Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 22.10.1990 (26e aflevering)

CIRC 22.10.90/2

Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 22.10.1990 (26e aflevering)


Bull. nr. 700, pag. 3248

HERVORMINGSWET 1988
Belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten.

VERMINDERING VOOR BRUGPENSIOENEN (OUD STELSEL)
Bedrag.
Berekening.

VERMINDERING VOOR PENSIOENEN, VERVANGINGSINKOMSTEN EN BRUGPENSIOENEN

(NIEUW STELSEL)
Bedrag.
Berekening.

VERMINDERING VOOR WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN
Bedrag.
Berekening.

VERMINDERING VOOR WETTELIJKE VERGOEDINGEN INZAKE ZIEKTE- OF

INVALIDITEITSVERZEKERING
Bedrag.
Berekening.


Commentaar op art. 18, W. 07.12.1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen (belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten).

Commentaar op art. 18, W. 20.07.1990 houdende economische en fiscale bepalingen (anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen).

Voor het aj. 1990 geldende maximumbedragen van de in art. 87ter, WIB bedoelde belastingverminderingen.

BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR VERVANGINGSINKOMSTEN

Inhoudstabel Nrs. I. WETTEKSTEN II/801 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE II/802 tot 804 III. ALLEENSTAANDEN EN ECHTGENOTEN (BEGRIPSOMSCHRIJVING) II/805 IV. VERSCHILLENDE BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR ALLEENSTAANDEN EN VOOR ECHTGENOTEN II/806 en 807 V. ANCIENNITEITSTOESLAG VOOR OUDERE WERKLOZEN II/808 VI. BEREKENINGSGRONDSLAG EN -REGELS VOOR DE VERSCHILLENDE BELASTINGVERMINDERINGEN II/809 en 810 VII. INWERKINGTREDING II/811 VIII. MAXIMUMBEDRAGEN VAN DE BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR HET AJ. 1990 A. Werkloosheidsuitkeringen, vervangings- inkomsten, pensioenen en brugpensioenen (nieuw stelsel) II/812 B. Brugpensioenen (oud stelsel) II/813 C. Wettelijke ziekte- of invaliditeits- uitkeringen II/814 D. Feitelijke belastingvrijstellingen II/815 IX. VOORBEELDEN II/816 tot 819 I. WETTEKSTEN

Artikel 18, hervormingswet

II/801 De belastingverminderingen voorgeschreven bij artikel 87ter, § 2, 1°, 3° en 7°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, worden berekend door op het veronderstelde belastbaar inkomen dat als basis voor de berekening dient, de vrijstelling toe te passen waarin artikel 6, § 1, eerste lid, 1° en 2° van deze wet (Art. 6, § 1, eerste lid, van de hervormingswet luidt als volgt: "§ 1. Van belasting wordt vrijgesteld, volgens het hiernavolgende onderscheid, een gedeelte van het belastbaar inkomen:
1° van de alleenstaande: 165.000 frank;
2° van iedere echtgenoot: 130.000 frank;) voorziet, al naargelang het een alleenstaande of echtgenoten betreft. Bij die berekening wordt de vrijstelling waarin artikel 6, § 1, eerste lid, 2°, van deze wet (Art. 6, § 1, eerste lid, van de hervormingswet luidt als volgt: "§ 1. Van belasting wordt vrijgesteld, volgens het hiernavolgende onderscheid, een gedeelte van het belastbaar inkomen:
1° van de alleenstaande: 165.000 frank;
2° van iedere echtgenoot: 130.000 frank;) voorziet slechts éénmaal toegepast.

Artikel 39, hervormingswet

Titel I van deze wet is van toepassing:

1° met betrekking tot de artikelen ... 14 tot 20, ..., met ingang van het aanslagjaar 1990;.......

