Aanvulling van de BTW die voldaan is op het document 45 (A of B) van ..........".
B. De BTW moet geheel of gedeeltelijk worden terugbetaald.
29. Er wordt aan herinnerd dat de aangever moet worden verzocht een nieuw gezegeld document voor te leggen wanneer de verbetering van de vergissing gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de voldane belasting tot gevolg heeft (z. nrs. 15,5 o,21 tot 23).
Hoofdstuk II.- De vergissing wordt vastgesteld bij een aangever die niet de geadresseerde is.
Werkingssfeer.
30. De in dit hoofdstuk voorgeschreven regularisatieprocedure mag slechts worden toegepast wanneer de volgende voorwaarden samen vervuld zijn:
1 o het document werd voorgelegd aan de douane die het heeft geldig gemaakt;
2 o het document werd door de douane teruggegeven aan een aangever die niet de geadresseerde van de ingevoerde goederen is in de zin van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 7;
3 o het document is in het bezit gebleven van de aangever.
31. De in nr. 30, 3 o, bepaalde voorwaarde is vervuld :
1 o wanneer het document door de aangever nog niet aan de geadresseerde werd gestuurd;
2 o wanneer het document aan de geadresseerde werd gestuurd, maar deze laatste het heeft geweigerd; dat houdt in dat, indien de geadresseerde een belastingplichtige is, hij het document niet in zijn boekhouding heeft ingeschreven.
Eerste afdeling.- De aangever is een belastingplichtige die maand- of kwartaalaangiften indient.
Voorafgaande opmerking.
32. Wanneer een document 45 dat door de douane geldig werd gemaakt en waarin onjuiste vermeldingen voorkomen, werd overhandigd aan een belastingplichtige aangever, die geregeld douaneverrichtingen doet (een grensexpediteur of een andere), moet de aangever :
1 o indien de vergissing op een essentieel gegeven betrekking heeft, zich richten naar het bepaalde in de nrs. 33 tot 61;
2 o indien de vergissing op een ander gegeven betrekking heeft, zich richten hetzij naar het bepaalde in de nrs. 33 tot 61, hetzij naar het bepaalde in de nrs. 62 tot 64.
Essentieel gegeven.- Begrip.
33. Voor de toepassing van deze aanschrijving wordt onder vergissing die op een essentieel gegeven betrekking heeft, verstaan :
1 o de vergissing die betrekking heeft op het registratienummer of op de identiteit (de naam en/of het adres) van de geadresseerde;
2 o de vergissing die een wijziging van de gedane heffing tot gevolg heeft;
3 o het gebruik van een document in plaats van een ander (z. nr. 6, C).
Eerste onderafdeling.- Vergissing die op een essentieel gegeven betrekking heeft.
A. Tussenkomst van de aangever.
Formaliteiten.
34. Wanneer de vergissing op een essentieel gegeven betrekking heeft, moet de aangever :
1 o een nieuw document 45 opstellen;
2 o een verbeterend document 45 R opstellen;
3 o het foutieve document in een register inschrijven.
Opstellen van een nieuw document.
35. Zodra de aangever de begane vergissing vaststelt, stelt hij een nieuw document 45 op, dat hij eventueel zegelt met fiscale plakzegels of met de zegelmachine die hij gebruikt. De fiscale plakzegels worden onbruikbaar gemaakt door de hoofdcontroleur van de BTW, onder wie hij ressorteert (z.nr. 53).
36. In afwijking van de nrs. 34 en 35, is het opstellen van een nieuw document niet vereist wanneer de ingevoerde goederen door de geadresseerde werden geweigerd en naar het buitenland werden teruggestuurd. -
Verbeterend document 45 R.
37. De aangever is ertoe gehouden een verbeterend document 45 R op te stellen dat overeenstemt met het model van bijlage 3 bij deze aanschrijving. Dat document vermeldt tekstueel de gegevens die op het foutieve stuk voorkomen.
38. Het document 45 R wordt gedrukt op wit papier met rode diagonale streep.
39. Het document 45 R moet in tweevoud worden opgesteld. Eén van de exemplaren is voor de Administratie bestemd, het andere voor de aangever.
40. Het document 45 R moet worden ingevuld met inkt of door middel van een schrijfmachine, met gebruik van carbonpapier.
Het is toegestaan met een kogelpen op het exemplaar voor de Administratie te schrijven en met carbonpapier op het exemplaar voor de aangever door te drukken.
Geen enkel ander doordrukprocédé mag worden gebruikt.
41. De inschrijvingen op het document 45 R moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. Op het exemplaar voor de Administratie moet rechtstreeks zijn geschreven of getypt.
Op de documenten 45 R mogen noch overschrijvingen, noch schriftdelgingen, noch andere schendingen voorkomen.
Register van toerekening.
42. De aangever is ertoe gehouden het foutieve document in te schrijven in een register, genaamd "register van toerekening". Dat register vermeldt in onderscheiden kolommen volgende gegevens:
1 o een volgnummer uit een ononderbroken reeks van nummers;
2 o de datum van de inschrijving;
3 o de naam van de persoon die op het foutieve document als geadresseerde is opgegeven;
4 o de datum van het foutieve document;
5 o het nummer van het foutieve document,
6 o het bedrag van de belasting die voldaan is op het foutieve document;
7 o de datum waarop het foutief document ongeldig werd verklaard.
43. In principe moet het register van toerekening blad na blad genummerd worden. Nochtans mag dat register worden vervangen door losse bladen onder de bij de aanschrijving van 7 december 1970, nr. 81, bepaalde voorwaarden.
44. Een aangever die zijn activiteit in verscheidene bedrijfszetels uitoefent, mag tegelijkertijd verschillende registers van toerekening houden (één per bedrijfszetel).
45. In dat geval moet hij steeds in het bezit zijn van een lijst van de in gebruik zijnde registers van toerekening en deze, lijst, in geval van controle, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie voorleggen. Bovendien moet hij voor elke periode van aangifte (maand of kwartaal)in het register van toerekening dat gehouden wordt in de zetel waar de aangiften worden opgesteld een samenvattende tabel opmaken van de bedragen die voorkomen in de verschillende registers van toerekening.
Overlegging van de documenten.
46. De aangever legt aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert, over :
1 o het exemplaar voor aangever van het foutief document;
2 o de twee exemplaren van het document 45 R
3 o de twee exemplaren van het nieuwe document of, indien de geweigerde goederen naar het buitenland werden teruggezonden, het bewijs van die terugzending.
47. Wanneer de aangever zijn activiteit in verscheidene bedrijfszetels uitoefent, is de hoofdcontroleur van de BTW die moet optreden, degene onder wie de bedrijfszetel ressorteert.
B. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
Ongeldigverklaring van het foutieve document.
48. De hoofdcontroleur van de BTW brengt op het foutieve document, de vermelding ''Ongeldig" aan.
49. Hij geeft het ongeldig verklaarde document terug aan de aangever.
Geldigmaking van het document 45 R.
50. De hoofdcontroleur van de BTW maakt het document 45 R geldig.
51. Hij houdt het voor de Administratie bestemde exemplaar van dat document in en overhandigt aan de aangever het exemplaar dat voor deze laatste is bestemd.
Geldigmaking van het nieuwe document 45.
52. De hoofdcontroleur van de BTW maakt het of de nieuwe documenten 45 geldig die worden voorgelegd ter vervanging van de foutieve documenten.
53. In voorkomend geval maakt hij de fiscale plakzegels onbruikbaar die werden aangebracht op het exemplaar voor de aangever van dat of die nieuwe documenten 45, of brengt hij de stempel van het kantoor aan naast de afdruk van de door de aangever gebruikte zegelmachine.
54. Hij brengt op het nieuwe document de vermelding aan "geldig verklaard" gevolgd door de datum van de geldigmaking en zijn handtekening
55. Hij houdt het voor de Administratie bestemde exemplaar van dat of die documenten in en overhandigt aan de aangever het voor deze laatste bestemde exemplaar.
C. Bestemming van de aan de aangever overhandigde documenten.
56. De aangever voegt het foutieve document bij het exemplaar voor de aangever van het document 45 R en hij bewaard die documenten als bewijsstukken.
57. Hij overhandigt aan de geadresseerde van de ingevoerde goederen het exemplaar voor de aangever van het of de door de hoofdcontroleur van de BTW geldig gemaakte nieuwe documenten 45 (kon. besl. nr. 7, art. 11).
D. Teruggaaf van de voldane belasting.
58. De teruggaaf van de belasting die werd voldaan op het foutieve document geschiedt door toerekening op de belasting die door de aangever voor het tijdvak van de aangifte aan de Schatkist verschuldigd is.
59. Daartoe telt de aangever, vooraleer hij zijn maand- of kwartaalaangifte opmaakt, het bedrag samen van de belastingen die in kolom 6 van zijn register van toerekening voorkomen (z. nr. 42).
60. De aangever verricht de toerekening door het in nr. 59 bedoelde totaal te begrijpen in kader V, b, van de maandaangifte of in rubriek V van de kw aangifte.
61. De bij wijze van toerekening terug te geven belastingen worden gevoegd bij de belastingen waarvoor het recht op aftrek wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969 (z. kon. besl. nr. 4, art. 7).
Onderafdeling 2.- Vergissing die betrekking heeft op een niet-essentieel gegeven.
Regels.
62. Wanneer het document dat aan de aangever werd teruggegeven een vergissing bevat inzake een gegeven, heeft de aangever de keuze om :
1 o ofwel het document te vervangen en dan gebruikt hij de in de nrs. 34 tot 61 bepaalde procedure;
2 o ofwel het document te verbeteren op de in de nrs. 63 en 64 hierna beschreven wijze.
Verbetering van het document.
63. Wanneer de aangever verkiest het foutieve document te verbeteren, haalt hij de te verbeteren woorden of cijfers lichtjes door en schrijft hij juist erboven de woorden of de cijfers die de verkeerde gegevens vervangen.
64. Het verbeterde document hoeft niet te worden voorgelegd aan de hoofdcontroleur van de BTW.
Afdeling 2.- De aangever is een niet-belastingplichtige of een belastingplichtige die geen maand- of kwartaalaangiften indient.
Belastingplichtige die geen aangiften indient.-Begrip.
65. Onder belastingplichtige die geen maand- of kwartaalaangiften indient, wordt hier verstaan iedere aangever die er niet toe gehouden is of ervan vrijgesteld is dergelijke aangiften in te dienen.
Regels.
66. In de uitzonderlijke gevallen waarin de aangever, die niet de geadresseerde van de ingevoerde goederen is, geen belastingplichtige is of dat hij een belastingplichtige is die geen maand- of kwartaalaangiften indient, geschiedt de regularisatie van de door die mandataris begane vergissingen volgens de in hoofdstuk III bepaalde procedure alsof de vergissingen door de geadresseerde zelf waren begaan.
Hoofdstuk III.- De vergissing wordt vastgesteld bij de geadresseerde of bij de persoon die als geadresseerde van de ingevoerde goederen is vermeld op het foutieve document.
Werkingssfeer.
67. De bij dit hoofdstuk bepaalde regularisatieprocedure wordt toegepast wanneer de volgende voorwaarden samen vervuld zijn :
1 o het foutieve document werd voorgelegd aan de douane die het heeft geldig gemaakt;
2 o het foutieve document werd aangenomen door de persoon die op dat document voorkomt als zijnde de geadresseerde van de ingevoerde goederen, dat impliceert dat, indien die persoon een belastingplichtige is, hij het foutieve document, in zijn comptabiliteit heeft ingeschreven en dat hij de belasting waarvan dat foutieve document de voldoening vaststelt heeft kunnen aftrekken.
Eerste afdeling.- De persoon die voorkomt op het document als geadresseerde is een belastingplichtige.
Voorafgaande opmerking.
68. Wanneer een document 45 dat door de douane is geldig gemaakt en dat verkeerde vermeldingen bevat, werd overhandigd aan de persoon die op dat document voorkomt als geadresseerde van de ingevoerde goederen en die persoon een belastingplichtige is, geschiedt de regularisatie van de vergissingen overeenkomstig de onder de nrs. 69 tot 101 bepaalde regels.
Eerste onderafdeling.- Vergissing in het registratienummer of in de identiteit van de geadresseerde.
I. De verbetering van de vergissing heeft niet de aanwijzing van een andere geadresseerde tot gevolg.
A. Tussenkomst van de geadresseerde.
Formaliteiten.
69. Wanneer de geadresseerde van de ingevoerde goederen vaststelt dat in het document 45 dat hij heeft aangenomen, vergissingen voorkomen in verband met de aanduiding van zijn registratienummer of van zijn identiteit, moet hij aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert, voorleggen :
1 o het foutieve document 45,
2 o een verbeterend document 45 R.
B. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
Verbetering van het foutieve document.
70. De hoofdcontroleur van de BTW verbetert de verkeerde vermeldingen en parafeert die verbetering.
Geldigmaking van het document 45 R.
71. De hoofdcontroleur van de BTW maakt het document 45 R geldig.
C. Bestemming van de documenten.
72. De hoofdcontroleur overhandigt aan de persoon die ze hem heeft overgelegd :
1 o het verbeterd document,
2 o het exemplaar voor de aangever van het document 45 R.
Hij behoudt het exemplaar voor de Administratie van het document 45 R.
II. De verbetering van de vergissing heeft de aanwijzing van een andere persoon tot gevolg.
Formaliteiten.
73. Wanneer de persoon die op het foutieve document als geadresseerde van de ingevoerde goederen is vermeld, voor alle goederen of voor een gedeelte ervan niet de geadresseerde is, moeten aan de hoofdcontroleur onder wie die persoon ressorteert, de volgende stukken worden overgelegd.
1 o het foutieve document;
2 o een verbeterend document nr. 45 R;
3 o één of meerdere nieuwe documenten die op naam van de werkelijke geadresseerden zijn opgemaakt.
