Aanschrijving nr. 10 d.d. 15.10.1997
Vlaams Gewest
Decreet van 15 april 1997 houdende wijziging van artikelen 48 en 56 W.Succ. en decreet van 17 juni 1997 houdende wijziging van artikel 56 W.Succ.
In het Belgisch Staatsblad van 25 april 1997 en 24 juni 1997 werden respectievelijk het decreet van het Vlaams Parlement van 15 april 1997 houdende wijziging van artikelen 48 en 56 van het Wetboek der successierechten en het decreet van het Vlaams Parlement van 17 juni 1997 houdende wijziging van artikel 56 van het Wetboek der successierechten gepubliceerd.
Het decreet van 15 april 1997 wijzigt de artikelen 48 en 56 van het Wetboek der successierechten met ingang van 1 mei 1997, met uitzondering van het vierde lid van het nieuwe artikel 48, dat gewijzigd wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 1997.
Het decreet van 17 juni 1997 wijzigt artikel 56 van het Wetboek der successierechten met ingang van 1 mei 1997.
De tekst van deze decreten gaat hierbij (z. bijlagen 1 en 2), evenals de gecoördineerde tekst van de artikelen 48 en 56 van het Wetboek der successierechten zoals die voor het Vlaams Gewest zijn gewijzigd (z. bijlage 3).
Deze aanschrijving heeft in hoofdzaak tot voorwerp de tekst van de voornoemde decreten mee te delen, en de nieuwe bepalingen toe te lichten.
Vooraf bevat deze aanschrijving een wijziging van de aanschrijving nr. 1/1997 van 24 maart 1997 (toelichting bij het decreet van het Vlaams Parlement van 20 december 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997).
A. Wijziging van aanschrijving nr. 1 van 24 maart 1997.
In de voormelde aanschrijving wordt punt 13 vervangen door de volgende tekst:
"13. Artikel 5 W.Succ.
De goederen van het gemeenschappelijk vermogen die de langstlevende echtgenoot toekomen boven zijn helft op grond van een verblijvingsbeding, een beding van ongelijke verdeling of een preciput, blijven burgerrechtelijk buiten de nalatenschap. Deze goederen zijn echter belastbaar op grond van artikel 5 W.Succ.
a) in geval van een verblijvingsbeding of een beding van ongelijke verdeling:
Ingevolge de toepassing van artikel 5 W.Succ. wordt het deel van het netto-actief van het gemeenschappelijk vermogen dat de langstlevende echtgenoot boven de helft van dit netto-actief bekomt, bij zijn emolument gevoegd, rekening houdend met de aard van de goederen.
b) in geval van een beding van vooruitmaking:
In geval van een beding van vooruitmaking (preciput) bekomt de langstlevende echtgenoot exclusief bepaalde goederen uit het gemeenschappelijk vermogen, zonder daarvoor te moeten bijdragen in het passief.
Elk bekomen goed dat de langstlevende echtgenoot verkrijgt op grond van het beding van vooruitmaking, zal voor de helft bij het emolument van de langstlevende echtgenoot gevoegd worden, rekening houdend met de aard van het goed."
B. Decreet van 15 april 1997 houdende wijziging van artikelen 48 en 56 van het Wetboek der successierechten en decreet van 17 juni 1997 houdende wijziging van artikel 56 van het Wetboek der successierechten.
1. Territoriale toepassing.
Wat betreft de territoriale toepassing wordt integraal verwezen naar aanschrijving nr. 1/1997 van 24 maart 1997, punt 1.
2. Toepassing in de tijd.
Wat daarentegen de toepassing in de tijd betreft dient het volgende onderscheid te worden gemaakt:
1) het vierde lid van het nieuwe artikel 48 W.Succ. treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 1997 (art. 4 van het decreet van 15 april 1997). De wijziging t.o.v. de vóór voormeld decreet geldende tekst betreft enkel de toevoeging van de woorden "en de begrafeniskosten" tussen "De schulden" en "worden bij voorrang aangerekend". Aangezien in de aanschr. nr. 1/1997 reeds het standpunt werd ingenomen dat, voor de aanrekening van het passief, met schulden ook de begrafeniskosten beoogd worden (aanschr. nr. 1/1997, nr. 3.4. tweede alinea), brengt deze wijziging geen verandering in de aldaar uiteengezette werkwijze.
2) alle andere bepalingen van beide decreten treden in werking vanaf 1 mei 1997 (art. 4 van het decreet van 15 april 1997 en art. 3 van het decreet van 17 juni 1997).
Het decreet van 15 april 1997 bevat naast nieuwe bepalingen een aantal tekstaanpassingen in de bepalingen die reeds werden ingevoerd bij decreet van het Vlaams Parlement van 20 december 1996 (z. aanschr. nr. 1/1997). Ook deze aanpassingen hebben echter geen wezenlijke gevolgen voor de toepassing ervan: de in het decreet van 15 april 1997 hernomen en/of aangepaste tekstgedeelten zijn inhoudelijk identiek aan de tussen 1 januari en 1 mei 1997 geldende tekst.
DEEL II. BESPREKING PER ARTIKEL.
3. Artikel 48 W.Succ.
3.1. Algemeen.
Artikel 2 van het decreet van 15 april 1997 wijzigt artikel 48 W.Succ. voor de nalatenschappen verkregen door broers en zusters en tussen anderen. (Zoals reeds vermeld beperkt de wijziging m.b.t. de sedert 1 januari 1997 geldende tekst voor de nalatenschappen verkregen in rechte lijn en tussen echtgenoten zich tot enkele tekstaanpassingen die geen invloed hebben op de inhoud zelf. Er wordt dan ook verwezen naar aanschr. nr. 1/1997, punt 3).
De ingevoerde wijzigingen zijn verschillend voor de beide voormelde categorieën van erfgerechtigden.
3.2. Het tarief "tussen broers en zusters".
De zijlijn wordt, voor de heffing van het successierecht in het Vlaams Gewest, voortaan beperkt tot de broers en zusters van de overledene.
De voorheen bestaande tariefschijven in deze categorie worden vervangen door drie nieuwe tariefschijven:
------------------------------------------------------------------------ netto-aandeel van 1 F tot 3.000.000 F: 30 % netto-aandeel van 3.000.000 F tot 5.000.000 F: 55 % netto-aandeel boven de 5.000.000 F: 65 % ------------------------------------------------------------------------ LET WEL: Voor de erfgenamen die belast worden volgens artikel 48 W.Succ. tabel I wordt een onderscheid gemaakt tussen het netto-aandeel en het netto-erfdeel. Het netto-erfdeel van een erfgerechtigde in tabel I is de som van zijn netto-aandeel in de onroerende goederen en zijn netto-aandeel in de roerende goederen (cf. aanschr. nr. 1/1997, punt 8.1.).
