Finland - Circulaire AFZ 97/917 dd. 10.04.1998

Dubbelbelastingverdrag.

Finland.

10.04.1998- Circ. nr. AFZ/97.-917.- Aanvullende Overeenkomst, ondertekend te Brussel op 13 maart 1991, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Finland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 18 mei 1976.

I. BELANGRIJKE DATA

Ondertekening van de Aanvullende Overeenkomst : 13 maart 1991

Goedkeuring : Wet van 5 maart 1997

Publicatie : als bijlage

Uitwisseling van de akten van bekrachtiging : 16 juni 1997

Inwerkingtreding : 16 juli 1997

Toepassing n België

- op tantièmes, pensioenen en lijfrenten verkregen vanaf 1 januari 1998,

- op dividenden betaald vanaf 1 januari 1990.

II. DOEL

De herziening van de Belgische-Finse overeenkomst van 18 mei 1976 (1) werd aangevat op vraag van de Finse autoriteiten die sommige bepalingen wensten aan te passen wegens een belastinghervorming die op 1 januari 1990 in Finland tot stand kwam. Op die datum is Finland overgegaan van een vrijstellingsregime voor dividenden verkregen door Finse vennootschappen, naar een verrekeningsregime van de belastingen die door de uitkerende vennootschappen zijn betaald. Aangezien Finland op internationaal niveau een vrijstellingsregime wenst te behouden is het dus gedwongen om in zijn overeenkomsten elke verwijzing naar zijn interne wetgeving inzake het vermijden van dubbele belasting voor dividenden te schrappen.

---------

(1) V 1497 – Bull. 570

De Aanvullende Overeenkomst voorziet eveneens in een vermindering van de bronheffing voor dividenden, in een aanpassing van het stelsel van de tantièmes en in een wijziging van het stelsel dat van toepassing is op privé-pensioenen om het de bronstaat mogelijk te maken bepaalde inkomsten te belasten die op fiscaal vlak met pensioenen kunnen worden gelijkgesteld (pensioensparen).

III. GEWIJZIGDE BEPALINGEN

1. Dividenden (artikel I, Aanvullende Ov.)

Volgens artikel I van de Aanvullende Overeenkomst mag de belasting die in de bronstaat op dividenden verschuldigd is niet hoger zijn dan 5 % van het brutobedrag van de dividenden wanneer deze betrekking hebben op rechtstreekse deelnemingen van ten minste 25 % die in het bezit zijn van vennootschappen. De Overeenkomst van 18 mei 1976 voorzag in dergelijke gevallen in een maximum bronheffing van 10 %.

De bronheffing van 5 % zoals bepaald in de Aanvullende Overeenkomst is in principe van toepassing op dividenden betaald vanaf 1 januari 1990. De richtlijn 90/435/EEG van 23 juli 1990 met betrekking tot het gemeenschappelijk belastingstelsel dat van toepassing is op moeder- en dochtervennootschappen van verschillende Lidstaten is evenwel, sedert 1 januari 1995, ook van toepassing op de betrekkingen tussen Belgische en Finse vennootschappen. Deze richtlijn is vrijgeviger dan de Aanvullende Overeenkomst : zij voorziet immers in een vrijstelling van bronheffing ten voordele van dividenden die betrekking hebben op deelnemingen van ten minste 25.

De Finse vennootschappen die sedert 1 januari 1990 dividenden uit Belgische bronnen hebben verkregen waarop een bronheffing van 10 werd toegepast of de wettelijke schuldenaar van de voorheffing kunnen de teruggave van de teveel geheven belasting bekomen. De aanvragen moeten worden toegestuurd aan de Leider van het CTK Brussel-Buitenland, Jan Jacobsplein 10 te 1000 Brussel door middel van een formulier 276 Div.-Aut. als de aanvraag door de genieter van de dividenden wordt ingediend of door middel van een met het vermelde formulier gestaafde brief als de aanvraag door de schuldenaar van de voorheffing wordt ingediend.

Ingeval er problemen zijn, moeten de dossiers worden voorgelegd aan het Hoofdbestuur der directe belastingen, Directie 1/3.

