Circulaire AAFisc Nr. 20/2016 (nr. Ci.705.323) d.d. 27.06.2016
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting
Aangifte in de PB
Wijziging van de aangifte
Aangifteformulier
Invulling van de aangifte
Wijzigingen aan de aangifte in de PB van aj. 2016
SAMENSTELLING, FORMAAT EN AANTAL BLADZIJDEN
1. De aangifte in de PB (nr. 276.1) van aj. 2016 (inkomsten van het jaar 2015) bestaat nog altijd uit de eigenlijke 'Aangifte in de personenbelasting' (terug te bezorgen aan de administratie) en de 'Voorbereiding van de aangifte' (te bewaren door de belastingplichtige).
Het formaat en het aantal bladzijden van die documenten zijn niet veranderd, maar omdat de achterzijde van de eigenlijke aangifte niet meer volstond voor de niet gecodeerde gegevens is er daarvoor een halve blz. extra vrijgemaakt op blz. 3.
INDEXERING
2. De meeste bedragen in de voorbereiding en de toelichting zijn geïndexeerd (volgens art. 178, § 2, § 3, eerste lid, 2°, § 4 of § 6, WIB 92).
Dat is echter niet het geval voor:
- de bedragen die niet indexeerbaar zijn zoals o.a. de forfaitaire bedragen van 75, 125 en 175 euro voor verre verplaatsingen van werknemers (zie art. 28, KB/WIB 92), het maximumbedrag van 11,20 euro per oppasdag en per kind van de uitgaven voor kinderoppas (zie art. 63^18/8, KB/WB 92) en het maximumbedrag van 100.000 euro van de betalingen voor het verwerven van aandelen van startende kleine vennootschappen (zie art. 145^26, § 3, vierde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 48, programmawet 10.08.2015 – BS 18.08.2015 – en punt 3, l hierna);
- de bedragen waarvoor de indexering voor de aj. 2015 tot 2018 bevroren is op het indexeringspeil van aj. 2014 (zie art. 178, § 3, tweede lid, art. 535, tweede lid, en art. 539, § 3, WIB 92, ingevoegd of gewijzigd door de art. 6, 12 en 13, programmawet 19.12.2014 – BS 29.12.2014), namelijk:
* de in art. 21, WIB 92 vermelde bedragen van de eerste schijven van 1.250 en 125 euro (vóór indexering) van bepaalde inkomsten die niet als roerende inkomsten belastbaar zijn en van de eerste schijf van 9.965 euro (vóór indexering) van leningen aan startende kleine ondernemingen, waarvan de interesten onder bepaalde voorwaarden voor vier jaar niet als roerende inkomsten belastbaar zijn (zie ook nr. 4, e hierna);
*de bedragen die verband houden met de federale belastingverminderingen (behalve het in art. 145^3, derde lid, WIB 92 bedoelde maximumbedrag van de persoonlijke bijdragen en premies voor de individuele voortzetting van een pensioentoezegging en het in art. 145^34, tweede lid, 1°, WIB 92, bedoelde maximumbedrag van de bezoldigingen van een huisbediende);
- de maximumbedragen in het kader van de Vlaamse 'woonbonus' en de Vlaamse vermindering voor het lange termijnsparen voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen. De Vlaamse decreetgever heeft die bedragen permanent 'bevroren' op het indexeringspeil van aj. 2015 (zie art. 145^37, §§ 2 en 3, art. 145^40, § 2, en art. 178, § 5, 4°, WIB 92, zoals ze voor het Vlaams Gewest zijn gewijzigd of ingevoegd door art. 64, 1°, art. 65, 1°, en art. 71, Vlaams D 19.12.2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 – BS 30.12.2014 – (Vlaams D 19.12.2014)).
VOORBEREIDING VAN DE AANGIFTE
3. Daarnaast is de voorbereidingvan aj. 2016 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd.
a) Vak I, 3: nieuwe rubriek waarin de belastingplichtige zijn e-mailadres kan vermelden.
b) Vak IV, G, 1, c:nieuwe rubriek om het aantal gepresteerde overuren te vermelden dat in aanmerking komt voor de begrenzing tot 360 uren. Dat is een gevolg van de verhoging, van 130 naar 360 uren, van het maximale aantal overuren dat voor belastingvermindering in aanmerking komt voor werknemers in de horecasector (zie art. 154bis, derde lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 33, 1°, W 16.11.2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken - BS 26.11.2015).
c) Vak IV, K en vak XVII, 16: de rubrieken van de werkbonus bevatten opnieuw twee subrubrieken, namelijk:
- één voor de werkbonus toegekend van 01.01.2015 tot 31.07.2015;
- één voor de werkbonus toegekend van 01.08.2015 tot 31.12.2015.