Wet 20.07.1990 houdende economische en fiscale bepalingen (V. 2061- B. 697)

Artikel 18

In artikel 87ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 28 december 1983 en gewijzigd bij artikel 39 van de wet van 31 juli 1984, bij artikel 12 van de wet van 27 december 1984 en bij artikel 15 van de wet van 4 augustus 1986, worden volgende wijzigingen aangebracht:



in § 2, 1°, worden de woorden:
"het maximumbedrag van de werkloosheidsuitkering, welk bedrag wordt verminderd met 10.000 frank" vervangen door de woorden "het maximumbedrag van de werkloosheidsuitkering, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen, welk bedrag wordt verminderd met 10.000 frank";



er wordt een § 6, 2°bis, ingevoegd dat als volgt luidt:
"2°bis wanneer het belastbaar inkomen uitsluitend bestaat uit in § 1, 4°, bedoelde inkomsten en die inkomsten niet meer bedragen dan het maximumbedrag bedoeld in § 2, 1°, verhoogd met een bedrag gelijk aan het maximumbedrag van de anciënniteitstoeslag toegekend aan oudere werklozen, voor zover de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt".

Artikel 33

§ 1. Artikel 18 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1990.

II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE

II/802 De hervormingswet raakt niet aan de basisprincipes van de belastingheffing op pensioenen, brugpensioenen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen en andere vervangingsinkomsten.

De regels voor de berekening van de belastingverminderingen voor pensioenen, enz. zijn dan ook niet fundamenteel gewijzigd (zie art. 87ter, WIB).

II/803 Wel wordt voortaan bij de berekening van die belastingverminderingen rekening gehouden met een verschillend basisbedrag van de belastingvrije som naargelang het alleenstaanden bedraagt deze som 165.000 F, voor echtgenoten 130.000 F (dat bedrag wordt niet verdubbeld).

II/804 Ten slotte wordt aangestipt dat art. 18, W. 20.07.1990 houdende economische en fiscale bepalingen bepaalde wijzigingen heeft aangebracht in art. 87ter, WIB in verband met de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen.

III. ALLEENSTAANDEN EN ECHTGENOTEN (BEGRIPSOMSCHRIJVING)

II/805 Krachtens art. 1 van de hervormingswet moet voor de toepassing van onder meer art. 18 van die wet (en van art. 87ter, WIB) worden verstaan:

1. onder alleenstaanden (cf. art. 1, 2°, van de hervormingswet):



a)ongehuwden, weduwnaars of weduwen, uit de echt gescheiden personen;
b)gehuwden voor de periode waarin zij fiscaal als alleenstaanden moeten worden beschouwd, met name:
  • voor het jaar van huwelijk;
  • voor het jaar van overlijden van één der echtgenoten;
  • voor het jaar van echtscheiding;
  • vanaf het jaar na dat van de feitelijke scheiding (en voor zover die scheiding niet ongedaan is gemaakt);
  • voor het jaar van scheiding van tafel en bed.


2. onder echtgenoten (cf. art. 1, 1°, van de hervormingswet):

gehuwden die zich niet in één van de in art. 75, § 1, WIB bedoelde gevallen bevinden, d.w.z. zij die niet als alleenstaanden als bedoeld sub 1, b hierboven moeten worden beschouwd.

IV. VERSCHILLENDE BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR ALLEENSTAANDEN EN VOOR ECHTGENOTEN

II/806 In de nieuwe tariefstructuur van de PB, wordt de belasting berekend over het totale inkomen, maar aan de voet wordt op een deel daarvan (de belastingvrije som) het nultarief toegepast (zie I/22).

Bij de berekening van de in art. 87ter, WIB vermelde belastingverminderingen voor alleenstaanden wordt reeds rekening gehouden met het basisbedrag van de belastingvrije som van 165.000 F (cf. art. 6, § 1, eerste lid, 1°, van de hervormingswet en nr. II/676).

Bij de vaststelling van de belastingverminderingen ingevolge art. 87ter, WIB wordt voor echtgenoten steeds rekening gehouden met éénmaal het basisbedrag van de belastingvrije som van 130.000 F (cf. art. 6, § 1, eerste lid, 2°, van de hervormingswet en nr. II/678).

II/807 In feite komt de door art. 18 van de hervormingswet ingevoerde wijziging erop neer dat de belastingverminderingen voor echtgenoten 8.750 F (165.000 F - 130.000 F = 35.000 F x 25 pct.) hoger zijn dan die voor alleenstaanden, en dit ongeacht de categorie van vervangingsinkomsten, pensioenen, enz.

De belastingverminderingen voor echtgenoten worden echter, zoals vroeger, slechts éénmaal per echtpaar (d.w.z. voor beide echtgenoten samen) verleend.

