Circulaire nr. Ci.RH.421/432.427 dd. 07.11.1991
CIRC 07.11.91/1
Circulaire nr. Ci.RH.421/432.427 dd. 07.11.1991
Bull. nr. 711, pag. 2848
INNOVATIE-EFFECTEN
Aftrek voor innovatie-effecten
INNOVATIEVENNOOTSCHAP
Algemene commentaar
Erkenning
Verhoogde investeringsaftrek
Vrijgestelde winsten
INVESTERINGSAFTREK
Innovatievennootschappen
Percentages
Commentaar op de bepalingen van:
I. INLEIDING
1. Deze circ. verstrekt commentaar op de wijzigingen die met betrekking tot de bevordering van het innovatiekapitaal in de art. 68 tot 72 en 75, Herstelwet 31.7.1984 (V. 1732 - B. 632) zijn aangebracht door :
2. Deze nieuwigheden worden besproken in de volgorde waarin de gewijzigde bepalingen in de circ. Ci.RH.421/369.649 van 8.3.1988 (B. 671) worden behandeld (de desbetreffende nrs. van die circ. zijn na elke titel vermeld).
3. De gecoördineerde tekst van de art. 68 tot 75, van de Herstelwet 31.7.1984 is opgenomen als bijlage 1. Bijlage 2 bevat de bepalingen van de W. 7.12.1988 die art. 70, Herstelwet 31.7.1984 stilzwijgend hebben vervangen.
II. BEGRIPPEN (zie circ. nr. 3)
5. De begrippen "innovatievennootschap", "innovatiekapitaal" en "innoverend hoogtechnologisch procédé", gedefinieerd in art. 68, Herstelwet 31.7.1984, zijn respectievelijk gewijzigd door art. 18, 3° en 4°, W. 28.12.1990 en door art. 180, W. 30.12.1988.
Een innovatievennootschap is voortaan een aan de Ven.B. onderworpen vennootschap die tijdens één der jaren 1984 tot 1990 is opgericht, waarvoor uiterlijk op 22.7.1990 een aanvraag tot erkenning is ingediend, en die, op eensluidend advies van de Ministers van Economische Zaken en van Middenstand en van de Minister die het Wetenschapsbeleid onder zijn bevoegdheid heeft, door de Minister van Financiën is erkend als uitsluitend de exploitatie en de commercialisatie te beogen van één of meer innoverende hoogtechnologische procédés.
Onder innovatiekapitaal van een innovatievennootschap wordt verstaan het geplaatste en in geld gestorte maatschappelijk kapitaal en de uiterlijk op 31.12.1990 geplaatste kapitaalverhogingen waarop in geld is gestort; bij kapitaalverhoging wordt het kapitaal vermeerderd met de uitgiftepremies die door de aandeelhouders of vennoten zijn gestort en op de balans van de vennootschap zijn ingeschreven; voorschotten als bedoeld in art. 15, 2de lid, 2°, WIB zijn echter uitgesloten.
Een innoverend hoogtechnologisch procédé is een wijze van vervaardiging of van dienstverlening met bijzondere technische kenmerken welke die wijze onderscheiden van die welke tot nog toe in België zijn gebruikt, of waarmee uitzonderlijke prestatievermogens kunnen worden opgewekt die uitsteken boven die welke in de bedrijfswereld als normaal worden beschouwd, en die vindingen en speurwerk volgens pas ontwikkelde technieken in België in toepassing brengt, het gebruik van het met dergelijk procédé vervaardigde produkt komt niet in aanmerking. Derhalve is vanaf 15.1.1989 alleen vereist dat het innoverend hoogtechnologisch procédé nog nooit in België is geëxploiteerd.