Aangezien in tabel II de grondslag voor de heffing van het successierecht niet gesplitst wordt in een roerend en een onroerend aandeel, stemt de in tabel II gebruikte term "netto-aandeel" overeen met de term "netto-erfdeel" zoals die gehanteerd wordt m.b.t. erfgerechtigden die belast worden volgens artikel 48 tabel I (cf. artikel 56, eerste lid, W.Succ. VI.Gewest).
3.3. Grondslagen waarover het tarief "tussen broers en zusters" dient toegepast.
De voor de rechte lijn en tussen echtgenoten ingevoerde splitsing van de grondslag in een roerend en in een onroerend aandeel wordt niet overgenomen voor de zijlijn. Dit betekent dat voor deze categorie erfgerechtigden de berekening, zoals voorheen, geschiedt per erfgenaam op het door ieder verkregen netto-erfdeel.
Voor de categorie broers en zusters geldt er bijgevolg evenmin een voorrangsregeling m.b.t. de aanrekening van het passief (schulden en begrafeniskosten).
3.4. Het tarief "tussen anderen".
Het tarief "tussen anderen" is voortaan ook toepasselijk op de ooms, tantes, neven en nichten van de overledene.
De voorheen bestaande tariefschijven in deze categorie worden vervangen door drie nieuwe tariefschijven:
------------------------------------------------------------------------ netto-aandeel van 1 F tot 3.000.000 F : 45 % netto-aandeel van 3.000.000 F tot 5.000.000 F : 55 % netto-aandeel boven de 5.000.000 F : 65 % ------------------------------------------------------------------------ LET WEL: Mutatis mutandis geldt hier dezelfde opmerking als hiervoor onder punt 3.2.
3.5. Grondslagen waarover het tarief "tussen anderen" dient toegepast.
Luidens de decreettekst "wordt dit tarief toegepast op het overeenstemmende gedeelte van de som van de netto-aandelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep".
Vooreerst geldt voor deze categorie, mutatis mutandis, dezelfde opmerking als hiervoor onder punt 3.3. i.v.m. de grondslag (die hier dus evenmin gesplitst wordt in een roerend en een onroerend aandeel) en de aanrekening van het passief.
Bovendien worden de netto-erfdelen van alle tot deze categorie behorende erfgenamen en legatarissen samengeteld om het toepasselijk tarief te bepalen en de verschuldigde rechten globaal te berekenen.
Het zijn echter enkel de netto-erfdelen die aan het tarief "tussen anderen" belast worden die moeten worden samengeteld om dit tarief te bepalen en de verschuldigde rechten te berekenen.
Dit betekent dat de legaten die het verlaagd tarief van artikel 59 W.Succ. VI. Gewest genieten en de goederen die belast worden aan het tarief van 3 % bij toepassing van artikel 60bis W.Succ. VI. Gewest niet bij de heffingsgrondslag moeten worden gevoegd om het toepasselijk tarief te bepalen.
Het decreet bepaalt niet hoe de aldus berekende rechten nadien over de verschillende erfgenamen van deze categorie dienen te worden omgeslagen. Bij gebrek aan een afdoende regeling voor de berekening van de individueel verschuldigde rechten (en gebeurlijk interesten), dient voor de omslag te worden teruggegrepen naar de verplichting van iedere rechtverkrijgende zoals bepaald in art. 70, eerste lid, W.Succ. Er zal dus een proportionele verdeling dienen te gebeuren, zoals bij de berekening van de vermindering van artikel 56 W.Succ. VI. Gewest waarvan hierna sprake is (z. punt 4.2.3).
3.6. Toepassing van art. 66bis W.Succ.
Het decreet van 15 april 1997 (art. 2) wijzigt de berekeningswijze voor de categorie "anderen" zonder enig voorbehoud of zonder enige uitzondering. Dit betekent dat de globale berekening over de som van de netto-erfdelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep, altijd dient toegepast, en dus o.m. ook indien artikel 66bis W.Succ. zou toepasselijk zijn uit hoofde van een schenking onder levenden aan slechts één of enkele van de tot deze categorie behorende erfgerechtigden. Het globaal voor deze categorie toepasselijk tarief zal dus mede bepaald worden door het bestaan van schenkingen bedoeld in artikel 42, VIIIbis, W.Succ. jegens sommige van deze erfgerechtigden.
3.7. Afronding.
Aangezien de belastbare grondslag afgerond wordt tot het hoger honderdtal, dient het resultaat van de globaal door de erfgerechtigden van deze groep verschuldigde rechten nooit te worden afgerond.
De individueel door de erfgerechtigden verschuldigde rechten worden afgerond tot de hogere frank (art. 62, 2de lid W.Succ.).
4. Artikel 56 W.Succ.
De bij het decreet van 20 december 1996 voor het Vlaamse Gewest nieuw ingevoerde tekst van artikel 56 W.Succ. (z. aanschr. nr. 1/1997, punt 8), wordt bij de decreten van 15 april en 17 juni 1997 aangevuld met de nieuwe bepalingen betreffende de verminderingen ten voordele van broers en zusters, enerzijds, en ten voordele van anderen, anderzijds (z. bijlage 3 . Voor de beide categorieën is de vermindering toepasselijk ongeacht de wijze waarop de erfopvolgers tot de nalatenschap komen (wettelijke of testamentaire roeping), en voorzover de netto-erfdelen een bepaald bedrag niet overschrijden. De regeling is hier dus verschillend van deze voor de erfgenamen in rechte lijn waar enkel aan de door de wet tot de erfenis geroepen erfgenamen een belastingvermindering wordt toegekend (z. aanschr. nr. 1/1997, punt 8.1.).
4.1. Berekening van de vermindering voor broers en zusters:
4.1.1. Maximum bedrag van het netto-erfdeel voor de toepassing van de vermindering:
De vermindering wordt slechts toegekend op voorwaarde dat het netto-erfdeel van de betrokkene niet meer bedraagt dan 3.000.000 F.
Dit netto-erfdeel kan bestaan uit de gewone goederen én gebeurlijk de goederen waarop art. 60bis W.Succ. toepasselijk is.