V. ANCIENNITEITSTOESLAG VOOR OUDERE WERKLOZEN

II/808 Art. 18, W.20.07.1990 houdende economische en fiscale bepalingen heeft art. 87ter, WIB gewijzigd in die zin dat:

  • de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen (geregeld door het Koninklijk Besluit van 13.01.1989 - B.S. van 19.01.1989) buiten beschouwing blijft bij de berekening van de in art. 87ter, WIB vermelde belastingverminderingen (cf. art. 87ter, § 2, 1°, WIB, gewijzigd door art. 18, 1°, W. 20.07.1990);
  • de werklozen die de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt en van wie het belastbare inkomen uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen bestaat geen belasting verschuldigd zijn (cf. art. 87ter, § 6, 2°bis, WIB, ingevoegd door art. 18, 2°, van de voormelde wet), wanneer het totaal van die uitkeringen niet meer bedraagt dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering ditmaal met inbegrip van de anciënniteitstoeslag.


De aandacht wordt erop gevestigd dat het voor de toepassing van de in de 2e gedachtenstreep hierboven bedoelde feitelijke belastingvrijstelling zonder belang is dat de belastingplichtige eventueel extrawettelijke werkloosheidsuitkeringen heeft ontvangen, mits het totaal van de werkloosheidsuitkeringen de aldaar aangegeven grens niet overschrijdt.

VI. BEREKENINGSGRONDSLAG EN -REGELS VOOR DE VERSCHILLENDE BELASTINGVERMINDERINGEN

II/809 Behoudens de in nrs. II/807 en II/808 besproken wijzigingen, blijven de reeds voor vorige aanslagjaren geldende principes m.b.t. de vaststelling van de berekeningsgrondslag en de berekening van de verschillende belastingverminderingen mutatis mutandis van toepassing.

Dit betekent dat:

1. de belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten, pensioenen, enz. verleend worden op de belasting na toepassing van de verminderingen die voortvloeien uit de belastingvrije som (verder "om te slane belasting" genoemd - zie nrs. II/733 en II/739), maar vóór toepassing van de vermindering (100 pct.) voor bij verdrag vrijgestelde inkomsten of van de vermindering tot 50 pct. voor andere inkomsten van buitenlandse oorsprong;

2. de belastingverminderingen evenredig worden berekend naar de verhouding tussen het nettobedrag van de inkomsten (in voorkomend geval van beide echtgenoten) waarvoor de belastingverminderingen worden verleend en het totale inkomen (d.w.z.) het totale netto-inkomen, in voorkomend geval van beide echtgenoten, van de verschillende in art. 6, WIB bedoelde categorieën, vóór aftrek van de in art. 71 en 72, WIB vermelde uitgaven en van de andere van het totale inkomen aftrekbare uitgaven);

3. de belastingverminderingen geleidelijk worden afgebouwd ingeval het belastbare inkomen (d.w.z. het inkomen na aftrek van de uitgaven die in mindering komen van het totale inkomen - voor echtgenoten is dat het totale inkomen gelijk aan de som van het afgezonderde beroepsinkomen en het resterend gezinsinkomen - zie nr. II/743) meer dan 600.000 F bedraagt, met dien verstande dat:

  • de vermindering voor werkloosheidsuitkeringen degressief wordt afgebouwd vanaf een belastbaar inkomen van 600.000 F en op nul valt vanaf een belastbaar inkomen van 750.000 F;
  • de verminderingen voor pensioenen, vervangingsinkomsten, brugpensioenen en wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen vanaf een belastbaar inkomen van 600.000 F geleidelijk worden afgebouwd tot één derde en vanaf een belastbaar inkomen van 1.200.000 F constant gelijk blijven aan dit derde;


4. geen van de belastingverminderingen meer mag bedragen dan het deel van de belasting dat betrekking heeft op de inkomsten waarvoor zij worden verleend (m.a.w. de verminderingen mogen niet meer bedragen dan het gedeelte van de "om te slane belasting" dat betrekking heeft op de inkomsten, in voorkomend geval van beide echtgenoten, waarvoor de vermindering wordt verleend);

5. generlei belasting verschuldigd is wanneer het belastbare inkomen (voor echtgenoten: de som van het afgezonderde beroepsinkomen en het resterend gezinsinkomen) uitsluitend bestaat uit inkomsten waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, op voorwaarde dat die inkomsten bepaalde grenzen niet overschrijden (feitelijke belastingvrijstelling als bedoeld in art. 87ter, § 6, WIB - zie ook nr. II/815);

6. de inkomsten die werkelijk afzonderlijk worden belast, niet in aanmerking komen voor de toekenning van de verschillende verminderingen.