2. Tantièmes (artikel ll, Aanvullende Ov.)

Het nieuwe artikel 16, ingevoegd door de Aanvullende Overeenkomst, verduidelijkt het stelsel dat van toepassing is :

-enerzijds op de inkomsten die vennoten van personenvennootschappen behalen uit hun persoonlijke werkzaamheden in die vennootschap en

-anderzijds, op de inkomsten die bestuurders -natuurlijke personen- van een vennootschap op aandelen behalen uit een dagelijkse werkzaamheid van leidinggevende of van technische aard in die vennootschap.

Die inkomsten mogen overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, paragraaf 1 van de Overeenkomst van 1976 worden belast in de overeenkomstsluitende Staat waar de persoonlijke (vennoten) of dagelijkse (bestuurders) werkzaamheden worden uitgeoefend.

3. Pensioenen (artikel III, Aanvullende Ov.)

Het nieuwe artikel 18, ingevoegd door de Aanvullende Overeenkomst, bepaalt dat, zoals voorheen, pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald terzake van een vroegere dienstbetrekking uitgeoefend in de privé-sector belastbaar blijven in de woonplaatsstaat van de genieters.

Ook pensioenen en andere, periodieke of niet-periodieke vergoedingen betaald overeenkomst de sociale zekerheidswetgeving van een overeenkomstsluitende Staat, blijven in die laatste Staat belastbaar. Dit stelsel wordt door de Aanvullende Overeenkomst eveneens van toepassing :

- op pensioenen betaald "overeenkomstig een algemene regeling ter bevordering van het maatschappelijk welzijn van een overeenkomstsluitende Staat". Hier zijn momenteel bedoeld, de inkomsten van het pensioensparen opgebouwd overeenkomstig artikel 145^8, WIB 92;

- op lijfrenten. De uitdrukking "lijfrenten" wordt gedefinieerd in paragraaf 3.

4. Vermijding van dubbele belasting (artikel IV, Aanvullende Ov.)

Met betrekking tot Finland voorziet de Aanvullende Overeenkomst in een vrijstellingsregime voor dividenden uit Belgische bronnen verkregen door Finse vennootschappen die onmiddellijk ten minste 10 % van het stemrecht bezitten in de Belgische vennootschap die de dividenden betaald.

Met betrekking tot België wordt enkel de bepaling gewijzigd waardoor het DBI-stelsel mag worden toegepast op dividenden uit Finse bronnen : het DBI-stelsel is voortaan van toepassing op de voorwaarden en binnen de grenzen bepaald in de Belgische wetgeving (art. 24, § 2, e) nieuw).

Bijlage

AANVULLENDE OVEREENKOMST TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN HET KONINKRIJK BELGIE EN DE REPUBLIEK FINLAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING EN TOT HET VOORKOMEN VAN HET ONTGAAN VAN BELASTING INZAKE BELASTINGEN NAAR HET INKOMEN EN NAAR HET VERMOGEN

De Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Finland,

WENSENDE een Aanvullende Overeenkomst te sluiten tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Finland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 18 mei 1976 (hierna te noemen "de Overeenkomst"),

Zijn het volgende overeengekomen :

ARTIKEL I

Artikel 10, paragraaf 2 van de Overeenkomst wordt opgeheven en vervangen door het volgende :

“2. Deze dividenden mogen echter in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de persoon die de dividenden ontvangt de werkelijke genieter ervan is, mag de aldus geheven belasting niet hoger zijn dan :

a) 5 % van het brutobedrag van de dividenden indien die persoon een vennootschap is die onmiddellijk ten minste 25 % bezit van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt;

b) 15 % van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen.

Deze paragraaf laat onverlet de belastingheffing van de vennootschap terzake van de winst waaruit de dividenden worden betaald."

ARTIKEL Il

Artikel 16 van de Overeenkomst wordt opgeheven en vervangen door het volgende :

"Artikel 16

TANTIEMES

1. Tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen, door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkregen in zijn hoedanigheid van lid van de raad van bestuur of van toezicht of van een gelijkaardig orgaan van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast. Deze bepaling is ook van toepassing op beloningen verkregen terzake van de uitoefening van werkzaamheden die volgens de wetgeving van de overeenkomst­ sluitende Staat waarvan de vennootschap inwoner is, worden behandeld als werkzaamheden van soortgelijke aard als die welke hiervoor worden bedoeld.

