Circulaire nr. Ci.RH.853/406.047 dd. 14.06.1989
Bull. nr. 686, pag. 1724
AANSLAGTERMIJNEN
Gewone termijn.
AANSLAG VAN AMBTSWEGE
Kennisgeving van aanslag van ambtswege.
MORATORIUMINTERESTEN
Gevallen waarin geen moratoriuminteresten verschuldigd zijn.
NIEUWE AANSLAG
Draagwijdte van de wet.
Oorspronkelijke aanslag.
VERIFICATIE VAN DE AANGIFTE
Bericht van wijziging.
VERJARING
Vestiging van de aanslag.
VOORAFBETALINGEN
Terugbetaling.
Verrekening.
VOORHEFFINGEN
Terugbetaling.
Verrekening.
VOORZIENING IN BEROEP
Bevoegdheid van het Hof van beroep.
Motivering van het arrest.
1. - Draagwijdte van het cassatiearrest inzake de NV Conceptimo.
1. In het arrest van 12.1.1989, inzake de NV Conceptimo (zie in dit bulletin : Rubriek Rechtspraak VIII), heeft het Hof van Cassatie de bevoegdheid van de Hoven van beroep bevestigd om, soeverein, in feite te beslissen of door de Administratie een onwettelijkheid in de procedure (schending van art. 251 of 256 WIB) begaan werd met als enig doel de prescriptie te vermijden, in welk geval geen aanslag meer kan worden gevestigd op grond van art. 260 WIB.
2. Het gaat om een totale ommekeer in de rechtspraak, die tot dan toe voorhield dat het intentionele karakter van de onwettelijkheid geen beletsel was voor de toepassing van art. 260 WIB (Cass. 8.1.1980, Van Den Abeele, B. 601, blz. 2626).
II. - Gevolgen.
Bezwaarschriften waarover de Gewestelijk directeur nog geen beslissing heeft getroffen.
3. Behoudens de uitzonderingen die vermeld zijn in 251/66, 251/67, 2e lid, en 256/30 Com.IB, d.w.z. in geval van akkoord of wanneer de rechten van de Schatkist in gevaar zijn om een andere reden dan het verstrijken van de aanslagtermijnen, moeten worden ingewilligd :
4. De vernietiging van de aanslag in geval van machtsafwending verplicht de Administratie niet noodzakelijk tot teruggave van de voorheffingen en voorafbetalingen. Deze verplichting ontstaat slechts indien de voorheffingen en voorafbetalingen nooit werden verrekend met een voorheen ingekohierde aanslag (Cass. 20.12.1985, B. 655, blz. 2454 en 2458; Cass. 4.12.1987, B. 678, blz. 1983).
5. In het geval, bedoeld sub nr. 4 (terugbetaling van voorheffingen en V.A. die nooit werden verrekend met een aanvankelijke aanslag) is ingevolge art. 308, 1e lid, WIB geen moratoriuminterest verschuldigd (Cass. 29.10.1987, inzake NV Nagelmackers, 1747, B. 675, blz. 1536).
Geschillen voor het Hof van beroep.
6. Met betrekking tot geschillen die nog aanhangig zijn voor het Hof van beroep, zal de Administratie door middel van besluiten de vernietiging voorstellen van de aanslagen die aangetast zijn door een procedurefout, begaan om de prescriptie te vermijden.
Op te merken valt dat de grief aangaande een eventuele machtsafwending in elke stand van het geding kan opgeworpen worden en dat de Hoven zich ambtshalve erover kunnen uitspreken (278/8, 17, 17.1, 18 en 18.1 Com.IB).
7. Onderhavige dienstbrief zal aan al de Departementsadvocaten worden verstrekt en zal eerlang in de Com.IB worden ingelast.
III. ...
AANSLAGTERMIJNEN
Gewone termijn.
AANSLAG VAN AMBTSWEGE
Kennisgeving van aanslag van ambtswege.
MORATORIUMINTERESTEN
Gevallen waarin geen moratoriuminteresten verschuldigd zijn.
NIEUWE AANSLAG
Draagwijdte van de wet.
Oorspronkelijke aanslag.
VERIFICATIE VAN DE AANGIFTE
Bericht van wijziging.
VERJARING
Vestiging van de aanslag.
VOORAFBETALINGEN
Terugbetaling.
Verrekening.
VOORHEFFINGEN
Terugbetaling.
Verrekening.
VOORZIENING IN BEROEP
Bevoegdheid van het Hof van beroep.
Motivering van het arrest.
1. - Draagwijdte van het cassatiearrest inzake de NV Conceptimo.
1. In het arrest van 12.1.1989, inzake de NV Conceptimo (zie in dit bulletin : Rubriek Rechtspraak VIII), heeft het Hof van Cassatie de bevoegdheid van de Hoven van beroep bevestigd om, soeverein, in feite te beslissen of door de Administratie een onwettelijkheid in de procedure (schending van art. 251 of 256 WIB) begaan werd met als enig doel de prescriptie te vermijden, in welk geval geen aanslag meer kan worden gevestigd op grond van art. 260 WIB.
2. Het gaat om een totale ommekeer in de rechtspraak, die tot dan toe voorhield dat het intentionele karakter van de onwettelijkheid geen beletsel was voor de toepassing van art. 260 WIB (Cass. 8.1.1980, Van Den Abeele, B. 601, blz. 2626).
II. - Gevolgen.
Bezwaarschriften waarover de Gewestelijk directeur nog geen beslissing heeft getroffen.
3. Behoudens de uitzonderingen die vermeld zijn in 251/66, 251/67, 2e lid, en 256/30 Com.IB, d.w.z. in geval van akkoord of wanneer de rechten van de Schatkist in gevaar zijn om een andere reden dan het verstrijken van de aanslagtermijnen, moeten worden ingewilligd :
| a) | de bezwaarschriften waarin terecht wordt aangevoerd dat, met als enig doel de verjaring te vermijden, de aanslag werd gevestigd vóór het verstrijken van de termijn van één maand, bedoeld in de art. 251 en 256 WIB; |
| b) | de bezwaarschriften waarin de belastingschuldige terecht inroept dat de op grond van art. 260 WIB gevestigde aanslag niet behouden kan blijven vermits de voorheen vernietigde aanslag aangetast was door de procedurefout, bedoeld sub a). |
5. In het geval, bedoeld sub nr. 4 (terugbetaling van voorheffingen en V.A. die nooit werden verrekend met een aanvankelijke aanslag) is ingevolge art. 308, 1e lid, WIB geen moratoriuminterest verschuldigd (Cass. 29.10.1987, inzake NV Nagelmackers, 1747, B. 675, blz. 1536).
Geschillen voor het Hof van beroep.
6. Met betrekking tot geschillen die nog aanhangig zijn voor het Hof van beroep, zal de Administratie door middel van besluiten de vernietiging voorstellen van de aanslagen die aangetast zijn door een procedurefout, begaan om de prescriptie te vermijden.
Op te merken valt dat de grief aangaande een eventuele machtsafwending in elke stand van het geding kan opgeworpen worden en dat de Hoven zich ambtshalve erover kunnen uitspreken (278/8, 17, 17.1, 18 en 18.1 Com.IB).
7. Onderhavige dienstbrief zal aan al de Departementsadvocaten worden verstrekt en zal eerlang in de Com.IB worden ingelast.
III. ...
Bron: FisconetPlus