Het moge dan ook duidelijk zijn dat voor de vaststelling van de verminderingen, voor de diverse beperkingen van de verminderingen en voor de toepassing van de feitelijke belastingvrijstelling rekening wordt gehouden met de inkomsten van beide echtgenoten.

II/810 Met betrekking tot de wijze van omslag van de belasting over de verschillende categorieën en soorten inkomsten wordt voorts verwezen naar de nrs. II/737 tot 748.

VII. INWERKINGTREDING

II/811 Overeenkomstig art. 39, eerste lid, 1°, van de hervormingswet is art. 18 van dezelfde wet van toepassing met ingang van het aj. 1990 (inkomsten van het jaar 1989).

Hetzelfde geldt voor art. 18, W. 20.07.1990 houdende economische en fiscale bepalingen (cf. art. 33, § 1, van dezelfde wet).

VIII. MAXIMUMBEDRAGEN VAN DE BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR HET AJ. 1990

A. Werkloosheidsuitkeringen, vervangingsinkomsten, pensioenen en brugpensioenen (nieuw stelsel)

II/812 Voor het jaar 1989 is het in art. 87ter, § 2, 1°, WIB bedoelde maximumbedrag van de werkloosheidsuitkering 346.372 F (De anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen (zie nr. II/808).)

De maximale belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen, vervangingsinkomsten, pensioenen en brugpensioenen (nieuw stelsel) wordt als volgt berekend:

1. het maximumbedrag van de werkloosheidsuitkering (De anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen (zie nr. II/808).) wordt met 10.000 F verminderd (346.372 F - 10.000 F = 336.372 F)

2. de maximale belastingvermindering is gelijk aan de belasting op een inkomen van 336.372 F, namelijk: - voor alleenstaanden: (230.000 - 165.000) x 25 pct. = 16.250 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (336.372 - 305.000) x 40 pct. = 12.549 F -------- 51.299 F ======== (Die maximumvermindering kan ook als volgt worden berekend: - basisbelasting op 336.372 F 230.000 x 25 pct. = 57.500 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (336.372 - 305.000) x 40 pct. = 12.549 F -------- Totaal: 92.549 F - belasting op de belastingvrije som: 165.000 x 25 pct. = 41.250 F -------- Maximumvermindering: 51.299 F) - voor echtgenoten: (230.000 - 130.000) x 25 pct. = 25.000 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (336.372 - 305.000) x 40 pct. = 12.549 F -------- 60.049 F ======== B. Brugpensioenen (oud stelsel)

II/813 Voor het jaar 1989 is het in art. 87ter, § 2, 3°, WIB bedoelde maximumbedrag van het brugpensioen (oud stelsel) 444.361 F.

De maximumvermindering voor brugpensioenen (oud stelsel) wordt als volgt berekend:

1. het maximumbedrag van het brugpensioen (oud stelsel) wordt met 10.000 F verminderd (444.361 F - 10.000 F = 434.361 F);

2. de maximale belastingvermindering is gelijk aan de belasting op een inkomen van 434.361 F, namelijk: - voor alleenstaanden: (230.000 - 165.000) x 25 pct. = 16.250 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (434.361 - 305.000) x 40 pct. = 51.744 F -------- 90.494 F ======== - voor echtgenoten: (230.000 - 130.000) x 25 pct. = 25.000 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (434.361 - 305.000) x 40 pct. = 51.744 F -------- 99.244 F ======== C. Wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen

II/814 Voor het jaar 1989 is de berekeningsgrondslag van de vermindering gelijk aan 336.372 F (zie nr. II/812).