Dat is een gevolg van de verhoging, vanaf 01.08.2015, van:
- het berekeningspercentage van het belastingkrediet voor de werkbonus van 14,40 % naar 17,81 %;
- het maximumbedrag van dat belastingkrediet van 200 euro naar 235 euro (voor indexering);
(zie art. 289ter/1, tweede en derde lid, WIB 92, zoals ze zijn gewijzigd door art. 84, 1°, en 85, 1°, programmawet 10.8.2015 – BS. 18.08.2015).
d) Vak V, A, 1, d:de rubriek van deoverlevingspensioenen is aangevuld met de overgangsuitkeringen (1). Dat komt doordat de wetgever de gunstige berekening van de belastingvermindering voor pensioenen en andere vervangingsinkomsten die al gold voor belastingplichtigen die nog activiteitsinkomsten hebben naast hun overlevingspensioen, heeft uitgebreid tot de belastingplichtigen die nog activiteitsinkomsten hebben naast hun overgangsuitkering (zie art. 147, eerste lid, 2°, b, WIB 92, zoals aangevuld door art. 43, W 18.12.2015 houdende fiscale en diverse bepalingen – BS 28.12.2015 – (W 18.12.2015)).
(1) Overgangsuitkeringen zijn uitkeringen die vanaf 01.01.2015 onder bepaalde voorwaarden tijdelijk worden toegekend aan weduwnaars en weduwen die, bij het overlijden van hun echtgenoot, de wettelijke minimumleeftijd om recht te hebben op een overlevingspensioen nog niet hebben bereikt. Die minimumleeftijd gaat geleidelijk omhoog van 45 jaar als de echtgenoot overleden is vóór 2016, tot 50 jaar als de echtgenoot overlijdt vanaf 2025.
e) Vak V, A, 3, b, 3°:de aanslagvoet van 10 % is vervangen door 8 % doordat de wetgever de afzonderlijke aanslagvoet van 10 % naar 8 % heeft verlaagd voor spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden die in het kader van het pensioensparen zijn gevormd met stortingen gedaan vanaf 1993 en die aan de rechthebbende worden uitgekeerd naar aanleiding van:
- zijn pensionering op de normale datum of in een van de 5 jaren daarvoor;
- zijn toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
- het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is;
(zie art. 109, b en c, programmawet 19.12.2014 – die in art. 171, WIB 92 respectievelijk 1°bis hebben ingevoegd en 2°, e hebben opgeheven).
f) Vak V, B:in de rubriek van de bedrijfsvoorheffing op pensioenen is een onderscheid gemaakt tussen terugbetaalbare en niet terugbetaalbare bedrijfsvoorheffing. De terugbetaalbare bedrijfsvoorheffing is de gewone ingehouden bedrijfsvoorheffing op pensioenen. De niet terugbetaalbare bedrijfsvoorheffing is de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen (2) die als verrekenbare, maar niet terugbetaalbare bedrijfsvoorheffing te beschouwen is als de uitkering in het kader van het pensioensparen belastbaar is in de personenbelasting (zie art. 276, derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 112, 2°, programmawet 19.12.2014).
(2) Die vervroegde inning is van toepassing voor de jaren 2015 tot 2019. Ze bedraagt jaarlijks 1 % van de theoretische afkoopwaarde van een pensioenspaarverzekering op 31.12.2014 en 1 % van het spaartegoed op een pensioenspaarrekening op 31.12.2014 (zie de art. 103, 3°, tot 106, programmawet 19.12.2014).
g) Vak IX, B, 1, 2, b, 1° en 2°, 3, a, 1°, 4, a en 5:in elk van die rubrieken van uitgaven voor de ‘eigen woning’ is een onderscheid gemaakt tussen leningen, contracten en schulden aangegaan in 2015 en vóór 2015. Dat is (o.a.) een gevolg van de wettelijke bepaling die de gewesten heeft voorgeschreven om voor alle contracten afgesloten vanaf 2015, hun belastingverminderingen voor uitgaven voor het verwerven of behouden van de 'eigen woning' in overeenstemming te brengen met het 'principe van de progressiviteit' (3). Als een gewest dat niet had gedaan tegen 01.01.2015, zouden voor dat gewest de belastingverminderingen tegen de marginale aanslagvoeten met een minimum van 30 %, vanaf die datum automatisch worden omgezet in belastingverminderingen tegen 45 % (zie art. 81quater, tweede lid, bijzondere W 16.01.1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten (BFW), ingevoegd door art. 75, bijzondere W 06.01.2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden – BS 31.1.2014).