III. ERKENNING VAN INNOVATIEVENNOOTSCHAPPEN (zie circ. nr. 4)
6. De erkenning als innovatievennootschap kan slechts worden verleend aan vennootschappen die :
7. De voorwaarde, dat de vennootschap op het einde van het boekjaar van de oprichting of van het eerste boekjaar na dat van de oprichting niet meer dan 49 werknemers in dienst mag hebben, is vanaf 15.1.1989 opgeheven (zie art. 183, Programmawet 30.12.1988).
IV. BEPERKING VAN DE VRIJGESTELDE WINST DIE IN HET VERMOGEN VAN DE
VENNOOTSCHAP WORDT GEHOUDEN (zie circ. nrs. 11 en volgende)
8. Het is steeds de wil van de wetgever geweest om de vrijstelling van de winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden, te beperken tot het gedeelte daarvan dat geacht wordt voort te komen van het innovatiekapitaal, in zover dat gedeelte niet meer dan 13 % bedraagt van het bij het begin van het boekjaar nog terugbetaalbaar werkelijk gestorte innovatiekapitaal.
Om verkeerde interpretaties te vermijden heeft art. 181, Programmawet 30.12.1988, art. 69, § 1, Herstelwet 31.7.1984 aangevuld met een derde lid dat als volgt luidt :
"In geval het nog terugbetaalbaar werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal zowel inbrengen in geld als andere inbrengen vertegenwoordigt, wordt de uit het innovatiekapitaal geacht voort te komen winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden, bekomen door het bedrag van die winst te vermenigvuldigen met een breuk gevormd door :
9. Wanneer het terugbetaalbaar werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal zowel inbrengen in geld als andere inbrengen omvat (inz. inbrengen in natura), moet de winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden derhalve worden opgedeeld in, enerzijds, het deel dat voortkomt uit het innovatiekapitaal en, anderzijds, het deel dat voortkomt uit het niet-innovatiekapitaal.
De winst die geacht wordt voort te komen uit het innovatiekapitaal wordt als volgt bepaald : bij het begin van het boekjaar nog betaalbaar werkelijk gestort innovatiekapitaal Gereserveerde winst x ----------------------------------------- van het boekjaar bij het begin van het boekjaar nog terugbetaalbaar gestort maatschappelijke kapitaal Wanneer de vennootschap gekozen heeft voor de vrijstelling van de winst die in haar vermogen wordt gehouden, wordt de aan het innovatiekapitaal toegewezen winst uit de belastbare grondslag van de Ven.B. gesloten, in zover die winst niet hoger is dan 13 % van het bij het begin van het boekjaar nog terugbetaalbaar werkelijk gestorte innovatiekapitaal.
Voorbeeld (vervangt het voorbeeld in nr. 37 van de circ.)
10. Een erkende innovatievennootschap is opgericht op 1.12.1987; het kapitaal bedraagt 60.000.000 F en er is als volgt op ingeschreven en gestort:
De vennootschap sluit haar boekhouding af per kalenderjaar en voor het eerst op 31.12.1988. Zij kiest voor de vrijstelling van de gereserveerde winst voor de eerste drie boekjaren van de vrijstellingsperiode en neemt het eerste boekjaar als aanvang van die vrijstellingsperiode.
Op 1.3.1990 verhoogt ze haar kapitaal met 10.000.000 F, bedrag dat onmiddellijk in geld wordt gestort.