De maximale belastingvermindering wordt als volgt berekend:

1. het bedrag van 336.372 F wordt met 10/9 vermenigvuldigd (336.372 x 10/9 = 373.747 F);

2. de maximale belastingvermindering is gelijk aan de belasting op 373.747 F, namelijk: - voor alleenstaanden: (230.000 - 165.000) x 25 pct. = 16.250 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (373.747 - 305.000) x 40 pct. = 27.499 F -------- 66.249 F ======== - voor echtgenoten: (230.000 - 130.000) x 25 pct. = 25.000 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (373.747 - 305.000) x 40 pct. = 27.499 F -------- 74.999 F ======== D. Feitelijke belastingvrijstellingen

II/815 De belasting die overblijft na toepassing van de verschillende verminderingen, is niet verschuldigd door belastingplichtigen die in 1989 uitsluitend de volgende inkomsten hebben verkregen (toepassing van art. 87ter, § 6, WIB):

a) ofwel pensioenen, vervangingsinkomsten, werkloosheidsuitkeringen en brugpensioenen (nieuw stelsel), mits het totaal van de aldus verkregen inkomsten niet meer bedraagt dan het maximum van de wettelijke werkloosheidsuitkering (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen).

Dat maximum bedraagt voor het aj. 1990 346.372 F;

b) ofwel werkloosheidsuitkeringen die niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, verhoogd met een bedrag gelijk aan het maximum van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, voor zover de belastingplichtige op 1 januari van het aj. de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt (zie nr. II/808).

Dat maximum bedraagt voor het aj. 1990 346.372 F + 36.140 F = 382.512 F;

c) ofwel brugpensioenen (oud stelsel) die niet hoger zijn dan het maximumbedrag van het bij C.A.O. nr. 17 van 19.12.1974 bedoelde brugpensioen.

Dat maximum bedraagt voor het aj. 1990 444.361 F;

d) ofwel wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit die niet hoger zijn dan tien negenden van het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen).

Dat maximum bedraagt voor het aj. 1990 346.372 F x 10/9 = 384.858 F.

De sub a) uiteengezette regel is eveneens van toepassing wanneer de belastingplichtige, naast één of meer aldaar bedoelde inkomsten ook nog uitsluitend brugpensioenen (oud stelsel) of wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen heeft verkregen. De grens bedraagt in dat geval dan ook 346.372 F voor het aj. 1990.

In voorkomend geval wordt dus een aanvullende vermindering toegekend om de verminderde belasting tot nul terug te brengen;

In de praktijk vindt art. 87ter, § 6, WIB alleen toepassing bij alleenstaanden zonder gezinslasten of met ten hoogste één kind of twee andere personen dan kinderen ten laste. Voor andere belastingplichtigen geven de verminderingen uit hoofde van de belastingvrije som en/of de toepassing van het afzonderingsstelsel of van het huwelijksquotiënt immers reeds aanleiding tot een feitelijke belastingvrijstelling.

