Circulaire nr. Ci.RH.241/556.163 (AOIF 10/2003) dd. 28.04.2003
Circulaire nr. Ci.RH.241/556.163 (AOIF 10/2003) dd. 28.04.2003
Bull. nr. 838, pag. 1676-1681
AANDELENOPTIE
Belastingstelsel van de aandelenopties
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Aandelenoptie
Voordeel anders dan in geld behaald
WET
Programmawet
Programmawet (I), art. 407 : éénmalige mogelijkheid tot verlenging met hoogstens 3 jaar, met instemming van de begunstigde van de uitoefenperiode van aandelenoptie-plannen afgesloten tussen 1.1.1999 en 31.12.2002, zonder bijkomende fiscale last.
Aan alle ambtenaren.
I. INLEIDING
Het belastingregime dat van toepassing is op voordelen van alle aard die voortvloeien uit de toekenning vanaf 1 januari 1999 van aandelenopties uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de begunstigde, wordt geregeld door de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen ( Belgisch Staatsblad van 1 april 1999, V 2676 - Bull. 793). Het wordt besproken in de circulaire AFZ/99-1287 van 17 december 1999 (Bull. 800).
De artikelen 403 tot 407 van de Programmawet (I) van 24 december 2002 (Belgisch Staatsblad van 31 december 2002, 1e editie, V 3106 - Bull. 834) hebben wijzigingen aangebracht op tweeërlei vlak :
- wijzigingen van definities ("aanbod", "toekenning") en andere, kleinere aanpassingen (artikels 403-406);
- een eenmalige mogelijkheid tot verlenging van de uitoefenperiode (met hoogstens 3 jaar) van aandelenoptieplannen afgesloten tussen 1 januari 1999 en 31 december 2002 (artikel 407).
II. WETTELIJKE BEPALINGEN
Programmawet (I) van 24 december 2002 - TITEL VI : Financiën, Hoofdstuk 7 : Wijzigingen van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen
Art. 403. Artikel 41, 4°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt vervangen als volgt :
"4° aanbod : het aanbod van de optie dat schriftelijk en gedateerd aan de begunstigde ter kennis wordt gebracht;".
Art. 404. Artikel 42, § 1, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Wanneer de begunstigde het aanbod ten laatste op de zestigste dag die volgt op de datum van het aanbod, schriftelijk heeft aanvaard, wordt de optie uit fiscaal oogpunt geacht op die zestigste dag te zijn toegekend, zelfs indien aan de uitoefening van de optie opschortende of ontbindende voorwaarden zijn verbonden. De begunstigde die voor het verstrijken van die termijn de aanbieder niet schriftelijk de aanvaarding van het aanbod heeft medegedeeld, wordt geacht het aanbod te hebben geweigerd."
Art. 405. In artikel 43, § 4, 1°, van dezelfde wet, worden de woorden "de gemiddelde koers" vervangen door de woorden "de gemiddelde slotkoers".
Art. 406. In artikel 43, § 4, 2°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen worden tussen de woorden "door een bedrijfsrevisor" en de woorden "die door die vennootschap wordt aangewezen", de woorden "of door een accountant" ingevoegd.
Art. 407. Artikel 47 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 4 luidend als volgt :
"§ 4. Voor de aandelenoptieplannen afgesloten tussen 1 januari 1999 en 31 december 2002, kan de vennootschap die de opties aanbiedt, vóór 30 juni 2003, met instemming van de begunstigden, uitoefeningsperiode ervan zonder bijkomende fiscale last met hoogstens 3 jaar verlengen.
Dit akkoord moet aan de Administratie worden betekend vóór 31 juli 2003.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt afgeweken van artikel 499 van het Wetboek van vennootschappen."
III. VERLENGING VAN DE UITOEFENPERIODE : VERDUIDELIJKINGEN
Overeenkomstig art. 407 van de Programmawet (I) kan, voor de aandelenoptie-plannen afgesloten tussen 1 januari 1999 en 31 december 2002, de vennootschap die de opties aanbiedt, vóór 30 juni 2003, met instemming van de begunstigden de uitoefenperiode ervan zonder bijkomende fiscale last met hoogstens 3 jaar verlengen. De uitoefenperiode van een optie is de termijn waarbinnen de optiehouder zijn recht kan uitoefenen om een bepaald aantal aandelen aan te kopen, of, naar aanleiding van de verhoging van het kapitaal van een vennootschap op een bepaald aantal aandelen in te schrijven tegen een bepaalde prijs.
Welke aandelenopties komen voor verlenging in aanmerking ?
