Circulaire nr. Ci.RH.61/269.003 dd. 09.05.1974

Circulaire nr. Ci.RH.61/269.003 dd. 09.05.1974

Bull. nr. 520, pag. 1365

VERENIGING

Verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid

Belastingstelsel van toepassing op de buitenlandse verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die in België een vaste inrichting hebben :

- vestiging van de aanslagen ;

- overgangsmaatregelen ;

- toepassing van de overeenkomsten tot voorkoming van de dubbele belasting.

Grondbeginsel.

1. Overeenkomstig het bepaalde van nr. 39, circ. 3.1.1973, nr. Ci.R. USA/264.228 (B. 505, blz. 448 e.v.), worden de buitenlandse verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die in België een vaste inrichting hebben, gezamenlijk in de BNV-ven. (art. 139, 2°, WIB) belast op de andere inkomsten van die inrichting dan :

- de inkomsten toegekend aan vennoten, verblijfhouders van België, wegens hun werkzaamheden in de schoot van de Belgische inrichting of wegens hun deelneming in de verdeelde winsten van die inrichting (die inkomsten worden ten name van de genieter aan de P.B. onderworpen);

- de inkomsten toegekend aan vennoten, niet-verblijfhouders uit hoofde van de in de Belgische inrichting werkelijk uitgevoerde werkzaamheden (die inkomsten worden ten name van de genieters aan de BNV-nat. personen onderworpen - art. 148, 2°, c, WIB).

Vestiging van de aanslagen.

a) Aangifte.

2. Het hierboven uiteengezette belastingstelsel van de inkomsten der buitenlandse verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid bepaalt impliciet het model van aangifteformulier waarin die inkomsten moeten worden vermeld (resp. aangifte in de BNV-ven., in de P.B. en in de BNV- nat. pers.).

b) Bepaling van het belastbare inkomen.

3. Uit de samenlezing van de art. 96 en 142, lid 1, WIB, valt af te leiden dat ter zake het bedrag van de in de BNV-ven. belastbare inkomsten moet worden vastgesteld volgens de regelen die van toepassing zijn op de winsten van de in art. 20, 1°, WIB, beoogde bedrijven, zelfs wanneer, wat hun oorsprong betreft, de inkomsten van de betrokken verenigingen voortspruiten uit baten als bedoeld in art. 20, 3°, WIB (verenigingen van accountants, van juridische, financiële en fiscale raadgevers, enz.).

4. Dit sluit in dat, voor het vaststellen van die belastbare inkomsten, in geen geval mag worden uitgegaan van de tijdens het belastbare tijdperk gedane ontvangsten, maar wel van het bedrag van de inkomsten die verband houden met de tijdens dit tijdperk geleverde prestaties.

Er moet m.a.w. worden rekening gehouden met de tijdens het belastbare tijdperk gedane ontvangsten (1) :

- verhoogd met het bedrag dat de op het einde van dit tijdperk reeds aan de cliënten aangerekende of nog aan te rekenen, maar nog niet betaalde prestaties van hetzelfde tijdperk of van vroeger vertegenwoordigt;

- doch verminderd met het bedrag dat de op het einde van het vorig belastbare tijdperk aangerekende of nog aan te rekenen, maar nog niet betaalde prestaties vertegenwoordigt.

--------------------

(1) Te noteren dat de provisies die de kostprijs vertegenwoordigen van nog te leveren prestaties uit hoofde van ontvangsten, welke in de winst begrepen zijn, onder de in art. 23, 1°, WIB, gestelde voorwaarden kunnen worden vrijgesteld als provisies voor waarschijnlijke lasten.

--------------------

5. De hierboven uiteengezette regeling impliceert dat de betrokken verenigingen ertoe gehouden zijn een boekhouding te voeren overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van koophandel. Wat inzonderheid de op het einde van een belastbaar tijdperk aan te rekenen, maar nog niet betaalde prestaties betreft, mogen in de gevallen waarin die prestaties niet tegen vaste tarieven worden vergoed, de in de boekhouding opgenomen bedragen worden aanvaard wanneer ze op een redelijke wijze werden geraamd en het gezamenlijke bedrag van de ervoor verschuldigde vergoeding niet in belangrijke mate van de later werkelijk gedane ontvangsten afwijkt.

c) Kohieren.

