Circulaire nr. Ci.RH.331/334.352 dd. 30.11.1982

CIRC 30.11.82/1

Circulaire nr. Ci.RH.331/334.352 dd. 30.11.1982


Bull. nr. 613, pag. 70

FISCALE STIMULI

VOORAFBETALINGEN (V.A.)

ZELFSTANDIGE
Aanmoediging van de vestiging van de jongeren als zelfstandige.


Commentaar op het KB nr. 6 van 15.2.1982 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen inzake aanmoediging van de vestiging van de jongeren als zelfstandige.

Aan alle ambtenaren en beambten van de niveaus 1, 2 en 3.

INHOUDSOPGAVE I. Wettekst 1 II. Algemene draagwijdte 2 en 3 III. Eerste vestiging als jonge zelfstandige 4 tot 11 IV. Bewijs van eerste vestiging 12 tot 14 V. Tijdstip van eerste vestiging 15 VI. Aanslagen waarvoor geen belastingvermeerdering wordt toegepast 16 en 17 VII. Inkomsten die niet vatbaar zijn voor de vermeerdering 18 en 19 VIII. Inwerkingtreding 20 I. WETTEKST

1. Art. 1, KB nr. 6 van 15.2.1982 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen inzake aanmoediging van de vestiging van de jongeren als zelfstandige (V. 1596), heeft art. 89, WIB als volgt aangevuld :

"§ 9bis. - Geen vermeerdering is verschuldigd op de belasting op in artikel 20, 1°, b en c, en 3°, genoemde winsten, bezoldigingen en baten, die personen die de leeftijd van 35 jaar niet hebben overschreden en die zich, met ingang van 1 januari 1982, voor de eerste maal vestigen in een zelfstandig beroep, behalen gedurende de eerste drie jaren van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het jaar waarin de werkzaamheid aanvangt voor een volledig jaar geteld".

II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE

2. Art. 89, § 9 bis, WIB, strekt ertoe elke natuurlijke persoon die zich vóór de leeftijd van 35 jaar en ten vroegste op 1.1.1982, voor de eerste maal vestigt in een zelfstandig beroep, voor een periode van drie jaar te ontslaan van belastingvermeerdering (die normaal verschuldigd zou zijn indien geen V.A. werd verricht).

3. Hierna wordt uitgelegd;
  • wat moet worden verstaan onder een eerste vestiging als zelfstandige;
  • hoe het bewijs hiervan kan worden geleverd;
  • op welk tijdstip die vestiging moet gebeuren;
  • voor welke aanslagen de gunstmaatregel wordt toegepast;
  • welke inkomsten niet voor vermeerdering vatbaar zijn.


III. EERSTE VESTIGING ALS JONGE ZELFSTANDIGE.

4. Volgens het verslag aan de Koning dat het KB nr. 6 van 15.2.1982 voorafgaat, betreft het hier één van de maatregelen die ertoe strekken de jongeren aan te moedigen zich als zelfstandige te vestigen.

Een andere van die maatregelen - die zowel financiële als fiscale voordelen kunnen behelzen - is het toekennen van een premie van eerste vestiging aan jonge zelfstandigen, ingevoerd door art. 5 van de herstelwet van 10.2.1981 inzake de Middenstand (1), dat aan art. 1, W. 4.8.1978 tot economische heroriëntering (1) onder meer een littera e heeft toegevoegd dat betrekking heeft op de "personen die de leeftijd van 35 jaar niet hebben overschreden en die zich voor de eerste maal vestigen in een zelfstandig beroep".

5. Volgens voormeld Verslag aan de Koning zijn de in het KB nr. 6 van 15.2.1982 genoemde personen dezelfde als die waarvan sprake is in art. 5 van voornoemde herstelwet.

6. Het begrip "eerste vestiging" is weliswaar in die laatste wet zelf niet te vinden, doch wel in de ter uitvoering ervan genomen KB's van 23.6.1981 (B.S. 25.7.1981), 26.6.1981 (B.S. 24.7.1981) en 4.9.1981 (B.S. 8.10.1981), die respectievelijk gelden voor het Vlaamse, het Waalse en het Brusselse gewest.

7. Welnu krachtens elk van die KB's kan de aanmoedigingsmaatregel enkel worden toegestaan aan de natuurlijke persoon die, voor de eerste maal een zelfstandig beroep gaat uitoefenen als hoofdberoep,
  • hetzij onder de vorm van een eenmanszaak,
  • hetzij als zaakvoerder of beheerder van een nieuw opgerichte vennootschap, waardoor hij uit dien hoofde onderworpen is aan het sociaal statuut der zelfstandigen.


8. Rekening houdend met wat in nr. 5 is gezegd, kan er derhalve voor de toepassing van art. 89, § 9bis, WIB, slechts van een eerste vestiging als zelfstandige sprake zijn, wanneer een belastingplichtige voor de eerste maal als hoofdberoep (2) :
  • een bedrijf of een vrij beroep als bedoeld in art. 20, 1° of 3°, WIB, begint;
  • een mandaat van zaakvoerder of beheerder in een nieuw opgerichte vennootschap uitoefent en uit dien hoofde aan het sociaal statuut der zelfstandigen is onderworpen.


9. Het is ter zake van weinig belang dat de betrokkene al dan niet een premie voor eerste vestiging heeft ontvangen of nog, dat hij, vóór zijn aankomst in het land, in het buitenland reeds een beroep als zelfstandige heeft uitgeoefend.