De hiernavolgende tabel vermeldt voor de boekjaren 1987-1988, 1989, 1990 en 1991 de bestanddelen die in aanmerking komen bij de berekening van de vrijstelling van Ven.B. (gegevens in miljoenen F);
---------------------------------------------------------------------- | Boekjaar | 1987- | 1989 | 1990 | 1991 | | | 1988 | | |----------------------| | | | | | Gestort | Toegekend | | | | | | kapitaal | dividend | |-----------------------|-------|------|------|----------|-----------| | - Bij het begin van | | | | | | | het boekjaar | | | | | | | afbetaald kapitaal | | | | | | | - inbreng in natura | 20 | 20 | 20 | 20 | 2 | | - innovatiekapitaal | 25 | 30 | 40 | 50 | 5 | | |--------------------------------------------| | - totaal | 45 | 50 | 60 | 70 | 7 | |--------------------------------------------------------------------| | - Gereserveerde winst | 1 | 4 | 8 | |---------------------------------------------| De van Ven.B. vrijstelbare bedragen zijn als volgt te berekenen : - boekjaar 1987 - 1988 : - vrijstelbaar maximum : 25.000.000 F x 13 % = 3.250.000 F - te beperken tot de vrijstelbare reserves die geacht worden voort te komen uit het innovatiekapitaal : 25.000.000 F 1.000.000 F x ------------ = 555.556 F 45.000.000 F - boekjaar 1989 : - vrijstelbaar maximum ; 30.000.000 F x 13 % = 3.900.000 F - te beperken tot de vrijstelbare reserves die geacht worden voort te komen uit het innovatiekapitaal : 30.000.000 F 4.000.000 F x ------------ = 2.400.000 F 50.000.000 F - boekjaar 1990 : - vrijstelbare reserves die geacht worden voort te komen uit het innovatiekapitaal : 40.000.000 F 8.000.000 F x ------------ = 5.333.333 F 60.000.000 F - te beperken tot : 40.000.000 F x 13 % = 5.200.000 F - boekjaar 1991 : - vrijstelbaar maximum : 50.000.000 F x 13 % = 6.500.000 F - te beperken tot de winst uitgekeerd aan het innovatiekapitaal : 5.000.000 F V. INVESTERINGSAFTREK (zie circ. nr. 38)
11. Voor innovatievennootschappen wordt het percentage van de investeringsaftrek tijdelijk met 5 % verhoogd (zie art. 20, § 3, Hervormingswet 7.12.1988 - bijlage 2).
12. Schematische voorstelling van het percentage inzake investeringsaftrek voor innovatievennootschappen : ----------------------------------------------------------------- | Aard van de investering | Investeringen van | | | de kalenderjaren | | |------------------------| | | 1988 (*), | 1991 | | | 1989 (*), | | | | en 1990 | | |--------------------------------------|-------------|----------| | 1. Eenmalige aftrek : | | | | - energiebesparende investeringen | 20 % | 19,5 % | | - investeringen voor onderzoek en | | | | ontwikkeling | 20 % | 19,5 % | | - andere investeringen | 10 % | 9 % | | 2. Vereenvoudigde gespreide aftrek | 17 % | 16,5 % | ----------------------------------------------------------------- (*) Alleen voor investeringen van het kalenderjaar 1988 of 1989, verbonden aan het aj. 1990 of, in voorkomend geval, aan het aj. 1991. VI. AFTREK BIJ INSCHRIJVING EN STORTING OP INNOVATIE-EFFECTEN
(zie circ. nrs. 40 en 41)
13. Krachtens art. 72, Herstelwet 31.7.1984, mogen de aan de P.B. onderworpen belastingplichtigen van hun gezamenlijk netto-inkomen een gedeelte aftrekken van de sommen die zij besteden aan de inschrijving en de storting in geld op innovatie-effecten op naam.
14. Uit de art. 68 en 72, Herstelwet 31.7.1984, gewijzigd door art. 18, 3° en 5°, W. 28.12.1990, blijkt dat vorenbedoelde sommen tijdens de jaren 1984 tot 1993 werkelijk moeten zijn gebruikt om op aandelen te storten van een "innovatievennootschap" (zie definitie onder nr. 5) waarop is ingeschreven bij de oprichting of bij een kapitaalverhoging die uiterlijk op 31.12.1990 heeft plaatsgehad.
15. Een gedeelte van de aanschaffingsprijs van de innovatie-effecten is dus slechts aftrekbaar op voorwaarde dat op de effecten is ingeschreven bij de oprichting van de vennootschap of bij een kapitaalverhoging (aankoop op de secundaire markt is dus uitgesloten - zie circ. nr. 41, d).