IX. VOORBEELDEN

II/816 Voorbeeld 1

Het belastbare inkomen van een alleenstaande zonder gezinslasten is als volgt samengesteld: Bezoldigingen Pensioen Brugpensioen Totaal (oud stelsel) Brutoberoepsinkomen: 125.420 F 143.561 F 179.451 F - Forfaitaire beroeps- kosten: - 25.084 F - - ---------- --------- --------- Nettoberoepsinkomen: 100.336 F 143.561 F 179.451 F 423.348 F Netto-onroerend inkomen (K.I. van privé-ver- huurde woning): 25.000 F --------- Totale inkomen: 448.348 F Van het totale inkomen aftrekbare uitgaven: - pensioensparen: - 20.000 F ---------- Belastbaar inkomen: 428.348 F ========= Berekening van de belasting a) Basisbelasting op 428.348 F: 230.000 x 25 pct. = 57.500 F (305.000 - 230.000 x 30 pct. = 22.500 F (428.348 - 305.000 x 40 pct. = 49.339 F -------- Totaal 129.339 F b) Belasting op de belastingvrije som: (165.000 x 25 pct.) = 41.250 F c) Om te slane belasting: 129.339 - 41.250 = 88.089 F Omslag van de belasting Gedeelte van de om te slane belasting dat betrekking heeft op: - het onroerend inkomen: 88.089 x 25.000/448.348 = 4.912 F - de bezoldigingen: 88.089 x 100.336/448.348 = 19.713 F -------- Over te brengen: 24.635 F Overgebracht: 24.635 F - het pensioen: 88.089 x 143.561/448.348 = 28.206 F belastingvermindering: 51.299 x 143.561/448.348 = - 16.426 F ---------- 11.780 F - het brugpensioen: 88.089 x 179.451/448.348 = 35.258 F belastingvermindering: 90.494 x 179.451/448.348 = 36.220 F, beperkt tot - 35.258 F ---------- O F -------- Verminderde basisbelasting: 36.405 F II/817 Voorbeeld 2 Echtpaar met 2 kinderen ten laste (ouder dan 3 jaar) K.I. verhuurde woning: 70.000 F Betaalde interesten: 40.000 F Beroepsinkomen: Man: bezoldigingen (na aftrek van de beroepskosten): 409.459 F werkloosheidsuitkeringen: 146.690 F Vrouw: werkloosheidsuitkeringen: 117.930 F pensioen: 235.860 F Aftrekbare giften: 5.000 F Stortingen voor pensioensparen: Man: 20.000 F Vrouw: 15.000 F Vaststelling van de aanslagbasissen Man Vrouw TOTAAL I. Beroepsinkomen: - Bezoldigingen 409.459 F - - Werkloosheidsuitkeringen 146.690 F 117.930 F - Pensioen - 235.860 F --------- --------- Nettoberoepsinkomen: 556.149 F 353.790 F 909.939 F II. Onroerend inkomen: K.I. 70.000 F Interesten - 40.000 F ---------- Netto-onroerend inkomen: 30.000 F - 30.000 F --------- --------- --------- III. Totaal inkomen: 586.149 F 353.790 F 939.939 F Over te brengen: 586.149 F 353.790 F 939.939 F Overgebracht: 586.149 F 353.790 F 939.939 F IV. Van het totale inkomen aftrekbare uitgaven: - giften - 3.118 F - 1.882 F - 5.000 F - pensioensparen - 20.000 F - 15.000 F - 35.000 F ---------- ---------- ---------- V. Belastbaar inkomen: 563.031 F + 336.908 F = 899.939 F (resterend (afgezon- gezinsin- derd be- komen) roepsin- komen) Berekening van de belasting a) Afgezonderd beroepsinkomen: - basisbelasting op 336.908 F: 230.000 x 25 pct. = 57.500 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (336.908 - 305.000) x 40 pct. = 12.763 F -------- Totaal 92.763 F - belasting op de belastingvrije som: 130.000 x 25 pct. = - 32.500 F ---------- - verschil (92.763 F - 32.500 F) = 60.263 F b) Resterend gezinsinkomen: - basisbelasting op 563.031 F: 230.000 x 25 pct. = 57.500 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (435.000 - 305.000) x 40 pct. = 52.000 F (563.031 - 435.000) x 45 pct. = 57.614 F --------- Totaal 189.614 F - belasting op de belastingvrije som: (130.000 + 90.000) x 25 pct. = - 55.000 F ---------- - verschil (189.614 F - 55.000 F) = 134.614 F c) Om te slane belasting: 134.614 F + 60.263 F = 194.877 F ========= Omslag van de belasting Eerste fase Gedeelte van de om te slane belasting dat betrekking heeft op: - het afgezonderd beroepsinkomen: 336.908 194.877 x ------- = 72.956 F 899.939 - het resterend gezinsinkomen: 563.031 194.877 x ------- = 121.921 F 899.939 --------- Totaal: 194.877 F Tweede fase Gedeelte van de om te slane belasting dat betrekking heeft op: - het onroerende inkomen: 30.000 121.921 x ------- = 6.240 F 586.149 - de bezoldigingen: 409.459 121.921 x ------- = 