De opties die tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoen, komen voor verlenging in aanmerking :
- de opties moeten uit fiscaal oogpunt zijn toegekend; d.w.z. dat de opties niet schriftelijk werden geweigerd vóór de zestigste dag die volgde op de datum van het aanbod (toepassing van artikel 42, § 1, tweede lid, van voormelde wet van 26 maart 1999, zoals het van kracht was vóór de wijziging ervan door artikel 404 van de Programmawet (I) van 24 december 2002);
- de opties moeten nog lopende zijn, d.w.z. dat zij nog niet werden uitgeoefend en dat de uitoefenperiode nog niet is verstreken;
- de opties moeten zijn aangeboden in de periode van 2 november 1998 tot en met 31 december 2002.
Van die opties kan om praktische redenen inderdaad worden aanvaard dat zij zijn "afgesloten" tussen 1 januari 1999 en 31 december 2002.
Komen dus ook voor verlenging in aanmerking :
- de opties aangeboden in de periode van 2 november 1998 tot en met 31 december 1998 en die niet schriftelijk werden geweigerd vóór de zestigste dag die volgde op de datum van het aanbod. Die opties worden fiscaal geacht te zijn toegekend in 1999 (de zestigste dag die volgt op het aanbod - toepassing artikel 42, § 1, tweede lid, van voormelde wet van 26 maart 1999);
- de opties die in 2003 zijn toegekend, op de zestigste dag die volgt op een aanbod gedaan in 2002. Het betreft opties aangeboden in de periode van 2 november 2002 tot en met 31 december 2002.
Instemming van de begunstigden
Om tot de verlenging van de uitoefenperiode van de optieplannen over te kunnen gaan, is voor de toepassing van de fiscale wetgeving de instemming van de begunstigden vereist. In dat verband echter :
- is het niet vereist dat aan alle begunstigden van de aandelenopties die voor verlenging in aanmerking komen, de instemming tot verlenging wordt gevraagd om tot een dergelijke verlenging over te kunnen gaan. Het volstaat dus dat alleen de instemming wordt gevraagd aan diegenen waarvoor de verlenging wordt overwogen;
- vormt de omstandigheid dat niet iedereen (aan wie de instemming tot verlenging wordt gevraagd) met de verlenging instemt, geen beletsel om de uitoefenperiode van de optieplannen te verlengen voor degenen die wel hebben ingestemd.
Betekening van het akkoord
Een akkoord tot verlenging moet aan de Administratie worden betekend vóór 31 juli 2003.
In de praktijk moet de vennootschap die de opties aanbiedt, het akkoord vóór die datum betekenen aan de Dienstchef van de controle die bevoegd is voor het taxatiedossier inzake inkomstenbelastingen van deze vennootschap.
Het is mogelijk dat opties worden toegekend door een niet-verblijfhoudende vennootschap, zonder vestiging in België, wegens of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de begunstigde (optiehouder) ten behoeve van een Belgische belastingplichtige. In dit geval moet een eventueel akkoord tot verlenging worden betekend aan de Dienstchef van de controle die bevoegd is voor het taxatiedossier van deze Belgische belastingplichtige ten behoeve van wie de begunstigde de beroepswerkzaamheid verricht (naar analogie met de bepalingen van art. 44 van voormelde wet van 26 maart 1999 inzake de opmaak van individuele fiches en samenvattende opgaven naar aanleiding van de toekenning van belastbare voordelen uit aandelenopties).
Voorbeeld : Een buitenlandse vennootschap X, zonder vestiging in België, heeft opties toegekend aan de werknemers van haar Belgische dochtervennootschap Y. Een eventueel akkoord tot verlenging moet dan worden betekend aan de Dienstchef van de controle die bevoegd is voor het taxatiedossier van de vennootschap Y.
Een dergelijke betekening moet een nauwkeurige identificatie en de relevante kenmerken (omschrijving van het onderliggende aandeel, uitoefenprijs en -periode, belangrijke voorwaarden) van de toegekende opties en de modaliteiten van de verlenging bevatten, evenals de identiteit (naam, adres, nationaal nummer of voor een niet-inwoner het fiscaal identificatienummer "FIN" van de woonstaat, of, bij gebreke van deze nummers, de geboortedatum) van diegenen waarvoor de verlenging wordt doorgevoerd. De bescheiden met betrekking tot de instemming van de begunstigden moeten door de vennootschap worden bewaard onder meer met het oog op eventuele betwistingen.
De wijzigingen die de artikelen 403 tot 406 van de Programmawet (I) aan de wet van 26 maart 1999 hebben aangebracht zullen later in een afzonderlijke circulaire worden besproken.
Voor de Directeur-generaal:
De Directeur,
P. LEROY