16. Ingevolge de wijziging van art. 72, Herstelwet 31.7.1984 door art. 182, Programmawet 30.12.1988, komen de aandelen van een erkende innovatievennootschap, die naar aanleiding van een openbaar verkoopaanbod door een financiële instelling vast zijn opgenomen, eveneens in aanmerking bij privé-investeerders aan wie zij uiteindelijk worden doorverkocht, indien de verkoop ten laatste drie maanden na de vaste overname plaatsheeft tegen een prijs die gelijk is aan de inschrijvingsprijs.
VII. INTREKKING VAN DE ERKENNING (zie circ. nr. 87)
17. Met betrekking tot de overschrijding van de grens inzake tewerkstelling wordt de erkenning als innovatievennootschap vanaf 15.1.1989 nog slechts ingetrokken wanneer de vennootschap op het einde van enig boekjaar 100 of meer werknemers in dienst heeft (zie eveneens nr. 7).
Circulaire nr. Ci.RH.421/432.427 dd. 07.11.1991
Bull. nr. 711, pag. 2848
INNOVATIE-EFFECTEN
Aftrek voor innovatie-effecten
INNOVATIEVENNOOTSCHAP
Algemene commentaar
Erkenning
Verhoogde investeringsaftrek
Vrijgestelde winsten
INVESTERINGSAFTREK
Innovatievennootschappen
Percentages
Commentaar op de bepalingen van:
- de art. 20, §3 en 39, 1e lid, 1°, W. 7.12.1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen;
- de art. 180 tot 183 en 189, 2°, Programmawet 30.12.1988;
- de art. 18, 3° tot 5°, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen.
I. INLEIDING
1. Deze circ. verstrekt commentaar op de wijzigingen die met betrekking tot de bevordering van het innovatiekapitaal in de art. 68 tot 72 en 75, Herstelwet 31.7.1984 (V. 1732 - B. 632) zijn aangebracht door :
- de art. 20, § 3 en 39, 1e lid, 1°, W. 7.12.1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen (V. 1957 - B. 679);
- de art. 180 tot 183 en 189, 2°, Programmawet 30.12.1988 (V. 1961 - B. 680);
- art. 18, 3° tot 5°, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet- fiscale bepalingen (V. 2073 - B. 702).
2. Deze nieuwigheden worden besproken in de volgorde waarin de gewijzigde bepalingen in de circ. Ci.RH.421/369.649 van 8.3.1988 (B. 671) worden behandeld (de desbetreffende nrs. van die circ. zijn na elke titel vermeld).
3. De gecoördineerde tekst van de art. 68 tot 75, van de Herstelwet 31.7.1984 is opgenomen als bijlage 1. Bijlage 2 bevat de bepalingen van de W. 7.12.1988 die art. 70, Herstelwet 31.7.1984 stilzwijgend hebben vervangen.
| 4. | De wijzigingen hebben inzonderheid betrekking op : |
- de begrippen "innovatievennootschap", "innovatiekapitaal" en "innoverend hoogtechnologisch procédé";
- de begrenzing inzake de tewerkstelling;
- het bepalen van de vrijgestelde winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden en geacht wordt voort te komen van het innovatiekapitaal;
- het percentage van de investeringsaftrek;
- de aftrek van de sommen besteed aan de inschrijving en de storting in geld op innovatie-effecten.
II. BEGRIPPEN (zie circ. nr. 3)
5. De begrippen "innovatievennootschap", "innovatiekapitaal" en "innoverend hoogtechnologisch procédé", gedefinieerd in art. 68, Herstelwet 31.7.1984, zijn respectievelijk gewijzigd door art. 18, 3° en 4°, W. 28.12.1990 en door art. 180, W. 30.12.1988.
