Circulaire 2023/C/37 over vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing door erkende organisaties van werkgevers in het kader van havenarbeid
Commentaar op de wetten van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen en van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen, voor wat betreft de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing door de erkende organisaties van werkgevers bedoeld in artikel 3bis van de wet van 08.06.1972 betreffende de havenarbeid.
bedrijfsvoorheffing ; vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing ; havenarbeid ; werkgeversorganisatie
FOD Financiën, 30.03.2023
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
A. Wat houdt het nieuwe
B. Is de toepassing van het nieuwe
C. Welke werknemers worden beoogd door het nieuwe
V. Gecoördineerde tekst van het WIB 92
A. Wet van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen
B. Wet van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
I. Inleiding
1. Artikel 36 van de wet van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen (W 05.07.2022) (BS 15.07.2022, Numac 2022032714), heeft een nieuw artikel 275^0/1 in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) ingevoegd.
Dit artikel beoogde om rechtszekerheid te garanderen voor de erkende havenwerkgeversorganisaties (1), die in de hoedanigheid van lasthebber alle verplichtingen vervullen voor de in een bepaald havengebied actieve werkgevers (havenbedrijven) die krachtens de individuele en collectieve arbeidswetgeving en de sociale zekerheidswetgeving, voortvloeien uit de tewerkstelling van havenarbeiders, wanneer zij de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing toepassen.
(1) Dit zijn de in artikel 3bis van de wet van 08.06.1972 betreffende de havenarbeid (wet Major) bedoelde erkende organisaties van werkgevers.
2. In overeenstemming met het geldende administratieve standpunt legde de memorie van toelichting bij artikel 36 van de W 05.07.2022 uit dat deze nieuwe bepaling beoogde om geen andere behandeling te voorzien voor enerzijds de erkende havenwerkgeversorganisaties en de havenbedrijven die zij vertegenwoordigen, en anderzijds een andere werkgever die niet door een soortgelijke organisatie wordt vertegenwoordigd.
In de voormelde memorie van toelichting werd dan ook vermeld dat het niet de bedoeling was om een dergelijke erkende havenwerkgeversorganisatie voortaan voor de toepassing van de diverse vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing aan te merken als één grote werkgever.
3. Uit overleg met de sector bleek vervolgens evenwel dat er op het terrein geen eenduidige interpretatie bestond.
De diverse erkende havenwerkgeversorganisaties passen, vanuit de filosofie van de voormelde wet van 08.06.1972 betreffende de havenarbeid (wet Major) de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing havenbreed toe.
Dit houdt in dat de erkende havenwerkgeversorganisaties bij de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in de praktijk enkel nagaan of voor alle havenarbeiders waarvoor de vrijstelling werd gevraagd alle voorwaarden voor de toepassing ervan zijn vervuld in hoofde van de erkende havenwerkgeversorganisatie, maar dus niet in hoofde van de individuele havenbedrijven waarvoor deze havenarbeiders prestaties hadden geleverd.
4. Door in de memorie van toelichting bij de voormelde W 05.07.2022 te verwijzen naar een administratief standpunt waaraan op het terrein geen eenduidige invulling werd gegeven, leek het er op dat via het nieuwe artikel 275^0/1, WIB 92, op een verdoken wijze een koerswijziging werd aangekondigd die een belangrijke negatieve impact zou hebben op de competitieve positie van de havenbedrijven.
5. Aangezien de regering met het nieuwe artikel 275^0/1, WIB 92, enkel de bedoeling had om de rechtszekerheid in hoofde van de erkende havenwerkgeversorganisaties en de havenbedrijven te versterken, zonder hierbij een bepaald vooropgesteld budgettair oogmerk te realiseren, heeft artikel 48 van de wet van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (W 20.11.2022) (BS 30.11.2022, Numac 2022034191)de inhoud van dit artikel 36, W 05.07.2022 retroactief bijgestuurd.
II. Bespreking
A. Wat houdt het nieuwe artikel 275^0/1, WIB 92, in?
6. Artikel 275^0/1, WIB 92, bepaalt dat voortaan voor de toepassing van de vrijstellingen van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing, de erkende havenwerkgeversorganisatie (fictief) wordt aangemerkt als de werkgever van alle in een bepaald havengebied tewerkgestelde havenarbeiders waarvoor deze organisatie alle verplichtingen vervult die krachtens de individuele en collectieve arbeidswetgeving en de sociale zekerheidswetgeving voortvloeien uit de tewerkstelling van deze havenarbeiders.
7. Deze bijzondere wettelijke regeling die specifiek voor de havenbedrijven wordt voorzien, wordt verantwoord op grond van de wet van 08.06.1972 betreffende de havenarbeid (wet Major), die de erkende havenwerkgeversorganisaties verplicht om alle verplichtingen te vervullen die krachtens de individuele en collectieve arbeidswetgeving en de sociale zekerheidswetgeving voortvloeien uit de tewerkstelling van deze havenarbeiders. Op grond hiervan worden deze erkende werkgeversorganisaties die de bezoldigingen uitbetalen van deze havenarbeiders dan ook in de plaats van de individuele havenbedrijven als schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing aangemerkt.
8. Dit nieuwe artikel heeft onder meer tot gevolg dat voor de toepassing van de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid' de erkende havenwerkgeversorganisatie al dan niet moet worden aangemerkt als de onderneming waar ploegenarbeid wordt verricht.