85.169 F 586.149 - de werkloosheidsuitkeringen: 1. van de man: 146.690 121.921 x ------- = 30.512 F 586.149 2. van de vrouw: 117.930 72.956 x ------- = 24.319 F 353.790 -------- 3. Totaal: 54.831 F belastingvermindering: 264.620 60.049 x ------- = 16.906 F 939.939 te beperken tot 0 F - 0 F 54.831 F -------- - het pensioen: 235.860 72.956 x ------- = 48.637 F 353.790 belastingvermindering: 235.860 60.049 x ------- = 15.068 F 939.939 te beperken tot 1.200.000 - 899.939 (15.068 x 1/3) + [(15.068 x 2/3) x ( -------------------)] = 600.000 - 10.047 F 38.590 F ---------- --------- Verminderde basisbelasting: 184.830 F ========= Berekening van de belasting a) Afgezonderd beroepsinkomen: - basisbelasting op 203.327 F: 203.327 F x 25 pct. = 50.832 F - belasting op de belasting- vrije som: 130.000 F x 25 pct. = - 32.500 F ---------- - verschil: 18.332 F b) Resterend gezinsinkomen: - basisbelasting op 539.855 F: 230.000 x 25 pct. = (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 57.500 F (435.000 - 305.000) x 40 pct. = 22.500 F (539.855 - 435.000) x 45 pct. = 47.185 F -------- Totaal: 179.185 F - belasting op de belasting- vrije som: (130.000 + 202.500 + 10.000) = 342.500 F, verdeeld als volgt: 230.000 F x 25 pct. = 57.500 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (342.500 - 305.000) x 40 pct. = 15.000 F -------- Totaal: 95.000 F -------- - verschil: 179.185 F - 95.000 F = 84.185 F c) Om te slane belasting: 18.332 F + 84.185 F = 102.517 F ========= Omslag van de belasting Eerste fase Gedeelte van de om te slane belasting dat betrekking heeft op: - het afgezonderd beroepsinkomen: 203.327 102.517 F x ------- = 28.048 F 743.182 - het resterend gezinsinkomen: 539.855 102.517 F x ------- = 74.469 F 743.182 -------- - totaal: 28.048 + 74.469 F = 102.517 F Tweede fase Gedeelte van de om te slane belasting dat betrekking heeft op: - het onroerend inkomen: 50.000 74.469 x ------- = 6.642 F 560.570 - de bezoldigingen: 1. van de man: 456.333 74.469 x ------- = 60.622 F 560.570 2. van de vrouw: 199.858 28.048 x ------- = 25.068 F 223.612 -------- 3. totaal (60.622 F + 25.068 F) = 85.690 F - op de ZIV-uitkeringen: 1. van de man: 27.474 74.469 x ------- = 3.650 F 560.570 2. van de vrouw: 12.033 28.048 x ------- = 1.509 F 223.612 ------- 3. totaal (3.650 F + 1.509 F) = 5.159 F belastingvermindering: 39.507 74.999 x ------- = 3.778 F, beperkt 784.182 tot (het belastbare inkomen (743.182 F) is immers begrepen tussen 600.000 F en 1.200.000 F.) 1.200.000 - 743.182 (3.778 x 1/3) + [(3.778 x 2/3) x (-------------------)] 600.000 = - 3.177 F verschil: 1.982 F ------- Over te brengen: 94.314 F Overgebracht: 94.314 F - op de werkloosheidsuitkeringen: 1. van de man: 26.763 74.469 x ------- = 3.555 F 560.570 2. van de vrouw: 11.721 28.048 x ------- = 1.470 F 223.612 ------- 3. totaal (3.555 F + 1.470 F) = 5.025 F belastingvermindering: 38.484 60.049 x ------- = 2.947 F, beperkt 784.182 tot (Het belastbare inkomen (743.182 F) is immers begrepen tussen 600.000 F en 750.000 F): 750.000 - 743.182 2.947 x ------------------ = - 134 F 150.000 -------- verschil: 4.891 F -------- verminderde basisbelasting: 99.205 F II/ 819 Voorbeeld 4

Een alleenstaande (58 jaar) ontving in 1989 als enig belastbaar inkomen een werkloosheidsuitkering (met inbegrip van een anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen) van 368.600 F. (Het totale bedrag is dus lager dan het in nr. II/815, 1ste lid, sub b bedoelde maximum.

Berekening van de belasting a) basisbelasting op 368.600 F: 230.000 x 25 pct. = 57.500 F (305.000 - 230.000) x 30 pct. = 22.500 F (368.600 - 305.000) x 40 pct. = 25.440 F --------- Totaal: 105.440 F b) belasting op de belastingvrije som: 165.000 x 25 pct. = - 41.250 F ---------- c) om te slane belasting: 64.190 F d) vermindering voor werkloosheidsuitkeringen: - 51.299 F ---------- e) blijft: 12.891 F f) aanvullende vermindering (toepassing van de fei- telijke belastingvrijstelling - zie nr. II/815): - 12.891 F ---------- g) verminderde basisbelasting: nihil =====