Een innovatievennootschap is voortaan een aan de Ven.B. onderworpen vennootschap die tijdens één der jaren 1984 tot 1990 is opgericht, waarvoor uiterlijk op 22.7.1990 een aanvraag tot erkenning is ingediend, en die, op eensluidend advies van de Ministers van Economische Zaken en van Middenstand en van de Minister die het Wetenschapsbeleid onder zijn bevoegdheid heeft, door de Minister van Financiën is erkend als uitsluitend de exploitatie en de commercialisatie te beogen van één of meer innoverende hoogtechnologische procédés.
Onder innovatiekapitaal van een innovatievennootschap wordt verstaan het geplaatste en in geld gestorte maatschappelijk kapitaal en de uiterlijk op 31.12.1990 geplaatste kapitaalverhogingen waarop in geld is gestort; bij kapitaalverhoging wordt het kapitaal vermeerderd met de uitgiftepremies die door de aandeelhouders of vennoten zijn gestort en op de balans van de vennootschap zijn ingeschreven; voorschotten als bedoeld in art. 15, 2de lid, 2°, WIB zijn echter uitgesloten.
Een innoverend hoogtechnologisch procédé is een wijze van vervaardiging of van dienstverlening met bijzondere technische kenmerken welke die wijze onderscheiden van die welke tot nog toe in België zijn gebruikt, of waarmee uitzonderlijke prestatievermogens kunnen worden opgewekt die uitsteken boven die welke in de bedrijfswereld als normaal worden beschouwd, en die vindingen en speurwerk volgens pas ontwikkelde technieken in België in toepassing brengt, het gebruik van het met dergelijk procédé vervaardigde produkt komt niet in aanmerking. Derhalve is vanaf 15.1.1989 alleen vereist dat het innoverend hoogtechnologisch procédé nog nooit in België is geëxploiteerd.
III. ERKENNING VAN INNOVATIEVENNOOTSCHAPPEN (zie circ. nr. 4)
6. De erkenning als innovatievennootschap kan slechts worden verleend aan vennootschappen die :
| 1° | onderworpen zijn aan de Ven.B; |
| 2° | opgericht zijn tijdens één der jaren 1984 tot 1990; |
| 3° | uiterlijk op 22.7.1990 een aanvraag tot erkenning hebben ingediend bij de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 Brussel en alle inlichtingen verstrekken op grond waarvan kan worden vastgesteld of aan de vereisten is voldaan; die aanvraag moet tevens de verbintenis bevatten alle nuttig geachte inlichtingen te verstrekken; |
| 4° | uitsluitend de exploitatie en de commercialisering van één of meer innoverende hoogtechnologische procédés beogen; |
| 5° | een kleine of middelgrote onderneming zijn; de erkenning wordt immers ingetrokken wanneer de vennootschap op het einde van enig boekjaar 100 of meer werknemers in dienst heeft; de regels voor de vaststelling van het aantal door de vennootschap tewerkgestelde werknemers worden uiteengezet in nrs. 87 tot 89, circ. Ci.RH.421/369.649 van 8.3.1988. |
IV. BEPERKING VAN DE VRIJGESTELDE WINST DIE IN HET VERMOGEN VAN DE
VENNOOTSCHAP WORDT GEHOUDEN (zie circ. nrs. 11 en volgende)
8. Het is steeds de wil van de wetgever geweest om de vrijstelling van de winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden, te beperken tot het gedeelte daarvan dat geacht wordt voort te komen van het innovatiekapitaal, in zover dat gedeelte niet meer dan 13 % bedraagt van het bij het begin van het boekjaar nog terugbetaalbaar werkelijk gestorte innovatiekapitaal.
