Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 22.12.1989 (14e aflevering)
Bull. nr. 691, pag. 409
BEROEPSKOSTEN
Individuele akkoorden.
HERVORMINGSWET 1988
Beroepskosten.
Weerslag van de art. 22 en 23, W. 07.12.1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen, op vroeger afgesloten individuele akkoorden.
VROEGER AFGESLOTEN INDIVIDUELE AKKOORDEN
II/302.1 Overeenkomstig art. 44, tweede lid, WIB kunnen de taxatieambtenaar en de belastingplichtige in gemeenschappelijk overleg het bedrag van de beroepskosten forfaitair bepalen. Daarbij moet de belastingplichtige de belastingambtenaar de redelijke overtuiging bijbrengen van de echtheid van bepaalde kosten, waarvan hij het bedrag niet kan verantwoorden met bewijsstukken of met andere toegelaten bewijsmiddelen (Com.IB 44/17.6 en volgende).
De vraag is gesteld of de administratie een dergelijk, vroeger gesloten, individueel akkoord moet opzeggen om de in de art. 22 en 23 van de hervormingswet bedoelde beperkingen en uitsluitingen van beroepskosten te kunnen doorvoeren vanaf het aj. 1990.
II/302.2 Om de volgende redenen moet op die vraag een ontkennend antwoord worden gegeven:
Hieruit volgt dat, wanneer een belastingplichtige zijn kosten voor het aj. 1990 op dezelfde wijze als voorheen, zou hebben bepaald zonder de wettelijke beperkingen van de art. 22 en 23 van de hervormingswet toe te passen, de taxatieambtenaar deze kosten dienovereenkomstig zou moeten wijzigen en o.m. de kledingkosten volledig uit de beroepskosten zou moeten weren, tenzij de belastingplichtige aantoont dat het specifieke beroepskleding betreft.
II/302.3 Voor zover nodig wordt erop gewezen dat de belastingplichtige zelf het individueel akkoord opzegt wanneer hij voor het aj. 1990 - vóór toepassing van de genoemde art. 22 en 23 - een kostenbedrag, een kostenpercent of een beroepsgedeelte aanvoert dat hoger ligt dan datgene dat met zijn akkoord voor het aj. 1989 werd aanvaard.
Ten slotte wordt nogmaals benadrukt dat de taxatieambtenaar met de meeste zorg moet nagaan of de belastingplichtige het bedrag van de kosten, die thans wettelijk beperkt worden, niet kunstmatig heeft opgeschroefd voor het aj. 1990.
BEROEPSKOSTEN
Individuele akkoorden.
HERVORMINGSWET 1988
Beroepskosten.
Weerslag van de art. 22 en 23, W. 07.12.1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen, op vroeger afgesloten individuele akkoorden.
VROEGER AFGESLOTEN INDIVIDUELE AKKOORDEN
II/302.1 Overeenkomstig art. 44, tweede lid, WIB kunnen de taxatieambtenaar en de belastingplichtige in gemeenschappelijk overleg het bedrag van de beroepskosten forfaitair bepalen. Daarbij moet de belastingplichtige de belastingambtenaar de redelijke overtuiging bijbrengen van de echtheid van bepaalde kosten, waarvan hij het bedrag niet kan verantwoorden met bewijsstukken of met andere toegelaten bewijsmiddelen (Com.IB 44/17.6 en volgende).
De vraag is gesteld of de administratie een dergelijk, vroeger gesloten, individueel akkoord moet opzeggen om de in de art. 22 en 23 van de hervormingswet bedoelde beperkingen en uitsluitingen van beroepskosten te kunnen doorvoeren vanaf het aj. 1990.
II/302.2 Om de volgende redenen moet op die vraag een ontkennend antwoord worden gegeven:
- het voorwerp van het individueel akkoord kan op een kostenbedrag, op een kostenpercent of op een beroepsgedeelte slaan (zie Com.IB 44/17.7) en betrekking hebben op kosten van personenwagens, op restaurant- en receptiekosten, op kosten voor relatiegeschenken en op kledingkosten;
- het akkoord met de belastingplichtige situeert zich vóór en doet geen afbreuk aan de toepassing - in een volgende fase - van de wettelijke rem die is ingevoerd door de art. 22 en 23 van de hervormingswet, waarbij een bepaald gedeelte van die kosten of zelfs de totaliteit ervan (niet-specifieke beroepskleding) uit de beroepskosten wordt gesloten, zonder daarom de beroepsaard ervan aan de orde te stellen.
Hieruit volgt dat, wanneer een belastingplichtige zijn kosten voor het aj. 1990 op dezelfde wijze als voorheen, zou hebben bepaald zonder de wettelijke beperkingen van de art. 22 en 23 van de hervormingswet toe te passen, de taxatieambtenaar deze kosten dienovereenkomstig zou moeten wijzigen en o.m. de kledingkosten volledig uit de beroepskosten zou moeten weren, tenzij de belastingplichtige aantoont dat het specifieke beroepskleding betreft.
II/302.3 Voor zover nodig wordt erop gewezen dat de belastingplichtige zelf het individueel akkoord opzegt wanneer hij voor het aj. 1990 - vóór toepassing van de genoemde art. 22 en 23 - een kostenbedrag, een kostenpercent of een beroepsgedeelte aanvoert dat hoger ligt dan datgene dat met zijn akkoord voor het aj. 1989 werd aanvaard.
Ten slotte wordt nogmaals benadrukt dat de taxatieambtenaar met de meeste zorg moet nagaan of de belastingplichtige het bedrag van de kosten, die thans wettelijk beperkt worden, niet kunstmatig heeft opgeschroefd voor het aj. 1990.
Bron: FisconetPlus
