Aanschrijving nr. 181 dd. 30.12.1971
AANSCHRIJVING 71/181
Aanschrijving nr. 181 dd. 30.12.1971
Solvabiliteitsonderzoek voor kredietinstellingen.
Alvorens een lening toe te staan doen de kredietinstellingen dikwijls beroep op ze onderzoekers, die ze belasten met het inwinnen van inlichtingen over de staat van solvabiliteit van de toekomstige lener; deze onderzoekers houden zich, in sommige gevallen, ook bezig met de invordering van de schuldvorderingen of met de aanzuivering van de dossiers betwiste zaken.
De verrichtingen van de onderzoekers zijn diensten beoogd door artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek en zij kunnen niet worden gerangschikt onder de handelingen die van de belasting vrijgesteld zijn krachtens artikel 44, § 3, 2° en 3°, van dat Wetboek. Zij zijn onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 18 pct.
Bijgevolg zijn de zelfstandige onderzoekers belastingplichtigen op het stuk van de BTW, wanneer ze deze diensten geregeld verrichten. Zij kunnen daarenboven niet de regeling genieten van de aanschrijving nr. 19, van 22 januari 1971, wanneer ze die werkzaamheid slechts op aanvullende wijze verrichten, vermits de kredietinstellingen geen belastingplichtigen zijn met betrekking tot de leningen die zij toestaan (z. Wetboek, art. 5 en 44, § 3, 2°).
Sommige kredietinstellingen hebben gevraagd om zelf de door de onderzoekers verschuldigde BTW te mogen voldoen, wanneer deze de beoogde prestaties slechts op aanvullende wijze verrichten en wanneer zij daarenboven geen enkele andere werkzaamheid verrichten die hun verplicht tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.
De administratie heeft beslist gunstig gevolg te verlenen aan deze verzoeken. De betrokken instellingen zullen iedere maand, uiterlijk de 20ste op de postrekening van het BTW-ontvangkantoor, dat hun zal worden aangeduid, het totaal bedrag moeten storten van de belasting die opeisbaar is op de sommen die aan de onderzoekers verschuldigd zijn voor de handelingen die ze in de loop van de vorige maand verricht hebben. De instellingen, die uit hoofde van sommige van hun werkzaamheden BTW-belastingplichtigen zijn en die periodieke BTW-aangiften indienen, zullen de bedoelde belasting evenwel moeten opnemen in de rubriek "herzieningen" van hun aangiften (kader V, a, van de maandaangifte of vak 31 van de kwartaalaangifte).
In overeenstemming hiermee zijn de onderzoekers die voor rekening van deze instellingen op aanvullende wijze werken en die geen andere aan de BTW onderworpen werkzaamheid uitoefenen, ontheven van elke verplichting op het stuk van de aangifte en de betaling van de belasting, en dienen zij geen BTW-registratienummer te krijgen.
Het spreekt vanzelf dat deze aanschrijving niet toepasselijk is op de inlichtingsagentschappen, noch op de onderzoekers die deze werkzaamheid als hoofdzaak of samen met een andere werkzaamheid uitoefenen uit hoofde waarvan zij reeds gehouden zijn periodieke BTW-aangiften in te dienen.
De kredietinstellingen, die de regeling wensen te genieten bepaald bij deze aanschrijving, dienen een verzoek te richten tot de centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, 12de directie, Madoutorengebouw, Madouplein 1 te 1030 Brussel .
Aanschrijving nr. 181 dd. 30.12.1971
Solvabiliteitsonderzoek voor kredietinstellingen.
Alvorens een lening toe te staan doen de kredietinstellingen dikwijls beroep op ze onderzoekers, die ze belasten met het inwinnen van inlichtingen over de staat van solvabiliteit van de toekomstige lener; deze onderzoekers houden zich, in sommige gevallen, ook bezig met de invordering van de schuldvorderingen of met de aanzuivering van de dossiers betwiste zaken.
De verrichtingen van de onderzoekers zijn diensten beoogd door artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek en zij kunnen niet worden gerangschikt onder de handelingen die van de belasting vrijgesteld zijn krachtens artikel 44, § 3, 2° en 3°, van dat Wetboek. Zij zijn onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 18 pct.
Bijgevolg zijn de zelfstandige onderzoekers belastingplichtigen op het stuk van de BTW, wanneer ze deze diensten geregeld verrichten. Zij kunnen daarenboven niet de regeling genieten van de aanschrijving nr. 19, van 22 januari 1971, wanneer ze die werkzaamheid slechts op aanvullende wijze verrichten, vermits de kredietinstellingen geen belastingplichtigen zijn met betrekking tot de leningen die zij toestaan (z. Wetboek, art. 5 en 44, § 3, 2°).
Sommige kredietinstellingen hebben gevraagd om zelf de door de onderzoekers verschuldigde BTW te mogen voldoen, wanneer deze de beoogde prestaties slechts op aanvullende wijze verrichten en wanneer zij daarenboven geen enkele andere werkzaamheid verrichten die hun verplicht tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.
De administratie heeft beslist gunstig gevolg te verlenen aan deze verzoeken. De betrokken instellingen zullen iedere maand, uiterlijk de 20ste op de postrekening van het BTW-ontvangkantoor, dat hun zal worden aangeduid, het totaal bedrag moeten storten van de belasting die opeisbaar is op de sommen die aan de onderzoekers verschuldigd zijn voor de handelingen die ze in de loop van de vorige maand verricht hebben. De instellingen, die uit hoofde van sommige van hun werkzaamheden BTW-belastingplichtigen zijn en die periodieke BTW-aangiften indienen, zullen de bedoelde belasting evenwel moeten opnemen in de rubriek "herzieningen" van hun aangiften (kader V, a, van de maandaangifte of vak 31 van de kwartaalaangifte).
In overeenstemming hiermee zijn de onderzoekers die voor rekening van deze instellingen op aanvullende wijze werken en die geen andere aan de BTW onderworpen werkzaamheid uitoefenen, ontheven van elke verplichting op het stuk van de aangifte en de betaling van de belasting, en dienen zij geen BTW-registratienummer te krijgen.
Het spreekt vanzelf dat deze aanschrijving niet toepasselijk is op de inlichtingsagentschappen, noch op de onderzoekers die deze werkzaamheid als hoofdzaak of samen met een andere werkzaamheid uitoefenen uit hoofde waarvan zij reeds gehouden zijn periodieke BTW-aangiften in te dienen.
De kredietinstellingen, die de regeling wensen te genieten bepaald bij deze aanschrijving, dienen een verzoek te richten tot de centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, 12de directie, Madoutorengebouw, Madouplein 1 te 1030 Brussel .
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR
Bron: FisconetPlus