(3) Dat principe houdt o.a. in dat de tarieven waartegen die belastingverminderingen worden verleend, niet mogen stijgen naarmate de basisbelasting stijgt (zie art. 5/6, § 1, bijzondere W 16.01.1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, ingevoegd door art. 12, bijzondere W 06.01.2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden – BS 31.01.2014).
Het Waals Gewest en het Vlaams Gewest hebben voor contracten gesloten vanaf 2015 de belastingverminderingen tegen de marginale aanslagvoeten met een minimum van 30 % vervangen door belastingverminderingen tegen 40 % (zie art. 13, Waals programmadecreet 12.12.2014 houdende verschillende maatregelen betreffende de begroting inzake natuurrampen, verkeersveiligheid, openbare werken, energie, huisvesting, leefmilieu, ruimtelijke ordening, dierenwelzijn, landbouw en fiscaliteit – BS 29.12.2014 – (Waals programmadecreet 12.12.2014) en de art. 64, 1°, en 68, 2°, Vlaams D 19.12.2014). Aangezien het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geen vergelijkbare maatregel heeft genomen, zijn voor dat gewest de belastingverminderingen voor uitgaven voor het verwerven of verbouwen van de 'eigen woning' die voor aj. 2015 werden verleend tegen de marginale aanslagvoeten met een minimum van 30 %, automatisch omgezet in belastingverminderingen tegen 45 % voor de contracten gesloten vanaf 2015.
h) Vak IX, B, 1, b en C: in de rubrieken van de gewestelijke 'woonbonus' voor leningen gesloten vóór 2015 en van de federale ‘woonbonus’ is de vraag toegevoegd of de lening gesloten is vanaf 2006. Dat was nodig om een onderscheid te kunnen maken met de leningen gesloten in 2005 aangezien die leningen geen recht meer geven op de verhogingen van het basisbedrag van de 'woonbonus'. Die verhogingen gelden immers maar voor de eerste tien belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin de lening gesloten is (zie art. 145^37, § 2, tweede en derde lid, WIB 92).
i) Vak IX, B, 2, b, 1°, a en 2°, a, 3, a, 1°, a en 4, a, 1°: voetnoot '(1)' verduidelijkt dat de rubrieken van de gewestelijke verminderingen voor 'bijkomende interesten' en voor het bouwsparen, voor leningengesloten in 2015 alleen voor het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestemd zijn. Dat komt doordat het Vlaams Gewest die verminderingen heeft opgeheven voor leningen gesloten vanaf 01.01.2015 (zie art. 145^42, eerste lid, 1°, b, en 145^45, § 1, 1°, b, WIB 92, zoals ze voor het Vlaams Gewest zijn gewijzigd door art. 67, 1°, en 69, 1°, Vlaams D 19.12.2014).
j) Vak IX, B, 2, c, 2°, a: voetnoot '(2)' verduidelijkt dat de rubriek van de gewestelijke vermindering voor 'gewone interesten' van schulden aangegaan in 2015 alleen voor het Vlaams Gewest bestemd is. Dat komt doordat het Vlaams Gewest als enige gewest de opheffing van die vermindering voor schulden aangegaan vanaf 01.01.2015, ongedaan heeft gemaakt (zie art. 145^43, eerste lid, 1°, WIB 92, zoals het eerst voor alle gewesten is gewijzigd door art. 50, W 08.05.2014 tot wijziging van het WIB 92 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de PB als bedoeld in titel III/1, BFW, tot wijziging van de regels op het stuk van de BNI en tot wijziging van de W 06.01.2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in art. 78 van de Grondwet – BS 28.05.2014 – (W 08.05.2014) en zoals het daarna voor het Vlaams Gewest is gewijzigd door art. 68, 1°, Vlaams D 19.12.2014).
k) Vak X, H, 2: nieuwe rubriek om het aantal dienstencheques te vermelden. Zoals voetnoot '(2)' verduidelijkt, is die rubriek alleen voor het Waals Gewest bestemd. Dat komt doordat de Waalse decreetgever het bedrag van de dienstencheques dat voor belastingvermindering in aanmerking komt, heeft beperkt tot 3 euro per cheque met een maximum van 150 cheques (zie art. 145^22, WIB 92, zoals het voor het Waals Gewest is vervangen door art. 195, Waals D 11.12.2014 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2015 – BS 23.01.2015 en erratum in BS 02.02.2015 – en door art. 214, Waals D 17.12.2015 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2016 – BS 25.01.2016 – (Waals D 17.12.2015)).