Het zijn dus niet de individuele havenbedrijven in wiens hoofde de voorwaarden van ploegenarbeid moeten worden getoetst. De fiscale voorwaarden om te kunnen spreken van een onderneming waar ploegenarbeid wordt verricht, worden havenbreed, in hoofde van de erkende havenwerkgeversorganisatie, afgetoetst. Dit is onder meer van belang bij de beoordeling of de opeenvolgende ploegen havenarbeiders hetzelfde werk naar inhoud en omvang verrichten.
9. Opgelet! De fictiebepaling is beperkt tot de toepassing van de artikelen 275^1 tot 275^12, WIB 92. Deze bepaling werkt dus niet door naar de andere artikelen uit het WIB 92, zelfs al wordt in de artikelen 275^1 tot 275^12, WIB 92, hiernaar verwezen.
Meer concreet beoogt deze nieuwe bepaling dus niet om een impact te hebben op de mogelijke kwalificatie van zowel de individuele havenbedrijven als de erkende havenwerkgeversorganisaties als kleine vennootschap of middelgrote onderneming. De wijze waarop, in het kader van deze kwalificatie, de personeelsgrootte moet worden berekend, wordt dus niet gewijzigd door deze nieuwe fictiebepaling. Het is dus zeker niet de bedoeling dat de personeelsgrootte op een andere wijze zou moeten worden vastgesteld wanneer deze bedrijven of havenwerkgeversorganisaties de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing toepassen.
B. Is de toepassing van het nieuwe artikel 275^0/1, WIB 92, verplicht?
10. De toepassing van deze vrijstelling in hoofde van de havenwerkgeversorganisatie in plaats van in hoofde van het individuele havenbedrijf is verplicht (zie ook nr. 12).
Dit houdt in dat de individuele havenbedrijven evenals de erkende werkgeversorganisaties niet kunnen kiezen om deze fictiebepaling wel of niet toe te passen.
C. Welke werknemers worden beoogd door het nieuwe artikel 275^0/1, WIB 92?
11. Niet alle werknemers van de havenbedrijven vallen onder het toepassingsgebied van artikel 275^0/1, WIB 92: enkel de werknemers van de havenbedrijven die als havenarbeider kunnen worden aangemerkt en die hun bezoldigingen verkrijgen via een erkende havenwerkgeversorganisatie, vallen onder het toepassingsgebied van de fictiebepaling.
12. Het voorgaande betekent bijvoorbeeld dat wanneer een startend havenbedrijf de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen bedoeld in artikel 275^10, WIB 92, wil toepassen, zij deze vrijstelling nooit zal kunnen toepassen op de bezoldigingen van de door deze werkgever tewerkgestelde havenarbeiders die door de erkende havenwerkgeversorganisatie worden betaald of toegekend. In dat geval zal het havenbedrijf de vrijstelling van doorstorting van startende ondernemingen enkel kunnen toepassen op de werknemers die niet onder het toepassingsgebied van de in artikel 275^0/1, WIB 92, opgenomen fictiebepaling zijn opgenomen, met name de werknemers die niet als havenarbeider kunnen worden aangemerkt en die hun bezoldigingen dus niet verkrijgen via een erkende havenwerkgeversorganisatie.
III. Inwerkingtreding
13. Het nieuwe artikel 275^0/1, WIB 92, is van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 25.07.2022.
IV. Wettelijke bepalingen
- Artikel 275^0/1, WIB 92
- Artikel 36 van de wet van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen (BS 15.07.2022, Numac: 2022032714)
- Artikelen 48 en 53 van de wet van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (BS 30.11.2022, Numac: 2022034191)
V. Gecoördineerde tekst van het WIB 92
14. De betrokken artikelen van het WIB 92, zijn de volgende:
Artikel 275^0/1, WIB 92
Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt een organisatie van werkgevers die in toepassing van artikel 3bis van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid, voor een bepaald havengebied door de Koning wordt erkend, aangemerkt als de werkgever van alle in dat havengebied tewerkgestelde havenarbeiders waarvoor deze organisatie alle verplichtingen vervult die krachtens de individuele en collectieve arbeidswetgeving en de sociale zekerheidswetgeving voortvloeien uit de tewerkstelling van deze havenarbeiders.
VI. Wetgeving
A. Wet van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen
15. De betrokken artikelen van de W 05.07.2022 zijn de volgende:
Artikel 36
In titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 4, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 275^0/1 ingevoegd, luidende:
'Art. 275^0/1. Een door de Koning erkende organisatie van werkgevers die in toepassing van artikel 3bis van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid, voor een werkgever die in een havengebied havenarbeiders tewerkstelt, alle verplichtingen vervult die krachtens de individuele en collectieve arbeidswetgeving en de sociale zekerheidswetgeving voortvloeien uit de tewerkstelling van deze havenarbeiders, wordt voor de toepassing van deze onderafdeling met deze werkgever gelijkgesteld.
De Koning kan aanvullende formaliteiten bepalen die de in het eerste lid bedoelde organisatie van werkgevers moeten vervullen alvorens te kunnen worden gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde werkgever.'.
B. Wet van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
16. De betrokken artikelen van de W 20.11.2022 zijn de volgende:
Artikel 48
Artikel 275^0/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 2022, wordt vervangen als volgt:
'Art. 275^0/1. Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt een organisatie van werkgevers die in toepassing van artikel 3bis van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid, voor een bepaald havengebied door de Koning wordt erkend, aangemerkt als de werkgever van alle in dat havengebied tewerkgestelde havenarbeiders waarvoor deze organisatie alle verplichtingen vervult die krachtens de individuele en collectieve arbeidswetgeving en de sociale zekerheidswetgeving voortvloeien uit de tewerkstelling van deze havenarbeiders.'.
Artikel 53
…
Artikel 48 is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 25 juli 2022 worden betaald of toegekend.
Interne ref.: 735.266