4.1.2. Berekeningsformule:
De berekening is verschillend naargelang het netto-erfdeel van de betrokken erfopvolger al dan niet hoger is dan 750.000 F:
+ -------------------------------------------+ ¦ na vereenvoudiging geeft dit: erfdeel/10 ¦ +-------------------------------------------+
+ --------------------------------------------------------+ ¦ na vereenvoudiging geeft dit: 100.000 F - (erfdeel/30) ¦ +--------------------------------------------------------+ 4.2. Berekening van de vermindering voor "anderen":
4.2.1. Maximum bedrag van het netto-erfdeel voor de toepassing van de vermindering:
De vermindering wordt slechts toegekend op voorwaarde dat de som der netto-erfdelen in deze categorie van erfgerechtigden niet meer bedraagt dan 3.000.000 F.
Ook in deze categorie van erfgenamen kan de som van de netto-erfdelen bestaan uit gewone goederen én goederen waarop art. 60bis W.Succ. toepasselijk is.
4.2.2. Berekeningsformule:
De berekening verschilt naargelang de som van de netto-erfdelen van de erfgerechtigden in de categorie "anderen" al dan niet hoger is dan 500.000 F.
+ ----------------------------------------------------------------+ ¦na vereenvoudiging geeft dit: 15 x totaal van deze erfdelen/100 ¦ +----------------------------------------------------------------+
+ -------------------------------------------------+ ¦ na vereenvoudiging geeft dit: ¦ ¦ 90.000 F - (3 x totaal van deze erfdelen / 100) ¦ +-------------------------------------------------+ 4.2.3. Omslag.
Aangezien de vermindering, evenals de rechten, voor de categorie "anderen", globaal wordt berekend, wordt ze, luidens de laatste alinea van art. 56 W.Succ. VI. Gewest omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen. Er mag worden aangenomen dat hier de netto-erfdelen bedoeld worden.
4.3. Afronding.
De aandacht wordt erop gevestigd dat in bovenstaande (vereenvoudigde) formules voor de berekening van de verminderingen tussen broers en zusters en voor de categorie "anderen", het netto-erfdeel of het totaal der netto-erfdelen overeenkomstig art. 63 W.Succ. dient te worden afgerond tot het hoger honderdtal.
BIJLAGE 1
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
15 APRIL 1997. - Decreet houdende wijziging van artikelen 48 en 56 van het Wetboek der Successierechten (B.S. 25 april 1997).
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Art. 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. Wat het Vlaams Gewest betreft, wordt artikel 48 van het Wetboek der Successierechten vervangen door wat volgt :
"Artikel 48. De rechten van successie en van overgang bij overlijden worden geheven volgens het tarief aangeduid in onderstaande tabellen."
Tabel 1 bevat het tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten.
Dit tarief wordt per rechtverkrijgende toegepast op het nettoaandeel in de onroerende goederen enerzijds, en op het netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds volgens de overeenstemmende gedeelten zoals voorkomend in kolom A.
De schulden en de begrafeniskosten worden bij voorrang aangerekend op de roerende goederen en op de goederen bedoeld bij artikel 60bis, tenzij die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden.
Tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten.
------------------------------------------------------------------------ Tarief, toepasselijk Totale bedrag A op het overeenstem- van de belasting mende gedeelte zoals over de voorgaande voorkomend in kolom A gedeelten ------------------------------------------------------------------------ van tot ---------------- 1 F - 2 miljoen F 3 % 2 miljoen F - 10 miljoen F 9 % 60.00O F boven de 10 miljoen F 27 % 780.00O F ------------------------------------------------------------------------ Tabel II bevat het tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten. Dit tarief wordt, voor wat broers en zusters betreft, toegepast op het overeenstemmende gedeelte van het netto-aandeel van elk der rechtverkrijgenden zoals voorkomend in kolom A. Voor wat alle anderen betreft, wordt dit tarief toegepast op het overeenstemmende gedeelte van de som van de netto-aandelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep.
Tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten
------------------------------------------------------------------------ Tarief, toepasselijk Totale bedrag A op het overeenstem- van de belasting mende gedeelte zoals over de voorgaande voorkomend in kolom A gedeelten ------------------------------------------------------------------------ van tot tussen tussen tussen tussen broers anderen broers anderen en en zusters zusters ------------------------------------------------------------------------ 1 F - 3 miljoen F 30 % 45 % 3 miljoen F - 5 miljoen F 55 % 55 % 900.000 F 1.350.000 F boven de 5 miljoen F 65 % 65 % 2.000.000 F 2.450.000 F ------------------------------------------------------------------------ Art. 3. Wat het Vlaamse Gewest betreft, wordt artikel 56 van hetzelfde wetboek vervangen door wat volgt:
"Artikel 56. De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn of tussen echtgenoten wordt voor elk netto-erfdeel dat de 2.000.000 F niet overtreft verminderd met 20.000 F vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1 - (erfdeel/2.000.000).
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, onverminderd de eventuele toepassing van het vorige lid, een vermindering verleend van 3.000 F op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de bijkomende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een verkrijging door een broer of zuster wordt voorzover het aldus belaste erfdeel groter is dan 750.000 F en de 3.000.000 F niet overtreft verminderd met 100.000 F vermenigvuldigd met 1 - (erfdeel/3.000.000). Wanneer het aldus belaste erfdeel kleiner is dan of gelijk is aan 750.000 F, wordt deze som verminderd met 75.000 F vermenigvuldigd met (het erfdeel/750.000).
De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van verkrijgingen door alle andere erfgenamen dan erfgenamen in rechte lijn of echtgenoten, broers of zusters wordt voorzover het totaal der aldus belaste erfdelen groter is dan 500.000 F en de 3.000.000 F niet overtreft, verminderd met 90.000 F vermenigvuldigd met 1 - (totaal van deze erfdelen/3.000.000). Wanneer het totaal der aldus belaste erfdelen kleiner is dan of gelijk is aan 500.000 F wordt deze som verminderd met 50.000 F vermenigvuldigd met (totaal van deze erfdelen/500.000).
De volgens het vorige lid bekomen vermindering wordt omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen."
Art. 4. Dit decreet treedt in werking de eerste dag van de maand, volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van het vierde lid van het nieuwe artikel 48, beginnende met de woorden "De schulden" en eindigend met de woorden "of te behouden". Dat lid treedt in werking op 1 januari 1997.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 15 april 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering,
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid,
BIJLAGE 2
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
17 JUNI 1997. - Decreet houdende wijziging van artikel 56 van het Wetboek der Successierechten (B.S. 24 juni 1997).
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. Wat het Vlaamse Gewest betreft, worden in het vierde lid van artikel 56 van het Wetboek der Successierechten de woorden "verminderd met F 50.000" vervangen door de woorden "verminderd met F 75.000".