Voor belastingplichtigen gelocaliseerd in het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verandert er niets. Zij moeten nog altijd het bedrag van de betalingen voor prestaties betaald met dienstencheques vermelden (zie ook voetnoot '(2)' bij vak IX, H, 1).
l) Vak X, J:nieuwe rubriek voor de betalingen die recht geven op de belastingvermindering voor het verwerven van nieuwe aandelen van startende kleine vennootschappen (zie art. 145^26, WIB 92, ingevoegd door art. 48, programmawet 10.08.2015).
m) Vak X, K, 2, a:de rubriek van de overgedragen verminderingen voor energiebesparende uitgaven betaald in 2011 is geschrapt . Dat is een gevolg van de geleidelijke uitdoving van de overdraagbaarheid van de (federale) belastingverminderingen voor energiebesparende uitgaven. Voor aj. 2016 blijft alleen de rubriek van de overgedragen vermindering voor uitgaven betaald in 2012 nog behouden (zie art. 145^24, § 1, WIB 92, zoals het is vervangen door art. 30, W 08.05.2014).
n) Vak X, N:voetnoot '(1)' verduidelijkt dat de rubriek van de belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand alleen nog bestemd is voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dat komt doordat zowel de Waalse als de Vlaamse decreetgever die vermindering heeft opgeheven (zie art. 12, Waals programmadecreet 12.12.2014 en art. 63, Vlaams D 19.12.2014, die art.145^31, WIB 92 voor het Waals Gewest en voor het Vlaams Gewest hebben opgeheven).
o) Vak XIV, C: in de rubriek van de juridische constructies zijn er twee wijzigingen, namelijk:
- de aanpassing van de tekst van de vraag (o.a. door de vervanging van het begrip 'begunstigde of potentieel begunstigde' door het begrip 'derde begunstigde') om rekening te houden met de wijziging van art. 307, § 1, vierde lid, WIB 92, door art. 44, a, programmawet 10.08.2015;
- de toevoeging van een aantal bijkomende gegevens over de juridische constructies, die de belastingplichtige voortaan in zijn aangifte moet opnemen (zie art. 5/1, § 3, b, en art. 307, § 1, tiende lid, WIB 92, ingevoegd door art. 103 en art. 108, W 26.12.2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht – BS 30.12.2015).
p) Vak XIV, D:nieuwe rubriek waarin de belastingplichtige het aantal leningen moet vermelden die hij vanaf 01.08.2015 via een erkend crowdfundingplatform aan startende kleine ondernemingen heeft verstrekt en waarvan de interesten onder bepaalde voorwaarden en tot een bepaalde grens voor vier jaar zijn vrijgesteld (zie de art. 21, 13°, en 307, § 1, elfde lid, WIB 92, ingevoegd door de art. 60 en 64, programmawet 10.08.2015).
q) Vak XVI, A, 1, b, 2° en 4° en 2, e, 2° en 4°: nieuwe rubrieken voor de vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot die belastbaar zijn tegen 20 % en tegen 10 %.Dat komt doordat de wetgever de afzonderlijke aanslagvoeten waartegen zulke vergoedingen voorheen belastbaar konden zijn (25 % en 15 %), heeft uitgebreid tot alle afzonderlijke aanslagvoeten waartegen de inkomsten van de onderliggende effecten belastbaar kunnen zijn (zie art. 171, 3°ter, en art. 269, § 1, 6°, WIB 92, zoals ze zijn vervangen door art. 45 en art. 55, W 18.12.2015).
r) vak XX, 4: de rubriek van de overdracht van het in art. 289bis, WIB 92 bedoelde belastingkrediet van de vorige drie aj. is geschrapt doordat dat belastingkrediet sinds aj. 2015 niet meer overdraagbaar, maar terugbetaalbaar is (zie art. 86, W 08.05.2014, dat art. 291, WIB 92, heeft opgeheven, en art. 304, § 2, eerste lid, WIB 92, zoals het is vervangen door art. 91, W 08.05.2014).
TOELICHTING BIJ DE AANGIFTE
4. In de toelichtingzijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, gemarkeerd met een rode verticale stippellijn in de linkermarge. Ze hebben hoofdzakelijk betrekking op de wijzigingen besproken in de nrs. 2 en 3 hiervoor. Daarnaast verdienen ook de volgende nieuwigheden de aandacht.
a) Vak IV, A, 18: bepaalde percentages en grensbedragen voor de berekening van de forfaitaire beroepskosten op de bezoldigingen van werknemers zijn verhoogd (zie art. 51, tweede en derde lid, WIB 92, gewijzigd door art. 2, programmawet 19.12.2014).
b) Vak V, A: in de uitleg over de niet aan te geven spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden die de taks op het lange termijnsparen (van 33, 16,5 of 10 %) hebben ondergaan, is het tarief van 8 % toegevoegd (zie art. 185, § 2/1, Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd door art. 103, 1°, programmawet 19.12.2014).
c) Vak VII, A, 2, a, b en d: aanvulling van de dividenden die belastbaar zijn tegen 15 % (zie art. 171, 3°sexies, WIB 92, ingevoegd door art. 3, b, programmawet 28.06.2013 – BS 01.07.2013 – en art. 171, 3°septies WIB 92, ingevoegd door art. 43, b, programmawet 19.12.2014 en gewijzigd door art. 78, programmawet 10.08.2015).
d) Vak VII, A, 2, a, b en d: aanpassing van de dividenden die belastbaar zijn tegen 10 % (zie art. 537, zevende lid, 2°, WIB 92, ingevoegd door art. 6, programmawet 28.06.2013).
e) Vak VII, A, 2, d: toelichting bij de vrijstelling die, onder bepaalde voorwaarden en tot een bepaalde grens, voor vier jaar van toepassing is op de interesten van leningen die de belastingplichtige vanaf 01.08.2015 via een erkend crowdfundingplatform heeft verstrekt aan startende kleine ondernemingen (zie art. 21, 13°, WIB 92, ingevoegd door art. 60, programmawet 10.08.2015).
f) Vak IX, B, Voorafgaande opmerkingen, Opmerking voor personen die belastbaar zijn in het Waals Gewest: toelichting bij een maatregel die de Waalse decreetgever heeft genomen in het vooruitzicht van de invoering van een volledig nieuw Waals belastingvoordeel voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen voor de 'eigen woning' gesloten vanaf 01.01.2016. Die maatregel dient om te vermijden dat belastingplichtigen de looptijd van hun lopende contracten zouden verlengen om zo langer van de huidige Waalse belastingverminderingen of –kredieten te kunnen genieten. De maatregel bepaalt dat elke handeling die tot gevolg heeft dat de belastingplichtige langer op de huidige belastingverminderingen of –kredieten aanspraak zou kunnen maken dan het op 01.11.2015 contractueel was voorzien, niet tegenstelbaar is aan de belastingadministratie (zie art. 145^46bis, WIB 92, zoals het voor het Waals Gewest is ingevoegd door art. 224, Waals D 17.12.2015).
g)vak IX, B, 1, In de aangifte te vermelden bedragen: in de uitleg over de in de aangifte te vermelden bedragen van de gewestelijke 'woonbonus' is een onderscheid gemaakt tussen het Vlaams Gewest, enerzijds, en het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, anderzijds. Dat komt doordat de Vlaamse decreetgever:
- de maximumbedragen van de 'woonbonus' permanent heeft 'bevroren' op het indexeringspeil van aj. 2015 (zie art. 145^37, §§ 2 en 3, en art. 178, § 5, 4°, WIB 92, zoals ze voor het Vlaams Gewest zijn vervangen of ingevoegd door art. 64, 1°, en art. 71, Vlaams D 19.12.2014);
- het maximale basisbedrag van de 'woonbonus' voor leningen gesloten in 2015 heeft verlaagd van 2.280 naar 1.520 euro (zie art. 145^37, § 3, eerste lid, WIB 92, zoals het voor het Vlaams Gewest is vervangen door art. 64, 1°, Vlaams D 19.12.2014);
- bij decreet heeft bepaald hoe de Vlaamse 'woonbonus' moet worden berekend als een belastingplichtige zowel belastingvermindering vraagt voor uitgaven m.b.t. leningen gesloten van 2005 tot 2014 als voor uitgaven m.b.t. leningen gesloten in 2015 (zie art. 145^37, § 3, achtste en negende lid, WIB 92, zoals ze voor het Vlaams Gewest zijn ingevoegd door art. 64, 1°, Vlaams D 19.12.2014).
