Circulaire nr. Ci.RH.421/471.635 dd. 07.08.1995

CIRC 07.08.95/1

Circulaire nr. Ci.RH.421/471.635 dd. 07.08.1995


Bull. nr. 753, pag. 2589

BEZOLDIGING VAN BESTUURDER
Provisie op de bezoldiging van bestuurder.

CONCURRENTIEVERMOGEN
Vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.


Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.

1. Het KB 24.12.1993 ter uitvoering van de W 6.1.1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen (BS 31.12.1993) bekrachtigd door art. 90, W 30.3.1994 houdende sociale bepalingen (BS 31.3.1994, V 2298, Bull. 739) legt inzonderheid, voor de jaren 1994 tot 1996, een matiging op van lonen en wedden alsmede van de andere inkomsten.

2. Overeenkomstig art. 9, eerste lid, KB 24.12.1993, zoals het werd gewijzigd door art. 90, W 30.3.1994, zijn de vennootschappen gehouden tot het aanleggen :

  • in 1994, 1995 en 1996,
  • indien de bezoldigingen van bestuurders (art. 32, WIB 92), - behoudens tantièmes bedoeld in art. 8 van voornoemd KB 24.12.1993 -, en van vennoten (art. 33, WIB 92) die zij voor de boekjaren 1994, 1995 en 1996 toekennen, hoger zijn dan die uitgekeerd in 1993 (gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen),


van een provisie, door de inhouding van deze verhoging met een maximum van 1,5 % van de bezoldigingen toegekend in 1993, te beschouwen per werkend vennoot (of per bestuurder).

3. Door inzonderheid te verwijzen naar art. 32, WIB 92, beoogt art. 9, KB 24.12.1993 niet alleen de eigenlijke bestuurders maar ook de personen die de functie van vereffenaar of een functie gelijksoortig aan die van bestuurder of vereffenaar in een kapitaalvennootschap uitoefenen (zie nr. 32/2, Com.IB 92).

4. Luidens art. 13 van voornoemd KB, moeten de provisies worden aangewend ter financiering van

  • beroepsinvesteringen,
  • beroepsverliezen,
  • personeelskosten voor bijkomend personeel,
  • of voor voorzieningen, door de onderneming geboekt, voor waarschijnlijke verliezen of kosten.


5. De aldus aangelegde voorzieningen zijn slechts van belasting vrijgesteld wanneer zij beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in art. 48, WIB 92 en in de art. 24 tot 27, KB/WIB 92.

Hieruit volgt dat alleszins kan worden beschouwd dat de bedoelde voorzieningen aangelegd ter financiering van beroepsinvesteringen, beroepsverliezen en personeelskosten voor bijkomend personeel, op grond van art. 25, 5°, WIB 92 belastbaar zijn.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De gedelegeerde Auditeur-generaal,


E. DE WOLF.


BIJLAGE

KB 24.12.1993

TITEL II. - Matiging van de andere inkomens

Art. 8. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder tantièmes verstaan, alle winstuitkeringen uitgekeerd aan bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen, in welke vorm ook, met uitsluiting van de dividenden.

De statutaire of daarmee gelijkgestelde uitkeringen die aan de bestuurders en zaakvoerders van de Belgische vennootschappen, opgericht vóór 1 januari 1992, als tantièmes belastbaar zijn, mogen voor de boekjaren 1994, 1995 en 1996 niet hoger zijn dan het gemiddelde bedrag dat werd toegekend voor de boekjaren 1990, 1991 en 1992, gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen.

Deze boekjaren worden slechts in aanmerking genomen voor de berekening van het gemiddelde bedrag voor zover werkelijk tantièmes werden toegekend.

Wanneer het vennootschappen betreft die werden opgericht na 1 januari 1992 of die voor de boekjaren 1990, 1991 en 1992 geen tantièmes hebben toegekend, mag het bedrag van de tantièmes toegekend voor de boekjaren 1994, 1995 en 1996 niet hoger zijn dan 5 % van de dividenden betaalbaar gesteld voor dezelfde boekjaren.



Art.9 (zoals gewijzigd door het art. 91, 4°, W 30.3.1994)
De vennootschappen zullen in 1994, 1995 en 1996, indien de door hen uitgekeerde bezoldigingen, voorzien bij art. 32, met uitsluiting van de tantièmes bepaald in art. 8 van dit besluit, en artikel 33 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, hoger liggen dan deze toegekend in 1993, gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, een provisie aanleggen door de inhouding van deze verhoging met een maximum van jaarlijks 1,5 % per betrokken werkende vennoot van deze in 1993 uitgekeerde bezoldigingen.

Indien een vennootschap op datum van 31 december 1997 niet kan aantonen dat zij deze provisies volledig heeft aangewend voor een of meerdere van de in artikel 13 voorziene bestedingen, zal zij gehouden zijn om op deze datum een bedrag gelijk aan deze verhoging, met een maximum van 1,5 % van de in 1993 uitgekeerde bezoldigingen voor elk jaar dat zij deze provisie diende aan te leggen met toepassing van het vorige lid, te storten aan het Participatiefonds.

...

Art. 13. De krachtens de artikelen 9 en 12 gevormde provisies dienen aangewend ter financiering van beroepsinvesteringen, beroepsverliezen, personeelskosten voor bijkomend personeel of voorzieningen, door de onderneming geboekt, voor waarschijnlijke verliezen of kosten.

...