10. Volledigheidshalve wordt hieraan toegevoegd dat :
  • ook jonge ambachtslieden, alsmede jonge landbouwers en tuinders voor de vrijstelling van vermeerdering in aanmerking komen (zie Verslag aan de Koning bij KB nr. 6);




(1)V 1478; B. 566.
(2)Als een zelfstandig hoofdberoep wordt aangezien, elk zelfstandig beroep dat meer dan 50 pct. van de totale bedrijfsactiviteit van de betrokkene omvat. Het beroep van helper van zelfstandige wordt fiscaal niet als een zelfstandig beroep aangemerkt, daar de inkomsten ervan als gewone bezoldigingen belastbaar zijn.
  • de werkende vennoten van een personenvennootschap, ongeacht of deze laatste al of niet voor de aanslag van haar winst in de PB heeft geopteerd, voor de toepassing van art. 89, § 9bis, WIB, onder de "zaakvoerders" beoogd in nr. 8 zijn te rangschikken;
  • beheerders en zaakvoerders - al of niet vennoten -, voor de toepassing van deze bepaling niet in aanmerking komen, indien zij onderworpen zijn aan het stelsel van de maatschappelijke zekerheid voor werknemers en niet aan het sociaal statuut der zelfstandigen (1).


11. Het feit dat de betrokkene voorheen een bijberoep als zelfstandige heeft uitgeoefend of helper van een zelfstandige is geweest, vormt geen beletsel voor de toepassing van art. 89, § 9bis, WIB

IV. BEWIJS VAN DE EERSTE VESTIGING.

12. De eerste vestiging als zelfstandige vóór de leeftijd van 35 jaar moet door de betrokken belastingplichtige worden aangetoond. In principe kan dit gebeuren door alle bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed.

13. In de praktijk zal het vereiste bewijs evenwel het best kunnen geleverd worden door middel van een attest van het sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen waarbij de belastingplichtige is aangesloten, attest waaruit blijkt sedert welke datum hij voor het eerst tot het sociaal statuut der zelfstandigen is toegetreden i.v.m. een hoofdberoep.

14. In geval het fonds waarvan sprake niet bij machte is de datum mede te delen waarop de betrokkene voor de eerste maal bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen aansloot i.v.m. een hoofdberoep, dan kan hij zich nog wenden tot het Rijksinstituut van de sociale verzekeringen der zelfstandigen (R.S.V.Z. - Jan Jacobsplein 6 te 1000 Brussel).

V. TIJDSTIP VAN DE EERSTE VESTIGING.

15. De in art. 89, § 9bis, WIB, bedoelde gunstmaatregel kan enkel worden toegestaan indien de belastingplichtige zich voor de eerste maal als zelfstandige in een hoofdberoep vestigt :
  • ten vroegste op 1.1.1982;
  • vóór hij de volle leeftijd van 35 jaar heeft bereikt.




(1)De B.V. blijft onverminderd en volgens de gewone regels verschuldigd op de bezoldigingen van beheerders, zelfs indien zij in aanmerking komen voor de gunstmaatregel van art. 89, § 9bis, WIB
VI. AANSLAGEN WAARVOOR GEEN BELASTINGVERMEERDERING WORDT
TOEGEPAST.

16. De vrijstelling van belastingvermeerdering geldt voor drie opeenvolgende jaren, te beginnen met het jaar van de eerste vestiging als jonge zelfstandige (dat dus voor een volledig jaar wordt geteld).

Het doet er niets toe dat de betrokkene vóór het verstrijken van de periode van 3 jaar de volle leeftijd van 35 jaar overschrijdt.



17.Voorbeeld :
De heer Van Geel, geboren 15.7.1948 vestigt zich voor de eerste maal als zelfstandige op 1.3.1982 (of 15.12.1982).

Hij is vrijgesteld van belastingvermeerdering op zijn bedrijfsinkomsten belastbaar voor de jaren. 1983 tot 1985 (1) (ook al wordt hij 35 jaar op 15.7.1983).

VII. INKOMSTEN DIE NIET VATBAAR ZIJN VOOR DE VERMEERDERING.

18. De vrijstelling van vermeerdering geldt voor alle bedrijfsinkomsten die een jonge zelfstandige heeft genoten tijdens de periode van 3 jaar (zie nr. 16), zelfs indien die inkomsten geheel of gedeeltelijk voortkomen van een ander beroep dan dat waarin hij zich voor de eerste maal als zelfstandige heeft gevestigd.

19. In de sub 18 bedoelde gevallen is de vermeerdering evenmin van toepassing op de belasting die slaat op het gedeelte van de bedrijfsinkomsten dat de jonge zelfstandige aan zijn echtgenoot toekent bij toepassing van art. 63, WIB

(1) Indien de belastingplichtige anders dan per kalenderjaar boekhoudt en zijn eerste boekjaar in de loop van het jaar 1983 afsluit, is de gunstmaatregel zonder uitwerking voor het aj. 1983 (behalve in het geval bedoeld in nr. 18); die gunstmaatregel is dus in feite beperkt tot de jaren 1984 en 1985.

20. De vermeerdering blijft echter wel van toepassing op de belasting op de inkomsten die de echtgenoot uit één of meer eigen zelfstandige beroepen verkrijgt, tenzij hij eveneens aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoet.

VIII. INWERKINGTREDING.

21. Art. 89, § 9bis, WIB, is van toepassing met ingang van het aj. 1983.