A. Tussenkomst van de persoon die het foutieve document heeft ontvangen.
74. De persoon die het foutieve document heeft ontvangen moet aan de hoofdcontroleur onder wie hij ressorteert de volgende stukken overleggen:
1 o het foutieve document;
2 o een verbeterend document 45 R.
B. Tussenkomst van de werkelijke geadresseerden.
75. De werkelijke geadresseerden van de ingevoerde goederen, of iemand die in hun naam handelt, moeten aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie de persoon bedoeld in nr. 73 ressorteert een nieuw document 45 overleggen.
76. Dat document 45 dient te worden gezegeld tot beloop van de belasting die zou verschuldigd geweest zijn indien de goederen ten verbruik waren aangegeven met betaling van de belasting op naam van de werkelijke geadresseerde(n).
77. Wanneer de werkelijke geadresseerde evenwel houder is van een vergunning uitgereikt krachtens artikel 43 van het Wetboek van de BTW, mag hij vrijstelling van BTW inroepen indien de toepassingsvoorwaarden van die vergunning vervuld zijn. In dat geval wordt gebruik gemaakt van een document 45 B waarin wordt verwezen naar de uitgereikte vergunning.
78. Tenzij het handelsgeheim zich ertegen verzet, kunnen de werkelijke geadresseerden de in nr. 73 bedoelde persoon ermee belasten in hun naam de formaliteit te vervullen waarvan sprake in nr. 75. In die veronderstelling dient de in nr. 73 bedoelde persoon te beschikken over al de gegevens die nodig zijn voor het opmaken van het nieuwe document en in voorkomend geval voor de juiste heffing van de verschuldigde belasting.
C. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
Ongeldigverklaring van het foutieve document.
79. Wanneer het foutieve document in zijn geheel dient te worden vervangen brengt de hoofdcontroleur, op dat document de vermelding "Ongeldig" aan.
80. Wanneer het foutieve document gedeeltelijk moet worden vervangen brengt de hoofdcontroleur, op dat document de volgende vermelding aan "Ongeldig verklaard voor dat bepaald goed en tot beloop van dat bepaald bedrag aan belasting"
Geldigmaking van het document 45 R.
81. De hoofdcontroleur van de BTW, maakt het document 45 R geldig.
Geldigmaking van het nieuwe document.
82. De hoofdcontroleur van de BTW, maakt het of de nieuwe documenten 45 geldig op naam van de werkelijke geadresseerden, door :
1 o te vermelden dat dit, of die documenten geheel of gedeeltelijk het document 45 vervangen dat geldig gemaakt werd op het douanekantoor, op die datum, onder dat nummer;
2 o in voorkomend geval de zegels onbruikbaar te maken die werden aangebracht op het exemplaar voor de aangever van het of de nieuwe documenten of door de stempel van het kantoor aan te brengen naast de afdruk van de zegelmachine waarmee het document werd gezegeld.
D. Bestemming van de documenten.
83. De hoofdcontroleur, overhandigt aan de persoon die ze hem heeft overgelegd:
1 o het foutieve document;
2 o het exemplaar voor aangever van het document 45 R;
3 o het exemplaar voor aangever van het of de nieuwe documenten 45.
84. Hij behoudt :
1 o het exemplaar voor de Administratie van het document 45 R;
2 o het exemplaar voor de Administratie van het of de nieuwe documenten 45.
E. Verplichtingen van de persoon die ten onrechte als geadresseerde op het foutieve document is vermeld.
85. Indien de in nr. 73 bedoelde belastingplichtige de belasting die op het foutieve document 45 werd voldaan volledig heeft kunnen aftrekken, hoeft hij de gedane aftrek niet te herzien (2) .
86. Indien die belastingplichtige daarentegen bij toepassing van artikel 46, § 1, van het Wetboek van de BTW de bij de invoer betaalde belasting slechts gedeeltelijk heeft afgetrokken dan moet hij een bijkomende aftrek verrichten in kader V, C, tweede streepje, van zijn maandelijkse aangifte of in rubriek V van zijn kwartaalaangifte.
87. Gaat het om een belastingplichtige die de belasting niet kan aftrekken, dan zal hij aan de hoofdcontroleur van de BTW de teruggaaf kunnen vragen van de belasting die ten onrechte op zijn naam werd voldaan.
88. De in nr, 73 bedoelde belastingplichtige dient het document 45 R in te schrijven in zijn boek voor inkomende facturen en het samen met het foutieve document 45 te bewaren.
F. Verplichtingen van de persoon op wiens naam een nieuw document werd opgesteld.
Die persoon is een belastingplichtige die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen.
89. Indien de werkelijke geadresseerde een belastingplichtige is die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen moet hij het document dat op zijn naam werd opgesteld (z. nr. 75) in zijn boekhouding inschrijven zodra hij het ontvangt.
Dat document stelt hem inderdaad in de mogelijkheid zijn recht op aftrek uit te oefenen juist alsof het document 45 door de douane was geldig gemaakt.
Die persoon is een niet-belastingplichtige of een belastingplichtige die niet gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen.
90. Indien de werkelijke geadresseerde een niet-belastingplichtige is of een belastingplichtige die niet gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen brengt de ontvangst van het document dat op zijn naam werd opgesteld voor hem geen bijzondere formaliteiten mee, tenzij dan dat de belastingplichtige verplicht is het document in zijn boekhouding in te schrijven.
Onderafdeling 2.- Vergissing in de identiteit van de aansprakelijke vertegenwoordiger.
91. De geadresseerde of de aansprakelijke vertegenwoordiger is ertoe gehouden de vergissing ter kennis te brengen van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Belliardstraat 35 te 1040 Brussel.
Onderafdeling 3.- Vergissing in de omschrijving van de goederen.
92. De geadresseerde mag het document 45 niet wijzigen wanneer de vergissing betrekking heeft op de omschrijving van de goederen, maar hij is ertoe gehouden door alle middelen de aard en de hoeveelheid van de werkelijke ingevoerde goederen aan te tonen.
93. In dat verband wordt eraan herinnerd dat artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 7 voorschrijft op het invoerdocument een verwijzing naar de factuur aan te brengen en dat, bijgevolg, de aanduiding van de goederen op die factuur moet overeenstemmen met de omschrijving van de goederen op het invoerdocument.
94. Anderzijds zij er op gewezen dat uit de combinatie van de artikelen 25 en 64, § 1, van het Wetboek blijkt dat de op een invoerdocument omschreven goederen behoudens tegenbewijs, worden geacht te zijn ingevoerd en te zijn geleverd in omstandigheden die de belasting opeisbaar maken.
Onderafdeling 4.- Vergissing in de aanduiding van de gegevens betreffende de maatstaf van heffing of het tarief, of vergissing bij de heffing.
De heffing moet niet worden gewijzigd.
95. Wanneer de vergissing die begaan werd geen wijziging van de heffing meebrengt dient het document 45 niet te worden verbeterd maar is de geadresseerde ertoe gehouden door alle middelen de juistheid van de heffing aan te tonen.
De heffing moet worden gewijzigd.
A. De geadresseerde is een belastingplichtige die gehouden is maandaangiften of kwartaalaangiften in te dienen.
96. Wanneer het herstellen van de vergissing de opeisbaarheid van een bijkomende belasting tot gevolg heeft regulariseert de geadresseerde die verrichting in kader V, a, van zijn maandaangifte of in rubriek V van zijn kwartaalaangifte (3).
97. Wanneer het herstellen van de vergissing een teruggaaf van de betaalde belasting tot gevolg heeft, geschiedt de teruggaaf van de teveel geheven belasting in de gevallen, binnen de perken en op de wijze bepaald door het Wetboek en bij het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969 (zie aanschr. van 24 november 1970, nr. 78).
B. De geadresseerde is een belastingplichtige die geen maandaangiften of kwartaalaangiften indient.
98. onder belastingplichtige die geen maandaangifte of kwartaalaangifte indient wordt hier verstaan elke belastingplichtige die niet gehouden is tot of die vrijgesteld is van het indienen van dergelijke aangiften.
99. Wanneer de verbetering de opeisbaarheid van een bijkomende belasting tot gevolg heeft, vult de geadresseerde de heffing aan door het aanbrengen en het onbruikbaar maken van gehele plakzegels op het document 45 dat hij ontvangen heeft.
100. Wanneer de verbetering een teruggaaf van de gehele of van een deel van de betaalde belasting tot gevolg heeft, moet de geadresseerde een verzoek om teruggaaf indienen bij de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert (z. aanschr. van 24 november 1970, nr. 78, afdeling 6).
Onderafdeling 5.- Vergissing in het gebruik van het document.
Formaliteiten.
101. Wanneer een document 45 verkeerd voor een ander werd gebruikt (z. nr. 6, C), brengt de regularisatie van de verrichting de verplichting mee aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie de geadresseerde ressorteert, de volgende stukken over te leggen.
1 o het foutieve document;
2 o een verbeterend document 45 R;
3 o een nieuw document 45.
Verder wordt gehandeld zoals in de nrs. 73 tot 90 is uiteengezet.
Afdeling 2.- De persoon die op het document als geadresseerde is vermeld, is een niet-belastingplichtige.
Voorafgaande opmerking.
102. Wanneer het document, dat door de douane is geldig gemaakt en dat verkeerde vermeldingen bevat, werd overhandigd aan de persoon die op dat document is vermeld als de geadresseerde van de ingevoerde goederen en die persoon een niet-belastingplichtige is, geschiedt de regularisatie van de vergissing volgens de in de nrs. 103 tot 119 bepaalde regels.
Eerste onderafdeling.- Vergissing in de identiteit van de geadresseerde.
I. De verbetering van de vergissing heeft niet de aanwijzing van een andere persoon tot gevolg.
103. Indien een vergissing werd begaan in de identiteit van de geadresseerde van de ingevoerde goederen en die persoon een niet-belastingplichtige is, moet het foutieve document niet worden gewijzigd, maar de niet-belastingplichtige moet het document bewaren en in staat zijn te bewijzen dat hij wel degelijk de geadresseerde van de ingevoerde goederen is.
II. De verbetering van de vergissing heeft de aanwijzing van een andere persoon tot gevolg.
Formaliteiten.
104. Indien de persoon die op het document, waarin de vergissing voorkomt, als geadresseerde van de ingevoerde goederen is vermeld, voor alle goederen of voor een gedeelte ervan niet de geadresseerde is, en die persoon een niet-belastingplichtige is, moeten aan de hoofdcontroleur van de BTW, onder wie de persoon ressorteert, de volgende stukken worden overgelegd :
1 o het foutieve document 45,
2 o een nieuw document opgemaakt op naam van de werkelijk geadresseerde(n).
A. Tussenkomst van de persoon die het foutieve document heeft ontvangen.
105. De persoon die het foutieve document heeft ontvangen moet dat document overleggen aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert. Die persoon zal aan de hoofcontroleur van de BTW de teruggaaf kunnen vragen van de belasting die ten onrechte op zijn naam werd betaald.
B. Tussenkomst van de werkelijke geadresseerden.
106. De werkelijke geadresseerden van de ingevoerde goederen, of iemand die in hun naam handelt, moeten aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie de persoon bedoeld onder nr. 104 ressorteert, een nieuw document 45 overleggen.
107. Dat document 45 moet worden gezegeld tot beloop van de belasting die zou verschuldigd zijn geweest indien de goederen ten verbruik waren aangegeven met betaling van de belasting op naam van de werkelijke geadresseerden.
108. Wanneer de werkelijke geadresseerde evenwel houder is van een vergunning, uitgereikt krachtens artikel 43 van het Wetboek van de BTW, mag hij aanspraak maken op vrijstelling van BTW indien de toepassingsvoorwaarden van die vergunning vervuld zijn. In die veronderstelling wordt gebruik gemaakt van een document 45 B waarin wordt verwezen naar de uitgereikte vergunning.
109. Wanneer het handelsgeheim zich er niet tegen verzet, kunnen de werkelijke geadresseerden de in nr. 104 bedoelde persoon ermee belasten in hun naam de formaliteit te vervullen waarvan sprake in nr. 106. In die veronderstelling dient de persoon bedoeld in nr. 104 te beschikken over al de gegevens die nodig zijn voor het opmaken van het nieuwe document en in voorkomend geval voor de juiste heffing van de verschuldigde belasting.
C. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
Ongeldigverklaring van het foutieve document.
110. Wanneer het foutieve document in zijn geheel dient te worden vervangen brengt de hoofdcontroleur, op dat document de vermelding "Ongeldig" aan.
111. Wanneer het foutieve document gedeeltelijk moet worden vervangen brengt de hoofdcontroleur, op dat document de volgende vermelding aan "Ongeldig verklaard voor dat bepaald goed en tot beloop van dat bepaald bedrag aan belasting."
Geldigmaking van het nieuwe document.
112. De hoofdcontroleur van de BTW, maakt het of de nieuwe documenten 45 geldig op naam van de werkelijke geadresseerden door :
1 o te vermelden dat dit of die documenten geheel of gedeeltelijk het document 45 vervangen dat geldig gemaakt werd op dat douanekantoor, op die datum, onder dat nummer,
2 o in voorkomend geval de zegels onbruikbaar te maken die werden aangebracht op het exemplaar van de aangever van het of de nieuwe documenten of door de stempel van het kantoor aan te brengen naast de afdruk van de machine waarmee het document werd gezegeld.
D. Bestemming van de documenten.
113. De hoofdcontroleur van de BTW behoudt het exemplaar van het (de) nieuwe document(en) 45, dat voor de Administratie is bestemd. Hij overhandigt aan de persoon die het hem heeft voorgelegd het foutieve document en het voor de aangever bestemde exemplaar van het (de) nieuwe document(en) 45.
E. Verplichtingen van de persoon op wiens naam een nieuw document werd opgemaakt
114. De in nrs. 89 tot 90 bepaalde regels zijn toepasselijk.
Onderafdeling 2- Vergissing in de omschrijving van de goederen.
115. Indien het foutieve document werd opgemaakt op naam van een niet-belastingplichtige, is deze er niet toe gehouden dat document te doen verbeteren.