2. Beloningen betaald door een vennootschap aan haar bestuurders terzake van de uitoefening van dagelijkse werkzaamheden van leidinggevende of van technische aard en beloningen betaald door een vennootschap, niet zijnde een vennootschap op aandelen, aan haar vennoten terzake van hun in die hoedanigheid uitgeoefend persoonlijke werkzaamheden, mogen overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, paragraaf 1, worden belast alsof de beloningen zouden zijn betaald terzake van een dienstbetrekking."

ARTIKEL III

Artikel 18 van de Overeenkomst wordt opgeheven en vervangen door het volgende :

"Artikel 18

PENSIOENEN EN LIJFRENTEN

1. Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19, paragraaf 2, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat terzake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.

2. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1, en onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19, paragraaf 2, mogen pensioenen en andere periodieke of niet periodieke uitkeringen betaald overeenkomstig de sociale zekerheidswetgeving van een overeenkomstsluitende Staat of overeenkomstig een algemene regeling ter bevordering van het maatschappelijk welzijn van een overeenkomstsluitende Staat en lijfrenten die uit die Staat afkomstig zijn, in die Staat worden belast.

3. De uitdrukking "lijfrenten", zoals gebezigd in dit artikel, betekent een vaste som, periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen, gedurende het leven of gedurende een vastgestelde of voor vaststelling vatbaar tijdvak. ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen, welke tegenover een voldoende en volledige tegen­ prestatie in geld of geldwaarde staat (niet zijnde gewezen diensten)."

ARTIKEL IV

Artikel 24 van de Overeenkomst wordt opgeheven en vervangen door het volgende :

"Artikel 24

VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING

1. In Finland wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden:

a) Indien een inwoner van Finland inkomsten verkrijgt of vermogensbestanddelen bezit die in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst in België mogen worden belast, verleent Finland, onder voorbehoud van de bepalingen van subparagraaf b):

(i) een vermindering op de belasting naar het inkomen van die persoon tot een bedrag dat gelijk is aan de in België betaalde belasting naar het inkomen;

(ii) een vermindering op de belasting naar het vermogen van die persoon tot een bedrag dat gelijk is aan de in België betaalde belasting naar het vermogen.

Deze vermindering overschrijdt echter in geen van beide gevallen dat deel van de belastingen naar het inkomen of naar het vermogen, zoals deze berekend zijn vóór het verlenen van de vermindering, dat kan worden toegerekend aan het inkomen of aan het vermogen, naar gelang van het geval, dat in België mag worden belast.

b) Dividenden betaald door een vennootschap die inwoner is van België aan een vennootschap die inwoner is van Finland en die onmiddellijk ten minste 10 % van het stemrecht bezit in de vennootschap die de dividenden betaalt, zijn vrijgesteld van de Finse belasting.

c) Indien een inwoner van Finland inkomsten verkrijgt of vermogensbestanddelen bezit die ingevolge de bepalingen van de Overeenkomst in Finland van belasting zijn vrijgesteld, mag Finland evenwel, om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen van die inwoner te berekenen, de vrijgestelde inkomsten of het vrijgestelde vermogen in aanmerking nemen.

2. In België wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden:

a) Indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt die, of vermogen bezit dat, ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst, niet zijnde de bepalingen van artikel 10, paragraaf 2, van artikel 11, paragrafen 2 en 6, en van artikel 12, paragrafen 2 en 6, in Finland mogen worden belast, stelt België die inkomsten of dat vermogen vrij van belasting, maar om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen van die inwoner te berekenen, mag België het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn indien die inkomsten of dat vermogen niet waren vrijgesteld.

b) Indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt die deel uitmaken van zijn samengetelde inkomen dat aan de Belgische belasting is onderworpen, en die bestaan uit dividenden die belastbaar zijn ingevolge artikel 10, paragraaf 2, en niet van Belgische belasting zijn vrijgesteld ingevolge subparagraaf e) hierna, uit interest die belastbaar is ingevolge artikel 11, paragraaf 2 of 6, of uit royalty's die belastbaar zijn ingevolge artikel 12, paragraaf 2 tot 6, wordt het forfaitaire gedeelte van de buitenlandse belasting waarin de Belgische wetgeving voorziet, op de voorwaarden en tegen het tarief van die wetgeving verrekend met de Belgische belasting op die inkomsten.

c) Indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt die overeenkomstig de bepalingen van artikel 13, paragraaf 3, in Finland werden belast, mag het bedrag van de Belgische belasting dat evenredig betrekking heeft op die inkomsten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgens de Belgische wetgeving zou worden geheven indien die inkomsten als in het buitenland behaalde en belaste beroepsinkomsten belastbaar zouden zijn.

d) Indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt uit een onverdeelde nalatenschap, die inwoner is van Finland, en die inkomsten op grond van de Overeenkomst in Finland mogen worden belast, zijn de bepalingen van subparagraaf a) of subparagraaf b), van toepassing naar gelang van de aard van de inkomsten.

e) Indien een vennootschap die inwoner is van België, een in eigendom bezit van een vennootschap die inwoner is van Finland, worden de dividenden die haar door de laatstbedoelde vennootschap worden betaald, in België vrijgesteld van de vennootschapsbelasting op de voorwaarden en binnen de grenzen bepaald in de Belgische wetgeving.

f) Indien verliezen van een onderneming gedreven door een inwoner van België die aan een in Finland gelegen vaste inrichting kunnen worden toegerekend voor de belastingheffing van die onderneming in België volgens de Belgische wetgeving werkelijk in mindering van de winsten van die onderneming werden gebracht, is de vrijstelling ingevolge subparagraaf a) in België niet van toepassing op de winsten van andere belastbare tijdperken die aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend, voor zover deze winsten ook in Finland door de verrekening van die verliezen van belasting werden vrijgesteld."

ARTIKEL V

Artikel 29, paragraaf 1 van de Overeenkomst wordt opgeheven en de huidige paragrafen 2 tot 5 worden de paragrafen 1 tot 4.

ARTIKEL VI

De volgende aanvullende bepalingen vormen een Protocol aan de Overeenkomst en maken een integrerend deel uit van die Overeenkomst :

"PROTOCOL

Artikel 10 van de Overeenkomst, zoals gewijzigd door de Aanvullende Overeenkomst, ondertekend te Brussel op 13 maart 1991, vloeit voort uit de belastingwetten welke op die datum beide overeenkomst sluitende Staten van kracht zijn. Die kunnen stellen de overeenkomst sluitende Staten niet in staat een regeling uit te werken die dividenden welke worden betaald door een vennootschap die inwoner is van een overeenkomst sluitende Staat aan een inwoner van de andere overeenkomst sluitende Staat op een meer geïntegreerde wijze behandelt.

Er is echter overeengekomen dat wanneer Finland in een dubbelbelastingverdrag gesloten tussen Finland en een derde Staat, zijnde een Europese Staat, akkoord gaat om, onder wederkerigheidsvoorwaarde de Finse compenserende belaging ("compensatory tax") terug te storten terzake van dividenden die door een vennootschap die inwoner is van Finland aan inwoners van die derde Staat zijn betaald, de Regering van Finland onmiddellijk de Regering van België zal inlichten en met de Regering van België onderhandelingen zal aanvatten ten einde de inwoners van België op dezelfde wijze te behandelen als de voor inwoners van de derde Staat."

ARTIKEL VII

1. De Regeringen van de overeenkomst sluitende Staten zullen elkaar mededelen dat aan alle grondwettelijke voorschriften met betrekking tot de inwerkingtreding van deze Aanvullende Overeenkomst is voldaan.

2. De Aanvullende Overeenkomst zal in werking treden op de dertigste dag na de datum waarop de laatste van de in paragraaf 1 vermelde mededelingen is gedaan en haar bepalingen zullen toepassing vinden:

a) met betrekking tot dividenden die zijn betaald op of na 1 januari 1990:

b) met betrekking tot de inkomsten als bedoeld in de artikelen 16 en 18 van de Overeenkomst, die op of na 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op het jaar waarin de Aanvullende Overeenkomst in werking treedt, zijn verkregen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden daartoe behoorlijk gevolmachtigd deze Aanvullende Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 13 maart 1991, in tweevoud, in de Engelse taal.

VOOR DE REGERING VAN HET KONINKRIJK BELGIE:

VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK FINLAND: