Circulaire AAFisc Nr. 39/2015 (nr. 701.326) dd. 13.10.2015

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting/Belasting van niet-inwoners

Circulaire AAFisc Nr. 39/2015 (nr. 701.326) dd. 13.10.2015

Belastbare grondslag in de VENB en de BNI/ven.
Tax shelter

Fiscaal regime ten name van de productievennootschap van de in het kader van de tax shelter gestorte sommen.

I. Inleiding

1. Deze circulaire heeft betrekking op het fiscaal regime van de sommen die een productievennootschap ontvangt van een investeerder in het kader van de tax shelter zoals bedoeld in artikel 194ter, WIB 92, voor raamovereenkomsten getekend vanaf 01.01.2015.

II. Boekhoudkundige verwerking

2. De sommen die door de investeerder aan de in aanmerking komende productievennootschap worden betaald, worden boekhoudkundig overeenkomstig het advies van 09.09.2015 van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen 2015/7 - Boekhoudkundige verwerking van de tax shelter in hoofde van de productievennootschap (raamovereenkomsten getekend vanaf 01.01.2015) beschouwd als een kapitaalsubsidie. De Commissie beveelt bijgevolg aan om ingeval de producent de kwalificerende productie- en exploitatiekosten opneemt in de aanschaffingswaarde van het audiovisuele werk, die bedragen gedeeltelijk te boeken op de rekening 15 "Kapitaalsubsidies" en gedeeltelijk op de rekening 1680 "Uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies". Wat betreft de productie- en exploitatiekosten die niet worden opgenomen in de aanschaffingswaarde van het audiovisuele werk voorziet de Commissie in het gebruik van een wachtrekening/overlopende rekening (zie de randnummers 34 en 35 van het voormelde advies).

Die kapitaalsubsidies en uitgestelde belastingen zullen geleidelijk in resultaat worden genomen volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de vaste activa voor de verwerving waarvan ze werden verkregen of, in voorkomend geval, ten belope van het saldo, bij realisatie of buitengebruikstelling van de betrokken vaste activa.

III. Fiscale behandeling

3. Met betrekking tot kapitaalsubsidies, bepaalt artikel 362, eerste lid, WIB 92, dat de subsidies die van overheidswege worden verkregen om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen, als winst worden aangemerkt van het belastbare tijdperk waarin ze zijn toegekend en van ieder volgend belastbare tijdperk in verhouding tot de afschrijvingen en waardeverminderingen op die activa.

Dat artikel bepaalt echter uitdrukkelijk dat een dergelijke gespreide belasting maar mogelijk is voor de kapitaalsubsidies die van overheidswege worden verkregen om vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.

In het geval van een tax shelter investering komen de bedragen niet rechtstreeks van de overheid, maar van de investeerders waardoor, ongeacht de boekhoudkundige verwerking van de gestorte sommen als een overheidssubsidie, artikel 362, WIB 92, niet van toepassing kan zijn. Bovendien zal de vrijstelling van de tax shelter zoals bedoeld in artikel 194ter, WIB 92, aan de investeerders worden toegekend zelfs indien de productievennootschap het audiovisuele werk in haar boekhouding niet onder de vaste activa opneemt.

4. Het feit dat de productievennootschap, overeenkomstig het voormeld advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, de door de investeerder gestorte sommen als een kapitaalsubsidie heeft geboekt, belet evenwel niet dat de algemene boekhoudkundige principes, die gelden voor de overlopende rekeningen, inzonderheid het overeenstemmingsprincipe of matching principle, hier op fiscaal vlak van toepassing zouden kunnen zijn. Die toepassing zal geval per geval moeten worden beoordeeld.

De voor een bepaald audiovisueel werk gestorte sommen die zijn geboekt op de rekeningen 15 en 1680, zullen met andere woorden gespreid kunnen worden belast pro rata de door de productievennootschap gedragen kosten met betrekking tot dat audiovisuele werk.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

Danny DELVAUX
Adviseur - Directeur