Onderafdeling 3.- Vergissing in de aanduiding van de gegevens betreffende de maatstaf van heffing of het tarief of vergissing bij de heffing.
De heffing moet niet worden gewijzigd.
116. Wanneer het verbeteren van de vergissing geen wijziging in de heffing tot gevolg heeft, moet het document 45 niet worden gewijzigd, maar is de geadresseerde ertoe gehouden door alle middelen de juistheid van de heffing aan te tonen.
De heffing moet worden gewijzigd.
117. Wanneer het verbeteren van de vergissing de opeisbaarheid van een bijkomende belasting tot gevolg heeft, vult de geadresseerde de heffing aan door het aanbrengen en het onbruikbaar maken van gehele plakzegels op het document 45 dat hij heeft ontvangen.
118. Wanneer het verbeteren van de vergissing een terugbetaling van de gehele of van een deel van de betaalde belasting tot gevolg heeft, moet de geadresseerde een aanvraag om teruggaaf indienen bij de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert (z. aanschr. van 24 november 1970, nr. 78, afdeling 6).
Onderafdeling 4 - Vergissing in het gebruik van het document.
119. De niet-belastingplichtige is niet gehouden het verkeerde document te doen regulariseren.
Hoofdstuk IV.- Bijzondere gevallen.
Eerste afdeling.- Op zicht, op proef of in consignatie gezonden goederen.
Wettelijke bepaling.
120. De belastingplichtige die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen en aan wie goederen op zicht, op proef of in consignatie worden gezonden, mag als geadresseerde optreden op voorwaarde dat :
1 o zijn medecontractant hier te lande geen vaste inrichting noch een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft;
2 o hij de ingevoerde goederen achteraf koopt of, zo niet, ze wederuitvoert (kon. besl. nr. 7, art. 5, § 2, 1 o).
De goederen werden gekocht door de geadresseerde bedoeld in nr. 120.
121. Indien de koopprijs verschilt van de prijs of van de waarde die bij de invoer hebben gediend als element van de maatstaf van heffing, is de in nr. 120 bedoeLde belastingplichtige ertoe gehouden de verrichting te regulariseren overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 96 of 97 en 99 of 100 al naar gelang het geval.
De goederen zijn wederuitgevoerd.
122. Indien de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige de belasting die werd voldaan bij de invoer van de goederen die hij wederuitvoert volledig heeft kunnen aftrekken, moet hij de gedane aftrek niet herzien (4) .
123. Indien die belastingplichtige daarentegen bij toepassing van artikel 46, § 1, van het Wetboek van de BTW de bij de invoer betaalde belasting slechts gedeeltelijk heeft afgetrokken, moet hij een bijkomende aftrek verrichten in kader V, C, tweede streepje, van zijn maandaangifte of in rubriek V van zijn kwartaalaangifte.
De goederen worden hier te lande ter beschikking gesteld van de medecontractant.
124. Wanneer de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige de ingevoerde goederen achteraf niet koopt en ze hier te lande ter beschikking stelt van zijn medecontractant, is hij gehouden aan de hoofdcontroleur van de BTW, onder wie hij ressorteert, de volgende stukken over te leggen :
1 o het document 45 dat op zijn naam werd opgemaakt;
2 o een verbeterend document 45 R;
3 o een document 45 opgemaakt op naam van zijn medecontractant.
125. De regularisatie van de verrichting geschiedt volgens de in de nrs. 73 tot 89 bepaalde procedure.
De goederen werden hier te lande wederverkocht door de medecontractant.
126. Met de hierna bedoelde regularisatieprocedure wil vermeden worden dat de medecontractant van de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige een aansprakelijke vertegenwoordiger moet laten erkennen of dat hij de bij aanschrijving van 31 december 1970, nr. 105, bepaalde formaliteiten moet vervullen om te worden ontslagen van de verplichting er een te laten erkennen,
127. Wanneer de op zicht, op proef of in consignatie gezonden goederen hier te lande werden wederverkocht door de medecontractant van de in nr.
120 bedoelde belastingplichtige, kan de regularisatie van de verrichting op de volgende manier gebeuren (5) :
1 o Indien de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige de belasting die werd voldaan bij de invoer van de goederen die hij ter beschikking stelt van zijn medecontractant, volledig heeft kunnen aftrekken, hoeft hij de gedane aftrek niet te herzien (6).
Indien die belastingplichtige daarentegen bij toepassing van artikel 46, § 1, van het Wetboek van de BTW de bij de invoer betaalde belasting slechts gedeeltelijk heeft afgetrokken, dan moet hij een bijkomende aftrek verrichten in kader V, C, tweede streepje, van zijn maandaangifte of in rubriek V van zijn kwartaalaangifte.
In ieder geval moet hij aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert het document 45 overleggen dat op zijn naam werd opgesteld samen met een verbeterend document 45 R.
2 o De medecontractant van de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige, of iemand die in zijn naam handelt, moet een document 45 opstellen op naam van de persoon aan wie hij de goederen heeft verkocht die door bedoelde belastingplichtige werden geweigerd en dat document overleggen aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie deze laatste ressorteert.
128. Dat document 45 moet worden gezegeld tot beloop van de belasting die verschuldigd zou zijn, indien de verkochte goederen werden ingevoerd op de datum waarop de geldigmaking van het document wordt gevraagd.
129. Wanneer de persoon aan wie de goederen zijn verkocht houder is van een vergunning uitgereikt krachtens artikel 43 van het Wetboek van de BTW, dan mag hij vrijstelling van BTW inroepen indien de toepassingsvoorwaarden van die vergunning vervuld zijn. In dat geval wordt gebruik gemaakt van een document 45 B waarin wordt verwezen naar de uitgereikte vergunning.
130. Wanneer de hoofdcontroleur van de BTW in het bezit is van de in nr. 127, 1 o en 2 o, bedoelde documenten wordt er gehandeld overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 79 tot 89.
Afdeling 2 - Goederen ingevoerd om te worden bewerkt, verwerkt of hersteld.
Wettelijke en administratieve bepalingen.
131. De belastingplichtige die maandaangiften of kwartaalaangiften indient en aan wie goederen worden gezonden om te worden bewerkt, verwerkt of hersteld, mag als geadresseerde optreden op voorwaarde dat:
1 o zijn medecontractant hier te lande geen vaste inrichting noch een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft;(7)
2 o indien hij de goederen niet koopt, hij ze wederuitvoert (kon. besl. nr. 7, art. 5, § 2,2 o).
De goederen worden wederuitgevoerd.
132. Wanneer de belanghebbende de belasting heeft voldaan bij de invoer moet er geen regularisatie worden gedaan zo de ingevoerde goederen wederuitgevoerd worden, ongeacht of die goederen al dan niet bewerkt, verwerkt of hersteld werden.
133. Wanneer de belanghebbende de vrijstelling van artikel 43 van het Wetboek heeft ingeroepen, moet geen regularisatie worden gedaan voor zover de goederen werden wederuitgevoerd binnen een jaar te rekenen vanaf de invoer. In het tegenovergestelde geval moet de belanghebbende zich richten naar het bepaalde in § 28 van de aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100. Zoals die werd gewijzigd door de aanschrijving van heden nr. 67.
De goederen worden hier te lande ter beschikking gesteld van de medecontractant.
134. Wanneer de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige de goederen niet koopt maar ze hier te lande ter beschikking stelt van zijn medecontractant, is hij ertoe gehouden aan de hoofdcontroleur van de BTW, onder wie hij ressorteert, volgende stukken over te leggen :
1 o het op zijn naam opgemaakte document,
2 o een verbeterend document 45 R,
3 o een document 45 opgemaakt op naam van zijn medecontractant.
135. De regularisatie van de invoer geschiedt volgens de in de nrs. 73 tot 89 bepaalde regels.
De goederen worden hier te lande wederverkocht door de medecontractant.
Voorafgaande opmerking.
136. De regularisatieprocedure die hierna besproken wordt in de nrs. 138 tot 146, wil vermijden dat de medecontractant van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige een aansprakelijke vertegenwoordiger moet laten erkennen of de bij aanschrijving van 31 december 1970, nr. 105, bepaalde formaliteiten moet vervullen om te worden ontslagen van de verplichting er een te laten erkennen.
137. Wanneer goederen die werden ingevoerd om te worden bewerkt, verwerkt of hersteld, door de medecontractant van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige hier te lande werden verkocht, dient bij de regularisatie van de verrichting volgend onderscheid te worden gemaakt.
I. De in nr, 131 bedoelde belastingplichtige koopt de ingevoerde goederen.
A. De belastingplichtige heeft de belasting voldaan bij de invoer.
138.Indien de goederen in de staat zijn gebleven waarin ze werden ingevoerd dient er niet tot regularisatie te worden overgegaan voor zover de inkoopprijs gelijk is aan de waarde die bij de invoer van de goederen werd aangegeven. In tegenovergesteld geval regulariseert de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige op de in de nrs. 96 en 97 bepaalde wijze (1).
139. Indien de goederen niet zijn gebleven in de staat waarin ze werden ingevoerd dient als volgt te worden gehandeld :
1 o Indien de belastingplichtige de goederen koopt in de staat waarin ze werden ingevoerd dient hij te handelen zoals bepaald in nr. 138 (8),
2 o Indien de belastingplichtige de goederen koopt in de staat waarin ze zich bevinden na een bewerking, een verwerking of een herstelling te hebben ondergaan, moet hij de heffing regulariseren tot beloop van het verschil tussen het bedrag van de bij de invoer voldane belasting en het bedrag van de bij de inkoop verschuldigde belasting, op de in de nrs. 96 en 97 bepaalde wijze (8).
B. De belastingplichtige heeft, bij de invoer, vrijstelling op grond van artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit nr. 18 van 20 juli 1970 bekomen.
140. De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige moet, ongeacht of de goederen al dan niet in de staat zijn gebleven waarin ze werden ingevoerd, zich richten naar het bepaalde in de §§ 28 en 35 van de aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100, zoals die werd gewijzigd door de aanschrijving van heden, nr. 67.
II. De ingevoerde goederen werden hier te lande verkocht aan een andere persoon dan de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige.
A. Tussenkomst van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige.
De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige heeft de belasting voldaan bij de invoer.
141. De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige moet, ongeacht of de goederen al dan niet in de staat gebleven zijn waarin ze werden ingevoerd, de aftrek (9) niet herzien van de belasting die hij heeft voldaan bij de invoer van de goederen die hij ter beschikking stelt van zijn medecontractant, maar hij dient aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert het op zijn naam opgestelde document 45 en een verbeterend document 45 R over te leggen.
De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige heeft bij de invoer vrijstelling verkregen op grond van artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit nr. 18, van 20 juli 1970.
142. De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige moet, ongeacht of de goederen al dan niet in de staat zijn gebleven waarin ze werden ingevoerd, aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert, het op zijn naam opgestelde document 45 B en een verbeterend document 45 R overleggen.
B. Tussenkomst van de medecontractant van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige.
143. De medecontractant van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige, of de persoon die in zijn naam optreedt, moet een document 45 A opmaken op naam van de persoon aan wie de goederen werden verkocht en moet dat document overleggen aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige ressorteert.
144. Het document 45 A moet gezegeld worden tot beloop van de belasting die zou verschuldigd zijn indien de goederen waren ingevoerd op de datum waarop ze werden verkocht.
145. Het in nr. 143 bedoelde document 45 A mag door een document 45 B worden vervangen indien de persoon aan wie de goederen werden verkocht de toepassing inroept van een vergunning die hem op grond van artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 18, van 20 juli 1970, werd verleend.
C. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
146. Wanneer de hoofdcontroleur van de BTW de in de nrs. 141 of 142, 143 of 145 bedoelde documenten in zijn bezit heeft handelt hij overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 73 tot 89.
Afdeling 3.- Algemene of bijzondere van de door deze aanschrijving gestelde regularisatieregels.
Eerste onderafdeling.- Elementen van de maatstaf van heffing die op het tijdstip van de invoer niet of slechts bij benadering gekend zijn.
Toepassingssfeer.
147. Wanneer de kosten van een of meerdere elementen die de maatstaf van heffing samenstellen niet of slechts bij benadering gekend zijn op het tijdstip dat de BTW moet worden voldaan, moet de geadresseerde of de aangever die kosten schatten onder controle van de Administratie. In de regel dient de op deze grondslag gedane heffing te worden herzien wanneer de werkelijke kosten van genoemde elementen definitief zijn vastgesteld en het geschatte bedrag overschrijden. De herziening gebeurt, al naar gelang het geval, overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 96, 99 of 117.
Wanneer de werkelijke kosten die de maatstaf van heffing samenstellen, minder bedragen dan de geschatte kosten wordt de teveel betaalde belasting terug gegeven in de gevallen binnen de grenzen en op de wijze bepaald door het Wetboek en bij het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969 (z. aanschr. van 24 november 1970, nr. 78).
Afwijking.
148. Bij afwijking van nr. 147, dient niet tot herziening te worden overgegaan indien de volgende voorwaarden samen vervuld zijn :
1 o De geadresseerde van de ingevoerde goederen is een belastingplichtige die de wegens invoer verschuldigde belasting volledig mag aftrekken;
2 o Het verschil tussen de totale raming van de te schatten elementen en het totaal van de werkelijke kosten van die elementen bedraagt niet meer dan 10 pct. van het laatstgenoemde totaal.
Voorbeeld. Op 10 maart 1971 voert A goederen in die onderworpen zijn aan het tarief van 18 pct. en die hij heeft gekocht van B voor 1.000.000 F.
A laat het vervoer doen door C en heeft dat vervoer verzekerd bij verzekeraar D.
A geeft de goederen ten verbruik aan en berekent de maatstaf van heffing als volgt :
tegen 18 pct.=181.800 F.
Op 2 april 1971 ontvangt A van vervoerder C een factuur ten bedrage van 10.000 F en van verzekeraar D een factuur van 2.000 F, die respectievelijk de werkelijke kosten van vervoer en van verzekering vertegenwoordigen.