Art. 3. Dit decreet treedt in werking op 1 mei 1997.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 17 juni 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering,
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid,
BIJLAGE 3
WETBOEK DER SUCCESSIERECHTEN
Gecoördineerde tekst van de gewijzigde artikelen, voor wat het Vlaams Gewest betreft
Van 1 januari tot 30 april 1997 geldende tekst
Art. 48. De rechten van successie en van overgang bij overlijden worden geheven volgens het tarief in onderstaande tabellen aangeduid. Hierin wordt vermeld:
Tabel I bevat het tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten.
Dit tarief wordt toegepast op het netto-aandeel in de onroerende goederen enerzijds, en op het netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds. De schulden en de begrafeniskosten worden bij voorrang aangerekend op de roerende goederen en op de goederen bedoeld bij artikel 60bis, tenzij die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden.
------------------------------------------------------------------------- Gedeelte van het nettoaandeel a b ------------------------------------------------------------------------ van 0 tot 2.000.000 F 3 van 2.000.000 tot 10.000.000 F 9 60.OOO F boven 10.000.000 F 27 780.000 F ------------------------------------------------------------------------ Tabel II bevat het tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten en wordt toegepast op de netto-erfdelen:
-------------------------------------------------------------------------- Gedeelte van het Tussen Tussen ooms of Tussen alle netto-aandeel broeders tantes en neven andere pesonen en zusters of nichten -------------------------------------------------------------------------- van tot a b a b a b -------------------------------------------------------------------------- 1 - 500.000 F 20 25 30 500.000 - 1 miljoen F 25 100.OOO F 30 125.OOO F 35 150.OOO F 1 miljoen - 3 miljoen F 35 225.000 F 40 275.000 F 50 325.OOO F 3 miljoen - 7 miljoen F 50 925.000 F 55 1.075.OOO F 65 1.325.000 F boven de 7 miljoen 65 2.925.OOO F 70 3.275.OOO F 80 3.925.OOO F -------------------------------------------------------------------------- Sinds 1 mei 1997 geldende tekst
Art. 48. De rechten van successie en van overgang bij overlijden worden geheven volgens het tarief aangeduid in onderstaande tabellen.
Tabel I bevat het tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten.
Dit tarief wordt per rechtverkrijgende toegepast op het netto-aandeel in de onroerende goederen enerzijds, en op het netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds volgens de overeenstemmende gedeelten zoals voorkomend in kolom A.
De schulden en de begrafeniskosten worden bij voorrang aangerekend op de roerende goederen en op de goederen bedoeld bij artikel 60bis, tenzij die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden.
Tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten
------------------------------------------------------------------------ Tarief, toepasse- Totale bedrag lijk op het over- v/d belasting eenstemmende over de voor- A gedeelte zoals gaande gedeelten voorkomend in kolom A ------------------------------------------------------------------------ van tot ------------------------------------------------------------------------ 1 F - 2 miljoen F 3 % 2 miljoen F - 10 miljoen F 9 % 60 000 F boven de 10 miljoen F 27 % 780 000 F ------------------------------------------------------------------------ Tabel II bevat het tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten. Dit tarief wordt, voor wat broers en zusters betreft, toegepast op het overeenstemmende gedeelte van het netto-aandeel van elk der rechtverkrijgenden zoals voorkomend in kolom A.
Voor wat alle anderen betreft, wordt dit tarief toegepast op het overeenstemmende gedeelte van de som van de netto-aandelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep.
Tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten
------------------------------------------------------------------------ Tarief, toepasselijk Totale bedrag van de A op het overeenstem- belasting over de mende gedeelte zoals voorgaande gedeelten voorkomend in kolom A ------------------------------------------------------------------------ van tot tussen tussen tussen tussen broers en anderen broers en anderen zusters zusters ------------------------------------------------------------------------ 1 F - 3 miljoen F 30 % 45 % 3 miljoen F - 5 miljoen F 55 % 55 % 900.000 F 1.350.000 F boven de 5 miljoen F 65 % 65 % 2.000.000 F 2.450.000 F ------------------------------------------------------------------------
Van 1 januari tot 30 april 1997 geldende tekst
Art. 56. De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn of tussen echtgenoten wordt voor elk netto-erfdeel dat de 2.000.000 F niet overtreft verminderd met 20.000 F vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1 - (erfdeel/2.000.000).
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, onverminderd de eventuele toepassing van het vorig lid, een vermindering verleend van 3.000 F op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de bijkomende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
Sinds 1 mei 1997 geldende tekst
Art. 56. De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn of tussen echtgenoten wordt voor elk netto-erfdeel dat de 2.000.000 F niet overtreft verminderd met 20.000 F, vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1 - (erfdeel/2.000.000).
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, onverminderd de eventuele toepassing van het vorige lid, een vermindering verleend van 3.000 F op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de bijkomende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een verkrijging door een broer of zuster wordt voorzover het aldus belaste erfdeel groter is dan 750.000 F en de 3.000.000 F niet overtreft verminderd met 100.000 F vermenigvuldigd met 1 - (erfdeel/3.000.000). Wanneer het aldus belaste erfdeel kleiner is dan of gelijk is aan 750.000 F, wordt deze som verminderd met 75.000 F vermenigvuldigd met (het erfdeel/750.000).
De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van verkrijgingen door alle andere erfgenamen dan erfgenamen in rechte lijn of echtgenoten, broers of zusters wordt voorzover het totaal der aldus belaste erfdelen groter is dan 500.000 F en de 3.000.000 F niet overtreft, verminderd met 90.000 F vermenigvuldigd met 1 - (totaal van deze erfdelen/3.000.000). Wanneer het totaal der aldus belaste erfdelen kleiner is dan of gelijk is aan 500.000 F wordt deze som verminderd met F 75.000 vermenigvuldigd met (totaal van deze erfdelen/500.000).
De volgens het vorige lid bekomen vermindering wordt omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen.
Decreet van 15 april 1997 houdende wijziging van artikelen 48 en 56 W.Succ. en decreet van 17 juni 1997 houdende wijziging van artikel 56 W.Succ.
In het Belgisch Staatsblad van 25 april 1997 en 24 juni 1997 werden respectievelijk het decreet van het Vlaams Parlement van 15 april 1997 houdende wijziging van artikelen 48 en 56 van het Wetboek der successierechten en het decreet van het Vlaams Parlement van 17 juni 1997 houdende wijziging van artikel 56 van het Wetboek der successierechten gepubliceerd.
Het decreet van 15 april 1997 wijzigt de artikelen 48 en 56 van het Wetboek der successierechten met ingang van 1 mei 1997, met uitzondering van het vierde lid van het nieuwe artikel 48, dat gewijzigd wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 1997.