6. Daar de verenigingen waarover het hier gaat geen juridisch bestaan hebben, moeten de aanslagen in de BNV-ven. als volgt in het kohier worden opgenomen : "De leden van de vereniging ..............., vertegenwoordigd door .............. (identiteit van de aansprakelijke vertegenwoordiger in België).

Overgangsmaatregelen.

7. Wat de verenigingen aangaat waarvoor tot nu toe, hetzij in een aangifte BNV-ven., hetzij in de aangiften van hun leden, de belastbare inkomsten uitsluitend op grond van de ontvangsten van de belastbare tijdperken werden bepaald, mag die toestand bij wijze van overgangsmaatregel, tot en met het aj. 1974, worden aanvaard, zowel wanneer de aanslagen nog niet werden gevestigd als wanneer de reeds ingekohierde aanslagen nog niet definitief zijn geworden.

8. Voor het aj. 1975 moeten de belastbare inkomsten in die gevallen worden vastgesteld vertrekkende van :

- de tijdens het op 31.12.1974 of in 1975 vóór 31.12 afgesloten boekjaar gedane ontvangsten;

- verhoogd met het bedrag dat de op datum van afsluiting van dit boekjaar aangerekende of aan te rekenen, maar nog niet betaalde prestaties vertegenwoordigt;

- doch niet verminderd met het bedrag dat de bij het begin van hetzelfde boekjaar aangerekende of nog aan te rekenen, maar nog niet betaalde prestaties vertegenwoordigt.

Uitschakelen van de dubbele belasting.

9. De dubbele belasting die is of zou ontstaan door het feit dat de in de BNV-ven. belastbare inkomsten van sommige verenigingen, tevens geheel of gedeeltelijk ten name van de leden ervan werden aangeslagen, moet als volgt worden teniet gedaan :

a) de op naam van de leden afzonderlijk gevestigde aanslagen ontlasten in de mate dat ze betrekking hebben op inkomsten die ten onrechte op hun naam werden belast.

Die ontlasting uitlokken :

- of wel, op grond van art. 268, WIB, wanneer de vereniging een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de in de BNV-ven. gevestigde aanslag (in voorkomend geval, met toekenning van moratoriuminteresten);

- of wel, op grond en binnen de grenzen van art. 277, WIB, in de andere gevallen (zonder toekenning van moratoriuminteresten);

b) de in de BNV-ven. verschuldigde aanslag berekenen met verrekening van :

- de door de vereniging als zodanig gedane voorafbetalingen;

- de door de leden gedane en niet terugbetaalde voorafbetalingen, in de mate dat ze werden aangewend tot kwijting van de belasting op de ten onrechte op hun naam belaste inkomsten.

Bovendien mag geen vermeerdering wegens gebrek aan voorafbetaling worden aangerekend op het gedeelte van de BNV-ven. dat overeenstemt met de voorheen aan de leden terugbetaalde voorafbetalingen;

c) de in litt. a bedoelde ontlastingen eventueel aanwenden tot aanzuivering van de aanslagen in de BNV-ven., waarvan in voorgaand litt. b sprake is.

Toepassing van de overeenkomsten tot voorkoming van dubbele belasting.

10. De overeenkomsten tot voorkoming van dubbele belasting beletten niet de winsten die aan de Belgische inrichting van gezegde verenigingen kunnen worden toegerekend, gezamenlijk in de BNV-ven. te belasten, voor zover w.t.v. die inrichting een "vaste inrichting" uitmaakt in de zin van de betreffende overeenkomst.

11. Wat de verenigingen aangaat waarvan de plaats van werkelijke leiding gevestigd is in een land waarmede België een overeenkomst heeft gesloten, mag, onder de voorwaarden bepaald in die overeenkomst, het normale deel van de kosten, daaronder begrepen de kosten van leiding en algemeen beheer, dat in de andere Staat is gemaakt ten behoeve van de Belgische vaste inrichting, aan die vaste inrichting, worden toegerekend om tot een redelijke verdeling van de te belasten winst te komen.

12. Wat de aanslagtarieven van de BNV-ven. betreft, deze zijn dezelfde als die waaraan de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap met rechtspersoonlijkheid is onderworpen.

Deze tarieven zijn vermeld in circ. 972, nrs. 16 tot 20, wat het aj. 1974 betreft; wat de vorige jaren aangaat, wordt verwezen naar de dienstbrieven en circulaires betreffende de toe te passen overeenkomst.

--------------------------------------------