Het totaal van de werkelijke kosten van vervoer en van verzekering bedraagt 12.000 F, dit is 10.000 + 2.000.
Het verschil tussen het totaal van de werkelijke kosten en de totale raming van die kosten is 2.000 F (12.000 - 10.000) dit is een verschil van meer dan 10 pct. van de totale werkelijke kosten (1.200 F).
A moet derhalve de gedane heffing herzien.
3 o Het bedrag van de bijkomende belasting bedraagt minder dan 9.000 F.
Voorbeeld. Op 25 maart 1971 voert A goederen in die aan het tarief van 18 pct. onderworpen zijn en die hij gekocht heeft van B voor een prijs waarvan al de elementen nog niet gekend zijn op het tijdstip van de invoer.
Bij de invoer schat A de goederen op 800.000 F.
Heffing : 800.000 tegen 18 pct. = 144.000 F.
Op 10 april 1971 zendt B aan A een factuur waarin de verkoopprijs wordt vastgesteld op 870.000 F.
Heffing 870.000 tegen 18 pct. = 156.600 F.
Het verschil tussen de schatting en de werkelijke prijs bedraagt 70.000 F, dit is een verschil dat kleiner is dan 10 pct. van de werkelijke prijs (87.000 F).
Bij toepassing van 2 o hiervoor alleen zou A de heffing niet hoeven te herzien. De bijkomende belasting bedraagt evenwel 12.600 F (156.600 - 144.000), dit is meer dan 9.000 F. Bijgevolg zal A de heffing moeten herzien.
Onderafdeling 2.- Invoer langs de post van boeken en tijdschriften.
Toepassingssfeer.
149. Het kan gebeuren dat de geadresseerde op het tijdstip van de invoer de prijs of de waarde niet kent van de boeken of tijdschriften die langs de post worden ingevoerd. Om praktische redenen heeft de Admi- nistratie erin toegestemd dat in dergelijk geval de verschuldigde belasting wordt voldaan over een voorlopige maatstaf van heffing die forfaitair wordt bepaald naar het brutogewicht van de zending (z. aanschrijving van 9 september 1971, nr. 138). De heffing wordt herzien, naar gelang het geval, overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 96 en 97, 99 en 100 of 117 en 118, met dien verstande dat, wanneer de geadresseerde een niet- belastingplichtige is, de zegels moeten worden aangebracht op de factuur of op de afrekening van de post.
Afwijking.
150. In afwijking van nr. 149, hoeft de heffing over de forfaitaire maatstaf niet te worden herzien indien de volgende voorwaarden samen vervuld zijn :
1 o de geadresseerde is een belastingplichtige die de wegens invoer verschuldigde belasting volledig mag aftrekken;
2 o en de maatstaf van heffing die zou berekend worden over de prijs of over de werkelijke waarde van de ingevoerde goederen, is niet hoger dan het dubbele van de forfaitaire maatstaf.
Onderafdeling 3.- Aanvullende belasting die niet meer dan 100 F bedraagt.
151. Bij wijze van proef wordt aangenomen dat de belastingplichtigen die de wegens invoer verschuldigde belasting mogen aftrekken, geen herziening hoeven te doen wanneer het bedrag van de bijkomende belasting niet meer dan 100 F bedraagt.
Hoofdstuk V.- Diverse bepalingen.
Draagwijdte van de geldigverklaring van een document.
152. De geldigverklaring van een document, hetzij door de douane, hetzij door de hoofdcontroleur van de BTW, houdt in geen geval een erkenning in door de Administratie van de waarachtigheid der verrichting die het geldigverklaarde document vaststelt.
Gewijzigde of opgeheven administratieve bepalingen.
153. De aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100, wordt gewijzigd door de aanschrijving van heden, nr 67, om rekening te houden met bepalingen van onderhavige aanschrijving.
154. De aanschrijving van 15 juli 1971, nr. 116, vervalt.
155. De nrs. 13 en 14 van de aanschrijving van 9 september 1971, nr. 138, worden opgeheven.
Overgangsbepalingen
156. In afwachting dat de documenten 45 R gedrukt zijn moeten de belanghebbenden documenten 45 A wit gebruiken die vooraf werden aangepast.
Te dien einde dienen ze als volgt te handelen :
1 o In het opschrift van elk der exemplaren van het document 45 A zal de letter A door de letter R worden vervangen;
2 o Op elk der exemplaren van het document 45 A zal met rode inkt een diagonale streep getrokken worden;
3 o Op de keerzijde van het voor de Administratie bestemde exemplaar en in vak 15 van het voor de aangever bestemde exemplaar moet de belanghebbende, in afzonderlijke kolommen, de inlichtingen opgeven die gevraagd worden op de keerzijde van het document 45 R waarvan een model bij deze aanschrijving is gevoegd.
Namens de Minister:
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR
TOELICHTINGEN bij het formulier 45 R
(De toelichtingen verwijzen naar de vakken van het formulier).
1. Naam en adres van de persoon die het document 45 R opstelt.
2. Benaming van het douanekantoor die het foutieve document 45 heeft geldig gemaakt alsmede de datum en het nr, van de geldigmaking (die inlichtingen staan afgedrukt in het stempel dat de douane op het foutieve document 45 heeft aangebracht.)
3 tot 14. Tekstueel de gegevens overnemen die voorkomen in de overeenstemmende vakken van het foutieve document 45.
15. Vak voorbehouden aan de Administratie.
16.a tot f in te vullen door de persoon die het document 45 R opstelt.
g tot i in te vullen door de Administratie.
16
NOTEN
(1) Een document 45 wordt geacht door de douane geldig gemaakt te zijn :
1 o wanneer de afdruk van de door de douane gebruikte zegelmachine erop werd aangebracht,
2 o of wanneer de erop aangebrachte fiscale plakzegels door de douane onbruikbaar werden gemaakt;
3 o of wanneer de datumstempel die de douane gebruikt om de fiscale plakzegels onbruikbaar te maken, werd aangebracht naast de afdruk van de door de aangever gebruikte zegelmachine.
(2) zo de belasting niet werd afgetrokken dient de in nr. 73 bedoelde belastingplichtige de aftrek te doen.
(3) Om veelvuldige regularisatieverrichtingen te vermijden terwijl het op het spel staande belang miniem is, heeft de Administratie goed gevonden dat in sommige gevallen van die regel wordt afgeweken (z, nr. 149).
(4) Ingeval de belasting niet werd afgetrokken, dient de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige die aftrek te doen.
(5) Eigenlijk handelt men in zekere zin alsof de goederen werden uitgevoerd en daarna wederingevoerd.
(6) Ingeval de belasting niet werd afgetrokken dient de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige die aftrek te doen.
(7) zie nochtans de aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100, § 1.
(8) Op te merken dat wanneer de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige de gekochte goederen in gebruik neemt als bedrijfsmiddelen, die in gebruikname krachtens artikel 12, § 1, 4 o, van het Wetboek met een belastbare levering hier te lande wordt gelijkgesteld.
(9) Indien de aftrek van de belasting niet werd gedaan moet de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige de belasting aftrekken.
Aanschrijving nr. 65 dd. 15.06.1972
Invoer
Document 45
Regularisaties
Doel van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving bepaalt de regelen die moeten worden gevolgd voor de regularisatie van vergissingen die werden begaan bij het opstellen of het zegelen van documenten 45 opgemaakt ter gelegenheid van de invoer van goederen, voor zover die regularisatie niet het gevolg is van een controle door ambtenaren van de Administratie van de BTW (z. nr. 7).
2. Het bepaalde in deze aanschrijving is eveneens van toepassing in de gevallen waarin documenten 45, die regelmatig werden opgesteld bij de invoer, gewijzigd of vervangen moeten worden wegens een nieuw feit dat zich na de invoer heeft voorgedaan. Dat is inzonderheid het geval :
- wanneer de geadresseerde weigert de goederen in ontvangst te nemen en het document 45 aan de aangever terugstuurt (z. nr. 31);
- wanneer een persoon die een goed op zicht, op proef of in consignatie heeft ingevoerd, het hier te lande terug ter beschikking van zijn medecontractant stelt (z. nr. 124);
- wanneer een persoon die een goed heeft ingevoerd om het een loonwerk te doen ondergaan, het hier te lande terug ter beschikking stelt van zijn opdrachtgever (z. nr. 134).
3. Voor de toepassing van deze aanschrijving wordt niet als een vergissing aangemerkt, het feit dat men goederen voor het verbruik heeft aangegeven met voldoening van de belasting alhoewel men voor die goederen een stelsel van vrijstelling had kunnen inroepen
In dat geval is de aangifte ten verbruik definitief en blijft de belasting aan de Schatkist verworven. Op dat beginsel wordt slechts uitzondering gemaakt in de gevallen waarin het vast staat dat de aangifte ten verbruik met voldoening van de BTW is gebeurd ten gevolge van het niet naleven van de formele instructies van de invoerder. In die laatste veronderstelling mag, voor wat betreft de BTW, de aangifte ten verbruik geannuleerd worden en vervangen worden door een aangifte die overeenstemt met de instructies van de invoerder.
Motivering van de regeling.
4. Bij het bepalen van de te volgen regels werd met volgende gegevens rekening gehouden :
1 o De documenten 45 moeten worden opgesteld in twee exemplaren, waarvan een voor de Administratie, het andere voor de aangever (kon. besl. nr. 7, art. 9, § 1).
Na de geldigmaking wordt het exemplaar voor de Administratie door het kantoor van invoer naar het Centrum voor Informatieverwerking der douane en accijnzen (C.I.V./D.A.) gestuurd terwijl het exemplaar voor de aangever aan deze laatste wordt overhandigd. Wanneer de aangever niet de geadresseerde van de ingevoerde goederen is, geeft hij dat exemplaar aan de geadresseerde die het moet bewaren (kon. besl. nr. 7, art. 11).
Wanneer de aangever of de geadresseerde bij gevolg in het bezit is gekomen van een door de douane geldig gemaakt (1) document waarin een vergissing voorkomt, mogen de gegevens die op dat document voorkomen in de regel niet worden gewijzigd, zonder dat die wijziging tegelijkertijd ter kennis wordt gebracht van het C.I.V./D.A.
2 o Het voor de aangever bestemde exemplaar van een document 45, dat een belastingplichtige als geadresseerde van de ingevoerde goederen aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt, is voor die belastingplichtige de titel die hem moet toelaten zijn recht op aftrek van de belasting die hij heeft voldaan op het ogenblik van de aangifte tot verbruik van die goederen, uit te oefenen (z. kon. besl. nr. 3, van 10 december 1969, art. 3, § 1).
De procedure van regularisatie die gevolgd wordt is afhankelijk van het feit of de geadresseerde al dan niet de gelegenheid heeft gehad de belasting regelmatig af te trekken.
3 o Het C.I.V./D.A. maakt ten behoeve van de BTW-diensten lijsten op van de voor de administratie bestemde exemplaren van documenten 45 die op naam van belastingplichtigen zijn opgesteld.
Anderzijds worden de verschillende documenten 45(45 A wit, 45 B, 45 C, 45 A geel) tot onderscheiden doeleinden aangewend en worden ze overeenkomstig hun eigen bestemming verwerkt.
Hieruit vloeit voort dat wanneer een bepaald document werd gebruikt, daar waar een ander document diende te worden gebruikt, het eerste in de regel moet worden vervangen.
Regularisatieprocedures.
5. Rekening houdend met wat voorafgaat verschillen de regularisatieprocedures naar gelang de vergissing wordt vastgesteld :
1 o op het douanekantoor waar de documenten 45 werden voorgelegd (z. hoofdstuk I, nrs. 14 tot 29);
2 o bij een aangever die niet de geadresseerde van de ingevoerde goederen is in de zin van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 7, van 12 maart 1970 (z. hoofdstuk II, nrs. 30 tot 66);
3 o bij de persoon die op het document 45 als de geadresseerde van de ingevoerde goederen staat vermeld (z. hoofdstuk III, nrs. 67 tot 119).
4 o in het Centrum voor informatieverwerking van de Administratie der douane en accijnzen.
De bijlagen 1 en 2 bij deze aanschrijving geven een schematisch overzicht van de onder de nrs. 1 o tot 3 o bedoelde procedures.
6. De regularisatieprocedures verschillen ook naar gelang van de begane vergissingen. Deze kunnen het gevolg zijn :
A. van de verkeerde vermelding :
1 o van het registratienummer van de belastingplichtige;
2 o of van de naam en/of het adres van de geadresseerde,
3 o of van de naam en/of het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger,
4 o of van de omschrijving van de goederen, onder meer met betrekking tot de hoeveelheid,
5 o of van de gegevens betreffende de maatstaf van heffing;
6 o of van het percentage van de verschuldigde belasting;
7 o of van het bedrag van de verschuldigde belasting;
B. van de zegeling van het document 45;
C. van het gebruik van een document in plaats van een ander (bijvoorbeeld, gebruik van een 45 A wit in plaats van een 45 A geel, of van een 45 B).
7. De bij deze aanschrijving bepaalde regularisatieprocedures mogen niet worden toegepast wanneer de vergissingen werden ontdekt door een ambtenaar die belast is met de controle op de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde.
Gevolgen van de regularisatie op de geldboeten en de interesten.
8. wanneer de betrokkenen de in deze aanschrijving bedoelde procedures juist toepassen, worden ze, in de regel geacht spontane aangifte te doen van de begane vergissingen.
9. De spontane regularisatie van de begane vergissingen ontslaat de betrokkenen niet van de betaling van de interesten wanneer die verschuldigd zijn overeenkomstig artikel 91 van het BTW-Wetboek.
Tussenkomst van de Administratie der douane en accijnzen.
10. Aan te stippen valt dat, behalve in de gevallen waarin de begane vergissing wordt vastgesteld terwijl de ingevoerde goederen zich nog onder het toezicht van de douane bevinden (z. hoofdstuk I), de regularisatie van de vergissingen gebeurt zonder de bemiddeling van de Administratie der douane en accijnzen.