Het decreet van 17 juni 1997 wijzigt artikel 56 van het Wetboek der successierechten met ingang van 1 mei 1997.
De tekst van deze decreten gaat hierbij (z. bijlagen 1 en 2), evenals de gecoördineerde tekst van de artikelen 48 en 56 van het Wetboek der successierechten zoals die voor het Vlaams Gewest zijn gewijzigd (z. bijlage 3).
Deze aanschrijving heeft in hoofdzaak tot voorwerp de tekst van de voornoemde decreten mee te delen, en de nieuwe bepalingen toe te lichten.
Vooraf bevat deze aanschrijving een wijziging van de aanschrijving nr. 1/1997 van 24 maart 1997 (toelichting bij het decreet van het Vlaams Parlement van 20 december 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997).
A. Wijziging van aanschrijving nr. 1 van 24 maart 1997.
In de voormelde aanschrijving wordt punt 13 vervangen door de volgende tekst:
"13. Artikel 5 W.Succ.
De goederen van het gemeenschappelijk vermogen die de langstlevende echtgenoot toekomen boven zijn helft op grond van een verblijvingsbeding, een beding van ongelijke verdeling of een preciput, blijven burgerrechtelijk buiten de nalatenschap. Deze goederen zijn echter belastbaar op grond van artikel 5 W.Succ.
a) in geval van een verblijvingsbeding of een beding van ongelijke verdeling:
Ingevolge de toepassing van artikel 5 W.Succ. wordt het deel van het netto-actief van het gemeenschappelijk vermogen dat de langstlevende echtgenoot boven de helft van dit netto-actief bekomt, bij zijn emolument gevoegd, rekening houdend met de aard van de goederen.
b) in geval van een beding van vooruitmaking:
In geval van een beding van vooruitmaking (preciput) bekomt de langstlevende echtgenoot exclusief bepaalde goederen uit het gemeenschappelijk vermogen, zonder daarvoor te moeten bijdragen in het passief.
Elk bekomen goed dat de langstlevende echtgenoot verkrijgt op grond van het beding van vooruitmaking, zal voor de helft bij het emolument van de langstlevende echtgenoot gevoegd worden, rekening houdend met de aard van het goed."
B. Decreet van 15 april 1997 houdende wijziging van artikelen 48 en 56 van het Wetboek der successierechten en decreet van 17 juni 1997 houdende wijziging van artikel 56 van het Wetboek der successierechten.
| DEEL | I. TOEPASSINGSGEBIED. |
Wat betreft de territoriale toepassing wordt integraal verwezen naar aanschrijving nr. 1/1997 van 24 maart 1997, punt 1.
2. Toepassing in de tijd.
Wat daarentegen de toepassing in de tijd betreft dient het volgende onderscheid te worden gemaakt:
1) het vierde lid van het nieuwe artikel 48 W.Succ. treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 1997 (art. 4 van het decreet van 15 april 1997). De wijziging t.o.v. de vóór voormeld decreet geldende tekst betreft enkel de toevoeging van de woorden "en de begrafeniskosten" tussen "De schulden" en "worden bij voorrang aangerekend". Aangezien in de aanschr. nr. 1/1997 reeds het standpunt werd ingenomen dat, voor de aanrekening van het passief, met schulden ook de begrafeniskosten beoogd worden (aanschr. nr. 1/1997, nr. 3.4. tweede alinea), brengt deze wijziging geen verandering in de aldaar uiteengezette werkwijze.
2) alle andere bepalingen van beide decreten treden in werking vanaf 1 mei 1997 (art. 4 van het decreet van 15 april 1997 en art. 3 van het decreet van 17 juni 1997).
Het decreet van 15 april 1997 bevat naast nieuwe bepalingen een aantal tekstaanpassingen in de bepalingen die reeds werden ingevoerd bij decreet van het Vlaams Parlement van 20 december 1996 (z. aanschr. nr. 1/1997). Ook deze aanpassingen hebben echter geen wezenlijke gevolgen voor de toepassing ervan: de in het decreet van 15 april 1997 hernomen en/of aangepaste tekstgedeelten zijn inhoudelijk identiek aan de tussen 1 januari en 1 mei 1997 geldende tekst.
DEEL II. BESPREKING PER ARTIKEL.
3. Artikel 48 W.Succ.
3.1. Algemeen.
Artikel 2 van het decreet van 15 april 1997 wijzigt artikel 48 W.Succ. voor de nalatenschappen verkregen door broers en zusters en tussen anderen. (Zoals reeds vermeld beperkt de wijziging m.b.t. de sedert 1 januari 1997 geldende tekst voor de nalatenschappen verkregen in rechte lijn en tussen echtgenoten zich tot enkele tekstaanpassingen die geen invloed hebben op de inhoud zelf. Er wordt dan ook verwezen naar aanschr. nr. 1/1997, punt 3).
De ingevoerde wijzigingen zijn verschillend voor de beide voormelde categorieën van erfgerechtigden.
3.2. Het tarief "tussen broers en zusters".
De zijlijn wordt, voor de heffing van het successierecht in het Vlaams Gewest, voortaan beperkt tot de broers en zusters van de overledene.
De voorheen bestaande tariefschijven in deze categorie worden vervangen door drie nieuwe tariefschijven:
------------------------------------------------------------------------ netto-aandeel van 1 F tot 3.000.000 F: 30 % netto-aandeel van 3.000.000 F tot 5.000.000 F: 55 % netto-aandeel boven de 5.000.000 F: 65 % ------------------------------------------------------------------------ LET WEL: Voor de erfgenamen die belast worden volgens artikel 48 W.Succ. tabel I wordt een onderscheid gemaakt tussen het netto-aandeel en het netto-erfdeel. Het netto-erfdeel van een erfgerechtigde in tabel I is de som van zijn netto-aandeel in de onroerende goederen en zijn netto-aandeel in de roerende goederen (cf. aanschr. nr. 1/1997, punt 8.1.).
Aangezien in tabel II de grondslag voor de heffing van het successierecht niet gesplitst wordt in een roerend en een onroerend aandeel, stemt de in tabel II gebruikte term "netto-aandeel" overeen met de term "netto-erfdeel" zoals die gehanteerd wordt m.b.t. erfgerechtigden die belast worden volgens artikel 48 tabel I (cf. artikel 56, eerste lid, W.Succ. VI.Gewest).