h) Vak X, B: uitgaven voor kinderoppas kunnen voortaan ook recht geven op belastingvermindering als ze betaald zijn aan instellingen of opvangvoorzieningen die niet erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd, maar wel vergund zijn door één van de openbare besturen of instellingen vermeld in art. 145^35, tweede lid, 3°, a, WIB 92 (zie art. 145^35, tweede lid, 3°, a, WIB 92, zoals het is aangevuld door art. 42, W 18.12.2015).
i) vak X, E: verduidelijking dat de belastingplichtigen die in 2014 betalingen voor het pensioensparen hebben gedaan van 940,01 tot 950 euro, het gedeelte boven de 940 euro mogen opnemen in hun aangifte van aj. 2016, zonder echter het maximum van 940 euro te overschrijden (zie art. 14, programmawet 19.12.2014).
j) Vak XIV, A: verduidelijking dat de belastingplichtige de wettelijk bepaalde gegevens over buitenlandse rekeningen die hij al voor een vorig aj. bij het centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank van België heeft gemeld, niet opnieuw bij dat aanspreekpunt moet melden (zie art. 307, § 1, tweede lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 175, W 25.04.2014 houdende diverse bepalingen – BS 07.05.2014).
k)Vak XVIII, Voorafgaande opmerkingen, Belastingplichtigen uit de landbouwsector en vak XXII, Voorafgaande opmerkingen: de uitleg over de vrijstelling van de vergoedingen die landbouwers hebben ontvangen voor de definitieve overdracht van melkquota aan het quotumfonds is geschrapt doordat de Europese melkquotaregeling sinds 01.04.2015 is afgeschaft en het quotumfonds in 2015 geen vergoedingen meer heeft betaald (zie art. 230, Verordening (EU) Nr. 1308/2013 van 17.12.2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de raad – Publicatieblad EU 20.12.2013 –, art. 12, besluit Vlaamse Regering (BVR) 24.1.2014 tot wijziging van diverse bepalingen van het BVR 15.01.2005 betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en zuivelproducten – BS 27.02.2014 – en art. 23, besluit Waalse regering (BWR) 10.12.2015 tot wijziging van het BWR 29.01.2009 betreffende de controle op de samenstelling van melk, de betaling van melk door de kopers aan de producenten en de erkenning van de interprofessionele organismen en van het BWR 29.08.2013 betreffende de contractuele betrekkingen in de sector melk en zuivelproducten en tot opheffing van het BWR 09.09.2004 betreffende de toepassing van de extraheffing in de sector melk en zuivelproducten – BS 23.12.2015).
l) Vak XVIII, Voorafgaande opmerkingen, Belastingplichtigen uit de landbouwsector, 2: de vrijstelling van de aan landbouwers betaalde gewestelijke kapitaal- en interestsubsidies om materiële of immateriële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen is uitgebreid tot de gewestelijke kapitaal- en interestsubsidies om zich te vestigen (zie art. 38, § 1, eerste lid, 28°, WIB 92, zoals het is vervangen door art. 69, W 18.12.2015).
m) Vak XVIII, 6 en vak XXII, 3: de terminologie van de tegen 12,5 % belastbare vergoedingen ingesteld door de Europese regelgeving in de landbouwsector is aangepast van 'zoogkoeienpremies en premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechten' in 'premies en betalingen die rechtstreeks aan landbouwers zijn toegekend in het kader van de steunregelingen 'rechtstreekse betalingen'. Dat is een zuiver technische aanpassing om rekening te houden met de verschillende invulling die de gewesten kunnen geven in het kader van de Europese steunregelingen 'rechtstreekse betalingen' (zie art. 171, 4°bis, WIB 92, zoals het is vervangen door art. 70, W 18.12.2015).
n) Vak XVIII, 13 en XIX, 13: toelichting bij de verhoogde investeringsaftrek van 13,5 % voor digitale investeringen (cf. art. 69, § 1, eerste lid, 2°, f, en vijfde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 73, programmawet 10.08.2015).
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
Philip GYSEN
Adviseur