11. Wanneer dus bij de regularisatie van de vergissing een supplement aan invoerrechten wordt geheven en over het bedrag van dat supplement de BTW verschuldigd is, dan wordt het supplement aan invoerrechten door de douane geheven terwijl de bijkomende BTW geregulariseerd wordt op de wijze uiteengezet in de nrs. 96, 99 of 107, naargelang het geval.
12. Voorbeeld : Houten kratten afkomstig uit Zweden worden voor het verbruik aangegeven onder post 44.21 B van het Tarief van Invoerrechten. De geheven invoerrechten bedragen 10 pct. Nadat de goederen het toezicht van de douane hebben verlaten blijkt dat de kratten behoren tot de categorie van goederen die moesten gerangschikt worden onder post 44.21 A van het Tarief (invoerrecht : 12 pct.). In dat geval vordert de douane van de aangever het supplement aan invoerrechten, namelijk 2 (12-10) pct. en stuurt ze een kennisgeving van geschil aan de Administratie van de BTW om mede te delen dat de aangever, of de persoon in wiens naam hij heeft gehandeld, ertoe gehouden is de bijkomende BTW, dit is 18 pct. over 2 pct., bij te betalen.
13. De regularisatie van de vergissingen die door het C.I.V./D.A. worden vastgesteld, gebeurt volgens administratieve procedures die in deze aanschrijving niet worden behandeld.
Hoofdstuk I.- De vergissing wordt vastgesteld op het douanekantoor.
Werkingssfeer.
14. De in dit hoofdstuk voorgeschreven regularisatieprocedure mag slechts worden toegepast in de gevallen waarin de vergissing wordt vastgesteld terwijl de ingevoerde goederen zich nog onder het toezicht van de douane bevinden. In de andere gevallen moeten de in hoofdstuk II of III van deze aanschrijving voorgeschreven procedures worden gevolgd.
15. De in dit hoofdstuk voorgeschreven procedures verschillen naargelang het aan de douane overhandigd document al dan niet moet worden vervangen.
Het document moet worden vervangen in de volgende gevallen :
1 o wanneer de vermeldingen op het document niet duidelijk geschreven zijn of niet werden geschreven met onuitwisbare inkt;
2 o wanneer niet rechtstreeks op het voor de administratie bestemde exemplaar van het document is geschreven of getypt;
3 o wanneer op het document overschrijvingen, schriftdelgingen of andere schendingen voorkomen;
4 o wanneer het document verkeerd voor een ander werd gebruikt (z. nr. 6, C);
5 o wanneer de BTW waarvan het document de betaling vaststelt, geheel of gedeeltelijk moet worden terugbetaald.
Eerste afdeling.- Het document moet worden vervangen.
Voorleggen van een nieuw document.
16. Wanneer het document moet worden vervangen legt de aangever op het kantoor van invoer een nieuw document voor dat eventueel vooraf gezegeld werd.
Ongeldigmaking van het foutieve document.
17. Wanneer een foutief document moet worden vervangen, brengt de douane op het foutieve document de vermelding ''Ongeldig" aan.
18. Indien het voor de Administratie bestemde exemplaar van het foutieve document naar het C.I.V./D.A. werd gestuurd, zendt de douane aan die dienst een bericht.
Bestemming van het foutieve document.
19. Wanneer het foutieve en vervangen document werd gezegeld door de douane met de door haar gebruikte zegelmachine wordt dat document door de douane bewaard.
20. Wanneer het werd gezegeld met fiscale plakzegels of wanneer het werd gezegeld met de zegelmachine die de aangever mag gebruiken, wordt het foutieve en vervangen document aan de aangever teruggegeven
Teruggaaf van de voldane belasting.
A. Door de aangever gezegeld document.
21. Wanneer een document dat door de aangever werd gezegeld met fiscale plakzegels of met een door hem gebruikte zegelmachine, wordt vervangen moet de teruggaaf van de zegels worden gevraagd aan het ontvangkantoor van de BTW waaronder de aangever ressorteert, indien het document niet werd geldig gemaakt door de douane.
Het foutieve document dat aan de aangever werd overhandigd (z. nr. 20) moet bij de aanvraag om teruggaaf worden gevoegd.
22. Wanneer het door de aangever gezegelde document werd geldig gemaakt door de douane, gebeurt de teruggaaf van de voldane belasting door toerekening indien de aangever niet de geadresseerde is van de ingevoerde goederen (zie nrs. 58 tot 61, of volgens de procedures die al naar gelang het geval vastgesteld zijn in de nrs. 97, 100 en 118, indien de aangever de geadresseerde is van de ingevoerde goederen.
Het foutieve document wordt door de douane aan de aangever teruggegeven (z. nr. 20).
B. Door de douane gezegeld document.
23. Wanneer een document dat door de douane met de door haar gebruikte zegelmachine werd gezegeld, moet worden vervangen, crediteert de douane de aangever voor het bedrag van de belasting dat voorkomt op het foutieve document . Het foutieve document wordt door de douane bewaard (z. nr. 19).
Afdeling 2.- Het document moet niet worden vervangen.
Verbetering van het document 45.
24. Wanneer in het voorgelegde document een der vergissingen voorkomt waarvan sprake in nr. 6, A wordt aangever verzocht de te verbeteren woorden of cijfers lichtjes door te halen en juist er boven de woorden of cijfers te schrijven die de verkeerde gegevens vervangen.
25. De verbetering wordt geparafeerd door de aangever en gewaarmerkt door de douane met een stempel die naast de paraaf van de aangever wordt aangebracht.
26. Indien het voor de Administratie bestemde exemplaar van het foutieve document reeds naar het C.I.V./D.A. werd gestuurd, zendt de douane aan die dienst een bericht.
27. Wanneer de verbetering van de vergissing bovendien, in de gevallen bedoeld in de nrs. 6 A of B, een wijziging van de verrichte heffing tot gevolg heeft dan gebeurt die regularisatie als volgt :
A. Een aanvullend bedrag aan BTW is verschuldigd.
28. De aangever wordt verzocht de heffing hetzij door het aanbrengen van fiscale plakzegels op het foutieve document, hetzij door het voorleggen van een aanvullend document bekleed met fiscale plakzegels of gezegeld met de machine naar gelang het geval. In voorkomend geval moet op het nieuwe document de vermelding zijn aangebracht "Aanvulling van de BTW die voldaan is op het document 45 (A of B) van ..........".
B. De BTW moet geheel of gedeeltelijk worden terugbetaald.
29. Er wordt aan herinnerd dat de aangever moet worden verzocht een nieuw gezegeld document voor te leggen wanneer de verbetering van de vergissing gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de voldane belasting tot gevolg heeft (z. nrs. 15,5 o,21 tot 23).
Hoofdstuk II.- De vergissing wordt vastgesteld bij een aangever die niet de geadresseerde is.
Werkingssfeer.
30. De in dit hoofdstuk voorgeschreven regularisatieprocedure mag slechts worden toegepast wanneer de volgende voorwaarden samen vervuld zijn:
1 o het document werd voorgelegd aan de douane die het heeft geldig gemaakt;
2 o het document werd door de douane teruggegeven aan een aangever die niet de geadresseerde van de ingevoerde goederen is in de zin van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 7;
3 o het document is in het bezit gebleven van de aangever.
31. De in nr. 30, 3 o, bepaalde voorwaarde is vervuld :
1 o wanneer het document door de aangever nog niet aan de geadresseerde werd gestuurd;
2 o wanneer het document aan de geadresseerde werd gestuurd, maar deze laatste het heeft geweigerd; dat houdt in dat, indien de geadresseerde een belastingplichtige is, hij het document niet in zijn boekhouding heeft ingeschreven.
Eerste afdeling.- De aangever is een belastingplichtige die maand- of kwartaalaangiften indient.
Voorafgaande opmerking.
32. Wanneer een document 45 dat door de douane geldig werd gemaakt en waarin onjuiste vermeldingen voorkomen, werd overhandigd aan een belastingplichtige aangever, die geregeld douaneverrichtingen doet (een grensexpediteur of een andere), moet de aangever :
1 o indien de vergissing op een essentieel gegeven betrekking heeft, zich richten naar het bepaalde in de nrs. 33 tot 61;
2 o indien de vergissing op een ander gegeven betrekking heeft, zich richten hetzij naar het bepaalde in de nrs. 33 tot 61, hetzij naar het bepaalde in de nrs. 62 tot 64.
Essentieel gegeven.- Begrip.
33. Voor de toepassing van deze aanschrijving wordt onder vergissing die op een essentieel gegeven betrekking heeft, verstaan :
1 o de vergissing die betrekking heeft op het registratienummer of op de identiteit (de naam en/of het adres) van de geadresseerde;
2 o de vergissing die een wijziging van de gedane heffing tot gevolg heeft;
3 o het gebruik van een document in plaats van een ander (z. nr. 6, C).
Eerste onderafdeling.- Vergissing die op een essentieel gegeven betrekking heeft.
A. Tussenkomst van de aangever.
Formaliteiten.
34. Wanneer de vergissing op een essentieel gegeven betrekking heeft, moet de aangever :
1 o een nieuw document 45 opstellen;
2 o een verbeterend document 45 R opstellen;
3 o het foutieve document in een register inschrijven.
Opstellen van een nieuw document.
35. Zodra de aangever de begane vergissing vaststelt, stelt hij een nieuw document 45 op, dat hij eventueel zegelt met fiscale plakzegels of met de zegelmachine die hij gebruikt. De fiscale plakzegels worden onbruikbaar gemaakt door de hoofdcontroleur van de BTW, onder wie hij ressorteert (z.nr. 53).
36. In afwijking van de nrs. 34 en 35, is het opstellen van een nieuw document niet vereist wanneer de ingevoerde goederen door de geadresseerde werden geweigerd en naar het buitenland werden teruggestuurd. -
Verbeterend document 45 R.
37. De aangever is ertoe gehouden een verbeterend document 45 R op te stellen dat overeenstemt met het model van bijlage 3 bij deze aanschrijving. Dat document vermeldt tekstueel de gegevens die op het foutieve stuk voorkomen.
38. Het document 45 R wordt gedrukt op wit papier met rode diagonale streep.
39. Het document 45 R moet in tweevoud worden opgesteld. Eén van de exemplaren is voor de Administratie bestemd, het andere voor de aangever.
40. Het document 45 R moet worden ingevuld met inkt of door middel van een schrijfmachine, met gebruik van carbonpapier.
Het is toegestaan met een kogelpen op het exemplaar voor de Administratie te schrijven en met carbonpapier op het exemplaar voor de aangever door te drukken.
Geen enkel ander doordrukprocédé mag worden gebruikt.
41. De inschrijvingen op het document 45 R moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. Op het exemplaar voor de Administratie moet rechtstreeks zijn geschreven of getypt.
Op de documenten 45 R mogen noch overschrijvingen, noch schriftdelgingen, noch andere schendingen voorkomen.
Register van toerekening.
42. De aangever is ertoe gehouden het foutieve document in te schrijven in een register, genaamd "register van toerekening". Dat register vermeldt in onderscheiden kolommen volgende gegevens:
1 o een volgnummer uit een ononderbroken reeks van nummers;
2 o de datum van de inschrijving;
3 o de naam van de persoon die op het foutieve document als geadresseerde is opgegeven;
4 o de datum van het foutieve document;
5 o het nummer van het foutieve document,
6 o het bedrag van de belasting die voldaan is op het foutieve document;
7 o de datum waarop het foutief document ongeldig werd verklaard.
43. In principe moet het register van toerekening blad na blad genummerd worden. Nochtans mag dat register worden vervangen door losse bladen onder de bij de aanschrijving van 7 december 1970, nr. 81, bepaalde voorwaarden.
44. Een aangever die zijn activiteit in verscheidene bedrijfszetels uitoefent, mag tegelijkertijd verschillende registers van toerekening houden (één per bedrijfszetel).
45. In dat geval moet hij steeds in het bezit zijn van een lijst van de in gebruik zijnde registers van toerekening en deze, lijst, in geval van controle, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie voorleggen. Bovendien moet hij voor elke periode van aangifte (maand of kwartaal)in het register van toerekening dat gehouden wordt in de zetel waar de aangiften worden opgesteld een samenvattende tabel opmaken van de bedragen die voorkomen in de verschillende registers van toerekening.
Overlegging van de documenten.
46. De aangever legt aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert, over :
1 o het exemplaar voor aangever van het foutief document;
2 o de twee exemplaren van het document 45 R
3 o de twee exemplaren van het nieuwe document of, indien de geweigerde goederen naar het buitenland werden teruggezonden, het bewijs van die terugzending.
47. Wanneer de aangever zijn activiteit in verscheidene bedrijfszetels uitoefent, is de hoofdcontroleur van de BTW die moet optreden, degene onder wie de bedrijfszetel ressorteert.
B. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
Ongeldigverklaring van het foutieve document.
48. De hoofdcontroleur van de BTW brengt op het foutieve document, de vermelding ''Ongeldig" aan.
49. Hij geeft het ongeldig verklaarde document terug aan de aangever.
Geldigmaking van het document 45 R.
50. De hoofdcontroleur van de BTW maakt het document 45 R geldig.
51. Hij houdt het voor de Administratie bestemde exemplaar van dat document in en overhandigt aan de aangever het exemplaar dat voor deze laatste is bestemd.
Geldigmaking van het nieuwe document 45.
52. De hoofdcontroleur van de BTW maakt het of de nieuwe documenten 45 geldig die worden voorgelegd ter vervanging van de foutieve documenten.
53. In voorkomend geval maakt hij de fiscale plakzegels onbruikbaar die werden aangebracht op het exemplaar voor de aangever van dat of die nieuwe documenten 45, of brengt hij de stempel van het kantoor aan naast de afdruk van de door de aangever gebruikte zegelmachine.
54. Hij brengt op het nieuwe document de vermelding aan "geldig verklaard" gevolgd door de datum van de geldigmaking en zijn handtekening
55. Hij houdt het voor de Administratie bestemde exemplaar van dat of die documenten in en overhandigt aan de aangever het voor deze laatste bestemde exemplaar.
C. Bestemming van de aan de aangever overhandigde documenten.
56. De aangever voegt het foutieve document bij het exemplaar voor de aangever van het document 45 R en hij bewaard die documenten als bewijsstukken.
57. Hij overhandigt aan de geadresseerde van de ingevoerde goederen het exemplaar voor de aangever van het of de door de hoofdcontroleur van de BTW geldig gemaakte nieuwe documenten 45 (kon. besl. nr. 7, art. 11).
D. Teruggaaf van de voldane belasting.
58. De teruggaaf van de belasting die werd voldaan op het foutieve document geschiedt door toerekening op de belasting die door de aangever voor het tijdvak van de aangifte aan de Schatkist verschuldigd is.
59. Daartoe telt de aangever, vooraleer hij zijn maand- of kwartaalaangifte opmaakt, het bedrag samen van de belastingen die in kolom 6 van zijn register van toerekening voorkomen (z. nr. 42).
60. De aangever verricht de toerekening door het in nr. 59 bedoelde totaal te begrijpen in kader V, b, van de maandaangifte of in rubriek V van de kw aangifte.
61. De bij wijze van toerekening terug te geven belastingen worden gevoegd bij de belastingen waarvoor het recht op aftrek wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969 (z. kon. besl. nr. 4, art. 7).
Onderafdeling 2.- Vergissing die betrekking heeft op een niet-essentieel gegeven.
Regels.
62. Wanneer het document dat aan de aangever werd teruggegeven een vergissing bevat inzake een gegeven, heeft de aangever de keuze om :
1 o ofwel het document te vervangen en dan gebruikt hij de in de nrs. 34 tot 61 bepaalde procedure;
2 o ofwel het document te verbeteren op de in de nrs. 63 en 64 hierna beschreven wijze.
Verbetering van het document.
63. Wanneer de aangever verkiest het foutieve document te verbeteren, haalt hij de te verbeteren woorden of cijfers lichtjes door en schrijft hij juist erboven de woorden of de cijfers die de verkeerde gegevens vervangen.
64. Het verbeterde document hoeft niet te worden voorgelegd aan de hoofdcontroleur van de BTW.
Afdeling 2.- De aangever is een niet-belastingplichtige of een belastingplichtige die geen maand- of kwartaalaangiften indient.
Belastingplichtige die geen aangiften indient.-Begrip.
65. Onder belastingplichtige die geen maand- of kwartaalaangiften indient, wordt hier verstaan iedere aangever die er niet toe gehouden is of ervan vrijgesteld is dergelijke aangiften in te dienen.
Regels.
66. In de uitzonderlijke gevallen waarin de aangever, die niet de geadresseerde van de ingevoerde goederen is, geen belastingplichtige is of dat hij een belastingplichtige is die geen maand- of kwartaalaangiften indient, geschiedt de regularisatie van de door die mandataris begane vergissingen volgens de in hoofdstuk III bepaalde procedure alsof de vergissingen door de geadresseerde zelf waren begaan.
Hoofdstuk III.- De vergissing wordt vastgesteld bij de geadresseerde of bij de persoon die als geadresseerde van de ingevoerde goederen is vermeld op het foutieve document.
Werkingssfeer.
67. De bij dit hoofdstuk bepaalde regularisatieprocedure wordt toegepast wanneer de volgende voorwaarden samen vervuld zijn :
1 o het foutieve document werd voorgelegd aan de douane die het heeft geldig gemaakt;
2 o het foutieve document werd aangenomen door de persoon die op dat document voorkomt als zijnde de geadresseerde van de ingevoerde goederen, dat impliceert dat, indien die persoon een belastingplichtige is, hij het foutieve document, in zijn comptabiliteit heeft ingeschreven en dat hij de belasting waarvan dat foutieve document de voldoening vaststelt heeft kunnen aftrekken.
Eerste afdeling.- De persoon die voorkomt op het document als geadresseerde is een belastingplichtige.
Voorafgaande opmerking.
68. Wanneer een document 45 dat door de douane is geldig gemaakt en dat verkeerde vermeldingen bevat, werd overhandigd aan de persoon die op dat document voorkomt als geadresseerde van de ingevoerde goederen en die persoon een belastingplichtige is, geschiedt de regularisatie van de vergissingen overeenkomstig de onder de nrs. 69 tot 101 bepaalde regels.
Eerste onderafdeling.- Vergissing in het registratienummer of in de identiteit van de geadresseerde.
I. De verbetering van de vergissing heeft niet de aanwijzing van een andere geadresseerde tot gevolg.
A. Tussenkomst van de geadresseerde.
Formaliteiten.
69. Wanneer de geadresseerde van de ingevoerde goederen vaststelt dat in het document 45 dat hij heeft aangenomen, vergissingen voorkomen in verband met de aanduiding van zijn registratienummer of van zijn identiteit, moet hij aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert, voorleggen :
1 o het foutieve document 45,
2 o een verbeterend document 45 R.
B. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
Verbetering van het foutieve document.
70. De hoofdcontroleur van de BTW verbetert de verkeerde vermeldingen en parafeert die verbetering.
Geldigmaking van het document 45 R.
71. De hoofdcontroleur van de BTW maakt het document 45 R geldig.
C. Bestemming van de documenten.
72. De hoofdcontroleur overhandigt aan de persoon die ze hem heeft overgelegd :
1 o het verbeterd document,
2 o het exemplaar voor de aangever van het document 45 R.
Hij behoudt het exemplaar voor de Administratie van het document 45 R.
II. De verbetering van de vergissing heeft de aanwijzing van een andere persoon tot gevolg.
Formaliteiten.
73. Wanneer de persoon die op het foutieve document als geadresseerde van de ingevoerde goederen is vermeld, voor alle goederen of voor een gedeelte ervan niet de geadresseerde is, moeten aan de hoofdcontroleur onder wie die persoon ressorteert, de volgende stukken worden overgelegd.
1 o het foutieve document;
2 o een verbeterend document nr. 45 R;
3 o één of meerdere nieuwe documenten die op naam van de werkelijke geadresseerden zijn opgemaakt.
A. Tussenkomst van de persoon die het foutieve document heeft ontvangen.
74. De persoon die het foutieve document heeft ontvangen moet aan de hoofdcontroleur onder wie hij ressorteert de volgende stukken overleggen:
1 o het foutieve document;
2 o een verbeterend document 45 R.
B. Tussenkomst van de werkelijke geadresseerden.
75. De werkelijke geadresseerden van de ingevoerde goederen, of iemand die in hun naam handelt, moeten aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie de persoon bedoeld in nr. 73 ressorteert een nieuw document 45 overleggen.
76. Dat document 45 dient te worden gezegeld tot beloop van de belasting die zou verschuldigd geweest zijn indien de goederen ten verbruik waren aangegeven met betaling van de belasting op naam van de werkelijke geadresseerde(n).
77. Wanneer de werkelijke geadresseerde evenwel houder is van een vergunning uitgereikt krachtens artikel 43 van het Wetboek van de BTW, mag hij vrijstelling van BTW inroepen indien de toepassingsvoorwaarden van die vergunning vervuld zijn. In dat geval wordt gebruik gemaakt van een document 45 B waarin wordt verwezen naar de uitgereikte vergunning.
78. Tenzij het handelsgeheim zich ertegen verzet, kunnen de werkelijke geadresseerden de in nr. 73 bedoelde persoon ermee belasten in hun naam de formaliteit te vervullen waarvan sprake in nr. 75. In die veronderstelling dient de in nr. 73 bedoelde persoon te beschikken over al de gegevens die nodig zijn voor het opmaken van het nieuwe document en in voorkomend geval voor de juiste heffing van de verschuldigde belasting.
C. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
Ongeldigverklaring van het foutieve document.
79. Wanneer het foutieve document in zijn geheel dient te worden vervangen brengt de hoofdcontroleur, op dat document de vermelding "Ongeldig" aan.
80. Wanneer het foutieve document gedeeltelijk moet worden vervangen brengt de hoofdcontroleur, op dat document de volgende vermelding aan "Ongeldig verklaard voor dat bepaald goed en tot beloop van dat bepaald bedrag aan belasting"
Geldigmaking van het document 45 R.
81. De hoofdcontroleur van de BTW, maakt het document 45 R geldig.
Geldigmaking van het nieuwe document.
82. De hoofdcontroleur van de BTW, maakt het of de nieuwe documenten 45 geldig op naam van de werkelijke geadresseerden, door :
1 o te vermelden dat dit, of die documenten geheel of gedeeltelijk het document 45 vervangen dat geldig gemaakt werd op het douanekantoor, op die datum, onder dat nummer;
2 o in voorkomend geval de zegels onbruikbaar te maken die werden aangebracht op het exemplaar voor de aangever van het of de nieuwe documenten of door de stempel van het kantoor aan te brengen naast de afdruk van de zegelmachine waarmee het document werd gezegeld.
D. Bestemming van de documenten.
83. De hoofdcontroleur, overhandigt aan de persoon die ze hem heeft overgelegd:
1 o het foutieve document;
2 o het exemplaar voor aangever van het document 45 R;
3 o het exemplaar voor aangever van het of de nieuwe documenten 45.
84. Hij behoudt :
1 o het exemplaar voor de Administratie van het document 45 R;
2 o het exemplaar voor de Administratie van het of de nieuwe documenten 45.
E. Verplichtingen van de persoon die ten onrechte als geadresseerde op het foutieve document is vermeld.
85. Indien de in nr. 73 bedoelde belastingplichtige de belasting die op het foutieve document 45 werd voldaan volledig heeft kunnen aftrekken, hoeft hij de gedane aftrek niet te herzien (2) .
86. Indien die belastingplichtige daarentegen bij toepassing van artikel 46, § 1, van het Wetboek van de BTW de bij de invoer betaalde belasting slechts gedeeltelijk heeft afgetrokken dan moet hij een bijkomende aftrek verrichten in kader V, C, tweede streepje, van zijn maandelijkse aangifte of in rubriek V van zijn kwartaalaangifte.
87. Gaat het om een belastingplichtige die de belasting niet kan aftrekken, dan zal hij aan de hoofdcontroleur van de BTW de teruggaaf kunnen vragen van de belasting die ten onrechte op zijn naam werd voldaan.
88. De in nr, 73 bedoelde belastingplichtige dient het document 45 R in te schrijven in zijn boek voor inkomende facturen en het samen met het foutieve document 45 te bewaren.
F. Verplichtingen van de persoon op wiens naam een nieuw document werd opgesteld.
Die persoon is een belastingplichtige die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen.
89. Indien de werkelijke geadresseerde een belastingplichtige is die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen moet hij het document dat op zijn naam werd opgesteld (z. nr. 75) in zijn boekhouding inschrijven zodra hij het ontvangt.
Dat document stelt hem inderdaad in de mogelijkheid zijn recht op aftrek uit te oefenen juist alsof het document 45 door de douane was geldig gemaakt.
Die persoon is een niet-belastingplichtige of een belastingplichtige die niet gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen.
90. Indien de werkelijke geadresseerde een niet-belastingplichtige is of een belastingplichtige die niet gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen brengt de ontvangst van het document dat op zijn naam werd opgesteld voor hem geen bijzondere formaliteiten mee, tenzij dan dat de belastingplichtige verplicht is het document in zijn boekhouding in te schrijven.
Onderafdeling 2.- Vergissing in de identiteit van de aansprakelijke vertegenwoordiger.
91. De geadresseerde of de aansprakelijke vertegenwoordiger is ertoe gehouden de vergissing ter kennis te brengen van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Belliardstraat 35 te 1040 Brussel.
Onderafdeling 3.- Vergissing in de omschrijving van de goederen.
92. De geadresseerde mag het document 45 niet wijzigen wanneer de vergissing betrekking heeft op de omschrijving van de goederen, maar hij is ertoe gehouden door alle middelen de aard en de hoeveelheid van de werkelijke ingevoerde goederen aan te tonen.
93. In dat verband wordt eraan herinnerd dat artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 7 voorschrijft op het invoerdocument een verwijzing naar de factuur aan te brengen en dat, bijgevolg, de aanduiding van de goederen op die factuur moet overeenstemmen met de omschrijving van de goederen op het invoerdocument.
94. Anderzijds zij er op gewezen dat uit de combinatie van de artikelen 25 en 64, § 1, van het Wetboek blijkt dat de op een invoerdocument omschreven goederen behoudens tegenbewijs, worden geacht te zijn ingevoerd en te zijn geleverd in omstandigheden die de belasting opeisbaar maken.
Onderafdeling 4.- Vergissing in de aanduiding van de gegevens betreffende de maatstaf van heffing of het tarief, of vergissing bij de heffing.
De heffing moet niet worden gewijzigd.
95. Wanneer de vergissing die begaan werd geen wijziging van de heffing meebrengt dient het document 45 niet te worden verbeterd maar is de geadresseerde ertoe gehouden door alle middelen de juistheid van de heffing aan te tonen.
De heffing moet worden gewijzigd.
A. De geadresseerde is een belastingplichtige die gehouden is maandaangiften of kwartaalaangiften in te dienen.
96. Wanneer het herstellen van de vergissing de opeisbaarheid van een bijkomende belasting tot gevolg heeft regulariseert de geadresseerde die verrichting in kader V, a, van zijn maandaangifte of in rubriek V van zijn kwartaalaangifte (3).
97. Wanneer het herstellen van de vergissing een teruggaaf van de betaalde belasting tot gevolg heeft, geschiedt de teruggaaf van de teveel geheven belasting in de gevallen, binnen de perken en op de wijze bepaald door het Wetboek en bij het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969 (zie aanschr. van 24 november 1970, nr. 78).
B. De geadresseerde is een belastingplichtige die geen maandaangiften of kwartaalaangiften indient.
98. onder belastingplichtige die geen maandaangifte of kwartaalaangifte indient wordt hier verstaan elke belastingplichtige die niet gehouden is tot of die vrijgesteld is van het indienen van dergelijke aangiften.
99. Wanneer de verbetering de opeisbaarheid van een bijkomende belasting tot gevolg heeft, vult de geadresseerde de heffing aan door het aanbrengen en het onbruikbaar maken van gehele plakzegels op het document 45 dat hij ontvangen heeft.
100. Wanneer de verbetering een teruggaaf van de gehele of van een deel van de betaalde belasting tot gevolg heeft, moet de geadresseerde een verzoek om teruggaaf indienen bij de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert (z. aanschr. van 24 november 1970, nr. 78, afdeling 6).
Onderafdeling 5.- Vergissing in het gebruik van het document.
Formaliteiten.
101. Wanneer een document 45 verkeerd voor een ander werd gebruikt (z. nr. 6, C), brengt de regularisatie van de verrichting de verplichting mee aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie de geadresseerde ressorteert, de volgende stukken over te leggen.
1 o het foutieve document;
2 o een verbeterend document 45 R;
3 o een nieuw document 45.
Verder wordt gehandeld zoals in de nrs. 73 tot 90 is uiteengezet.
Afdeling 2.- De persoon die op het document als geadresseerde is vermeld, is een niet-belastingplichtige.
Voorafgaande opmerking.
102. Wanneer het document, dat door de douane is geldig gemaakt en dat verkeerde vermeldingen bevat, werd overhandigd aan de persoon die op dat document is vermeld als de geadresseerde van de ingevoerde goederen en die persoon een niet-belastingplichtige is, geschiedt de regularisatie van de vergissing volgens de in de nrs. 103 tot 119 bepaalde regels.
Eerste onderafdeling.- Vergissing in de identiteit van de geadresseerde.
I. De verbetering van de vergissing heeft niet de aanwijzing van een andere persoon tot gevolg.
103. Indien een vergissing werd begaan in de identiteit van de geadresseerde van de ingevoerde goederen en die persoon een niet-belastingplichtige is, moet het foutieve document niet worden gewijzigd, maar de niet-belastingplichtige moet het document bewaren en in staat zijn te bewijzen dat hij wel degelijk de geadresseerde van de ingevoerde goederen is.
II. De verbetering van de vergissing heeft de aanwijzing van een andere persoon tot gevolg.
Formaliteiten.
104. Indien de persoon die op het document, waarin de vergissing voorkomt, als geadresseerde van de ingevoerde goederen is vermeld, voor alle goederen of voor een gedeelte ervan niet de geadresseerde is, en die persoon een niet-belastingplichtige is, moeten aan de hoofdcontroleur van de BTW, onder wie de persoon ressorteert, de volgende stukken worden overgelegd :
1 o het foutieve document 45,
2 o een nieuw document opgemaakt op naam van de werkelijk geadresseerde(n).
A. Tussenkomst van de persoon die het foutieve document heeft ontvangen.
105. De persoon die het foutieve document heeft ontvangen moet dat document overleggen aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert. Die persoon zal aan de hoofcontroleur van de BTW de teruggaaf kunnen vragen van de belasting die ten onrechte op zijn naam werd betaald.
B. Tussenkomst van de werkelijke geadresseerden.
106. De werkelijke geadresseerden van de ingevoerde goederen, of iemand die in hun naam handelt, moeten aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie de persoon bedoeld onder nr. 104 ressorteert, een nieuw document 45 overleggen.
107. Dat document 45 moet worden gezegeld tot beloop van de belasting die zou verschuldigd zijn geweest indien de goederen ten verbruik waren aangegeven met betaling van de belasting op naam van de werkelijke geadresseerden.
108. Wanneer de werkelijke geadresseerde evenwel houder is van een vergunning, uitgereikt krachtens artikel 43 van het Wetboek van de BTW, mag hij aanspraak maken op vrijstelling van BTW indien de toepassingsvoorwaarden van die vergunning vervuld zijn. In die veronderstelling wordt gebruik gemaakt van een document 45 B waarin wordt verwezen naar de uitgereikte vergunning.
109. Wanneer het handelsgeheim zich er niet tegen verzet, kunnen de werkelijke geadresseerden de in nr. 104 bedoelde persoon ermee belasten in hun naam de formaliteit te vervullen waarvan sprake in nr. 106. In die veronderstelling dient de persoon bedoeld in nr. 104 te beschikken over al de gegevens die nodig zijn voor het opmaken van het nieuwe document en in voorkomend geval voor de juiste heffing van de verschuldigde belasting.
C. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
Ongeldigverklaring van het foutieve document.
110. Wanneer het foutieve document in zijn geheel dient te worden vervangen brengt de hoofdcontroleur, op dat document de vermelding "Ongeldig" aan.
111. Wanneer het foutieve document gedeeltelijk moet worden vervangen brengt de hoofdcontroleur, op dat document de volgende vermelding aan "Ongeldig verklaard voor dat bepaald goed en tot beloop van dat bepaald bedrag aan belasting."
Geldigmaking van het nieuwe document.
112. De hoofdcontroleur van de BTW, maakt het of de nieuwe documenten 45 geldig op naam van de werkelijke geadresseerden door :
1 o te vermelden dat dit of die documenten geheel of gedeeltelijk het document 45 vervangen dat geldig gemaakt werd op dat douanekantoor, op die datum, onder dat nummer,
2 o in voorkomend geval de zegels onbruikbaar te maken die werden aangebracht op het exemplaar van de aangever van het of de nieuwe documenten of door de stempel van het kantoor aan te brengen naast de afdruk van de machine waarmee het document werd gezegeld.
D. Bestemming van de documenten.
113. De hoofdcontroleur van de BTW behoudt het exemplaar van het (de) nieuwe document(en) 45, dat voor de Administratie is bestemd. Hij overhandigt aan de persoon die het hem heeft voorgelegd het foutieve document en het voor de aangever bestemde exemplaar van het (de) nieuwe document(en) 45.
E. Verplichtingen van de persoon op wiens naam een nieuw document werd opgemaakt
114. De in nrs. 89 tot 90 bepaalde regels zijn toepasselijk.
Onderafdeling 2- Vergissing in de omschrijving van de goederen.
115. Indien het foutieve document werd opgemaakt op naam van een niet-belastingplichtige, is deze er niet toe gehouden dat document te doen verbeteren.
Onderafdeling 3.- Vergissing in de aanduiding van de gegevens betreffende de maatstaf van heffing of het tarief of vergissing bij de heffing.
De heffing moet niet worden gewijzigd.
116. Wanneer het verbeteren van de vergissing geen wijziging in de heffing tot gevolg heeft, moet het document 45 niet worden gewijzigd, maar is de geadresseerde ertoe gehouden door alle middelen de juistheid van de heffing aan te tonen.
De heffing moet worden gewijzigd.
117. Wanneer het verbeteren van de vergissing de opeisbaarheid van een bijkomende belasting tot gevolg heeft, vult de geadresseerde de heffing aan door het aanbrengen en het onbruikbaar maken van gehele plakzegels op het document 45 dat hij heeft ontvangen.
118. Wanneer het verbeteren van de vergissing een terugbetaling van de gehele of van een deel van de betaalde belasting tot gevolg heeft, moet de geadresseerde een aanvraag om teruggaaf indienen bij de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert (z. aanschr. van 24 november 1970, nr. 78, afdeling 6).
Onderafdeling 4 - Vergissing in het gebruik van het document.
119. De niet-belastingplichtige is niet gehouden het verkeerde document te doen regulariseren.
Hoofdstuk IV.- Bijzondere gevallen.
Eerste afdeling.- Op zicht, op proef of in consignatie gezonden goederen.
Wettelijke bepaling.
120. De belastingplichtige die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen en aan wie goederen op zicht, op proef of in consignatie worden gezonden, mag als geadresseerde optreden op voorwaarde dat :
1 o zijn medecontractant hier te lande geen vaste inrichting noch een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft;
2 o hij de ingevoerde goederen achteraf koopt of, zo niet, ze wederuitvoert (kon. besl. nr. 7, art. 5, § 2, 1 o).
De goederen werden gekocht door de geadresseerde bedoeld in nr. 120.
121. Indien de koopprijs verschilt van de prijs of van de waarde die bij de invoer hebben gediend als element van de maatstaf van heffing, is de in nr. 120 bedoeLde belastingplichtige ertoe gehouden de verrichting te regulariseren overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 96 of 97 en 99 of 100 al naar gelang het geval.
De goederen zijn wederuitgevoerd.
122. Indien de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige de belasting die werd voldaan bij de invoer van de goederen die hij wederuitvoert volledig heeft kunnen aftrekken, moet hij de gedane aftrek niet herzien (4) .
123. Indien die belastingplichtige daarentegen bij toepassing van artikel 46, § 1, van het Wetboek van de BTW de bij de invoer betaalde belasting slechts gedeeltelijk heeft afgetrokken, moet hij een bijkomende aftrek verrichten in kader V, C, tweede streepje, van zijn maandaangifte of in rubriek V van zijn kwartaalaangifte.
De goederen worden hier te lande ter beschikking gesteld van de medecontractant.
124. Wanneer de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige de ingevoerde goederen achteraf niet koopt en ze hier te lande ter beschikking stelt van zijn medecontractant, is hij gehouden aan de hoofdcontroleur van de BTW, onder wie hij ressorteert, de volgende stukken over te leggen :
1 o het document 45 dat op zijn naam werd opgemaakt;
2 o een verbeterend document 45 R;
3 o een document 45 opgemaakt op naam van zijn medecontractant.
125. De regularisatie van de verrichting geschiedt volgens de in de nrs. 73 tot 89 bepaalde procedure.
De goederen werden hier te lande wederverkocht door de medecontractant.
126. Met de hierna bedoelde regularisatieprocedure wil vermeden worden dat de medecontractant van de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige een aansprakelijke vertegenwoordiger moet laten erkennen of dat hij de bij aanschrijving van 31 december 1970, nr. 105, bepaalde formaliteiten moet vervullen om te worden ontslagen van de verplichting er een te laten erkennen,
127. Wanneer de op zicht, op proef of in consignatie gezonden goederen hier te lande werden wederverkocht door de medecontractant van de in nr.
120 bedoelde belastingplichtige, kan de regularisatie van de verrichting op de volgende manier gebeuren (5) :
1 o Indien de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige de belasting die werd voldaan bij de invoer van de goederen die hij ter beschikking stelt van zijn medecontractant, volledig heeft kunnen aftrekken, hoeft hij de gedane aftrek niet te herzien (6).
Indien die belastingplichtige daarentegen bij toepassing van artikel 46, § 1, van het Wetboek van de BTW de bij de invoer betaalde belasting slechts gedeeltelijk heeft afgetrokken, dan moet hij een bijkomende aftrek verrichten in kader V, C, tweede streepje, van zijn maandaangifte of in rubriek V van zijn kwartaalaangifte.
In ieder geval moet hij aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert het document 45 overleggen dat op zijn naam werd opgesteld samen met een verbeterend document 45 R.
2 o De medecontractant van de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige, of iemand die in zijn naam handelt, moet een document 45 opstellen op naam van de persoon aan wie hij de goederen heeft verkocht die door bedoelde belastingplichtige werden geweigerd en dat document overleggen aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie deze laatste ressorteert.
128. Dat document 45 moet worden gezegeld tot beloop van de belasting die verschuldigd zou zijn, indien de verkochte goederen werden ingevoerd op de datum waarop de geldigmaking van het document wordt gevraagd.
129. Wanneer de persoon aan wie de goederen zijn verkocht houder is van een vergunning uitgereikt krachtens artikel 43 van het Wetboek van de BTW, dan mag hij vrijstelling van BTW inroepen indien de toepassingsvoorwaarden van die vergunning vervuld zijn. In dat geval wordt gebruik gemaakt van een document 45 B waarin wordt verwezen naar de uitgereikte vergunning.
130. Wanneer de hoofdcontroleur van de BTW in het bezit is van de in nr. 127, 1 o en 2 o, bedoelde documenten wordt er gehandeld overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 79 tot 89.
Afdeling 2 - Goederen ingevoerd om te worden bewerkt, verwerkt of hersteld.
Wettelijke en administratieve bepalingen.
131. De belastingplichtige die maandaangiften of kwartaalaangiften indient en aan wie goederen worden gezonden om te worden bewerkt, verwerkt of hersteld, mag als geadresseerde optreden op voorwaarde dat:
1 o zijn medecontractant hier te lande geen vaste inrichting noch een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft;(7)
2 o indien hij de goederen niet koopt, hij ze wederuitvoert (kon. besl. nr. 7, art. 5, § 2,2 o).
De goederen worden wederuitgevoerd.
132. Wanneer de belanghebbende de belasting heeft voldaan bij de invoer moet er geen regularisatie worden gedaan zo de ingevoerde goederen wederuitgevoerd worden, ongeacht of die goederen al dan niet bewerkt, verwerkt of hersteld werden.
133. Wanneer de belanghebbende de vrijstelling van artikel 43 van het Wetboek heeft ingeroepen, moet geen regularisatie worden gedaan voor zover de goederen werden wederuitgevoerd binnen een jaar te rekenen vanaf de invoer. In het tegenovergestelde geval moet de belanghebbende zich richten naar het bepaalde in § 28 van de aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100. Zoals die werd gewijzigd door de aanschrijving van heden nr. 67.
De goederen worden hier te lande ter beschikking gesteld van de medecontractant.
134. Wanneer de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige de goederen niet koopt maar ze hier te lande ter beschikking stelt van zijn medecontractant, is hij ertoe gehouden aan de hoofdcontroleur van de BTW, onder wie hij ressorteert, volgende stukken over te leggen :
1 o het op zijn naam opgemaakte document,
2 o een verbeterend document 45 R,
3 o een document 45 opgemaakt op naam van zijn medecontractant.
135. De regularisatie van de invoer geschiedt volgens de in de nrs. 73 tot 89 bepaalde regels.
De goederen worden hier te lande wederverkocht door de medecontractant.
Voorafgaande opmerking.
136. De regularisatieprocedure die hierna besproken wordt in de nrs. 138 tot 146, wil vermijden dat de medecontractant van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige een aansprakelijke vertegenwoordiger moet laten erkennen of de bij aanschrijving van 31 december 1970, nr. 105, bepaalde formaliteiten moet vervullen om te worden ontslagen van de verplichting er een te laten erkennen.
137. Wanneer goederen die werden ingevoerd om te worden bewerkt, verwerkt of hersteld, door de medecontractant van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige hier te lande werden verkocht, dient bij de regularisatie van de verrichting volgend onderscheid te worden gemaakt.
I. De in nr, 131 bedoelde belastingplichtige koopt de ingevoerde goederen.
A. De belastingplichtige heeft de belasting voldaan bij de invoer.
138.Indien de goederen in de staat zijn gebleven waarin ze werden ingevoerd dient er niet tot regularisatie te worden overgegaan voor zover de inkoopprijs gelijk is aan de waarde die bij de invoer van de goederen werd aangegeven. In tegenovergesteld geval regulariseert de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige op de in de nrs. 96 en 97 bepaalde wijze (1).
139. Indien de goederen niet zijn gebleven in de staat waarin ze werden ingevoerd dient als volgt te worden gehandeld :
1 o Indien de belastingplichtige de goederen koopt in de staat waarin ze werden ingevoerd dient hij te handelen zoals bepaald in nr. 138 (8),
2 o Indien de belastingplichtige de goederen koopt in de staat waarin ze zich bevinden na een bewerking, een verwerking of een herstelling te hebben ondergaan, moet hij de heffing regulariseren tot beloop van het verschil tussen het bedrag van de bij de invoer voldane belasting en het bedrag van de bij de inkoop verschuldigde belasting, op de in de nrs. 96 en 97 bepaalde wijze (8).
B. De belastingplichtige heeft, bij de invoer, vrijstelling op grond van artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit nr. 18 van 20 juli 1970 bekomen.
140. De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige moet, ongeacht of de goederen al dan niet in de staat zijn gebleven waarin ze werden ingevoerd, zich richten naar het bepaalde in de §§ 28 en 35 van de aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100, zoals die werd gewijzigd door de aanschrijving van heden, nr. 67.
II. De ingevoerde goederen werden hier te lande verkocht aan een andere persoon dan de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige.
A. Tussenkomst van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige.
De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige heeft de belasting voldaan bij de invoer.
141. De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige moet, ongeacht of de goederen al dan niet in de staat gebleven zijn waarin ze werden ingevoerd, de aftrek (9) niet herzien van de belasting die hij heeft voldaan bij de invoer van de goederen die hij ter beschikking stelt van zijn medecontractant, maar hij dient aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert het op zijn naam opgestelde document 45 en een verbeterend document 45 R over te leggen.
De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige heeft bij de invoer vrijstelling verkregen op grond van artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit nr. 18, van 20 juli 1970.
142. De in nr. 131 bedoelde belastingplichtige moet, ongeacht of de goederen al dan niet in de staat zijn gebleven waarin ze werden ingevoerd, aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert, het op zijn naam opgestelde document 45 B en een verbeterend document 45 R overleggen.
B. Tussenkomst van de medecontractant van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige.
143. De medecontractant van de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige, of de persoon die in zijn naam optreedt, moet een document 45 A opmaken op naam van de persoon aan wie de goederen werden verkocht en moet dat document overleggen aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige ressorteert.
144. Het document 45 A moet gezegeld worden tot beloop van de belasting die zou verschuldigd zijn indien de goederen waren ingevoerd op de datum waarop ze werden verkocht.
145. Het in nr. 143 bedoelde document 45 A mag door een document 45 B worden vervangen indien de persoon aan wie de goederen werden verkocht de toepassing inroept van een vergunning die hem op grond van artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 18, van 20 juli 1970, werd verleend.
C. Tussenkomst van de hoofdcontroleur van de BTW.
146. Wanneer de hoofdcontroleur van de BTW de in de nrs. 141 of 142, 143 of 145 bedoelde documenten in zijn bezit heeft handelt hij overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 73 tot 89.
Afdeling 3.- Algemene of bijzondere van de door deze aanschrijving gestelde regularisatieregels.
Eerste onderafdeling.- Elementen van de maatstaf van heffing die op het tijdstip van de invoer niet of slechts bij benadering gekend zijn.
Toepassingssfeer.
147. Wanneer de kosten van een of meerdere elementen die de maatstaf van heffing samenstellen niet of slechts bij benadering gekend zijn op het tijdstip dat de BTW moet worden voldaan, moet de geadresseerde of de aangever die kosten schatten onder controle van de Administratie. In de regel dient de op deze grondslag gedane heffing te worden herzien wanneer de werkelijke kosten van genoemde elementen definitief zijn vastgesteld en het geschatte bedrag overschrijden. De herziening gebeurt, al naar gelang het geval, overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 96, 99 of 117.
Wanneer de werkelijke kosten die de maatstaf van heffing samenstellen, minder bedragen dan de geschatte kosten wordt de teveel betaalde belasting terug gegeven in de gevallen binnen de grenzen en op de wijze bepaald door het Wetboek en bij het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969 (z. aanschr. van 24 november 1970, nr. 78).
Afwijking.
148. Bij afwijking van nr. 147, dient niet tot herziening te worden overgegaan indien de volgende voorwaarden samen vervuld zijn :
1 o De geadresseerde van de ingevoerde goederen is een belastingplichtige die de wegens invoer verschuldigde belasting volledig mag aftrekken;
2 o Het verschil tussen de totale raming van de te schatten elementen en het totaal van de werkelijke kosten van die elementen bedraagt niet meer dan 10 pct. van het laatstgenoemde totaal.
Voorbeeld. Op 10 maart 1971 voert A goederen in die onderworpen zijn aan het tarief van 18 pct. en die hij heeft gekocht van B voor 1.000.000 F.
A laat het vervoer doen door C en heeft dat vervoer verzekerd bij verzekeraar D.
A geeft de goederen ten verbruik aan en berekent de maatstaf van heffing als volgt :
| Inkoopprijs : Kosten van vervoer geschat op : Kosten van verzekering geschat op : | 1.000.000 8.000 2.000 1.010.000 |
Op 2 april 1971 ontvangt A van vervoerder C een factuur ten bedrage van 10.000 F en van verzekeraar D een factuur van 2.000 F, die respectievelijk de werkelijke kosten van vervoer en van verzekering vertegenwoordigen.
Het totaal van de werkelijke kosten van vervoer en van verzekering bedraagt 12.000 F, dit is 10.000 + 2.000.
Het verschil tussen het totaal van de werkelijke kosten en de totale raming van die kosten is 2.000 F (12.000 - 10.000) dit is een verschil van meer dan 10 pct. van de totale werkelijke kosten (1.200 F).
A moet derhalve de gedane heffing herzien.
3 o Het bedrag van de bijkomende belasting bedraagt minder dan 9.000 F.
Voorbeeld. Op 25 maart 1971 voert A goederen in die aan het tarief van 18 pct. onderworpen zijn en die hij gekocht heeft van B voor een prijs waarvan al de elementen nog niet gekend zijn op het tijdstip van de invoer.
Bij de invoer schat A de goederen op 800.000 F.
Heffing : 800.000 tegen 18 pct. = 144.000 F.
Op 10 april 1971 zendt B aan A een factuur waarin de verkoopprijs wordt vastgesteld op 870.000 F.
Heffing 870.000 tegen 18 pct. = 156.600 F.
Het verschil tussen de schatting en de werkelijke prijs bedraagt 70.000 F, dit is een verschil dat kleiner is dan 10 pct. van de werkelijke prijs (87.000 F).
Bij toepassing van 2 o hiervoor alleen zou A de heffing niet hoeven te herzien. De bijkomende belasting bedraagt evenwel 12.600 F (156.600 - 144.000), dit is meer dan 9.000 F. Bijgevolg zal A de heffing moeten herzien.
Onderafdeling 2.- Invoer langs de post van boeken en tijdschriften.
Toepassingssfeer.
149. Het kan gebeuren dat de geadresseerde op het tijdstip van de invoer de prijs of de waarde niet kent van de boeken of tijdschriften die langs de post worden ingevoerd. Om praktische redenen heeft de Admi- nistratie erin toegestemd dat in dergelijk geval de verschuldigde belasting wordt voldaan over een voorlopige maatstaf van heffing die forfaitair wordt bepaald naar het brutogewicht van de zending (z. aanschrijving van 9 september 1971, nr. 138). De heffing wordt herzien, naar gelang het geval, overeenkomstig het bepaalde in de nrs. 96 en 97, 99 en 100 of 117 en 118, met dien verstande dat, wanneer de geadresseerde een niet- belastingplichtige is, de zegels moeten worden aangebracht op de factuur of op de afrekening van de post.
Afwijking.
150. In afwijking van nr. 149, hoeft de heffing over de forfaitaire maatstaf niet te worden herzien indien de volgende voorwaarden samen vervuld zijn :
1 o de geadresseerde is een belastingplichtige die de wegens invoer verschuldigde belasting volledig mag aftrekken;
2 o en de maatstaf van heffing die zou berekend worden over de prijs of over de werkelijke waarde van de ingevoerde goederen, is niet hoger dan het dubbele van de forfaitaire maatstaf.
Onderafdeling 3.- Aanvullende belasting die niet meer dan 100 F bedraagt.
151. Bij wijze van proef wordt aangenomen dat de belastingplichtigen die de wegens invoer verschuldigde belasting mogen aftrekken, geen herziening hoeven te doen wanneer het bedrag van de bijkomende belasting niet meer dan 100 F bedraagt.
Hoofdstuk V.- Diverse bepalingen.
Draagwijdte van de geldigverklaring van een document.
152. De geldigverklaring van een document, hetzij door de douane, hetzij door de hoofdcontroleur van de BTW, houdt in geen geval een erkenning in door de Administratie van de waarachtigheid der verrichting die het geldigverklaarde document vaststelt.
Gewijzigde of opgeheven administratieve bepalingen.
153. De aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100, wordt gewijzigd door de aanschrijving van heden, nr 67, om rekening te houden met bepalingen van onderhavige aanschrijving.
154. De aanschrijving van 15 juli 1971, nr. 116, vervalt.
155. De nrs. 13 en 14 van de aanschrijving van 9 september 1971, nr. 138, worden opgeheven.
Overgangsbepalingen
156. In afwachting dat de documenten 45 R gedrukt zijn moeten de belanghebbenden documenten 45 A wit gebruiken die vooraf werden aangepast.
Te dien einde dienen ze als volgt te handelen :
1 o In het opschrift van elk der exemplaren van het document 45 A zal de letter A door de letter R worden vervangen;
2 o Op elk der exemplaren van het document 45 A zal met rode inkt een diagonale streep getrokken worden;
3 o Op de keerzijde van het voor de Administratie bestemde exemplaar en in vak 15 van het voor de aangever bestemde exemplaar moet de belanghebbende, in afzonderlijke kolommen, de inlichtingen opgeven die gevraagd worden op de keerzijde van het document 45 R waarvan een model bij deze aanschrijving is gevoegd.
Namens de Minister:
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR
TOELICHTINGEN bij het formulier 45 R
(De toelichtingen verwijzen naar de vakken van het formulier).
1. Naam en adres van de persoon die het document 45 R opstelt.
2. Benaming van het douanekantoor die het foutieve document 45 heeft geldig gemaakt alsmede de datum en het nr, van de geldigmaking (die inlichtingen staan afgedrukt in het stempel dat de douane op het foutieve document 45 heeft aangebracht.)
3 tot 14. Tekstueel de gegevens overnemen die voorkomen in de overeenstemmende vakken van het foutieve document 45.
15. Vak voorbehouden aan de Administratie.
16.a tot f in te vullen door de persoon die het document 45 R opstelt.
g tot i in te vullen door de Administratie.
16
| Volg nummer | foutief document | Register van toekenning | nieuw document | Opmer- kingen | ||||
| aard | datum | nr. | Datum | nr | aard | datum | ||
| a | b | c | d | e | f | g | h | i |
(1) Een document 45 wordt geacht door de douane geldig gemaakt te zijn :
1 o wanneer de afdruk van de door de douane gebruikte zegelmachine erop werd aangebracht,
2 o of wanneer de erop aangebrachte fiscale plakzegels door de douane onbruikbaar werden gemaakt;
3 o of wanneer de datumstempel die de douane gebruikt om de fiscale plakzegels onbruikbaar te maken, werd aangebracht naast de afdruk van de door de aangever gebruikte zegelmachine.
(2) zo de belasting niet werd afgetrokken dient de in nr. 73 bedoelde belastingplichtige de aftrek te doen.
(3) Om veelvuldige regularisatieverrichtingen te vermijden terwijl het op het spel staande belang miniem is, heeft de Administratie goed gevonden dat in sommige gevallen van die regel wordt afgeweken (z, nr. 149).
(4) Ingeval de belasting niet werd afgetrokken, dient de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige die aftrek te doen.
(5) Eigenlijk handelt men in zekere zin alsof de goederen werden uitgevoerd en daarna wederingevoerd.
(6) Ingeval de belasting niet werd afgetrokken dient de in nr. 120 bedoelde belastingplichtige die aftrek te doen.
(7) zie nochtans de aanschrijving van 29 december 1970, nr. 100, § 1.
(8) Op te merken dat wanneer de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige de gekochte goederen in gebruik neemt als bedrijfsmiddelen, die in gebruikname krachtens artikel 12, § 1, 4 o, van het Wetboek met een belastbare levering hier te lande wordt gelijkgesteld.
(9) Indien de aftrek van de belasting niet werd gedaan moet de in nr. 131 bedoelde belastingplichtige de belasting aftrekken.
Bron: FisconetPlus