3.3. Grondslagen waarover het tarief "tussen broers en zusters" dient toegepast.
De voor de rechte lijn en tussen echtgenoten ingevoerde splitsing van de grondslag in een roerend en in een onroerend aandeel wordt niet overgenomen voor de zijlijn. Dit betekent dat voor deze categorie erfgerechtigden de berekening, zoals voorheen, geschiedt per erfgenaam op het door ieder verkregen netto-erfdeel.
Voor de categorie broers en zusters geldt er bijgevolg evenmin een voorrangsregeling m.b.t. de aanrekening van het passief (schulden en begrafeniskosten).
3.4. Het tarief "tussen anderen".
Het tarief "tussen anderen" is voortaan ook toepasselijk op de ooms, tantes, neven en nichten van de overledene.
De voorheen bestaande tariefschijven in deze categorie worden vervangen door drie nieuwe tariefschijven:
------------------------------------------------------------------------ netto-aandeel van 1 F tot 3.000.000 F : 45 % netto-aandeel van 3.000.000 F tot 5.000.000 F : 55 % netto-aandeel boven de 5.000.000 F : 65 % ------------------------------------------------------------------------ LET WEL: Mutatis mutandis geldt hier dezelfde opmerking als hiervoor onder punt 3.2.
3.5. Grondslagen waarover het tarief "tussen anderen" dient toegepast.
Luidens de decreettekst "wordt dit tarief toegepast op het overeenstemmende gedeelte van de som van de netto-aandelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep".
Vooreerst geldt voor deze categorie, mutatis mutandis, dezelfde opmerking als hiervoor onder punt 3.3. i.v.m. de grondslag (die hier dus evenmin gesplitst wordt in een roerend en een onroerend aandeel) en de aanrekening van het passief.
Bovendien worden de netto-erfdelen van alle tot deze categorie behorende erfgenamen en legatarissen samengeteld om het toepasselijk tarief te bepalen en de verschuldigde rechten globaal te berekenen.
Het zijn echter enkel de netto-erfdelen die aan het tarief "tussen anderen" belast worden die moeten worden samengeteld om dit tarief te bepalen en de verschuldigde rechten te berekenen.
Dit betekent dat de legaten die het verlaagd tarief van artikel 59 W.Succ. VI. Gewest genieten en de goederen die belast worden aan het tarief van 3 % bij toepassing van artikel 60bis W.Succ. VI. Gewest niet bij de heffingsgrondslag moeten worden gevoegd om het toepasselijk tarief te bepalen.
Het decreet bepaalt niet hoe de aldus berekende rechten nadien over de verschillende erfgenamen van deze categorie dienen te worden omgeslagen. Bij gebrek aan een afdoende regeling voor de berekening van de individueel verschuldigde rechten (en gebeurlijk interesten), dient voor de omslag te worden teruggegrepen naar de verplichting van iedere rechtverkrijgende zoals bepaald in art. 70, eerste lid, W.Succ. Er zal dus een proportionele verdeling dienen te gebeuren, zoals bij de berekening van de vermindering van artikel 56 W.Succ. VI. Gewest waarvan hierna sprake is (z. punt 4.2.3).
3.6. Toepassing van art. 66bis W.Succ.
Het decreet van 15 april 1997 (art. 2) wijzigt de berekeningswijze voor de categorie "anderen" zonder enig voorbehoud of zonder enige uitzondering. Dit betekent dat de globale berekening over de som van de netto-erfdelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep, altijd dient toegepast, en dus o.m. ook indien artikel 66bis W.Succ. zou toepasselijk zijn uit hoofde van een schenking onder levenden aan slechts één of enkele van de tot deze categorie behorende erfgerechtigden. Het globaal voor deze categorie toepasselijk tarief zal dus mede bepaald worden door het bestaan van schenkingen bedoeld in artikel 42, VIIIbis, W.Succ. jegens sommige van deze erfgerechtigden.
3.7. Afronding.
Aangezien de belastbare grondslag afgerond wordt tot het hoger honderdtal, dient het resultaat van de globaal door de erfgerechtigden van deze groep verschuldigde rechten nooit te worden afgerond.
De individueel door de erfgerechtigden verschuldigde rechten worden afgerond tot de hogere frank (art. 62, 2de lid W.Succ.).
4. Artikel 56 W.Succ.
De bij het decreet van 20 december 1996 voor het Vlaamse Gewest nieuw ingevoerde tekst van artikel 56 W.Succ. (z. aanschr. nr. 1/1997, punt 8), wordt bij de decreten van 15 april en 17 juni 1997 aangevuld met de nieuwe bepalingen betreffende de verminderingen ten voordele van broers en zusters, enerzijds, en ten voordele van anderen, anderzijds (z. bijlage 3 . Voor de beide categorieën is de vermindering toepasselijk ongeacht de wijze waarop de erfopvolgers tot de nalatenschap komen (wettelijke of testamentaire roeping), en voorzover de netto-erfdelen een bepaald bedrag niet overschrijden. De regeling is hier dus verschillend van deze voor de erfgenamen in rechte lijn waar enkel aan de door de wet tot de erfenis geroepen erfgenamen een belastingvermindering wordt toegekend (z. aanschr. nr. 1/1997, punt 8.1.).
4.1. Berekening van de vermindering voor broers en zusters:
4.1.1. Maximum bedrag van het netto-erfdeel voor de toepassing van de vermindering:
De vermindering wordt slechts toegekend op voorwaarde dat het netto-erfdeel van de betrokkene niet meer bedraagt dan 3.000.000 F.
Dit netto-erfdeel kan bestaan uit de gewone goederen én gebeurlijk de goederen waarop art. 60bis W.Succ. toepasselijk is.
4.1.2. Berekeningsformule:
De berekening is verschillend naargelang het netto-erfdeel van de betrokken erfopvolger al dan niet hoger is dan 750.000 F:
- voor erfdelen tot 750.000 F bedraagt de vermindering:
75.000 F x (erfdeel/750.000)
+ -------------------------------------------+ ¦ na vereenvoudiging geeft dit: erfdeel/10 ¦ +-------------------------------------------+
- voor erfdelen van 750.001 F tot 3.000.000 F bedraagt de vermindering:
100.000 F x [1 - (erfdeel/3.000.000)]
+ --------------------------------------------------------+ ¦ na vereenvoudiging geeft dit: 100.000 F - (erfdeel/30) ¦ +--------------------------------------------------------+ 4.2. Berekening van de vermindering voor "anderen":
4.2.1. Maximum bedrag van het netto-erfdeel voor de toepassing van de vermindering:
De vermindering wordt slechts toegekend op voorwaarde dat de som der netto-erfdelen in deze categorie van erfgerechtigden niet meer bedraagt dan 3.000.000 F.
