Circulaire nr. Ci.RH.26/402.436 dd. 05.01.1989

CIRC 05.01.89/1

Circulaire nr. Ci.RH.26/402.436 dd. 05.01.1989


Bull. nr. 680, pag. 320

HUISBEDIENDEN
Tewerkstelling van huisbedienden


Attest van de R.S.Z. voor de aftrek van de bezoldiging van een huisbediende.

1. Nr. 24 van circ. 15.4.1988, nr. Ci.RH.26/380.509, betreffende de aftrek van de bezoldiging van een huisbediende, schrijft voor dat alle belastingplichtigen die op de in art. 71, § 1, 7°, WIB bedoelde aftrek aanspraak hebben, jaarlijks een door de R.S.Z. uitgereikt attest bij hun aangifte dienen te voegen waaruit blijkt dat zij tijdens het inkomstenjaar als werkgever van huispersoneel ingeschreven waren.

2. De R.S.Z. zal het door haar opgestelde attest, waarvan een model in bijlage, aan de betrokken belastingplichtigen uitreiken.

Dat attest vermeldt enerzijds de aan de huisbediende toegekende brutobezoldiging en anderzijds de werkgevers- en werknemersbijdragen voor sociale zekerheid (1).

3. De overeenstemming met de belastbare bezoldiging die op de opgave 325.10 voorkomt, kan worden gecontroleerd door de brutobezoldiging te verminderen met de persoonlijke bijdrage voor sociale zekerheid die thans 12,07 pct. bedraagt.

4. Aan de hand van het voormelde attest kan tevens worden nagegaan of het in art. 71, § 2bis, 2°, WIB beoogde minimumbedrag van 100.000 F is bereikt (zie nr. 12 van voornoemde circ.).

(1) De krachtens de sociale wetgeving verschuldigde werkgevers- en werknemersbijdragen worden berekend op 108 pct. van de aan de huisbediende toegekende brutobezoldigingen.