Om verkeerde interpretaties te vermijden heeft art. 181, Programmawet 30.12.1988, art. 69, § 1, Herstelwet 31.7.1984 aangevuld met een derde lid dat als volgt luidt :
"In geval het nog terugbetaalbaar werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal zowel inbrengen in geld als andere inbrengen vertegenwoordigt, wordt de uit het innovatiekapitaal geacht voort te komen winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden, bekomen door het bedrag van die winst te vermenigvuldigen met een breuk gevormd door :
| 1° | als teller : het bedrag van het bij het begin van het boekjaar nog terugbetaalbaar werkelijk gestorte innovatiekapitaal; |
| 2° | als noemer : het bedrag van het bij het begin van het boekjaar nog terugbetaalbaar gestorte maatschappelijk kapitaal." |
De winst die geacht wordt voort te komen uit het innovatiekapitaal wordt als volgt bepaald : bij het begin van het boekjaar nog betaalbaar werkelijk gestort innovatiekapitaal Gereserveerde winst x ----------------------------------------- van het boekjaar bij het begin van het boekjaar nog terugbetaalbaar gestort maatschappelijke kapitaal Wanneer de vennootschap gekozen heeft voor de vrijstelling van de winst die in haar vermogen wordt gehouden, wordt de aan het innovatiekapitaal toegewezen winst uit de belastbare grondslag van de Ven.B. gesloten, in zover die winst niet hoger is dan 13 % van het bij het begin van het boekjaar nog terugbetaalbaar werkelijk gestorte innovatiekapitaal.
Voorbeeld (vervangt het voorbeeld in nr. 37 van de circ.)
10. Een erkende innovatievennootschap is opgericht op 1.12.1987; het kapitaal bedraagt 60.000.000 F en er is als volgt op ingeschreven en gestort:
- inbreng in natura : 20.000.000 F;
- inbreng in geld : 40.000.000 F, op de volgende wijze gestort :
- 25.000.000 F bij de oprichting;
- 5.000.000 F op 1.7.1988;
- 10.000.000 F op 1.12.1989.
De vennootschap sluit haar boekhouding af per kalenderjaar en voor het eerst op 31.12.1988. Zij kiest voor de vrijstelling van de gereserveerde winst voor de eerste drie boekjaren van de vrijstellingsperiode en neemt het eerste boekjaar als aanvang van die vrijstellingsperiode.
Op 1.3.1990 verhoogt ze haar kapitaal met 10.000.000 F, bedrag dat onmiddellijk in geld wordt gestort.
De hiernavolgende tabel vermeldt voor de boekjaren 1987-1988, 1989, 1990 en 1991 de bestanddelen die in aanmerking komen bij de berekening van de vrijstelling van Ven.B. (gegevens in miljoenen F);
---------------------------------------------------------------------- | Boekjaar | 1987- | 1989 | 1990 | 1991 | | | 1988 | | |----------------------| | | | | | Gestort | Toegekend | | | | | | kapitaal | dividend | |-----------------------|-------|------|------|----------|-----------| | - Bij het begin van | | | | | | | het boekjaar | | | | | | | afbetaald kapitaal | | | | | | | - inbreng in natura | 20 | 20 | 20 | 20 | 2 | | - innovatiekapitaal | 25 | 30 | 40 | 50 | 5 | | |--------------------------------------------| | - totaal | 45 | 50 | 60 | 70 | 7 | |--------------------------------------------------------------------| | - Gereserveerde winst | 1 | 4 | 8 | |---------------------------------------------| De van Ven.B. vrijstelbare bedragen zijn als volgt te berekenen : - boekjaar 1987 - 1988 : - vrijstelbaar maximum : 25.000.000 F x 13 % = 3.250.000 F - te beperken tot de vrijstelbare reserves die geacht worden voort te komen uit het innovatiekapitaal : 25.000.000 F 1.000.000 F x ------------ = 555.556 F 45.000.000 F - boekjaar 1989 : - vrijstelbaar maximum ; 30.000.000 F x 13 % = 3.900.000 F - te beperken tot de vrijstelbare reserves die geacht worden voort te komen uit het innovatiekapitaal : 30.000.000 F 4.000.000 F x ------------ = 2.400.000 F 50.000.000 F - boekjaar 1990 : - vrijstelbare reserves die geacht worden voort te komen uit het innovatiekapitaal : 40.000.000 F 8.000.000 F x ------------ = 5.333.333 F 60.000.000 F - te beperken tot : 40.000.000 F x 13 % = 5.200.000 F - boekjaar 1991 : - vrijstelbaar maximum : 50.000.000 F x 13 % = 6.500.000 F - te beperken tot de winst uitgekeerd aan het innovatiekapitaal : 5.000.000 F V. INVESTERINGSAFTREK (zie circ. nr. 38)
11. Voor innovatievennootschappen wordt het percentage van de investeringsaftrek tijdelijk met 5 % verhoogd (zie art. 20, § 3, Hervormingswet 7.12.1988 - bijlage 2).