Ook in deze categorie van erfgenamen kan de som van de netto-erfdelen bestaan uit gewone goederen én goederen waarop art. 60bis W.Succ. toepasselijk is.
4.2.2. Berekeningsformule:
De berekening verschilt naargelang de som van de netto-erfdelen van de erfgerechtigden in de categorie "anderen" al dan niet hoger is dan 500.000 F.
- indien de som der netto-erfdelen niet meer bedraagt dan 500.000 F, bedraagt de vermindering :
75.000 F x (totaal van deze erfdelen/500.000)
+ ----------------------------------------------------------------+ ¦na vereenvoudiging geeft dit: 15 x totaal van deze erfdelen/100 ¦ +----------------------------------------------------------------+
- indien de som der netto-erfdelen tussen 500.001 F en 3.000.000 F bedraagt, bedraagt de vermindering:
90.000 F x [1 - (totaal van deze erfdelen/3.000.000)]
+ -------------------------------------------------+ ¦ na vereenvoudiging geeft dit: ¦ ¦ 90.000 F - (3 x totaal van deze erfdelen / 100) ¦ +-------------------------------------------------+ 4.2.3. Omslag.
Aangezien de vermindering, evenals de rechten, voor de categorie "anderen", globaal wordt berekend, wordt ze, luidens de laatste alinea van art. 56 W.Succ. VI. Gewest omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen. Er mag worden aangenomen dat hier de netto-erfdelen bedoeld worden.
4.3. Afronding.
De aandacht wordt erop gevestigd dat in bovenstaande (vereenvoudigde) formules voor de berekening van de verminderingen tussen broers en zusters en voor de categorie "anderen", het netto-erfdeel of het totaal der netto-erfdelen overeenkomstig art. 63 W.Succ. dient te worden afgerond tot het hoger honderdtal.
Namens de Minister:
De Directeur-generaal,
F. BURNONVILLE
BIJLAGE 1
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
15 APRIL 1997. - Decreet houdende wijziging van artikelen 48 en 56 van het Wetboek der Successierechten (B.S. 25 april 1997).
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Art. 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. Wat het Vlaams Gewest betreft, wordt artikel 48 van het Wetboek der Successierechten vervangen door wat volgt :
"Artikel 48. De rechten van successie en van overgang bij overlijden worden geheven volgens het tarief aangeduid in onderstaande tabellen."
Tabel 1 bevat het tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten.
Dit tarief wordt per rechtverkrijgende toegepast op het nettoaandeel in de onroerende goederen enerzijds, en op het netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds volgens de overeenstemmende gedeelten zoals voorkomend in kolom A.
De schulden en de begrafeniskosten worden bij voorrang aangerekend op de roerende goederen en op de goederen bedoeld bij artikel 60bis, tenzij die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden.
Tabel I
Tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten.
------------------------------------------------------------------------ Tarief, toepasselijk Totale bedrag A op het overeenstem- van de belasting mende gedeelte zoals over de voorgaande voorkomend in kolom A gedeelten ------------------------------------------------------------------------ van tot ---------------- 1 F - 2 miljoen F 3 % 2 miljoen F - 10 miljoen F 9 % 60.00O F boven de 10 miljoen F 27 % 780.00O F ------------------------------------------------------------------------ Tabel II bevat het tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten. Dit tarief wordt, voor wat broers en zusters betreft, toegepast op het overeenstemmende gedeelte van het netto-aandeel van elk der rechtverkrijgenden zoals voorkomend in kolom A. Voor wat alle anderen betreft, wordt dit tarief toegepast op het overeenstemmende gedeelte van de som van de netto-aandelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep.
Tabel II
Tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten
------------------------------------------------------------------------ Tarief, toepasselijk Totale bedrag A op het overeenstem- van de belasting mende gedeelte zoals over de voorgaande voorkomend in kolom A gedeelten ------------------------------------------------------------------------ van tot tussen tussen tussen tussen broers anderen broers anderen en en zusters zusters ------------------------------------------------------------------------ 1 F - 3 miljoen F 30 % 45 % 3 miljoen F - 5 miljoen F 55 % 55 % 900.000 F 1.350.000 F boven de 5 miljoen F 65 % 65 % 2.000.000 F 2.450.000 F ------------------------------------------------------------------------ Art. 3. Wat het Vlaamse Gewest betreft, wordt artikel 56 van hetzelfde wetboek vervangen door wat volgt:
"Artikel 56. De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn of tussen echtgenoten wordt voor elk netto-erfdeel dat de 2.000.000 F niet overtreft verminderd met 20.000 F vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1 - (erfdeel/2.000.000).
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, onverminderd de eventuele toepassing van het vorige lid, een vermindering verleend van 3.000 F op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de bijkomende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een verkrijging door een broer of zuster wordt voorzover het aldus belaste erfdeel groter is dan 750.000 F en de 3.000.000 F niet overtreft verminderd met 100.000 F vermenigvuldigd met 1 - (erfdeel/3.000.000). Wanneer het aldus belaste erfdeel kleiner is dan of gelijk is aan 750.000 F, wordt deze som verminderd met 75.000 F vermenigvuldigd met (het erfdeel/750.000).
De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van verkrijgingen door alle andere erfgenamen dan erfgenamen in rechte lijn of echtgenoten, broers of zusters wordt voorzover het totaal der aldus belaste erfdelen groter is dan 500.000 F en de 3.000.000 F niet overtreft, verminderd met 90.000 F vermenigvuldigd met 1 - (totaal van deze erfdelen/3.000.000). Wanneer het totaal der aldus belaste erfdelen kleiner is dan of gelijk is aan 500.000 F wordt deze som verminderd met 50.000 F vermenigvuldigd met (totaal van deze erfdelen/500.000).
De volgens het vorige lid bekomen vermindering wordt omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen."
Art. 4. Dit decreet treedt in werking de eerste dag van de maand, volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van het vierde lid van het nieuwe artikel 48, beginnende met de woorden "De schulden" en eindigend met de woorden "of te behouden". Dat lid treedt in werking op 1 januari 1997.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 15 april 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid,
| Mevr. | W. DEMEESTER-DE MEYER |
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
17 JUNI 1997. - Decreet houdende wijziging van artikel 56 van het Wetboek der Successierechten (B.S. 24 juni 1997).
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. Wat het Vlaamse Gewest betreft, worden in het vierde lid van artikel 56 van het Wetboek der Successierechten de woorden "verminderd met F 50.000" vervangen door de woorden "verminderd met F 75.000".
Art. 3. Dit decreet treedt in werking op 1 mei 1997.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 17 juni 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid,
| Mevr. | W. DEMEESTER - DE MEYER |
WETBOEK DER SUCCESSIERECHTEN
Gecoördineerde tekst van de gewijzigde artikelen, voor wat het Vlaams Gewest betreft
Art. 48
Van 1 januari tot 30 april 1997 geldende tekst
Art. 48. De rechten van successie en van overgang bij overlijden worden geheven volgens het tarief in onderstaande tabellen aangeduid. Hierin wordt vermeld:
- het gedeelte van het netto-aandeel van elk der rechtverkrijgenden;
- onder a: het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte;
- onder b: het totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten.
Tabel I bevat het tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten.
Dit tarief wordt toegepast op het netto-aandeel in de onroerende goederen enerzijds, en op het netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds. De schulden en de begrafeniskosten worden bij voorrang aangerekend op de roerende goederen en op de goederen bedoeld bij artikel 60bis, tenzij die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden.
TABEL I
------------------------------------------------------------------------- Gedeelte van het nettoaandeel a b ------------------------------------------------------------------------ van 0 tot 2.000.000 F 3 van 2.000.000 tot 10.000.000 F 9 60.OOO F boven 10.000.000 F 27 780.000 F ------------------------------------------------------------------------ Tabel II bevat het tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten en wordt toegepast op de netto-erfdelen:
TABEL II
-------------------------------------------------------------------------- Gedeelte van het Tussen Tussen ooms of Tussen alle netto-aandeel broeders tantes en neven andere pesonen en zusters of nichten -------------------------------------------------------------------------- van tot a b a b a b -------------------------------------------------------------------------- 1 - 500.000 F 20 25 30 500.000 - 1 miljoen F 25 100.OOO F 30 125.OOO F 35 150.OOO F 1 miljoen - 3 miljoen F 35 225.000 F 40 275.000 F 50 325.OOO F 3 miljoen - 7 miljoen F 50 925.000 F 55 1.075.OOO F 65 1.325.000 F boven de 7 miljoen 65 2.925.OOO F 70 3.275.OOO F 80 3.925.OOO F -------------------------------------------------------------------------- Sinds 1 mei 1997 geldende tekst
Art. 48. De rechten van successie en van overgang bij overlijden worden geheven volgens het tarief aangeduid in onderstaande tabellen.
Tabel I bevat het tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten.
Dit tarief wordt per rechtverkrijgende toegepast op het netto-aandeel in de onroerende goederen enerzijds, en op het netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds volgens de overeenstemmende gedeelten zoals voorkomend in kolom A.
De schulden en de begrafeniskosten worden bij voorrang aangerekend op de roerende goederen en op de goederen bedoeld bij artikel 60bis, tenzij die welke specifiek werden aangegaan om andere goederen te verwerven of te behouden.
Tabel I
Tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten
------------------------------------------------------------------------ Tarief, toepasse- Totale bedrag lijk op het over- v/d belasting eenstemmende over de voor- A gedeelte zoals gaande gedeelten voorkomend in kolom A ------------------------------------------------------------------------ van tot ------------------------------------------------------------------------ 1 F - 2 miljoen F 3 % 2 miljoen F - 10 miljoen F 9 % 60 000 F boven de 10 miljoen F 27 % 780 000 F ------------------------------------------------------------------------ Tabel II bevat het tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten. Dit tarief wordt, voor wat broers en zusters betreft, toegepast op het overeenstemmende gedeelte van het netto-aandeel van elk der rechtverkrijgenden zoals voorkomend in kolom A.
Voor wat alle anderen betreft, wordt dit tarief toegepast op het overeenstemmende gedeelte van de som van de netto-aandelen, verkregen door de rechtverkrijgenden van deze groep.
Tabel II
Tarief tussen andere personen dan in rechte lijn en tussen echtgenoten
------------------------------------------------------------------------ Tarief, toepasselijk Totale bedrag van de A op het overeenstem- belasting over de mende gedeelte zoals voorgaande gedeelten voorkomend in kolom A ------------------------------------------------------------------------ van tot tussen tussen tussen tussen broers en anderen broers en anderen zusters zusters ------------------------------------------------------------------------ 1 F - 3 miljoen F 30 % 45 % 3 miljoen F - 5 miljoen F 55 % 55 % 900.000 F 1.350.000 F boven de 5 miljoen F 65 % 65 % 2.000.000 F 2.450.000 F ------------------------------------------------------------------------
Art. 56
Van 1 januari tot 30 april 1997 geldende tekst
Art. 56. De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn of tussen echtgenoten wordt voor elk netto-erfdeel dat de 2.000.000 F niet overtreft verminderd met 20.000 F vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1 - (erfdeel/2.000.000).
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, onverminderd de eventuele toepassing van het vorig lid, een vermindering verleend van 3.000 F op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de bijkomende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
Sinds 1 mei 1997 geldende tekst
Art. 56. De som der rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een door de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn of tussen echtgenoten wordt voor elk netto-erfdeel dat de 2.000.000 F niet overtreft verminderd met 20.000 F, vermenigvuldigd met de coëfficiënt bekomen door 1 - (erfdeel/2.000.000).
Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, onverminderd de eventuele toepassing van het vorige lid, een vermindering verleend van 3.000 F op de rechten berekend volgens Tabel I van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de bijkomende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van een verkrijging door een broer of zuster wordt voorzover het aldus belaste erfdeel groter is dan 750.000 F en de 3.000.000 F niet overtreft verminderd met 100.000 F vermenigvuldigd met 1 - (erfdeel/3.000.000). Wanneer het aldus belaste erfdeel kleiner is dan of gelijk is aan 750.000 F, wordt deze som verminderd met 75.000 F vermenigvuldigd met (het erfdeel/750.000).
De som der rechten berekend volgens Tabel II van artikel 48 en artikel 60bis in hoofde van verkrijgingen door alle andere erfgenamen dan erfgenamen in rechte lijn of echtgenoten, broers of zusters wordt voorzover het totaal der aldus belaste erfdelen groter is dan 500.000 F en de 3.000.000 F niet overtreft, verminderd met 90.000 F vermenigvuldigd met 1 - (totaal van deze erfdelen/3.000.000). Wanneer het totaal der aldus belaste erfdelen kleiner is dan of gelijk is aan 500.000 F wordt deze som verminderd met F 75.000 vermenigvuldigd met (totaal van deze erfdelen/500.000).
De volgens het vorige lid bekomen vermindering wordt omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot de door hen verkregen erfdelen.
Bron: FisconetPlus