12. Schematische voorstelling van het percentage inzake investeringsaftrek voor innovatievennootschappen : ----------------------------------------------------------------- | Aard van de investering | Investeringen van | | | de kalenderjaren | | |------------------------| | | 1988 (*), | 1991 | | | 1989 (*), | | | | en 1990 | | |--------------------------------------|-------------|----------| | 1. Eenmalige aftrek : | | | | - energiebesparende investeringen | 20 % | 19,5 % | | - investeringen voor onderzoek en | | | | ontwikkeling | 20 % | 19,5 % | | - andere investeringen | 10 % | 9 % | | 2. Vereenvoudigde gespreide aftrek | 17 % | 16,5 % | ----------------------------------------------------------------- (*) Alleen voor investeringen van het kalenderjaar 1988 of 1989, verbonden aan het aj. 1990 of, in voorkomend geval, aan het aj. 1991. VI. AFTREK BIJ INSCHRIJVING EN STORTING OP INNOVATIE-EFFECTEN
(zie circ. nrs. 40 en 41)
13. Krachtens art. 72, Herstelwet 31.7.1984, mogen de aan de P.B. onderworpen belastingplichtigen van hun gezamenlijk netto-inkomen een gedeelte aftrekken van de sommen die zij besteden aan de inschrijving en de storting in geld op innovatie-effecten op naam.
14. Uit de art. 68 en 72, Herstelwet 31.7.1984, gewijzigd door art. 18, 3° en 5°, W. 28.12.1990, blijkt dat vorenbedoelde sommen tijdens de jaren 1984 tot 1993 werkelijk moeten zijn gebruikt om op aandelen te storten van een "innovatievennootschap" (zie definitie onder nr. 5) waarop is ingeschreven bij de oprichting of bij een kapitaalverhoging die uiterlijk op 31.12.1990 heeft plaatsgehad.
15. Een gedeelte van de aanschaffingsprijs van de innovatie-effecten is dus slechts aftrekbaar op voorwaarde dat op de effecten is ingeschreven bij de oprichting van de vennootschap of bij een kapitaalverhoging (aankoop op de secundaire markt is dus uitgesloten - zie circ. nr. 41, d).
16. Ingevolge de wijziging van art. 72, Herstelwet 31.7.1984 door art. 182, Programmawet 30.12.1988, komen de aandelen van een erkende innovatievennootschap, die naar aanleiding van een openbaar verkoopaanbod door een financiële instelling vast zijn opgenomen, eveneens in aanmerking bij privé-investeerders aan wie zij uiteindelijk worden doorverkocht, indien de verkoop ten laatste drie maanden na de vaste overname plaatsheeft tegen een prijs die gelijk is aan de inschrijvingsprijs.
VII. INTREKKING VAN DE ERKENNING (zie circ. nr. 87)
17. Met betrekking tot de overschrijding van de grens inzake tewerkstelling wordt de erkenning als innovatievennootschap vanaf 15.1.1989 nog slechts ingetrokken wanneer de vennootschap op het einde van enig boekjaar 100 of meer werknemers in dienst heeft (zie eveneens nr. 7).
Bron: FisconetPlus
